De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Brief synodeleden aan hervormd moderamen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brief synodeleden aan hervormd moderamen

7 minuten leestijd

Een aantal eerste en tweede afgevaardigden naar de Hervormde Synode, die 21 maart in verdubbelde samenstelling bijeenkomt inzake de ratificatie van de besluiten van de triosynode over de kerkorde, heeft zich met onderstaand schrijven tot het hervormd moderamen gericht.

Geacht moderamen,

Ondergetekenden, afgevaardigden naar de synode van 21 maart a.s., richten zich tot u met een zaak, die ons zeer hoog zit. Het volgende is dan ook niet minder dan een cri de coeur.

Het SoW-proces nadert steeds meer zijn voltooiing. Dat is tot vreugde van velen, die de samenwerking (op plaatselijk, regionaal en landelijk vlak) graag zien bekroond met een samensmelting en die daarin een teken ervaren van de verhoring van Christus' bede 'Opdat zij één zijn' (Joh. 17).

Naast vreugde is er in onze kerk ook sprake van zorg. De redenen daarvoor zijn en worden allerwegen aangedragen. U kent ze. De meeste zijn principieel-theologisch van aard, sommige meer sociologisch. Eén van die redenen willen wij op dit moment eruit lichten. Zij heeft zowel een theologische (ecclesiologische) als een sociologische component. Zij betreft de gemeenschap, de koinonia der kerk. Deze komt in onze Hervormde Kerk door het SoW-proces nog meer onder druk te staan dan zij nu al doet. Wij doelen dan op het gevaar van scheuring, welke dreigt te ontstaan vanwege de verschillende standpunten, die in een deel van onze kerk worden ingenomen ten aanzien van onze plaats in de NHK bij de voortgang van SoW.

Er is, met name in de rechtervleugel van onze kerk, een grote groep, die oploopt tegen een bijna niet op te lossen dilemma, dat wij met deze twee vragen onder woorden willen brengen: dienen wij op onze post te blijven, ook al houdt dat in dat wij meegenomen worden door een ontwikkeling, die wij niet begeerd hebben? Of dienen wij op onze post te blijven, ook al is de uiterste consequentie dat wij buiten de VPKN komen te staan?

Deze zaken en het verschil van inzicht daarover grijpen diep in in dit gedeelte van de kerk. U zult dat weten. Momenteel is het al zo dat predikanten (en gemeenten) gewogen worden al naar gelang hun standpunt ten aanzien van deze zaak. Het moest niet zo zijn. De werkelijkheid is het echter wél. Het kan niet anders, of andere problemen vloeien hieruit voort. We denken bijv. aan preekstoelen, die over en weer gesloten zullen worden voor predikanten, die ten diepste nauw aan elkaar verwant zijn. We denken aan onenigheid in gezinnen en families en tussen vrienden. We denken aan tweespalt in gemeenten. Kortom, heel de problematiek, die speelt wanneer er zich een scheiding voltrekt. De kerkgeschiedenis, ook van onze eeuw, kan het pijnlijk illustreren. - Onze zorg is dat deze gevaren niet voldoende onderkend wor­ den, of afgedaan worden als 'dreigementen'.

Is het niet onze roeping er alles aan te doen een dergelijke scheiding te voorkomen? Die roeping geldt ambtsdragers en gemeenten. Zij geldt ons als synodeleden. Zij geldt - niet het minst - u als moderamen. Menselijkerwijs gesproken hebt u de sleutel om averij te voorkomen tussen broeders, die in hetzelfde huis heel dicht bij elkaar wonen en liever geen afstand tot elkaar zien ontstaan.

In dezen herinneren wij u er daarom aan dat door u als moderamen meer dan eens is uitgesproken dat het de bedoeling is dat de gehele Hervormde Kerk meegaat in het SoW-proces. 'De kerk is ondenkbaar zonder het confessioneel gereformeerde deel', zo luiden woorden van de (olim-)preses. Anders is het - volgens uw uitspraken - mislukt. Niet slechts 'een ultra-orthodoxe rand' of enkele versplinter(en)de gemeenten blijven achter (al horen ook deze bij de kudde en vallen zij onder uw en onze hoede), maar een vitaal en meelevend gedeelte van de kerk haakt af. Sommige flanken gaan zeer beslist niet mee en zullen derhalve ook niet behouden kunnen worden voor de VPKN.

Is dat inderdaad de prijs, die men (wie dat ook mag zijn) wil betalen? Moet de eenheid gescheidenheid kosten? Wat gebeurt er met gemeenten en gemeenteleden, die niet meegaan? Vormen zij - zoals de afgelopen jaren een keer op een synode-vergadering opgemerkt werd - de spaanders, die er noodzakelijkerwijs vallen? Deze problematiek leeft 'kerkbreed'.

Wat ons voor ogen staat, is dat u alsnog naar wegen zoekt, waardoor de NHK kan voortbestaan, zonder dat zij helemaal opgaat in een VPKN, alsook dat die gemeenten samen kunnen gaan, die dat wensen.

Achter deze optie ligt - dat behoeft niet onverhuld te blijven - de federatiegedachte. Helaas is deze destijds (na de triosynode van oktober 1993) niet verder onderzocht. En heeft ook de KOA niet geadviseerd om ook eens in deze richting te zoeken? Ons inziens is het, gezien de grote gevaren die dreigen voor de rechterflank van de kerk, nu de kairos om deze vormgeving alsnog te beproeven. - Tegelijkertijd kan er dan toch ook voor die gemeenten, die zich wel willen verenigen, een oplossing gevonden worden? Wij vrezen dat we onze hand overspelen, wanneer wij als synode op de weg van fusie verdergaan.

Het antwoord, dat hierop gegeven is, o.a. van uw zijde, kennen we: federatie is de kerk onwaardig, het kan en mag slechts fusie zijn. Maar wanneer de consequentie hiervan scheuring is, werpt dat geen licht op de fusiegedachte? Valt deze dan niet onder het verdict van overspannen idealisme in plaats van theologisch realisme? Uw beleid is erop gericht de schade zo beperkt mogelijk te houden. Maar is deze inzet wel juist?

We willen ook verwijzen naar de motie Van Vreeswijk in de Triosynode van no­vember jl., die met algemene (!) stemmen aangenomen is. Daarin werd overwogen dat het SoW-proces voor vele leden van de kerk een zeer gevoelig en soms emotioneel gebeuren is. Tevens werd uitgesproken te zoeken naar aanvullende formuleringen in ordinanties en eventueel in de grondleggende artikelen om de blijvende bezwaren (en - vullen we aan - bezwaarden) tegemoet te komen. Wordt de intentie van deze motie niet recht gedaan, wanneer de hierboven gegeven mogelijkheden verder onderzocht worden?

We beseffen terdege dat het proces in een vergevorderd stadium is. Maar betekent dat dat er geen enkele gelegenheid is om in te grijpen en bij te sturen? Is dat niet het geval, dan heeft het proces een eigenwettelijkheid ontwikkeld, welke kwalijk is. Dan zijn wij ingeleid in een diensthuis, in plaats van er uitgeleid. Dan leven wij in zekere zin onder de wet!

We beseffen evenzeer dat wij onze verplichtingen hebben tegenover de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Wij hebben uitgesproken met hen in staat van hereniging te zijn. Worden wij echter voor hen onbetrouwbaar, wanneer wij hun zeggen: 'Op dit moment kunnen en mogen wij niet verder. Dat laat onze kerk niet toe'? Is er echt de diepe wens tot samengaan, dan zal men deze 'pas op de plaats' alleszins billijken. Men wil toch niet met een gebroken en gehavende partner verder? Bovendien, heeft één van de partners, vanuit de vrees dat haar identiteit werd aangetast, gedurende het proces al niet bij herhaling uitgesproken: 'Als dat wel of niet gebeurt, gaan wij niet mee'?

Het zijn deze zaken, die ons ten zeerste aan het hart gaan, en die ook uw hart zullen hebben.

Wij zijn er ten zeerste verlegen onder. Juist daarom richten wij ons op deze wijze tot u. Wij moeten geen stappen doen, die de communio sanctorum in onze Nederlandse Hervormde Kerk zozeer schaden. Uw en onze eerste verantwoordelijkheid geldt toch onze eigen broeders en zusters. Een en ander zal nog meer tijd en energie gaan kosten. Maar het gaat toch om het welzijn van onze kerk, in al haar geledingen en in al haar verscheidenheid? ! Eigenlijk zou het iedere (wijk)gemeente en iedere (dienstdoende) ambtsdrager gevraagd moeten worden, hoofd voor hoofd: gaat u wel of niet mee? Ecclesiologisch gezien is dat revolutionair. Maar rechtvaardigt de ernst van een situatie soms geen ongewone middelen?

Leide en regere ons de Koning der Kerk!

M. Baan
T. W. van Bennekom
D. C. Floor
J. Harteman
P. van der Kraan
H. J. Lam
A. W van der Plas
J. H. Schrijver
H. Smaal
E. J. van der Stege
R A. Tick
B. H. Weegink
N. van Beek
P. van de Breevaart
H. Harms
R. van Kooten
M. A. Kuyt
D. Leeflang
A. Schaap
G. Sekeris
J. ter Steege
D. van de Streek
R. Wahlbrinck

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Brief synodeleden aan hervormd moderamen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's