Boekbespreking
Ds. Jan-Willem Roosenbrand, Vasten, uitg. De Vuurbaak en Gideon, 1997. 80 pag.
Vasten staat bij veel christenen allang niet meer op het menu. Hierin komt de laatste jaren echter wel verandering. Steeds meer christenen willen te midden van allerlei kerkelijke gewoonten en tradities terug naar de Schrift. Daar staat, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament tientallen malen dat gelovigen vasten, dat wil zeggen: zich voor korte of lange tijd onthouden van voedsel. Wie dan vervolgens de kerkgeschiedenis nagaat, merkt dat in de eigen calvinistische traditie het vasten vroeger beoefend werd. De overheid kon dagen van vasten en gebed uitroepen. Op de een of andere manier is de gewoonte van persoonlijk of gemeenschappelijk vasten grotendeels verdwenen. Hoe komt dit? Zijn we misschien toch gemakzuchtiger of wereldgelijkvormiger dan we willen toegeven? Hebben we te weinig verwachting van de middelen die God ingesteld heeft ter verootmoediging en voor de geestelijke strijd?
Het is een goede zaak dat de vrijgemaakt gereformeerde predikant Roosenbrand aandacht vraagt voor het vasten. Opvallend genoeg is zijn boek uitgegeven bij De Vuurbaak én bij de evangelische uitgeverij Gideon. Het onderwerp is blijkbaar grensoverschrijdend en niet specifiek gereformeerd of evangelisch.
De auteur gaat reeds in het begin van zijn boek in op de weerstanden die er kunnen zijn tegen het vasten: te rooms, te evangelisch, te verdienstelijk, aantasting van eigen vrijheid, enz. Daaina behandelt hij de oud-en nieuwtestamentische teksten. Uit de vele gegevens noem ik nu alleen de verkiezing van ouderlingen die met vasten gepaard gaat: een voorschrift dat de synode van Dordrecht in 1618-1619 overnam. Over het algemeen wijst vasten in de richting van verootmoediging en schuldbelijdenis. Het is een vorm van voortdurend bidden en een hulpmiddel bij de concentratie op God.
In de vroegchristelijke kerk had vasten ook een duidelijke plaats, o.a. ter voorbereiding op de doop. [Overigens: de vertaler van diverse geschriften uit die tijd heet A. F. J. Klijn en niet Klein.] Rond het jaar 200 was het gebruikelijk dat de christenen op woensdag en vrijdag een vastendag hadden. Uit de geschiedenis blijkt ook dat Wilhelmus a Brakel uitvoerig over het vasten geschreven heeft (rond 1700).
Ds. Roosenbrand behandelt ook het islamitische vasten in de maand Ramadan en het vasten om de gezondheid te bevorderen, als een bepaalde natuurgeneeswijze. Hij vergelijkt dit met de godsdienstige context in de Bijbel. Tegenover hen die al te hoog opgeven van het vasten, als een geestelijke sleutel die tal van dichte deuren kan openen, geeft hij een nuchter tegenwicht. Tot slot geeft hij tal van praktische adviezen als iemand het vasten in de praktijk wil gaan brengen. Graag aanbevolen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's