Gods werk óf ons werk? (7)
Remonstrantisme
Voorbeeld
Het voorbeeld dat ik nu ga geven, zal iedere ambtsdrager direct herkennen. Ik denk aan een gezin, bestaande uit vader, moeder en twee kinderen. De beide jongens krijgen precies dezelfde opvoeding. Zij bezoeken dezelfde scholen. Op zondag gaan zij met hun ouders mee naar dezelfde kerk. Bij dezelfde dominee volgen zij catechisatie. Ook gaan zij midden in de week naar dezelfde jeugdvereniging.
Vader en moeder spreken met hun beide zoons meer dan eens over het allerhoogst en eeuwig goed. Dit laatste gebeurt met name als het gezin naar de kerk is geweest. De preek verdwijnt niet met de damp van de kop koffie. Neen, er wordt nog stevig over wat men gehoord heeft gediscussieerd. Beide jongens doen daaraan mee. Het moet gezegd worden: zij weten goed hun mondje te roeren.
Voor het oog een gezin om jaloers op te worden. Een modelgezin! Immers, de nuchterheid en de ervaring gebieden neer te schrijven dat dit helaas niet in alle gezinnen er zo aan toegaat. Soms valt er na een preek helemaal niets te praten, omdat noch vader noch moeder de kinderen naar de kerk hebben gekregen. Hun kroost draaide zich nog eens liever om in hun bed.
Maar gelukkig... het komt ook wel anders voor, zoals ik hierboven heb geschetst. Voor het oog een fijn en gaaf gezin. Echter... wat blijkt als de jongens ouder worden? Dan merkt men in het leven van de één dat hij de Heere vreest, maar dat het leven van de ander helemaal niets van de vreze Gods laat zien. Langzamerhand verwijdert laatstgenoemde zich van alles waarmee hij in zijn jeugd is geconfronteerd en waarvoor hij aanvankelijk groot enthousiasme heeft getoond.
Vanwaar het verschil?
Zoals ik hierboven stelde was er in de opvoeding van beide jongens geen verschil. Men vraagt zich af, hoe het dan toch komt dat zij zo'n verschillende weg zijn gegaan? De één bezit het zaligmakend geloof, de ander niet. Zelfs het historisch geloof heeft de tweede als ballast aan de kant geworpen.
Kan men zeggen dat de één toch meer geschikt was om het geloof te ontvangen en de ander niet? Heeft het dan toch soms iets met een vrije wil te maken? De een wil wel, de ander niet!
Wanneer wij deze vraag aan een remonstrant voorleggen, zal hij een positief antwoord geven. Dat de een wel kiest voor God en Zijn dienst, maar de ander niet moet voor de volle honderd procent aan de vrije wil worden toegeschreven.
Evenals in sommige kringen in onze tijd, zeiden de remonstranten in de zeventiende eeuw: 'Het heil wordt je aangeboden. Je behoeft het maar aan te nemen. Je hebt de wil om het te doen óf dit na te laten'.
In wat zij voorhielden, stond de mens centraal. Niet wat God deed, maar wat de mens deed was van belang. In plaats van theocentrisch werd er antropocentrisch gesproken.
Wie de kerkgeschiedenis enigszins kent, is ermee op de hoogte dat de synode van Dordrecht tegen de opvatting van de remonstranten krachtig protest heeft aangetekend. Met kracht hebben de leden van deze synode van de hand gewezen dat de vrije wil de aangeboren kracht zou zijn om uit zichzelf te kunnen en te willen geloven.
Het geloof echter is een gave! Het is een gave van onze God, zoals wij onder meer in de brief aan de gemeente van Efeze kunnen lezen.
Het is nooit of te nimmer een prestatie van ons. Het heeft wel alles met gratis te maken, doch niets met prestatie.
Hieruit is ook het verschil op te maken dat de ene jongen in de weg des Heeren gaat en de ander niet. Het zit hem vast op gratie, de genade van God.
Uit het gehele menselijk geslacht heeft God Zijn volk uitverkoren. De oorzaak is niet dat de Zijnen beter, zijn dan allen die God is voorbijgegaan. Heel het menselijk geslacht ligt verloren voor God. Niet één is er die goed doet. Niet één is er die God de eer geeft. De Heere zou daarom geen onrecht hebben gedaan, wanneer Hij allen in het verderf had gelaten. Maar... dit heeft Hij niet gedaan. Hij heeft mensen uitverkoren. In de tijd roept Hij ze vanuit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.
Let wel: de scheiding loopt vaak dwars door een gezin heen, zoals ik in het voorbeeld heb aangetoond. Dit is een aangrijpende zaak. Trouwens, dit geldt ook voor de gemeente. Van de gehele gemeente moet gezegd worden dat zij volk van het Verbond is. Helaas zijn niet allen echte kinderen van het Verbond. Er zijn - om zo te zeggen - tweeërlei kinderen des Verbonds. Er zullen kinderen des Verbonds ingaan in de eeuwige vreugde, maar er zullen er ook zijn die de eeuwige smart zullen ondergaan.
Voorzichtig
Op allerlei manieren wordt er in onze tijd over de verkiezing gesproken. Ik krijg zelfs de indruk dat hierover meer wordt gesproken dan een twintigtal jaren geleden. Wat de oorzaak daarvan precies is, heb ik nog niet kunnen achterhalen.
Wanneer men wil laten horen dat de verkiezing troost is, is er niet veel tegen in te brengen. Niet voor niets wordt er gesproken over de troost der verkiezing. De gebundelde artikelen van ds. L. Vroegindeweij dragen deze titel. Terecht. Niettemin zal men er in de prediking zorg voor moeten dragen dat de verkiezing niet een allesoverheersende positie gaat innemen. Er wordt ons meer in de Schrift voorgehouden dan alleen de verkiezing. Het Verbond en alles wat daarmee samenhangt mag in de prediking uitvoerig aan de orde komen. Wat blijft staan is het volgende: Dienaren des Woords zijn geen dienaren van de verkiezing, doch van Jezus Christus. Zij prediken niet de verkiezing, maar wel is de inhoud van de preek Jezus Christus en Die gekruisigd.
Lofprijzing
In onze tijd is men meer dan voorheen van mening dat in de preek ook de lofprijzing aan de orde moet komen. Dat is niet verkeerd. Daarom schrijf ik dat op een evenwichtige wijze de lof op Gods verkiezing gehoord mag worden. Ook de psalmdichter heeft zich wat dat betreft niet onbetuigd gelaten. Ik denk alleen maar aan de psalm die in de kerk vaak wordt opgegeven om te zingen: 'Het is door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen'.
Naast de vele andere facetten uit de Schrift, mag de verkiezing een plaats ontvangen in de preek. Als het maar niet aanzet tot valse lijdelijkheid of dat het iemand doet afschrikken en weghoudt bij het heil. Zowel in de prediking als in het pastoraat doet men er goed aan voorzichtig en gedoseerd over zo'n heerlijke zaak als de verkiezing te spreken. Als het gebeurt, laat het dan een lofprijzing zijn.
De Heere werkt
In sommige kringen hoort men wel zeggen: 'Kies voor Jezus. Steek uw hand op en laat daarmee zien dat u bij Jezus behoort'.
Wie er daarentegen achter komt dat zijn wil een verdorven wil is, weet dat er van zijn kant niet zoveel valt te kiezen. Er is alleen van een keuze sprake, wanneer de wil radicaal wordt omgebogen.
Het ombuigen van de wil is een werk van God. Wanneer het gebeurt in ons leven, is dit een groot wonder. Eerst gaat onze wil totaal tegen de Heere in, maar als de Heere haar ombuigt, gaat zij zich richten op wat de Heere wil. Wij gaan willen wat Godwin
Misschien is het wel goed om op te merken dat er van dwang geen sprake is. Op een verborgen manier buigt de Heere de wil om. Men wordt zo gewillig gemaakt dat men gaat zeggen: 'Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal'.
Nog goed herinner ik mij A. A. van Ruler. Het is al meer dan dertig jaar geleden dat ik hem op college hoorde zeggen: 'De Heere verkracht een mens niet'. Hij wilde daarmee zeggen dat de Heere niet op een gewelddadige manier de mens voor zich inwint. De wil wordt niet aangerand, maar op een Gode welgevallige manier van dood levend gemaakt.
In de Dordtse Leerregels lezen wij hierover het volgende: 'Maar de wil die dood was, wordt levend; die niet wil gaat willen, die boos was, wordt goed; die weerspannig was, wordt gehoorzaam'.
Wanneer God de wil van dood levend maakt, merkt de mens daarvan dan iets? Jazeker! Want ook al gebeurt dit op een verborgen manier, de mens ondergaat dit niet als een stok óf een blok. Hij is er helemaal bij betrokken. In de dag van Zijn heirkracht heeft God een gewillig volk. En dat het gewillig is, daarmee is het op de hoogte. Op de hoogte gebracht door de Heilige Geest.
Het bovenstaande kort samengevat, schrijf ik; God werkt zelf de bekering en het geloof waarbij de mens voor de volle honderd procent is betrokken. Weliswaar niet coöperatief (samenwerkend), maar als mens die het volledig aangaat én ondergaat.
Bekering
Het is goed om over de bekering hier nog het een en ander te schrijven. Hierover bestaan soms de meest wonderlijke opvattingen. In het pastoraat heb ik wel mensen ontmoet die een bekering van de kroeg naar de kerk als de enige echte ommekeer beschouwden. Men moest als het ware eerst in de goot hebben gelegen en daaruit zijn opgehaald, pas dan kon men van een echte bekering spreken. Ik zeg niet dat het altijd zo is, maar soms werken radio- en televisieprogramma's aan zo'n opvatting enigszins mee. Wanneer er alleen maar mensen naar voren worden gehaald die op een of andere manier krachtdadig in hun nekvel zijn gepakt en tot God zijn bekeerd, kan het niet anders of zo'n opvatting moet bij mensen gaan leven. Dat de Heere mensen ook op een andere wijze bekeert, komt dan blijkbaar niet meer op in de gedachten.
Laat ik duidelijk zijn: Wij behoeven niet allemaal in de goot te hebben gelegen, aan alcohol, drugs of gokken verslaafd te zijn geweest om de Heere te leren kennen. Het is ook niet nodig dat wij allen een Manasse zijn die vrijwel zijn hele leven in de zonde heeft doorgebracht en aan het eind van zijn leven tot bekering kwam door een ingrijpen Gods. Wij behoeven ook niet allen te gelijken op Paulus die zich tegen Jezus en tot hen die van die weg waren verzet heeft en toen op de weg naar Damascus door Jezus tot stilstand werd gebracht op zijn heilloze weg.
Bekering kan ook anders in het werk gaan. Maar daarover een volgend keer. (Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's