Verzoening door voldoening (1)
Op de vergadering van de triosynode, die enkele weken geleden werd gehouden, werd gesproken over het thema 'Verzoening'. Het thema werd door verschillende sprekers ingeleid. Ook prof. dr. A. de Reuver was één van de sprekers. We plaatsen twee artikelen van zijn hand, die de leidraad vormen van wat hij ter synode heeft gezegd.Red.
Ter voorbereiding op het synodegesprek over de verzoening sloeg ik Miskottes De kern van de zaak uit 1950 nog eens op, waarin hij een toelichting geeft op het destijds gepubliceerde synodale geschrift Fundamenten en Perspectieven. Hij schrijft daar n.a.v. Christus' priesterambt (optimistisch? ) onder meer, dat orthodoxen, katholieken, lutheranen, gereformeerden het bij alle verschillen eens zijn over de ruil, verwisseling, plaatsbekleding van Christus, die ons wel stoort en ergert, maar intussen toch de eenparige gemeenschappelijke basis vormde en vormt van Gods kerk. Deze kerk staat 'in één geest, met één devotie, opgaande in één lied: 'Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt'. Nooit heeft het liberalisme zich volgens Miskotte zo ondubbelzinnig buiten de kerk geplaatst (!) dan toen het (vanaf de oude Socinianen via de rationalisten tot in de 19e-eeuwse antireformatie van het Modernisme) het kruis ging verklaren als slechts een symbool van Gods liefde. Dat velen van deze dwaalweg al lang zijn teruggekomen, acht. hij 'voluit een bekering'. Christus' priesterlijke werk noemt Miskotte het hart van het Evangelie. Ofschoon hij krachtig onderstreept dat God Zelf de auteur van de verzoening is (en Christus dus geen 'vreemde instantie' is, Die God tot andere gedachten zou hebben moeten brengen), laat hij tegelijk recht overeind staan de notie dat de rechtvaardige God in de overgave van Zijn Zoon óók verzoend wórdt. In dit priesterschap van Christus gaat het om 'genoegdoening'. In zekere zin - aldus Miskotte - zijn alle Christgelovigen over heel de wereld 'piëtisten', namelijk voor zover ze één belijdenis overhouden: 'Jezus, Uw verzoenend sterven blijft het rustpunt van ons hart'.
Het was dus niet alleen de voorzitter van de Gereformeerde Bond, ds. G. Boer, die het in de jaren zestig hartstochtelijk opnam voor de klassieke verzoeningsleer die in onze confessie wordt beleden, maar vóór hem was dat ook door Miskotte gedaan. Ook naar mijn overtuiging behoort de notie van het plaatsbekledend offer van Christus tot de kern van het reformatorisch belijden. Ze maakt niet alleen het hart uit van mijn persoonlijke geloofsleven, maar met deze geloofswerkelijkheid staat of valt de identiteit en vitaliteit van iedere kerk die in het spoor van de Reformatie wil gaan. Wij danken het verzoenende leven aan de Gekruisigde, Die in het jaar 33 voor ons de doodschuld droeg en de doodsmacht brak.
Wie deze kern ontwijkt of ontkent, komt in conflict met passages in de Schrift die voor geen tweeërlei uitleg vatbaar zijn, verlaat het spoor van onze belijdenis die onze spreekregel is en breekt met een traditie die zo oud is als de kerk. Dit prijskaartje is te hoog. En de 'winst' die een alternatieve verzoeningsleer oplevert is schijn: een christelijk geloof dat acceptabel is gemaakt, door de ergernis eraan te ontnemen, lijkt op het beeld van Zadkine in Rotterdam: het heeft geen hart.
De Schrift
Vooral vijf kernwoorden zijn het die het Nieuwe Testament gebruikt om het geheimenis van de verzoening te vertolken.
1. Het eerste kernwoord luidt in het Grieks: katallagè, dat gewoonlijk wordt vertaald met: verzoening. Het is een term die is ontleend aan de sfeer van intermenselijke verhoudingen, bv. een gezin, waarin vervreemding optrad. Verzoening nu betekent herstel van de geschonden relatie. Ze gaat volgens 2 Kor. 5 volstrekt van God uit. Hij was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende. Maar God voltrekt dit niet zonder de schuld van onze Godsvervreemding ter sprake te brengen. Hij bagatelliseert onze overtredingen niet, maar Hij rekent ermee af, door ze niet óns maar Christus toe te rekenen en Hem tot zonde te maken. De Gegevene van de Vader draagt het doodsoordeel weg. Te onzen behoeve, maar ook met het oog op God. De plaatsbekleding van Christus, Die de gemeenschap herstelt, heeft blijkbaar óók een spits naar God toe. D.w.z. dat het relatieherstel niet tot stand komt zonder dat Hij Die verzoent, ook verzoend wórdt. Gods liefdesverhouding is tevens een rechtsverhouding. Hij heeft de zonde veroordeeld in Christus' vlees (Rom. 8 : 3) en het gericht aan Hem voltrokken (Rom. 8 : 34).
2. Het tweede woord is hilasmos, dat eveneens verzoening betekent, maar dan vooral in de zin van uitdelging, genoegdoening. Het is ontleend aan de sfeer van de cultus. Aan deze achtergrond valt te denken wanneer Rom. 3 en de eerste Johannesbrief spreken over Christus als zoenmiddel. Op grond van het oudtestamentische kippeer (verzoenen) is dit te verstaan als een dragen en afwenden van Gods toorn (Zijn weerstand tegen de zonde). Gerechtvaardigd door Christus' bloed, worden wij behouden van Gods toorn (Rom. 5). In deze samenhang staat ook Galaten 3, waar Paulus schrijft dat Christus voor ons een vloek geworden is, d.w.z. een door Gods wet vervloekte. Dat Jezus Zelf herhaaldelijk verzekert, dat Zijn lijdensweg berust op een goddelijk 'moeten', is in dit opzicht van onschatbare betekenis.
3. Het derde woord is thusia (offer), eveneens ontleend aan de cultus. Met name de Hebreeënbrief werkt het thema uit, dat Christus de Priester is Die Zichzelf ten offer geeft tot vergeving van onze zonden (Hebr. 10). In dit verband zijn ook de woorden van de avondmaalsinstelling van groot gewicht, waarin Jezus Zijn bloed (dat is Zijn Zelfofferande) het bloed van het Nieuwe Verbond noemt, dat voor velen wordt vergoten.
4. Het vierde kernwoord luidt: lutron. Het is weer te geven als vrijkoop-som, losprijs, en is afkomstig uit de sfeer van marktplein en slavenhandel. Zo spreken Markus 10 en 1 Tim. 2 over Christus als losprijs; 1 Petr. 1 over Zijn bloed als bevrijdende koopsom. Op kosten van Zijn eigen leven kocht Christus slaven vrij, om ze tot Zijn eigendom te maken en bijgevolg tot eigendom van God (Openb. 5 : 9!). De prijs die Hij betaalde was Zijn Zelfofferande.
5. Het vijfde woord dat hieraan moet worden toegevoegd is het Griekse dikaio-oo. Het is een term die is ontleend aan de sfeer van de rechtspraak en die wordt vertaald met: rechtvaardigen. Dat een mens gerechtvaardigd (vrijgesproken) voor God kan staan en voor Hem bestaan kan, heeft hij te danken aan het verzoenende bloed van Christus (Rom. 3). Doordat deze rechterlijke uitspraak van God in het Evangelie door het geloof wordt vernomen en aangenomen, blijft de verzoening ons niet ver en vreemd, maar komt zij ons nabij tot in het hart en wordt zij ons eigen gemaakt. Onmiskenbaar worden deze vijf woorden alle gedragen door de gedachte van de plaatsbekleding. Zij mag de essentie van de verzoening heten, de as waaromheen heel het herstel van de Godsgemeenschap draait.
De traditie
De notie van Christus' plaatsbekleding heeft gedurende de hele kerkgeschiedenis een voorname rol gespeeld. In de brief aan Diognetus (ca. 200) wordt al gewag gemaakt van de 'zoete ruil', waarbij onze zonde op de ene Rechtvaardige wordt gelegd en Zijn rechtvaardigheid het deel wordt van onrechtvaardigen. Naast een meer koninklijk-triomfantelijke benadering van de verzoening (doorgaans 'dramatisch' genoemd), waarbij Christus de machten van dood en duivel overwint, treffen we ook een meer priesterlijk-cultische lijn aan. Zo schrijft Athanasius (ca. 350) dat het Woord vlees geworden is om Zich in onze plaats aan de Vader te offeren, en Cyrillus van Jeruzalem (idem) dat Christus als het Lam voor ons gestorven is om ons van de zonde te bevrijden. In dezelfde zin laat Augustinus zich uit, die het schuldkarakter van de zonde sterk beklemtoont en daarmee een stempel heeft gezet op de verzoeningstheologie van het Westen.
Anselmus
De bezwaren die tegen de invloedrijke verzoeningsleer van Anselmus (ca. 1100) worden ingebracht, zijn niet gering. Voor een deel zijn ze evenmin misplaatst. Dat hij met afzien van Christus en de Schriftopenbaring, de redelijkheid en noodzakelijkheid van de verzoening dacht te kunnen bewijzen, was te veel eer aan het redelijke (scholastieke) denken. Ter verontschuldiging van zijn methode moet overigens worden bedacht, dat Anselmus' geschrift (Waarom God mens werd) niet in eerste instantie was geadresseerd aan christenen, maar bedoeld was als een weerwoord jegens de bestrijding die de leer van de vleeswording van het Woord ondervond in jodendom en islam. Een beroep op de Bijbel zou naar zijn mening dus weinig zin hebben gehad. Effectiever achtte hij het om zijn tegenstanders te weerleggen met middelen die zij ook zelf hanteerden, namelijk met behulp van het redelijke denken. Dit neemt niet weg dat naar onze gedachte alle theologische bezinning strikt genomen alleen vanuit de bijbelse openbaring rechtmatig kan geschieden. Hier komt nog iets bij. Ofschoon Anselmus zich voor de notie van de satisfactie (genoegdoening) als zodanig op de Schrift kon beroepen, draagt de invulling die hij eraan gaf al te zeer de sporen van het feodale stelsel van zijn tijd en de trekken van het Germaanse rechtswezen.
Het getuigt echter van enorme oppervlakkigheid om op grond van deze (contextueel te verklaren) minpunten, zijn hele stelsel af te wijzen. Want ze wegen niet op tegen de pluspunten. Ik noem er drie. Anselmus heeft (als leerling van Augustinus!) er voluit ernst mee gemaakt dat de zonde een aantasting is van Gods eer, ten tweede dat de zonde ons persoonlijk schuldig stelt tegenover God, en ten derde dat verzoening geen zaak van mensen is (zoals men in zijn tijd en omgeving na een gestage uitholling van Augustinus' genadeleer van mening was), maar voluit van Hem Die God en mens in enen is. Wie Anselmus afdoet als een schools en afstandelijk filosoof, gaat voorbij aan zijn diepe vroomheid en mag zich wel bezinnen op zijn bekende uitspraak: 'Gij hebt nog niet overwogen van welk gewicht de zonde is'. Als Abaelardus, zijn tegenpool, er de nadruk op legt dat aan het kruis de verzoenende liefde van God openbaar komt, waardoor de mens tot wederliefde en navolging wordt gewekt, wil Anselmus het waarheidselement daarvan niet ontkennen, maar wel met kracht staande houden dat dit gezichtspunt volstrekt ontoereikend is om het geheimenis van de verzoening te vertolken. De verzoening komt niet tot stand vanwege onze navolging, maar vanwege Christus' genoegdoening.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's