Zal ik mijn organen ter beschikking stellen?
Er is in deze weken veel te doen rondom het onderwerp orgaandonatie. Dit hangt samen met de vraag die alle Nederlanders van 18 jaar en ouder één dezer dagen wordt voorgelegd. Wij moeten een beslissing nemen hoe wij denken over het al dan niet afstaan van organen na onze dood. Op het formulier kun je invullen of je al dan niet donor wilt zijn en zo ja voor welke organen je donor wilt zijn. Ook kun je de beslissing aan de nabestaanden overlaten. In dat laatste geval moetje wel de overweging meenemen dat er eventueel onenigheid in de familie kan ontstaan als de een te kennen geeft 'er voor' te zijn en een ander 'er tegen'. De gegevens worden in een landelijke computer opgeslagen en kunnen zo in voorkomende gevallen meteen geraadpleegd worden. Het invullen van een formulier met zo'n indringende vraag is niet niets, want je wordt toch maar even met de mogelijkheid van je eigen (plotselinge) dood geconfronteerd. Hoe hierover te denken? Is er vanuit de christelijke ethiek een handreiking te bieden, ook al spreekt de Bijbel uiteraard nergens met zovele woorden over orgaantransplantatie?
Wat is orgaantransplantatie
Orgaantransplantatie is het overplanten van organen en weefsels vanuit het ene menselijke lichaam in het andere, met als doel de uitgevallen functies te vervangen. Het is duidelijk dat er verschil is tussen orgaantransplantatie enerzijds het ter beschikking stellen van de wetenschap anderzijds. Ook bij sectie of obductie gaat het om iets anders. Eén en ander wordt nogal eens met elkaar verward. Laatstgenoemde handelingen vinden plaats wanneer iemand is overleden zonder dat men goed weet wat de oorzaak van het overlijden is geweest of wanneer er gedacht wordt aan een misdrijf. Het lichaam van de overledene wordt dan geopend om zo te trachten achter de werkelijke doodsoorzaak te komen. Hierna kan het lichaam gewoon opgebaard en begraven worden.
In geval van ter beschikking stellen aan de wetenschap wordt het lichaam na het overlijden naar een academisch ziekenhuis gebracht, daar een tijdlang in een formalinebad gelegd en vervolgens in het kader van het onderwijs gebruikt. Het wordt door medische studenten geopend om zo de anatomie (bouw) van het menselijk lichaam te kunnen bestuderen. In dit geval is begraven van het lichaam niet mogelijk. Bij orgaantransplantatie wordt de gever donor genoemd, degene die het orgaan krijgt ontvanger, het overbrengen van het orgaan van het ene lichaam naar het andere wordt transplantatie genoemd. De reden dat men nu aan iedere Nederlander van 18 jaar en ouder vraagt om orgaandonor te willen zijn, is de wens meer organen ter beschikking te krijgen teneinde de lange wachtlijsten te kunnen inkorten. Uit enquêtes blijkt dat zo'n 80% van de mensen positief staat tegenover orgaandonatie, maar dat slechts een kwart van hen ook daadwerkelijk een codicil heeft ingevuld. Daarom probeert men nu via de meer persoonlijke benadering van het formulier meer organen te krijgen.
Toestemming of geen bezwaar
Men hecht in Nederland (terecht) grote waarde aan het toestemmingssysteem. Je bent alleen donor wanneer je dat zelf uitdrukkelijk hebt aangegeven. Dit in onderscheiding van het geen bezwaarsysteem zoals dat bijvoorbeeld in België functioneert. Daar moet je een codicil bij je dragen als je géén donor wilt zijn. Het 'toestemmingssysteem' verdient principieel de voorkeur. De gedachtegang achter het 'geen bezwaar-systeem' is veelal dat de mens behoort aan de maatschappij en dat zijn lichaam na het sterven ter beschikking van medemensen staat. Kenmerkend is dat wordt uitgegaan van een zekere verplichting, of in elk geval een bepaalde vanzelfsprekendheid om organen die je zelf niet meer kunt gebruiken vanwege je dood ten nutte te doen komen aan medemensen die erom verlegen zijn.
Hiertegenover moet staande gehouden worden dat een donatie echt een weloverwogen geschenk moet blijven. Verplichting staat haaks op het begrip 'donatie'. Van een 'geen bezwaar-systeem' gaat weliswaar geen regelrechte verplichting, maar toch wel een zekere morele druk uit. Het lijkt dan asociaal te worden geen organen te willen doneren. Hierdoor wordt aan de persoonlijke verantwoordelijkheid voor Gods aangezicht geen recht gedaan. Laten we niet vergeten dat niet het individu, evenmin de overheid en ook niet de maatschappij, maar de Schepper, ja ook - met zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus - de Verlosser de eigenlijke Eigenaar van het menselijk lichaam is.
Grondig overwegen
Op zich is orgaandonatie naar onze opvatting een goede zaak. Op het moment dat men zelf komt te overlijden en dus de organen niet meer nodig heeft, kan men er een ander een grote dienst mee bewijzen. Kan het geen daad van christelijke naastenliefde zijn om zo organen te mogen afstaan? Hiermee is niet gezegd dat iemand die na grondige overweging besluit geen potentiële donor te willen zijn, daarmee per definitie te kort schiet in naastenliefde! Dat is te rechtlijnig geredeneerd bij een zo persoonlijke afweging. In elk geval is het goed ernstig in overweging te nemen toestemming te geven voor orgaantransplantatie. We zouden onszelf eerlijk de vraag kunnen stellen: zou ik in geval van nood een transplantatieorgaan accepteren, voor mijzelf of voor mijn kind? ' Indien we die vraag positief beantwoorden, zouden we ook positief dienen te staan ten opzichte van het zelf ter beschikking stellen van organen. Denk maar aan de gulden regel: wat u wilt dat u geschiedt, onthoudt dat ook aan anderen niet'! (vergelijk Mattheüs 7 : 12). Dat betekent niet dat we het 'wederkerigheidsprincipe' zouden willen verdedigen. Wanneer iemand een orgaan nodig heeft, moet de vraag of hij/zij zelf donor heeft willen zijn, geen rol spelen. Maar voor onszelf moeten we nagaan of het geen vorm van egoïsme is wel zelf eventueel organen te willen ontvangen, maar ze niet ter beschikking te willen stellen.
Omdat het lot van mensen die ernstig ziek zijn en wachten op een transplantatie ons zeer ter harte dient te gaan, zullen we grondig willen nadenken over deze nieuwe mogelijkheid tot betoon van naastenliefde. Wel moet de beschermwaardigheid van het menselijk leven, zowel van donor als van ontvanger, steeds het ijkpunt van de besluitvorming zijn. We behoeven orgaantransplantatie niet af te wijzen als grensoverschrijdende techniek. Het merkwaardige is nu juist dat artsen gebruik moeten maken van organen die de Heere God zelf in zijn schepping laat groeien. Immers de wetenschappers zijn met al hun kennis nog steeds niet in staat om bijvoorbeeld een nier na te maken. Dat zou hen toch ook aan het denken moeten zetten of dit dan wel vanzelf zou kunnen ontstaan door evolutie!
Randvoorwaarden
Ons standpunt ten aanzien van orgaandonatie is 'ja, tenzij'. Het 'tenzij' vullen we als volgt in:
- De donor moet werkelijk zijn overleden, anders zou er sprake zijn van orgaanroof. Iemand is overleden als de hersenen dood zijn (hersendood). Er zijn speciale criteria opgesteld om hersendood vast te stellen. Vroeger gold iemand als overleden omdat het hart ophield met kloppen en dan dus ook de hersenen gingen afsterven. Nu weten wij dat er heel wat mensen leven die hartstilstand hebben meegemaakt. Iemand is niet reeds overleden wanneer zijn hart ophoudt met kloppen, maar anderzijds is hij niet pas overleden als zijn laatste cel dood is. Dat laatste is pas na een paar dagen het geval: na het overlijden gaat de haargroei zelfs nog enige tijd door.
- Familieleden van donoren hebben recht op goede begeleiding, maar ook op betrouwbare en toegankelijke informatie en op de zekerheid dat de dood van de mens die zo plotseling uit hun midden wordt weggerukt, onweerlegbaar wordt aangetoond en bevestigd door onafhankelijke specialisten.
- Het is ook van belang om bij invulling van een codicil aan te geven welke organen men ter beschikking wil stellen of in elk geval welke niet (niet die organen waarmee de individualiteit heel direct gemoeid is, zoals hersenen, geslachtsorganen).
- Het moet bij donatie puur om naastenliefde gaan. Soms kom je de gedachte tegen dat men door organen ter beschikking te stellen een bepaalde zin kan geven aan het sterven. Iets van het vijandkarakter van de dood zou dan op deze wijze weggenomen worden. Maar dat is onbijbels: de laatste vijand wordt alleen door Christus teniet gedaan en alleen in oprechte geloofsverbondenheid met Hem overwonnen. Het is ook niet zo dat we door donatie iets van onszelf zouden kunnen onttrekken aan het oordeel van de dood. Ons sterven wordt niet gerelativeerd doordat er organen van ons voortleven in anderen.
- 'Uiteindelijk gaat het er niet om of men voor of tegen is, maar het gaat erom of de overweging verantwoord wordt genomen voor Gods aangezicht in onze persoonlijke omstandigheden. Een ding moet dus in elk geval: er serieus over nadenken en voor Gods aangezicht tot een persoonlijk standpunt komen!' (dr. R. Seldenrijk, in zijn boek Organen en weefsels op reis; een medisch-ethische afweging van de transplantatiegeneeskunde. Leiden 1993).
Enkele veel gestelde vragen:
- Je organen dragen toch jouw identiteit en zijn dus een stukje van jezelf, dat kun je toch niet zo maar overplaatsen?
Inderdaad heeft ieder mens zijn eigen weefselgroepen die voor ieder mens uniek zijn. Toch is dat geen reden om niet een orgaan van iemand anders te mogen ontvangen. Immers het wezen van iedere mens zit in zijn of haar hersenen. Alle cellen in het lichaam worden gedurende het leven sowieso een aantal keren vervangen, behalve de hersencellen. Ook voor de ontvanger is het geen bezwaar om een orgaan van iemand anders te ontvangen: dat tast de identiteit evenmin aan als het in het lichaam aanbrengen van onderdelen van plastic of metaal, zoals een kunstheup.
- Moet een lichaam niet compleet begraven worden met het oog op de opstanding?
Dan zou je ook geen ernstig zieke lichaamsdelen mogen laten verwijderen. Hoe vaak gebeurt dat niet bij een operatie? Een bijbels voorbeeld is het volgende: toen het lichaam van Jozef gebalsemd werd in Egypte (Genesis 50 : 26) zullen ongetwijfeld zijn ingewanden verwijderd zijn, aangezien anders de balseming niet zou zijn gelukt. Ingewanden leveren nu eenmaal een sterke bijdrage aan de vertering van het gehele lichaam.
- Is het lichaam nadat er organen aan onttrokken zijn, nog wel op te baren?
De organen worden zo uitgenomen dat daar bij de opbaring niets van is te zien en ook de begrafenis kan op de normale tijd plaatsvinden.
- Laten ze je bij een ernstig verkeersongeluk niet eerder doodgaan omdat ze je organen graag willen hebben?
Het team dat zich met het slachtoffer bezighoudt, is een heel ander team dan hetgeen de uitname van organen verzorgt, zodat er geen 'belangenverstrengeling' kan plaatsvinden.
- Waarom moet een mens een nieuw orgaan krijgen?
Als je er zo slecht aan toe bent, moet je iemand dan ook niet laten sterven?
Het bijzondere is nu juist dat iemand door zo'n transplantatie enorm kan opknappen. Een overweging zoals in deze vraag naar voren komt, zal men wellicht indertijd ook gehad hebben bij de eerste blindedarmoperatie, die men nu als een kleine ingreep ziet.
- Als het je tijd is, moet je toch ook gewoon kunnen sterven?
Het is over het algemeen pas echt je tijd als er geen verantwoorde medische mogelijkheden kunnen worden ingezet. Ook het nalaten van een ingreep moet je verantwoorden.
- Straks gaat men misschien wel dierlijke organen gebruiken, waar kom je terecht?
Wij bestaan al voor een groot deel uit dierlijke bouwstoffen. Wij eten immers geregeld vlees, dat wordt in ons lichaam afgebroken tot heel kleine bouwstoffen die vervolgens weer worden opgebouwd tot lichaamseigen stoffen. Waarom zou je wel bezwaar hebben tegen dierlijke organen en niet tegen plastic of metalen voorwerpen die in het lichaam worden ingebracht? Voorlopig is het afstotingsprobleem overigens nog te groot om dit als een reële mogelijkheid te zien, hoewel varkenskleppen al heel lang worden ingebracht in het menselijk lichaam.
- Stel dat een zondig mens die niets met God te maken wil hebben mijn orgaan krijgt, dan kan hij doorgaan met zijn zondige leven.
Dat is waar, maar daarmee wordt voor die mens ook het heden van de genade verlengd en blijft er de mogelijkheid van oprechte bekering. God doet de zon schijnen voor bozen en goeden, dan mogen wij ook niet discrimineren in het weldoen aan de naaste.
- Toch blijf ik een bezwaard gevoel houden ten aanzien van transplantatie...
Dat komt waarschijnlijk toch omdat je hierdoor best wel met de mogelijkheid van je eigen sterven wordt geconfronteerd. Maar wij hebben hierin ook onze christelijke verantwoordelijkheid te verstaan. Het is toch wel schrijnend als transplantatiecoördinatoren moeten zeggen dat er juist uit de 'Bijbelzone' weinig organen komen. Misschien is men toch nog te bang dat er dingen gebeuren waar men geen vat op heeft. Is hierin misschien niet een taak weggelegd voor vertrouwde organisaties zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Patiënten Vereniging? Zou er geen netwerk van pro life artsen te vormen zijn, zodat mensen in voorkomende gevallen een beroep op hen kunnen doen om hen als gesprekspartner te kunnen bijstaan in moeilijke afwegingen?
Voor verdere overweging kan men terecht in het genoemde boek van Seldenrijk en in de recente uitgave van drs. A. A. Teeuw,
Wilt u donor zijn? Een praktisch-pastorale handreiking bij orgaandonatie, Heerenveen 1998.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's