De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verzoening door voldoening (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verzoening door voldoening (2)

10 minuten leestijd

De Reformatie

In de reformatietijd zien we in zoverre een herleving van de anselmiaanse verzoeningsleer, dat de verzoening wordt verstaan als een gebeuren waarvan God voluit de auteur en schenker is, maar waarbij Hij tegelijk en niet minder Degene is Die wórdt verzoend. Anders gezegd: God is niet alleen subject, maar ook object van de verzoening. Diep leeft het besef dat de zonde God pijn doet en vertoornt, en dat de verzoening weliswaar strikt van God uitgaat en derhalve aan Zijn barmhartigheid ontspringt, maar dat zich daarin toch meteen het rechtvaardige oordeel van Zijn toorn voltrekt. De anselmiaanse term satisfactie namen alle reformatoren over, zij het in gewijzigde en gezuiverde vorm. Veel meer dan Anselmus vermeden zij immers de gedachte dat het in de verzoening zou gaan om de logisch bevredigende afwikkeling van een juridische procedure. Christus is geen vreemde derde instantie tussen God en mens, maar een Persoon die één is met God en Zich één maakt met de mens. Hij bemiddelt, maar Zijn bemiddeling is van een geheel eigen aard. Ten eerste omdat Hij door God is gegeven en Zelf ook God is en blijft, ten tweede omdat Hij Zich met de mens vereenzelvigt en hem plaatsbekledend vertegenwoordigt.

Luther

Luther heeft oog voor de (vroeg-kerkelijke) gedachte dat in Christus' dood de demonische machten overwonnen zijn (vgl. Kol. 2 : 15), maar niet minder voor de notie van de plaatsbekleding. De voldoening van Christus vormt onbetwist de hartslag van zijn vroomheid en van zijn rechtvaardigingsleer. Galaten 3 staat hem in de ziel gekerfd: Christus heeft ons verlost van de vloek der wet door voor ons een vloek (gevloekte) te worden. Hij droeg in onze plaats Gods oordeel. Maar beduidend krachtiger dan Anselmus onderstreept Luther, dat dit geheimenis tot ons komt in de verkondiging van het Evangelie en dat het zijn beslag krijgt in het amen van het geloof. Verzoening en rechtvaardiging horen onlosmakelijk bijeen. De (heilshistorische) verwerving van het heil en de (heilsordelijke) toe-eigening daarvan zijn onlosmakelijk op elkaar betrokken. Zo is de verzoening geen objectief-afstandelijk gebeuren in de verte, maar de wending van toorn naar vrijspraak die God in Christus eens voorgoed voltrok én die Hij hier en nu ons persoonlijk deelachtig maakt. Men zou kunnen zeggen dat Luther Anselmus' zienswijze overneemt en meteen aanvult met een aspect dat bij Anselmus onderbelicht bleef: in Christus, Die Gods toorn voor ons droeg, zien wij de liefde van de verzoende (en verzoenende) God Zelf in het hart. Christus is immers 'de spiegel van Gods Vaderhart'.

Wellicht is Luthers gedachte van Gods 'vreemde' werk in Zijn veroordelende wet en Zijn eigenlijke werk in het vrijsprekend Evangelie, mede vruchtbaar te maken voor de verzoeningsleer. Gods liefde is dan de eigenlijke drijfveer van de verzoening. Maar deze verzoening komt niet tot stand dan door het 'vreemde' werk van de stilling van Zijn toorn door Christus. Deze twee kanten moet men dan wel bijeenhouden, evenzeer als wet en Evangelie. Wie alleen volstaat met de notie van de toornstilling, tiranniseert het Godsbeeld. Wie blijft steken in de notie van de liefde, berooft de verzoening van haar ernst.

Calvijn

Calvijn behandelt de verzoening in het kader van het drievoudige ambt van Christus. Als Priester draagt Hij de schuld weg door Zijn Zelfofferande. De Hebreeënbrief vooral fungeert hier als gids. Intussen worstelt Calvijn met het probleem van de prioritiet. Wat is eerst: Gods toorn of Zijn liefde? Calvijns bezinning verloopt afgewogen en behoedzaam.

Enerzijds onderstreept hij met beslistheid dat het God is Die in Zijn liefde het initiatief neemt tot de verzoening. Hij noemt het een accommodatie (aanpassing) aan onze menselijke gevoelens, wanneer de Schrift Gods toorn aan Zijn liefde laat voorafgaan en deze liefde pas laat ontstaan na en omwille van het offer van Christus. Deze voorstelling van zaken is overigens geen schijnbeweging, maar is van wezenlijk pedagogisch belang. Ze heeft namelijk de bedoeling om ons des te beter te leren verstaan, hoe ellendig we eraan toe zijn buiten Christus, en om ons te verzekeren dat wij slechts dan in Gods liefde delen wanneer wij in Christus zijn. maar op zich ging Gods liefde aan Christus' offer vooraf en de verzoening dus van Gód uit.

Anderzijds is Gods voorafgaande toorn voor Calvijn toch meer dan alleen aanpassing aan ons gevoelen. Ze is óók voluit reëel. Maar vooral op dit punt wikt en weegt hij zijn gedachten. Genuanceerd stelt hij dat God ons haat voor zover wij aan de zonde vervallen zijn, maar dat Hij ons liefheeft omdat we toch Zijn schepselen blijven. Door de verzoening in Christus nu neemt Hij weg wat Hij in ons haat. Eerst dan staat niets zijn liefde nog in de weg. Zo poneert hij in dit verband (met Augustinus): 'Dus beminde Hij ons op wonderbare wijze, ook toen Hij ons haatte'.

Het is duidelijk dat God in Zijn liefde vóór alles de bewerker is van de verzoening, maar evenzeer dat deze liefde het niet verdraagt te worden afgewezen. Het is een liefde die de gegriefdheid en toorn over die afwijzing als gericht doet neerkomen op Gods geliefde Zoon, om ons daarvan te bevrijden. Christus droeg onze vloek. Calvijn aarzelt niet om daarbij de formulering te gebruiken, dat Christus 'de persoon van een schuldige en boosdoener droeg' in onze plaats. Evenals voor Luther is deze plaatsbekleding voor Calvijn een eenmalig gebeuren in de heilshistorie, dat evenwel in het Woord der prediking nabij wordt gebracht tot rechtvaardiging door het geloof. Zo 'grijpt het geloof de vrijspraak aan in Christus' veroordeling'.

Overigens kent ook Calvijn, zij het minder uitgesproken dan Luther, het overwinningsaspect van de verzoening: Christus is aan de dood prijsgegeven, om juist zo de dood te verzwelgen!

Dogmatische bezinning

In de bezinning over de verzoening vallen de beslissingen in de Schriftleer, de Godsleer en de zondeleer.

In de eerste plaats in de Schriftleer: laat men de Schrift als het Woord van God uitspreken of valt men haar in de rede op al die momenten dat ze met onze menselijke eigentijdse gevoelens en inzichten in tegenspraak is? De moderne hermeneutiek (de theorie over het verstaan en vertolken van de Bijbel) biedt vele mogelijkheden om weerbarstige passages in de Schrift als plooien glad te strijken of als antieke voorstellingswijzen het zwijgen op te leggen. Deze weg is voor het geloof onbegaanbaar. Punt één, omdat wij de Schrift hebben ontvangen en omhelsd als de betrouwbare bron en geloofwaardige norm van geloof en theologie. Punt twee, omdat heel die kritische selectiemethode en hermeneutische herinterpretatie in hoge mate subjectief zijn. Ze berusten op vooronderstellingen 'van beneden' en zijn ingegeven door het culturele klimaat dat men inademt.

Hoezeer Schriftvertolking ook tijdbetrokken is, de tekst mag zich nooit uitleveren aan het dictaat van de eigentijdse context. Wat wij van God weten, heeft maar één bron: de Schrift. Onze interpretatie daarvan moge beperkt zijn en de sporen dragen van ons 'kortzichtige' referentiekader, maar zij zal er wél naar streven om recht te doen aan de woorden van de Schrift én aan de bijbels-theologische verbanden die daarin oplichten. Ook en bij uitstek in vertolking van het Woord Gods wordt ons het zelfbeschikkingsrecht heilzaam ontzegd en ontnomen, om het Schriftverstaan al­ leen te verwachten van de horige overgave aan Woord en Geest.

Doet men dit laatste, dan komt men niet uit bij een Godsleer waarin de straffende gerechtigheid en de toorn over de zonde zijn 'uitgezuiverd'. God komt in de Schrift op ons toe als een God van grote liefde, maar ook als de Heilige Die Zich vertoornt over onze miskenning van Zijn heilzaam recht en Die daarover de vloek uitspreekt.

Vandaar dat zonde in de Schrift veel meer is dan een incidenteel vergrijp of een tragisch misverstand. Zonde wekt Gods ongenoegen en afkeer. Het is een afkeer die Hij blijkbaar niet zonder meer aflegt, maar veeleer uitspreekt en - sterker nog - uitstraalt in het vuur van Zijn toorn. Het genadig geheimenis van de verzoening is nu dat Hij dit gericht liet gaan over Zijn eniggeboren Zoon. Vandaar dat Gunning met recht kon zeggen, dat Gods toorn de spits is van de vlam van Zijn heilige liefde. G. Boer viel Gunning hierin met nadruk herhaaldelijk bij. Gods vergeving is Zijn liefde in de hoogste spankracht. Niet: zand erover, maar uitdelging door het offer van Christus' bloed.

Daarom kan men niet volstaan met een verzoeningsleer a la Abelardus of Socinus, waarbij de notie van Christus' plaatsbekleding in het goddelijk oordeel wordt verwijderd en de verzoening wordt gereduceerd tot een morele verandering van de menselijke gezindheid. In zo'n verzoeningsconceptie gebeurt niets, schreef Berkouwer eens vlijmscherp en trefzeker. In de verzoening op de kruisheuvel gebeurde wel degelijk iets. Daar ging Gods oordeel over Zijn eigen Zoon. Daarbij kan de notie van de voldoening in geen geval worden gemist. Wie dit afschildert als een projectie van de bloedwraakidee, heeft nog niet verstaan van welk gewicht de zonde is. Zonde is majesteitsschennis, die schuldig stelt en uitdelging behoeft. God tilde er zozeer aan dat zonder bloedstorting geen vergeving geschiedt!

Voldoening is een deugdelijk en zelfs onopgeefbaar woord, mits men beseft dat het geen instantie buiten God Zelf is die deze voldoening vereist (zodat Hij de gevangene zou zijn van Zichzelf, zoals Den Heyer karikaturiseert), maar dat Hij het Zelf is. Die haar in Zijn heilige liefde vraagt én geeft. Christus moest van en voor Zijn Vader dit gericht ondergaan en erin ondergaan, om op de derde dag uit dit doodsoordeel op te staan. Hierbij dient men voortdurend met twee woorden te spreken: God is subject en Hij is object; Gods liefde biedt verzoening, maar de heiligheid van deze liefde vergt ook voldoening.

Hoewel het onze bevatting ver te boven en onze verstaanshorizon wijd te buiten gaat, geloven we dit heilsmysterie met het hart en belijden wij het met de mond, als de slagader van ons christelijk geloof: Christus mijn zonde, ik Zijn gerechtigheid. Nadenken over de verzoening is alleen mogelijk, als we de Verzoener aanbidden (H. Baarlink)! Wanneer Den Heyer in zijn geruchtmakende geschrift over de verzoening (waarin met verachting van alle dogmatische bezinning het Evangelie wordt versnipperd en verknipt tot een veelheid van tegenstrijdige visies) formuleert, dat 'het belijden van de kerk zegt dat Jezus' dood verzoening bewerkstelligt', wrijft men zich de ogen uit. Niet omdat het niet waar is, maar omdat hier de indruk wordt gewekt dat slechts de belijdenis zo spreekt en niet de Bijbel. Dat Den Heyers weerstand hiertegen echter niet alleen dit belijden maar ook de Schrift betreft, blijkt overigens uit het directe vervolg overduidelijk: 'Hoe kan de dood van iemand in een ver verleden voor mij, die vele eeuwen later leeft, heil en redding betekenen? ' Dat Christus' dood deze heilsbetekenis heeft, is nu precies wat het Evangelie ons te geloven geeft! Maar, vraagt de auteur: 'Ben ik dan niet verantwoordelijk voor de gevolgen van mijn eigen woorden en daden? ' Wie het gewicht van deze vraag werkelijk beseft, kan levenslang niet over het antwoord uit dat ons van Godswege is geschonken: 'Christus overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardiging'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Verzoening door voldoening (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's