De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis doen is omzien

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis doen is omzien

8 minuten leestijd

In gemeenschap met de kerk der eeuwen

Enigszins bedremmeld stonden we met elkaar in de consistorie voor de dienst te wachten. Na een winter van intensieve bijbelstudie en leerstellig onderricht gingen we ons ja-woord geven. Onze ouders hadden het bij de doop beloofd ons te zullen opvoeden in de christelijke leer.

Dankbaar zaten ze in de kerk te wachten op het moment dat hun kinderen dat jawoord voortaan voor eigen rekening zouden nemen. Grootouders dankten in stilte God dat Hij aan Zijn verbond wilde gedenken.

Belijdenis doen voltrekt zich in de gemeenschap met de kerk der eeuwen. Van de ene generatie op de andere plant God Zijn heerlijke Naam voort. Je reikt elkaar de hand binnen de christelijke gemeente.

Als je de Naam belijdt, ben je niet de eerste. Wie in Christus is, is in Zijn lichaam vast geraakt. En dat lichaam was er al, lang voor je werd geboren. De zorg van het Hoofd houdt het lichaam in stand. De eeuwen door, geslachten lang. Zo bewaart God het geloof. Wij doen dat niet. God doet dat binnen Zijn kerk. En als het zover komt dat je het geloof mag belijden, dan voeg je je in die kerk der eeuwen. 'Een gelovige gelooft nooit puur op z'n eigen houtje. Hij zingt ook niet stil wat voor zich heen. Daar staat een enorm koor in de wereld de lof van God te zingen. Dat is de kerk. De enkele mens gaat daar bij staan. Hij zingt mee. Dat zingt het prettigst. Zo kan de mens het best wijs houden. Het koor houdt de enkele mens, wat zingen betreft, op de been' (A. A. van Ruler in: Ik geloof, Nijkerk 1968 blz. 9).

Via de kerk der eeuwen belanden we uiteindelijk bij de bron van het geloof zelf. Haar zijn de woorden Gods toebetrouwd. De schat van Gods geheimenis in Christus onthuld. Ik kom naast Petrus te staan. Ik zeg samen met hem: Heere, tot wie zullen we heengaan? Bij U zijn de woorden van het eeuwige leven. Ik knik instemmend als ik hem hoor zeggen: Jezus, U bent de Christus, de Zoon van de levende God! Ik raak met Thomas diep verwonderd als hij precies vertolkt wat er ook in mijn hart leeft: Mijn Heere en mijn God. Samen met Jezus' volgelingen drink ik Jezus' woorden in. Ik kom met hen bij het kruis terecht. Ik ontdek met hen dat de steen voor Jezus' graf gelicht is. Ik hoor met hen Zijn woorden van vertrek én van Zijn blijven. Ik zie Hem vol glorie ten hemel varen. Ik weet Hem daar ook voor mij ten goede aan de rechterhand van de Vader. Met blijdschap in mijn hart leef ik onder een geopende hemel. Mijn Voorbidder leeft Boven ook voor mij. Het wordt Pinksteren in mijn leven. De Geest leidt me voort en houdt me bij de hand. Ik begrijp de discipelen in hun zielsverlangen naar Jezus' komst. Zo beleef ik met hetzelfde geloof als de eerste volgelingen van de Heiland de band aan onze Heere en Koning.

Samen met alle heiligen

Ik merk weleens onder jonge belijders dat ze niet zoveel willen weten van hoe het vroeger was. Die oude belijdenissen, wat hebben wij daar vandaag nog aan? En dat je je door je belijdenis voegt bij de Hervormde Kerk, ach het zou wat. Nee, je doet belijdenis van jouw geloof. Dat heeft toch niets met die Hervormde Kerk te maken? Ik belijd mijn geloof. En daar gaat het om. Sommigen gaan zelfs aarzelen of ze het dan wel zullen doen, als ze ook moeten beloven trouw te zijn binnen de Hervormde Kerk. Ik, daar staat een streep onder. Ik geloof.

Dat houdt verband met de tijd waarin wij leven. Juist ook in geloofszaken valt veel nadruk op het subjectieve van hem of haar die belijdt. Wat ik voel en wat ik vind en zoals ik het zie en ervaar, dat geeft de doorslag. Wat heb ik met vroeger te maken? Wat moet ik rnet woorden uit de eerste eeuwen van de christelijke kerk? Wat bieden mij nog de belijdenissen uit de zestiende eeuw? Ik leef hier en nu. Bijna in de eenentwintigste eeuw. Wij zeggen soms: niet elke generatie hoeft het wiel opnieuw uit te vinden. Dat bedoelen we in de kerk ook als we ons verheugen over het eeuwenoude belijden van de kerk. De Geest is al twintig eeuwen geleden uitgestort. En God heeft die Geest nimmer teruggenomen, hoezeer wij Hem vaak wel hebben bedroefd of hebben trachten te blussen. Al die eeuwen door heeft de Parakleet (= de Geest) de kerk in al de waarheid geleid. Haar in de actualiteit van het ogenblik zicht en inzicht geschonken in Gods bedoelingen. Die zal u alles leren, had Jezus beloofd. Jezus had Zelf de nodige sluiers van Gods waarheid opgelicht. Ja, Hij was Zelf de Weg, de Waarheid en het Leven. Maar veel kon Hij toen nog niet zeggen. Echter, de Geest zou komen en die zou het werk van Jezus verder afmaken.

Je ziet die Geest bezig. De ambten worden aan de christelijke gemeente gegeven. Gaven en bedieningen worden haar in rijke mate geschonken. De Geest spreekt alle talen. Hij kiest goddelijke wegen. In cruciale en dreigende tijden in de geschiedenis van de christelijke kerk geeft de Geest te spreken en verschaft Hij inzicht in Gods bedoelingen met het Evangelie. Formuleringen worden voorzichtig op schrift gesteld. Gewaakt wordt over het mysterie van de vleeswording van het Woord. De wacht wordt betrokken bij het pand de kerk toebetrouwd van oude tijden af.

Zo gaat dat de eeuwen door. De Traditie met een hoofdletter stroomt als een levende rivier door de eeuwen heen. Ze wordt overgedragen van de ene eeuw in de andere. Zelfs als de context van de tijden de inhoud ervan dreigt te verdonkeremanen, zorgt God voor oplevingen en hervormingen zodat de kostbare schat van het hoogheilig Evangelie bewaard blijft.

Wat een hoogmoed te denken dat de Geest pas in de tweede helft van deze eeuw het échte licht heeft laten schijnen. Wij staan op de schouders van ons voorgeslacht. We verheugen ons met hen in de Christus der Schriften. We weten ons juist om deze Traditie met het oude Bondsvolk verbonden. Ja, juist met hen, de eersteling onder de broederen. Met hen is God begonnen. Uit haar is onze oudste Broeder voortgekomen.

Welkom in de strijd

Een wat afgezaagd geraakte uitdrukking misschien. Maar in het kader van wat we bedoelen toch zo sprekend. De apostel maant in zijn dagen de gelovigen de wedloop vol te houden. Hij somt de heldengalerij voor hen op (Hebreeën 11). De wolk der getuigen is om u heen. Net als Napoleon zijn soldaten aanvuurde in Egypte midden tussen de piramiden. Veertig eeuwen zien op u neer, was zijn strijdkreet. Zo bedoelen we het nog steeds als we na de dienst van de belijdenis elkaar de hand geven: welkom, jonge vriend, in de rij van christenstrijders. Het voorgeslacht verheugt zich over je keus van het goede deel.

Ze weten het: een mens komt niet zomaar tot die stap. Daar is innerlijke overredingskracht voor nodig. U bent mij te sterk geworden. U hebt mij overmocht, wist de toen nog jonge beHjder Jeremia. We weten ons door de eeuwen heen verbonden met allen die een even kostbaar geloof met ons verkregen hebben. We kennen diepe verbondenheid met hen die de strijd al te boven zijn. Hun God werd ook onze God. En tot hun volk worden wij ook voortaan gerekend.

Dat niet wij het geloof uitgevonden hebben, maar kregen overgedragen via de vrome geslachten vóór ons, maakt ons bescheiden en ootmoedig. Ik zeg wel 'ik geloof, het is per slot van rekening een strikt persoonlijke zaak tussen God en mij. Maar ik zeg het wel binnen het 'wij geloven'. Dat geeft me tegelijk ook de nodige ruggensteun. Ik sta er niet alleen voor in deze wereld als het om het geloof gaat. Ik steun op het geloof van de kerk der eeuwen. In het lied dat ik zing, neem ik Davids woor­ den op de lippen. Ik klaag én jubel met hem mee. Achter David aan treden nog vele zangers van het hoogste lied. Zo schrijdt de stoet der pelgrims voort. Ik weet me met hen allen verbonden en met hen door het geloof in Christus verenigd.

In de gemeenschap van de heiligen van alle tijden en van alle plaatsen mag ik gaan over de weg ten leven. Er bij gevoegd door Gods goede hand. Er toe geroepen om Zijn genadige verkiezing. Wat een vreugde tot dat volk te mogen horen. Wat een voorrecht tot die gemeente des Heeren te zijn gebracht.

Ik belijd het geloof, met het oog op vroeger gericht, ja.

Ik zet mijn treden in dat spoor. Van mijn kindse jaren geleid en onderricht. Van kindsbeen af de heilige schriften geweten en geleerd.

Ze hebben me wijs gemaakt tot zaligheid. God zij eeuwig lof en eer!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Belijdenis doen is omzien

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's