Het belijden van de kerk (1)
Aanleiding
Eind vorig jaar mocht ik als gast aanwezig zijn op een vergadering van ringpredikanten. Er werd daar een lezing gehouden over het belijden in de Lutherse Kerken, waarbij natuurlijk speciaal de Leuenberger Konkordie ter discussie kwam.
Voor wie zich afvraagt wat dat is: de Leuenberger Konkordie is een soort afspraak tussen kerken van luthers en gereformeerd belijden om oude veroordelingen en beeldvormingen te overwinnen en zo tot beter begrip en een mogelijkheid van kanselruil te komen. Later komen we hier uitgebreider op terug.
Bij de discussie had ik het gevoel en sprak ik ook uit dat we dikwijls wat statisch over het belijden van de kerk spreken, zonder dat dit voor de situatie van nu vruchtbaar is. Het gevoel is dikwijls: We hebben toch een belijdenis: de Drie Formulieren van Enigheid, dat moet genoeg zijn, daar moet niet aan getornd worden - en we gaan over tot de orde van de dag.
Zoals dat dan gaat: mij werd gevraagd wat ik bedoelde en of ik dat eens wilde uitwerken.
Ik meen dat we om te weten wat de belijdenis voor de kerk vandaag zou kunnen (mogen) en moeten betekenen, we moeten nagaan waarom en hoe de kerk in de geschiedenis tot een belijdenis is gekomen. Dat uit te zoeken bleek een hele legpuzzel te zijn. De stukjes daarvan kan men hieronder aantreffen. En om nog een ander beeld te gebruiken: om ver te springen is een lange aanloop nodig. We zullen nogal ver in de geschiedenis moeten teruggaan.
Eerste vragen
Heeft een kerk een belijdenis nodig? Tegenover allerlei vrije groepen, die beweren dat de Bijbel genoeg moet zijn, hebben de gevestigde kerken steeds gesteld dat een belijdenis nodig is. Om een aantal redenen dat nog aan de orde zal komen. Uit de oude kerk kennen we de doopbelijdenis en later de drie oecumenische belijdenissen: het Apostolicum, de belijdenis van Nicea en die van Athanasius. Wanneer we de noodzaak aangetoond hebben blijven echter enkele verdere vragen:
1. Is er een verschil tussen een belijdende kerk en een belijdenis-kerk? En zo ja, waar kiezen wij dan voor? En zo nee, wat doen wij dan met de belijdenis?
2. Moet een belijdenis minimaal of maximaal zijn? Moet de kerk alleen het allerwezenlijkste zo bondig mogelijk aangeven of moet zo breed mogelijk elke eventuele ketterse uitleg bij voorbaat de pas afgesneden worden?
3. Is het belijden primair gericht op het verleden, een neerslag van verworven inzichten, of vooral gericht op de toekomst, om veilige wegen te wijzen? Of beide en hoe dan?
4. Hoe kunnen wij met onze ervaring de jonge kerken op het vroegere zendingsveld helpen bij hun belijdenis vorming in hun situatie?
5. Heel belangrijk is ook dat we uitspreken of al dan niet in de belijdenisvorming ergens een afsluitend moment is of komen zal, waarna geen wijziging of verdere toevoeging meer nodig en mogelijk is.
Confessionalisme
Er is een verschil tussen confessioneel en confessionalistisch. Het is goed dat de kerk de Naam van haar Heere en Heiland belijdt, en Zijn werk voor en in ons. Dat is confessioneel.
Confessionalisme is dat de formuleringen van die belijdenis als een wettische en principieel onveranderlijke autoriteit worden gebruikt. Confessionalisme is een teken van verstarring, waarbij het niet gaat om het levende geloof maar om de onveranderlijke formuleringen. De confessie wordt dan een wet. Beroep op de Heilige Schrift is dan hoogstens nog een theoretische mogelijkheid. Bij voorbaat verdacht.
Het steekt hier nauw: geloven wij in de belijdenis, of in de God van de belijdenis, beter nog: in de God van de Schriften? Professor J. Severijn placht dan te spreken over de religie van de belijdenis.
Bovengenoemde vorm van confessionalisme, ook wel formalistisch conservatisme genoemd, dreigt vooral als reactie op nieuwe verschijnselen in kerkelijk en geestelijk leven.
Onze moeilijkheid is dat de grens tussen confessioneel en confessionalistisch moeilijk aan te geven is. Als hervormd-gereformeerden willen we terecht tegen allerlei moderne en modieuze verschijnselen in de belijdenis graag vasthouden en tegelijk willen we niet van star confessionalisme beschuldigd worden. We staan toch al op de tocht. Rechts meent overal verwatering en verslapping aan te moeten wijzen en links beschuldigt ons van fundamentalisme en formalisme.
De kerk en haar belijders moeten leren te kiezen tussen verabsolutering en relativisme.
En dat proces en die verantwoordelijkheid moeten we ook weer overdragen aan volgende generaties in de gemeente.
Wellie belijdenis?
In onze kring beroepen we ons gaarne op de Drie Formulieren van Enigheid. Deze behoren inderdaad naast de oecumenische belijdenisgeschriften tot de belijdenis van onze hervormde kerk.
Maar hier doet zich een eigenaardigheid voor. Sinds wanneer gebruiken we deze gefixeerde term van de Drie Formulieren van Enigheid voor de belijdenis van de kerk?
Op 6 februari 1901 wordt de Gereformeerde Zendingsbond opgericht. Artikel 4 van de statuten noemt als uitgangspunt het beginsel dat de Bijbel is Gods Woord, waarin de volle raad Gods vervat is, zoals die is uitgedrukt in de Drie Formulieren van Enigheid der Gereformeerde (Hervormde) kerk.
Ruim vijfjaar later, op 17 februari 1906, wordt de oprichting van de Gereformeerde Bond bekendgemaakt, waarin slechts gesproken wordt van de formulieren van Enigheid als regel des geloofs. Een week later wordt dit aangevuld met de verklaring: 'Dat de Vereniging als enige grondslag erkent de Heilige Schriftuur, opgevat in overeenstemming met de Formulieren van Eenigheid der Gereformeerde Kerken in Nederland, gelijk die zijn vastgesteld op de Synode van Dordrecht 1618-1619'.
De vraag blijft: wanneer en door welke instantie is de fixatie ontstaan te spreken over de drie Formulieren van Enigheid? Verschillende kundige theologen hebben mij die vraag nog niet kunnen beantwoorden. De suggestie is gedaan dat tijdens de doleantie dit gefixeerde woordgebruik is ontstaan. Wie kan mij inlichten over eerdere vermeldingen?
Wel stelde de bekende Jacobus Koelman in zijn boek 'Het ambt en de pligten van de ouderlingen en diakenen', van 1694, dat de Formulieren van Enigheid 'zijn in Nederland deze drie: de Nederlandsche Confessie of Belijdenis, den Heidelbergschen Catechismus, en de canones van de Synode van Dordrecht, aengaande de vijf verschilpunten'. Maar verder schrijft hij steeds over de Formulieren.
Dit gaat terug op de vermelding van deze geschriften in de Post-Acta van Dordt, waar men spreekt over de Belijdenis, de Catechismus en de Besluiten. Zie sessie 163 en 176 (niet 167 zoals foutievelijk genummeerd in oude uitgaven en herdrukken, evenals bij Professor Johannes Ens in 1732).
Bij Koelman en ook in Dordt is de belijdenis: de Nederlandse Geloofsbelijdenis en niet een verzameling van (drie? ) geschriften.
De vraag blijft dus wanneer men begon te spreken van de drie formulieren als de belijdenis? Waardoor dan als het ware zou worden uitgedrukt dat nooit meer enig ander formulier tot éénheid zou mogen of kunnen ontstaan. Of is dat te sterk uitgedrukt en te veel gezocht?
Andere (belijdenis)geschriften?
Naast de bovenvermelde drie belijdenisgeschriften kent het Gereformeerd Protestantisme ook nog andere die in ons land een rol speelden, en waarop een beroep kon en kan worden gedaan.
1. De Catechismus van Geneve van 1536. Deze was in gebruik bij de Waalse gemeenten en in de Zuidelijke Nederlanden. Deze wordt ook genoemd, erkend en aanbevolen op de Synode van Emden in 1571. Calvijn en Farel wilden in 1536 dat elke burger van de stad Geneve deze zou ondertekenen.
2. De Westminster Confessie uit 1647-'50. In Nederland was Alexander Comrie (1706-'74) een pleitbezorger van deze Engels/Schotse belijdenis. Al dan niet aangevuld en/of gewijzigd is deze confessie nog in meer of mindere mate in gebruik bij een aantal presbyteriaanse kerken. De Church of Scotland maakt de indruk zich er van gedistantieerd te hebben.
3. De Walcherense Artikelen, ingevoerd op 5 november 1693 door de classis Walcheren, tegen de vermeende ketterijen van de predikanten Vlak, Roëll en Bekker. De inkomende predikanten en de proponenten in de classis Walcheren waren verplicht deze artikelen te onderschrijven. Ze zijn in 1806 afgeschaft of gewoon in onbruik geraakt.
4. De Verklaring van de Synode van de Gereformeerde Gemeenten in 1931. Deze verklaring stelt o.a. dat het Verbond der genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid en dat het wezen van het Verbond daarom alleen de uitverkorenen Gods geldt en nooit het natuurlijk zaad kan gelden. Ondanks de vermaning van de Dordtse vaderen in het Besluit van de Leerregels hebben Maccovius en Supra-Lapsariers zo toch hun zin gekregen.
5. De Barmer Erklarung van 1934 tegen het Nationaal-Socialisme in Duitsland. Als vervolg hierop verschenen in Nederland de Doornse en Lunterense verklaringen. Dit waren waarschuwingen tegen de nieuwe ketterij van het nationaal-socialisme. In die tijd zeker noodzakelijk. Er waren helaas ook in onze kring theologen die de gevaren daarvan niet doorzien hebben. Buiten ons bestek hier, maar in dezelfde geest, heeft de Christian Reformed Church of North-America in 1988 artikel 36 van de Nederlandsche Geloofsbelijdenis aangevuld met een zinsnede tegen het communisme en de anarchie.
Het gebruik dat binnen de gereformeerde gezindte van één of meerdere van bovengenoemde geschriften werd en wordt gemaakt, of zelfs de verplichte onderschrijving ervan, toont aan dat de drie formulieren toch niet exclusief als alleen geldige en afdoende belijdenis zijn opgevat.
De consequenties daarvan zijn naar mijn mening nog niet echt overdacht. Over de eventuele wenselijkheid, de mogelijkheid en de grenzen van wijziging en/of aanvulling van de belijdenis moet verder nagedacht worden.
De functie van de belijdenis
In de loop van de geschiedenis hebben een aantal functies van de belijdenis en van het belijden een rol gespeeld, waarbij op verschillende aspecten de nadruk kon vallen: het geestelijk, het kerkelijk, het oecumenisch en het juridisch aspect. Te noemen valt:
1. De belijdenis is een korte samenvatting van de boodschap en de heilsweg in de Bijbel.
2. De belijdenis is een verzameling geloofsuitspraken, met een sterk dogmatisch accent, de leer.
3. De belijdenis is een wetboek, bruikbaar voor beslissingen inzake kerkelijke tucht.
4. De belijdenis functioneert als omheining om ketterijen te weren. De Canones van Dordt.
5. De belijdenis dient als leerboek voor de kerk, zo bijvoorbeeld de Heidelberger Catechismus.
6. De belijdenis is akkoord van kerkelijke gemeenschap, zo bijvoorbeeld in de Gereformeerde Kerken.
7. De belijdenis is de vertolking van de zin en de eis van Gods Woord in een bepaalde tijd.
8. De belijdenis is de vrucht van de apostolaire bezinning van de kerk. Professor Van Ruler stelde dat het apostolaat niet superieur is aan het belijden, maar wèl anterieur: het apostolaat gaat aan het belijden vooraf.
9. De belijdenis is een staf om mee te gaan, een stok om mee te slaan en een loflied om te zingen. Op deze definitie van o.a. Noordmans en Van Ruler zijn vele variaties bedacht.
10. De belijdenis is een formulier van eenheid of enigheid, waarbij diverse aspecten van het bovengenoemde samenvallen. Maar eenheid tegenover wie? Het is opvallend dat juist de remonstranten Arminius en Uitenbogaart in 1609, voor Dordt dus, pleitten voor een Formulier van Enigheid. Toen de remonstranten in 1618/' 19 hun zin niet kregen riepen ze om tolerantie.
Het jodendom en de islam hebben beide wel een zeer korte geloofsbelijdenis, resp. Deuteronomium 6 : 4 en de belijdenis over Allah en zijn profeet Mohammed. Maar deze beide en andere, heidense, godsdiensten kennen niet een belijdenisvorming als het christendom. Een duidelijke verklaring heb ik hiervoor nog niet gevonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's