De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De muur is weg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De muur is weg

10 minuten leestijd

De beelden zullen wel nooit van ons netvlies verdwijnen. Tot verbazing van de hele wereld viel in 1990 plotseling de Berlijnse muur. Wie had dat ooit kunnen vermoeden? Bijna dertig jaar lang had deze barrière het oostelijke en westelijke deel van de Duitse hoofdstad gescheiden. Een volstrekt willekeurig getrokken lijn hield families en vrienden onverbiddelijk uit elkaar. De zwaarbewaakte muur was hét symbool van de Koude Oorlog en had het leven aan ruim 75 mensen gekost, die het waagden door deze afrastering heen te breken. Wie herinnert zich niet de ontroerende foto's van familieleden die elkaar na vele jaren in de armen vielen. Grote vreugde en verwondering alom. De val van de muur betekende het einde van decennia lange communistische dictatuur. Een nieuwe toekomst van vrede en vrijheid wenkte.

Kentering

Hoe opzienbarend de afbraak van de Berlijnse muur ook moge zijn, vergeleken bij de ineenstorting van die andere muur, is dit gebeuren kinderspel. Wat bedoel ik? Wel, ik heb het oog op de afscheiding die tweeduizend jaar geleden naar beneden werd gehaald. Toen Jezus stierf op Golgotha kwam er een einde aan de scheiding tussen joden en heidenen.

We raken hier een aspect van Jezus' kruisdood, waarbij vermoedelijk niet al te vaak wordt stilgestaan. Ik denk niet dat er op Goede Vrijdag vaak over gepreekt wordt. Toch gaat het hier om een heilshistorische gebeurtenis van de eerste orde. Paulus schrijft er uitvoerig over in de brief aan de Efeziërs. In beeldende taal tekent de apostel de ingrijpende kentering die het offer van Christus teweeg heeft gebracht.

Eeuwenlang had die muur er gestaan. De 'middenmuur des afscheidsels', noemt de apostel hem (Ef. 2 : 14). Aan de ene kant van de afrastering leefde Israël, een gezegend en bevoorrecht volk: oor God uitverkoren, opgenomen in Zijn verbond, levend van Zijn zorg en goedheid. En aan de andere kant bevonden zich de heidenen. Alles wat het joodse volk van Godswege ontvangen had, moesten zij missen. Om het met Paulus' eigen woorden te zeggen: e heidenen waren 'vervreemd van het burgerschap Israels en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbend en zonder God in de wereld' (Ef. 2 : 12). De volken waren er ronuit berooid aan toe, zij stonden er letterlijk en figuurlijk buiten. Met Goede Vrijdag is daar evenwel verandering in gekomen. Door het volbracht werk van Jezus de Messias is de tussenmuur die scheiding maakte met de grond gelijk gemaakt. Ook de heidenen hebben nu toegang tot de God van Israël; Door het bloed van Christus mogen zij die eertijds veraf stonden, nu naderbij komen.

Profetisch perspectief

De val van deze muur kwam niet als een volslagen verrassing. Zo had God het van oudsher bedoeld. Zo was het eeuwen geleden al voorzegd. We kunnen denken aan Genesis 9, waar we lezen van de dronkenschap van Noach. Na zijn misstap spreekt deze oude man de vloek uit over het nageslacht van Cham. De nakomelingen van Sem worden gezegend. Sem wordt de stamvader van Israël. Vervolgens zegent Noach zijn derde zoon, Jafeth: 'God breide Jafeth uit en hij wone in de tenten van Sem' (vs. 27). Het mogen wonen in de tent van iemand anders betekende in het oude Oosten enorm veel. Men werd behandeld alsof men tot de familie behoorde. Het was alsof al het hunne van jou was. Men deelde in alle rechten en voorrechten van de oorspronkelijke tentbewoners. Zo zouden eenmaal de heidenen worden opgenomen in de tenten van Israël en mogen delen in de zegeningen van dit volk. Door het offer van Golgotha is dit profetisch perspectief van Noach in vervulling gegaan. Nu is het heil niet langer beperkt tot Israël. Voor ieder die gelooft, jood of heiden is er verzoening door het kruis. Dankzij Christus is het verbond uitgebreid en mogen gelovigen uit de volken meeluisteren naar de beloften die eerst aan Israël gedaan zijn.

Kwaad bloed

Wie de geschiedenis overziet, ontkomt niet aan een verdrietig makende constatering. Zowel van joodse als van christelijke zijde was er moeite met die omgevallen muur waar Paulus over spreekt. Steeds was er de neiging toch weer een barrière op te trekken tussen Israël en de heidenen. De joodse leiders stoorden zich er aan dat het Evangelie vanuit Jeruzalem ook bleek uit te waaieren over de volkerenwereld. Het feit dat de apostelen de grenzen overgingen en ook de heidenen uitnodigden tot het heil in Jezus, zette veel kwaad bloed onder hun joodse volksgenoten. Trouwens, ook sommige messiasbelijdende joden zelf hadden problemen met de gedachte dat de deur wagenwijd openstond voor mensen uit het heidendom. Het Nieuwe Testament vertelt ons van felle bezwaren tegen het 'zomaar' toetreden van gelovigen uit de volkenwereld. Men stelde voorwaarden. Heidenen die zich wilden aansluiten bij de gemeente van Christus dienden in feite eerst jood te worden. Men moest zich eerst laten besnijden en men moest zich ook aan de joodse spijswetten houden. De discussie over deze kwestie liep huizenhoog op. Er was een heuse synodevergadering voor nodig eer iedereen de consequenties durfde aanvaarden van het feit dat de muur tussen joden en heidenen gevallen was, dankzij het volbrachte werk van Golgotha (Hand. 15).

Toch weer een scheiding

Omgekeerd zijn er ook van heidenchristelijke zijde voortdurend pogingen geweest toch weer een muur op te richten. Men trok een omheining rondom eigen kerk en theologie, waarbij het joodse volk in feite werd uitgesloten. Zoals eeuwenlang het heil gereserveerd was voor Abraham en zijn nakomelingen, zo was het nu de beurt aan de heidenen. Israël had in feite afgedaan. Velen waren van mening dat het joodse volk voorgoed door God verworpen was. Alle rechten en voorrechten die eertijds aan Israël toekwamen, waren nu overgegaan op de kerk uit de heidenen. Bewust of onbewust werd zodoende toch weer een scheiding aangebracht. Wat God bijeen heeft willen brengen, wat Christus

door Zijn kruisdood met elkaar heeft willen verzoenen, werd door mensen toch weer in twee kampen geplaatst. Aan de ene kant had je Israël, het door God verstoten en verworpen volk en aan de andere kant was er de kerk uit de heidenen, het nieuwe, het ware, het geestelijke Israël. Al in de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling wordt deze scheiding voltrokken. Tekenend voor deze tragische ontwikkeling is het feit dat op het beroemde en belangrijke concilie van Nicea (325) niet één Messiasbelijdende jood viel aan te wijzen. Zij waren eenvoudig uit het zicht verdwenen. Zij werden zelfs niet eens meer gemist. Het werd 'gewoon' gevonden dat joden en christenen een volstrekt gescheiden weg gingen. Van enige pijn dat Israël, onze oudste broeder buiten stond, was geen sprake.

Sleutelwoord

Eén woordje hebben christenen veelal over het hoofd gezien. Ik bedoel het woordje 'mede', dat Paulus slag op slag gebruikt in de brief aan Efeze. Ik aarzel niet het een sleutelwoord te noemen in de relatie kerk en Israël. Paulus typeert de gelovigen uit de volken als medeburgers der heiligen, mede-erfgenamen en mede-deelgenoten van Gods belofte (2 : 19; 3 : 6). Daarmee is hun duidelijk de plaats aangewezen die God voor hen bestemd heeft. Ondanks het wegvallen van de tussenmuur, blijkt er toch nog altijd een onderscheid te zijn tussen joden en heidenen. Als wij mede-erfgenamen genoemd worden, impliceert dat immers dat Israël nog altijd de eerste erfgenaam is. Als wij mede-burgers heten, dan hebben de joden nog altijd de oudste rechten. Nog steeds is er kennelijk sprake van een rangorde tussen joden en heidenen. Calvijn heeft dat heel goed begrepen. Hij bindt zijn gemeenteleden op het hart de joodse christenen niet te verachten maar hen de eer en de plaats te geven die hen van Godswege toekomt. Zij zijn en blijven de eerstgeborenen in het grote gezin van God, de familia Dei. Of de Messiasbelijdende joden het zo ook altijd ervaren hebben, moet betwijfeld worden. Velen van hen hebben zich in de kerk nooit echt thuis gevoeld. Niet zelden keerde men uiteindelijk toch weer naar de synagoge terug, omdat men zich niet voluit aanvaard en gerespecteerd wist in de heidenchristelijke omgeving. Aangrijpend was het bericht - enkele jaren geleden - dat ook de hervormde joods-christelijke predikant G. H. Cassuto om die reden zich toch weer had aangesloten bij het jodendom.

Vanwaar toch die moeite om zich één te weten in Christus? De muur is nu toch omver geworpen? Op die vraag is meer dan één antwoord mogelijk. Sommigen botsen aan tegen de christelijke belijdenis aangaande Jezus Christus. Hun jood-zijn maakt het moeilijk te aanvaarden dat de Messias niet alleen gezien wordt als waarachtig mens, maar ook aanbeden wordt als waarachtig God. Men kiest liever voor een christologie van 'beneden', dan voor een christologie van 'boven'. Ook de leer van de Drie-eenheid blijkt dikwijls een struikelblok te zijn voor joodse christenen. Maar vooral het feit dat van hen verwacht wordt hun jood-zijn te verloochenen, levert dikwijls een onoverkomelijk probleem op. Toetreden tot de kerk betekent tegelijkertijd jood-af worden, zo is de gedachte van de meeste christenen. Maar joodse christenen zelf beleven dat heel anders. Isaac da Costa, de bekende Messiasbelijdende jood uit de vorige eeuw draaide die stelling radicaal om. Door zijn ontmoeting met Jezus, de Gekruiste en Opgestane, was zijn jood-zijn juist tot volle vervulling gekomen. De in Jeruzalem wonende Messiasbelijdende jood Doron Even-Ari, secretaris van het Israëlische bijbelgenootschap, zei het zo: 'Zeg alsjeblieft niet dat ik een christen geworden ben. Ik bleef een jood en zelfs zeg ik: "Sinds Jeshua zich als mijn Redder bekendmaakte, ben ik nog meer jood dan ooit tevoren".'

Om ruimte te creëren voor hun joodse achtergrond, om vast te kunnen houden aan bepaalde joodse riten en symbolen, kiezen sommige joodse christenen ervoor om een eigen aparte Messiaanse gemeente te moeten vormen. De joods-christelijke predikant ds. Johannes Rottenberg, de stuwende kracht achter de vooroorlogse vereniging Elim, was daar op tegen. Als God in Christus de scheidingsmuur tussen jood en heiden heeft neergehaald, mogen wij die niet weer oprichten door het stichten van exclusief joods-christelijke gemeenten, was zijn overtuiging.

God wil samenvoegen

Goede Vrijdag. In het verleden de dag bij uitstek waarop het joodse volk binnen de christelijke kerken werd verguisd. Vanaf menige kansel werden de joden verketterd als 'Godsmoordenaars'. Laten we het dit jaar anders doen en er vooral aan denken dat op deze dag de muur die scheiding maakte, is neergehaald. Stof tot bezinning is er te over. Als ik in gedachten sta, bij het kruis van Golgotha, vermenigvuldigen zich de vragen. De muur gevallen en toch... Hoe komt het dan toch dat we de aanwezigheid van Israël in het lichaam van Christus amper missen? Waar ligt het aan dat wij er zo weinig aan lijden dat de kerk nog altijd niet volgroeid is, zolang joden en christenen een gescheiden weg gaan? Hoe valt het te verklaren dat de weinige joodse christenen die er zijn zich binnen de kerken niet echt thuis voelen? Hoe reageren wij op hun moeite ten aanzien van het christologisch en trinitarisch dogma? Hoe kijken we aan tegen hun verlangen om het joodse Paas-en Loofhuttenfeest te blijven meevieren, omdat zij zich ook lid van het joodse volk blijven voelen? Wat doen wij met hun wens om hun kinderen niet alleen te dopen, maar ook te besnijden, omdat God deze ceremonie als een 'eeuwige' instelling aan de nakomelingen van Abraham heeft opgedragen?

Deze en dergelijke vragen bezorgen ons handenvol werk. Maar dat ze aan de orde moeten komen staat voor mij als een paal boven water. Wat dat betreft deel ik de hartekreet van de Messiasbelijdende jodin die op een conferentie uitriep:

'God wil samenvoegen. Daar moeten wij naar toe. Ik zou willen smeken: toe gelovigen uit de volkeren, ga eens een beetje op­ zij, zodat de Messiasbelijdende jood er tussen gevoegd kan worden. En mijn Messiasbelijdende broeders en zusters smeek ik: neem je plaats door Gods genade met ere in in de gemeente waar je gesteld bent en God zal jou en die gemeente zegenen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De muur is weg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's