De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

In het blad MUS (Stichting Mens en Dier) werd een stuk van dr. Abraham Kuyper opgenomen 'over onze verhouding tot de dieren', overgenomen uit 'Antirevolutionaire Staatkunde, deel 1, blz. 61':

'Het vierde probleem doelt op onze verhouding tegenover de dieren. Ook hierover wordt gemeenlijk te onbedachtzaam heen gegleden, temeer daar in de Scheppingsordinantie en evenzo in de ordinantie die na de Zondvloed uitging, juist onze verhouding tot de dieren, zelfs in het oog lopend, op de voorgrond treedt. Nu we eenmaal tengevolge van onze té eenzijdige en té spiritualistische levensopvatting er veelszins aan ontwend zijn, om ook de dierenwereld in onze geloofsbeschouwing op te nemen, zijn zelfs de gelovigen aan hetgeen de Heilige Schrift ons dienaangaande voorhoudt, maar al te zeer vervreemd, en klemmen zich niet ongaarne vast aan wat de apostel in 1 Cor. IX : 9 vraagt: Zorgt God ook voor de ossen? " Een vraag die niet anders bedoelt, dan de allegorische beduidenis van een Schriftwoord tot haar recht te laten komen. Desniettegenstaande drong het spiritualistisch neerzien op de dierenwereld allengs zover door, dat het Woord Gods in Gen. IX : 9 velen niet meer toespreekt. Daar toch is sprake van een Verbond Gods, en nu vindt men het alleszins begrijpelijk dat de Almachtige een verbond sluit met de zondaar, maar vat niet hoe er staan kan: Maar Ik, ziet. Ik richt mijn Verbond op met u, en met alle levende ziel, van het gevogelte, van het vee, en van alle gedierte der aarde met u". Inniger inleven in de structuur van het leven, gelijk de Schrift ons die voorstelt, brengt dan ook steeds meer tot de overtuiging dat de verhouding, waarin we tot de dieren staan, geregeld wordt niet door ons, maar alleen door God, die de dieren tot aanzien riep, ze aan ons onderwierp, er ons heerschappij over schonk en na de zondvloed ons het recht verleende om ze enerzijds als voedsel te gebruiken, en anderzijds alle gevaar, dat ons van schadelijk gedierte bedreigt, af te weren. Gezaghebbende regel blijft daarom voor ons, wat in Spreuken XII : aldus luidt: De rechtvaardige kent de noden van zijn vee". Zijn dier te laten verhongeren of verdorsten, het niet uit de gracht trekken als het er in viel, het niet verweren tegen laffe kwellerij en zoveel meer, wekt dan ook weerzin en het algemeen menselijk gevoel zegt ons wel terdege, dat met name een huisdier of staldier er recht op heeft, dat we er voor zorgen, dat we helpen in nood, en zelfs als het ziek is, naar medische hulp ervoor uitzien. En dit niet alleen om ons eigendom in waarde te houden, maar wel terdege omdat dit de rechtsverhouding vordert, die de Schepper van het dier ten onzen laste heeft ingesteld. In enkele dieren is dan ook de trek ingeprent om het voor een mens op te nemen, als de nood waarin de mens verkeert, om hulp roept; en hierin temeer gaat van het dier tot ons een scherp verwijt uit, zo ónze hulp voor het dier in zijn nood tekort schiet. Tegen overdrijving heeft men zich ook hier te vrijwaren... juist daarom dient voor ons vast te staan, dat onze verhouding tot de dieren bepaald wordt, niet door ons, maar door wat Hij, wiens ook de dieren zijn, ten onzen laste heeft ingesteld, en door wat, bij tederder consciëntie, vanzelf als een recht der dieren voor ons vaststaat.'

                                                                                                                                     ...

Een lezer berichtte ons dat het stuk uit de handelingen van de Tweede Kamer over de zondag, dat twee weken geleden in deze rubriek werd geplaatst, niet afkomstig was van dr. H(endrik) Algra maar van mr. J. Algera, oud-gedeputeerde van Friesland en later minister van Justitie.
                                                                                                                                      ...

We troffen in een verenigingsorgaan een ge­dicht van H. J. Teutscher, naar aanleiding van een avondmaalsviering in een kamp in Indië, getiteld Agnus Dei - Lam Gods:

Gij roept Uw kind'ren achter 't prikkeldraad
tesamen, in een zwart beroete keuken.
Geen orgeltoon, geen schoon gewelf, geen kerkebeuken.
Geen klokkeklank, geen plechtig kerkgewaad.

Vol schroom en deemoed naderen w'Uw dis.
Wij steken, Heer, zo sjofel in de kleren:
Maar och, wat kan dat uiterlijk U deren!
Gij weet, hoe duister 't in ons harte is.

Als een melaatse, gans en al onrein,
tot in mijn diepste kern onwaardig in Uw ogen,
als een, die uwe liefde gruwzaam heeft belogen,
zo nader ik Uw dis van brood en wijn.

Een hunk'ren naar Uw tegenwoordigheid,
een hopen op Uw reinigende woorden
en op Uw handen, die men wreed doorboorde,
gloeit in mijn hart, zo moe van zware strijd.

Ik zie Uw lichaam breken aan het kruis;
traag droppelt 't rode bloed op onze donk're aarde...
O Offer, dat ons om Uw dis vergaarde,
o Lam, dat ons weer voert naar 't Vaderhuis!

Zacht schreedt Gijzelf de lange tafel rond,
door purp'ren glans der avondzon omschenen.
Een hemelhoog geluk deed juichende mij wenen
toen ik in Uwe liefde mijn genezing vond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's