Boekbespreking
P. H. R. van Houwelingen, Johannes. Het evangelie van het Woord, uitg. Kok, Kampen 1997, 478 pag., ƒ 79, - .
Het is verheugend dat er in het Nederlandse taalgebied opnieuw een monumentale verklaring van het vierde evangelie is verschenen. Naast de theologische commentaar van Ridderbos en de oudere fijnzinnige en meditatieve verklaring van Smelik hebben we nu een verklaring voor ons liggen van de hand van de gereformeerde (vrijgemaakte) nieuwtestamenticus, dr Van Houwelingen waarin in de traditie van het gereformeerde Schriftonderzoek een commentaar gegeven wordt dat vooral de klemtoon legt op de letterlijke en historische Schriftzin. Dr. Van Houwelingen geeft in een uitvoerige inleiding zich rekenschap van de voorvragen. Contra allerlei theorieën die Johannes zien als product van de gemeentetheologie en met allerlei bronnentheorieën werken, hecht hij zeer aan het getuigenis van de kerkelijke traditie. Dit evangehe, afkomstig van de discipel en apostel Johannes, is geschreven in een diasporasituatie als een universeel gerichte heilsboodschap. We tekenen daarbij aan, dat we daarbij niet moeten vergeten dat naar Johannes 4 het heil uit de joden is en dat Israël Gods eerste adres is en een blijvende plaats heeft in Gods heilsplan.
De commentator gaat nuchter en bezonnen te werk, is wars van speculatie. De heldere en soms speelse stijl brengen met zich mee, dat het commentaar zich goed laat lezen en bepaald geen droge opsomming is van allerlei detailkennis. Steeds worden de grote lijnen in het oog gehouden. Maar ook kan de gebruiker zijn voordeel doen met vele detailopmerkingen. Ik denk aan de uitleg van Johannes 1 : 29, aan wat gezegd wordt over de voetwassing in Johannes 13 en aan de bespreking van Johannes 20 : 19-23 over het ontvangen van de Heilige Geest als verwijzing naar Pinksteren.
Hier en daar vind ik de schrijver te nuchter. Zo houdt hij m.i. te weinig rekening met het feit dat bepaalde woorden bij Johannes een dubbele bodem hebben, zoals bijvoorbeeld het woord van Pilatus: 'Zie, de mens!' Ik geef van Houwelingen toe dat er over de sacramenten in het vierde evangelie wel eens erg veel gezegd is wat zich niet dekt met de tekst. Maar kun je ten aanzien van Johannes 6 toch niet meer zeggen dan de auteur doet? Ook al hebben we hier geen avondmaalsinstelling, de woorden doen toch wel sterk denken aan de maaltijd van Christus in de gemeente. Zouden Johannes' eerste lezers daar toch niet aan gedacht hebben? Over het algemeen vind ik het jammer, dat de schrijver in zijn historiserende werkwijze het gegeven dat de woorden van Jezus overgeleverd zijn in een bepaalde situatie weinig honoreert. Ook doet Van Houwelingen weinig met metaforen als de bruiloft, het licht, het water
Graag wil ik onderstrepen wat Van Houwelingen in de inleiding opmerkt over het licht van Gods heerlijkheid dat over Jezus' weg en werk op aarde valt. Bach heeft dat in zijn openingskoor van de Johannes Passion op schone wijze weergegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1998
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1998
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's