De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods werk óf ons werk (9)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods werk óf ons werk (9)

Remonstrantisme

9 minuten leestijd

Geen zaak van ons

Een vorig keer stelde ik dat het onjuist is als wij denken dat de heiliging een zaak van ons is. Met andere woorden: in de heiliging van het leven staat niet de mens centraal. Wanneer dit wel het geval is, dan heeft dit alles met de plaats van het geloof te maken. Is het geloof een werk van God in ons leven óf is het ons werk? Is het onze keuze óf is het Gods kiezen voor ons?

Wanneer er wordt gezegd dat de mens de goede keus kan maken, zal men er ook niet onderuit kunnen om vast te stellen dat de mens heilig móet en kan leven.

Ik zal de laatste zijn om te beweren dat het er niet zo veel aan toedoet, hóe een christen leeft. Een slordige levenswandel heeft altijd repercussies (gevolgen) voor de christen zelf. Maar dat niet alleen! Door een slordige levenswandel wordt de Heere van Zijn eer beroofd. Ook zal er geen aantrekkingskracht van uitgaan naar de medemens die nog altijd buiten is.

Een slordige levenswandel valt dan ook nooit goed te praten. Duidelijk wordt ons in de Schrift voorgehouden: 'Weest heilig, want Ik ben heilig'.

Echter... wij zijn niet heilig in onszelf. Wij zijn heilig in Christus. Onze heiligmaking kan alleen voor God bestaan... in Christus.

Dat dit inhoudt dat wij heilig moeten leven, zal eenieder verstaan. Dat dit van onze zijde slechts 'stucwerk' is, wordt ons steeds duidelijker naarmate wij verder op de weg des levens worden geleid. Het groeien in het geloof houdt in dat onze zelfkennis steeds groter wordt. Wij komen er maar al te goed achter, dat wij geen volmaakte mensen zijn. Ook zullen wij in het hier en nu nooit volmaakte mensen worden. Naarmate dat besef steeds groter wordt, wordt het verzoenend lijden en sterven van Jezus Christus ons steeds dierbaarder. Dan groeien wij in Hem!

Ook gaan wij verstaan dat de heiliging van het leven alles te maken heeft met wat wij uit Christus ontvangen. Hij immers heeft gezegd: 'Uw vrucht worde uit Mij gevonden'.

Geen prestatie, maar gratie

Wanneer wij dichtbij Christus worden gevonden, juist als het gaat om de heiliging van het leven, zal Hij ons alles geven wat dienaangaande nodig is.

Wanneer het geloof een werk van ons is, zullen wij zelf heel wat kunnen presteren. Soms wordt er dan wel gezegd dat wij heilig kunnen leven. Alsof dit een zaak van ons is.

Daarentegen als het geloof een werk van God is in ons leven, zullen wij van dag tot dag bemerken dat de heiligmaking evenals de rechtvaardigmaking alles met Christus en Zijn lijden en sterven te maken heeft. Niet zomaar zegt een kreupelrijmpje: 'Het is niets uit ons, maar alles uit Hem, zo reizen wij naar Jeruzalem'.

In dat verband wil ik nog een opmerking maken. In Mattheüs 25 wordt ons het eindgericht voor ogen gehouden. Vol verwondering horen jongeren en ouderen het aan dat zij goede werken hebben gedaan. Zij zelf weten niet eens dat zij die hebben gedaan. Maar de Heere in de hemel weet het wel. Hij beloont ze uit genade.

Ik wil met dit alles zeggen dat een christen zelf vaak niet eens weet van een heilige levenswandel. Maar de Heere weet er wel van.

Een heilige levenswandel is geen prestatie van ons, maar is enkel en alleen te danken aan de gratie (de genade) die Christus heeft verworven.

Alle terreinen van het leven

De heiliging heeft te maken met alle terreinen van het leven. Het komt in bepaalde kringen voor dat de heiliging van het leven wordt beperkt tot kleine dingen waarvan men zich zelfs kan afvragen of ze niet tot de middelmatige dingen behoren. De heiliging houdt dan dit in dat men bepaalde dingen wel mag en andere weer niet. Het gebeurt zelfs wel dat allerlei menselijke bepalingen worden gezien als kenmerken van een heilig leven.

Laten wij voorzichtig zijn door het elkaar moeilijk te maken met allerlei menselijke bepalingen.

De heiliging van het leven heeft alles te maken met de wet. De tien geboden behoren het voor het zeggen te hebben in ons persoonlijk, maar ook in het maatschappelijk leven. Sommigen trekken zich terug als het gaat om de heiliging van de samenleving. Van die 'boze wereld' moet men niet veel hebben. Trouwens, aan die wereld die in het boze ligt, valt toch niets te verbeteren. Er is geen eer aan te behalen.

Zó wordt er gedacht! En let wel: niet alleen in bepaalde evangelische kringen, maar ook wel onder ons die zich rekenen tot de gereformeerde gezindte. Het persoonlijke heil staat in het middelpunt, maar dat er een wereld uit duizend en meer wonden bloedt wordt niet gezien.

Laat ik er dit van zeggen: het is niet verkeerd als een christen tekenen van het gekomen en komende Koninkrijk van God laat zien. In navolging van Christus zal het de christen om de totale mens alsmede om de gehele maatschappij en de wereld moeten gaan.

Rijk mag het brood des levens worden uitgedeeld, maar ook mag er uitgedeeld worden van de rijkdommen die wij bezitten. En onder laatstgenoemde rijkdommen bedoel ik dan het delen van de gaven wereldwijd.

Ooit heeft eens A. Kuijper gezegd dat Christus het op alle terreinen van het leven voor het zeggen heeft. Als dit zo is - en het is zo - dan zal de ongerechtigheid in onze samenleving een christen aan het hart gaan. Men zal proberen aan de gerechtigheid gestalte te geven op plaatsen waar deze niet gevonden wordt.

Ook de problematiek inzake het milieu zal de aandacht krijgen. Zo is er nog meer te noemen! Ik wil met dit alles maar zeggen: een christen sluit zich niet op. Hij verschanst zich niet achter hoge muren. Neen, hij staat met beide benen midden in de wereld. Of zoals zonder ons wel gezegd wordt: 'Hij staat in de wereld, doch hij is niet van de wereld'.

Dat de heiliging van het leven ook te maken heeft met 'omzien naar elkaar' zal een ieder wel duidelijk zijn. Wij mogen niet zo door het materialisme beheerst worden dat wij alleen maar aandacht hebben voor onszelf en onze medemens in de gemeente en daarbuiten niet meer zien.

De heiliging van het leven kent een micro en een macro-ethiek. Nergens lezen wij in de Schrift dat de wereld moet worden gemeden. De zonde, het kwaad, dat moet gemeden worden als de pest. Maar verder staat er van christenen geschreven dat zij een zoutend zout en een lichtend licht zullen zijn. Met welk doel? Met geen ander doel dan dat de Vader in de hemel verheerlijkt zal worden.

Kort samengevat: De gehele wet van God zal het zowel in ons persoonlijk als in het maatschappelijk leven voor het zeggen moeten hebben. Er wordt van de geboden Gods gezegd dat zij heilzaam zijn. Om die reden is het de moeite waard om ze op allerlei terreinen van het leven te laten horen. Ze daarin van kracht doen zijn.

Dat dit alles nog niet zo eenvoudig is zal eenieder verstaan die ermee op de hoogte is, hoe met name onze samenleving zeer gecompliceerd in elkaar zit. Maar dat niet alleen! Wie de geboden Gods ook in de samenleving wil laten gelden, ondervindt veel tegenstand. Het valt niet altijd mee om op te boksen tegen die weerstand.

Wat is er daarom een voortdurend gebed nodig. Zoals ik al eerder schreef: Wat is het nodig om voortdurend aan de troon van Gods genade gevonden te worden en het Woord van God nauwkeurig te onderzoeken wat het ons in welke situatie dan ook te zeggen heeft.

Gods geboden laten spreken wil zeggen: De Heere Zelf laten spreken. Dan zal het profetisch geluid niet ontbreken.

Wel in, maar niet van...

Het boze van en in de wereld zullen wij mijden. De gedachte van de wereld behoort niet die van ons te zijn. Wat bevat die gedachte? Dat het enkel en alleen om ons gaat. Wijzelf staan in het middelpunt. Bij deze gedachte behoort ook het geheel en al in beslag genomen worden door het materialisme.

Bij een christen mag daarom wel het Woord van de apostel in het hart leven: 'Wij hebben niets in de wereld gebracht; wij zullen er ook niets uitdragen'.

Het oog van de christen is gericht op het eschaton. Heel eenvoudig gezegd: zijn of haar oog is gericht op de dag dat Jezus terugkeert op de wolken des hemels. Tot op die dag doet een christen rustig het werk dat door de Heere aan hem of haar is opgedragen. Zoals hierboven beschreven, behoeft men zich niet terug te trekken uit deze wereld om te gaan mijmeren over het zalig hemelleven. Ooit heeft iemand eens gezegd, dat hij vandaag nog een boompje zou planten als hij wist dat Jezus morgen zou komen.

Zo moeten ook wij maar doen! Maar let wel: met een groot verlangen naar de komst van de Heere Jezus. Want Zijn komst zal niet alleen ons heil volmaken, maar ook gerechtigheid geven op de gehele wereld. Die gerechtigheid zal overal te horen en te zien zijn. Ook de schepping zal niet meer in barensnood zijn. Alles daarin zal gericht zijn op de eer van God! Maar zover... is het nog niet. Daarom zien wij - als het goed is - met een groot verlangen uit naar het ogenblik dat God alles in allen zal zijn (art. 37 NGB).

Het is geen best kenmerk van een christen als hij nog altijd zo'n beestachtige liefde heeft tot deze wereld en de komst van de Zaligmaker hem weinig of niets doet. Soms verdriet het mij wel eens als ik zie, hoe mensen buiten de kerk zich meer bezighouden met de komst van Jezus dan mensen in de kerk. Terecht heeft C. Graafland in een lezing die hij een aantal jaren geleden uitsprak tijdens de kerkhervorming gezegd dat wij de toekomstverwachting al te zeer hebben overgelaten aan allerlei groeperingen buiten de kerk, terwijl juist de kerk der Reformatie zoveel beter moest weten. Hij noemt het dan ook een complete bekering als met name de kerk-(en) van de Reformatie zich grondig zou­ den bezinnen op deze nalatigheid. Ik denk dat dit inderdaad meer ter sprake moet komen in de prediking. Wel voeg ik eraan toe dat dit wellicht toch ook alles te maken heeft met onthechting. Wordt de onthechting van alles wel onder ons gevonden? Wij noemen ons naar Calvijn, maar wordt het geestelijk leven van Calvijn door ons gekend? Een geschonken geloof? (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gods werk óf ons werk (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1998

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's