Torenspitsen-Gemeenteflitsen
HOORNAAR
Het dorp
De naam van het dorp Hoornaar, gelegen nabij Gorinchem, in de Albasserwaard, hangt waarschijnlijk samen met de naam Hornedamme. Deze dam lag bij de samenvloeiing van het riviertje de 'Noordeloos' en de langs het dorp heen lopende 'Vaart', die behoort heeft tot het Lingesysteem. De naam Horn komt ook langs de Linge voor (o.a. de Horndijk in Leerdam). De verbondenheid met het geslacht de Van Arkels blijkt uit het gemeentewapen: rode (getinneerde) dwarsbalken op een wit veld. Die dwarsbalken herinneren volgens de kroniek 'Leven der Doorluchtige Heeren van Arkel' aan de krachttoer van Jan van Arkel, die zich met paard en al ophees in de Gorkumse stadspoort.
Hoewel Hoornaar nu midden in de Alblasserwaard ligt, was het in de vroege middeleeuwen een dijkdorp op de ringdijk van het Land van Arkel (het grondgebied van Gorinchem, Arkel, Hoogblokland, Hoornaar en Schelluinen). Twee doorbraakwielen benoorden de Ned. Herv. Kerk getuigen nog van die oude situatie.
De Alblasserwaard werd sinds 1350 maar liefst 33 maal door overstromingen geteisterd. Aangezien de Ned. Herv. Kerk van Hoornaar op een zandopstuiving ligt, fungeerde zij de eeuwen door als vluchtkerk.
De eerste kerkgebouwen
Het in de kerk aanwezige oudste predikantenbord begint met de volgende historische vermelding: 'Deze kerk is gesticht in het jaar 642 door Jan van Arkel I, door de Noormannen verwoest, werd zij in 694 door bisschop Wigbert aan de heilige Dionysius gewijd'.
Het bericht is ontleend aan de onbetrouwbare 'Kroniek over de Heren van Arkel', waarin veel onjuistheden staan. Zo laat de schrijver de Van Arkels regelrecht van de Spartanen stammen en dicht hen heldendaden toe, lang voordat de eerste Van Arkel in een oorkonde vermeld wordt. Het opschrift dient dan ook met een korrel zout genomen te worden. Zo traden de Noormannen in deze gewesten in een aanmerkelijk latere periode op en preekte bisschop Wigbert nooit in deze streken. Wel is het een feit dat de plaats van de kerk, een forse pleistocene zandopduiking in de lage landen 'tussen Merwede ende de Leek', mogelijkheden bood tot vroege kerkstichting.
Bij een restauratie van de kerk in 1965/1966 zijn merkwaardige zaken aan het daglicht gekomen. Men vond de resten van een tufstenen zaalkerkje ter breedte van 7 meter. De noordelijke zijgevel van dit kerkje is in de noordgevel van de huidige kerk opgenomen. De zuidelijke zijgevel lag circa 2, 5 meter binnenwaarts van de huidige zuidelijke zijmuur.
De funderingen van de westgevel zijn ten dele nog voorhanden op een afstand van 4, 25 m ten oosten van de oostmuur van de tegenwoordige toren. Het koor bleek geheel te zijn vergraven. De fundering van deze tufstenen kerk rust op het zand van de donk. De dikte bedraagt 110 cm. Volgens deskundigen behoorde dit tufstenen zaalkerkje tot de oudere kerkstichtingen.
Bisschop Wigbert kan, zoals gezegd, de stichter niet geweest zijn. Mogelijk dat wij voor Wigbert moeten lezen Swidbert. Hij was een Benediktijner monnik, die met Willibrord uit Engeland naar deze gewesten overkwam. Toen Willibrord naar Rome reisde, kozen hij en de broeders die hier met hem werkten uit hun midden een bisschop. Hun keuze viel op Swidbert. De wijding tot bisschop ontving hij in Engeland in 693 uit de handen van de Heilige Wilfried. Hij keerde direct terug en was tot zijn dood op 1 maart 713 onvermoeid in de Evangelie-prediking en het stichten van kerken. De kerk van Hoornaar kan daartoe behoord hebben. Vast staat, dat zij aan de Heilige Dionysius gewijd was en dat zij vóór de Middeleeuwen verwoest werd. Niet door de Noormannen, maar door de Friezen. Hun grimmige koning Radboud was de verpersoonlijking van de wegstervende Wodandienst.
Bovendien zag hij in de christenpredikers handlangers van zijn Frankische vijanden. Hij deed invallen in het Frankische grondgebied van beneden de Rijn. Bij deze invallen verwoestten zijn strijders de kerken.
In ieder geval kwam er in Hoornaar behoefte aan een andere kerk. Tijdens de reeds vermelde inwendige herstelwerkzaamheden stuitte men op een tweede, deels uit rode kloostermoppen opgebouwd, bedehuis. De zuidelijke zijgevel loopt tussen de zijgevels van de tufstenen-en die van de tegenwoordige kerk. Met de bouwhistorie van de derde kerk ter plekke komen wij bij een betrouwbaarder beschrijving terecht. Omstreeks 1540 schreef een te Hoornaar residerende geestelijke zijn (betrouwbare) 'Kroniek van Hoornaar'. Hij bericht van overstromingen, invallen der Geldersen, vogelschieten, vroeg invallende vorst (25 oktober 1566 liep men over de Giessen), vroege bloei (1 maart 1530 bloeiden de pruimebomen).
De kroniek bevat ook een aantal gegevens omtrent de kerk. In 1481 verbrandden de Leerdammers Hoornaar, zij belegerden de kerk, maar de inwoners behielden die. In 1496 werd het orgel gemaakt, maar in 1536 moest het afgebroken worden; pas op St. Maarten (11 november) 1553 werd het voor het eerst bespeeld. Onze Hoornaarse geestelijke vermeldt, dat de kosten (141 Rijnsche Guldens elk van 20 stuivers) door die van Hoornaar opgebracht werden. Op St. Bonifaciusdag (5 juni) 1523, om 11 uur in de avond, viel de toren op de kerk en deed schade aan de altaren, de heiligenbeelden, de misgewaden en andere sieraden.
De huidige kerk
Onder 1555 komt een belangrijke mededeling. Op 12 maart is de oude kerk afgebroken, 29 maart werd het fundament van de nieuwe toren gelegd, 3 april om 12 uur is de eerste steen van de toren gelegd door 15-jarige Dyonisius (!) Adriaenszoon van Muilwijk, . In de kerk hangt een door hem geschonken koperen kroon en ligt zijn grafsteen met randschrift: Hier leyt begraven Dionys Adryaensz van Muijllwijck hij stierf Den 8 april A D 1604.
De kroniekschrijver vermeldt: 'De toren is gebouwd door meester Cornells Frederiksz uit Gouda, die ook de kerk te Vianen gebouwd heeft. Deze toren was voleindigd anno 1556 op St. Bartholomeusdag (24 augustus); de klokken erin luidden voor het eerst op Allerheiligendag'. De jaren 1555/1556 zijn jaren uit een belangrijke omkeer in de historie der bouwstijlen. De Gothiek maakte plaats voor de Renaissance. Wie vóór het betreden van de kerk het oog slaat op de toegangsportiek in de toren, staat voor één van de oudste 'producten' van de Renaissance in deze lage landen bij de zee.
In het boek van de godsdiensttwisten van de 16e eeuw staat Hoornaar op een donkere bladzijde. Tot de 19 martelaren van Gorinchem behoren de pastoor van Hoornaar, de dominicaan Joannes en de te Hoornaar geboren Antonius van Hoornaar. Op 26 juni 1572 landden de Watergeuzen in Gorinchem. De geestelijken uit het Minderbroederklooster in de Arkelstraat werden opgesloten in de 'Blauwen Toren' aldaar.
Aangezien de sacramenten binnen de stad niet meer bediend werden, deed men een beroep op pastores uit de omliggende dorpen. Bij de vervulling van hun herderlijke plichten in de buurstad Gorinchem werden de Hoomaarse geestelijken gevangen genomen en met hun Gorkumse broeders naar Brielle afgevoerd, waar zij (tot grote ontstemming van de prins van Oranje) in de nacht van 8 op 9 juli opgehangen werden.
Het in 1555/1556 opgetrokken kerkgebouw doet tot op de huidige dag dienst als bedehuis van de Hervormde Gemeente van Hoornaar. De preekstoel die dateert uit 1736 is nog opmerkelijk. Het ragschot ervan wordt geflankeerd door opengewerkte vleugels met ranken en vrouwenfiguren. De vrouwenfiguur in de linkervleugel symboliseert het geloof. In haar linkerhand houdt zij een boek met een kruis erop. Op een dwarsbalk staat het woord 'Geloof te lezen. In haar rechterhand heeft zij een palmtak. De vrouwenfiguur in de rechtervleugel symboliseert de liefde. Op haar rechterarm houdt zij een kind en in haar linkerhand heeft zij een bloem.
Natuurlijk voltrokken zich in de loop der eeuwen restauraties, gedurende welke de zijbeuken verdwenen. Op een prent uit 1751 komt de noordelijke zijbeuk en een kleine zadeldaktoren nog voor. Maar het huidige kerkgebouw heeft weer de vorm van zijn eerste tufstenen voorganger: een zaalkerk.
De gemeente
Op het laatst van de zestiende eeuw is Hoornaar overgegaan tot de hervorming. De eerste predikant heette Reinier. Hij was tegelijk schoolmeester en koster. Een reeks namen op het predikantenbord geeft te zien welke predikanten de gemeente in de loop van de jaren gediend hebben. In deze eeuw was dat onder andere de bekende ds. G. J. Woelderink, die in 1927 bevestigd werd. Ds. Woelderink stond twee jaar in Hoornaar, zijn voorganger dhr. Kwant (overleden in 1925), die godsdienstonderwijzer was, bijna veertig jaren. Het kleine dorp Hoornaar kreeg er na de oorlog een relatief flinke nieuwbouw bij. De gemeente telt momenteel ongeveer 1100 leden. In 1991 kwam de tweede restauratie van de kerk gereed, terwijl de momumentale pastorie naast de kerk, op de donk staand, dit jaar gerestaureerd wordt. De mooie, hoog op de donk staande kerk, trekt vanuit de omtrek de aandacht, ook dan als in de winter op zondagavonden het licht van de koperen kronen naar buiten dringt. Het is dan alsof de stenen spreken van 'de stad op een berg' en 'het licht op een kandelaar' waarop Christus duidde, toen Hij Zijn gemeente typeerde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's