De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leven in de eindtijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leven in de eindtijd

8 minuten leestijd

Bij uitgeverij Verloren in Hilversum verscheen in de serie 'Middeleeuwse Studies en Bronnen' een boek 'Leven in de eindtijd', met als ondertitel 'Ondergangsstemmingen in de Middeleeuwen' (300 blz.). De schrijver is dr. Pieter Eligh, die Nederlandse Taal-en Letterkunde studeerde in Tilburg en Nijmegen en in 1991 promoveerde op een dissertatie over Mariken van Nieumeghen.

Een interessant onderwerp, omdat we, levend vlak voor het jaar 2000, volgens velen ook in de eindtijd zouden leven. Was dat voor het jaar 1000 ook het geval? Nee, zegt de schrijver. Men heeft dat wel dikwijls gemeend, maar het jaar 1000 heeft in de verwachting van de eindtijd geen bijzondere rol gespeeld. Dat we in de eind­ tijd zouden leven heeft men de hele Middeleeuwen door gezegd. En bij de Middeleeuwen denkt de schrijver dan aan een lange periode van ca. 400 tot ca. 1400. Onverwachte natuurverschijnselen, onverklaarbare gebeurtenissen in de kosmos of in de geschiedenis brachten de Middeleeuwse mens ertoe te denken dat het einde van de wereld voor de deur stond en het laatste oordeel zou volgen.

Daarnaast was er gedurende de Middeleeuwen gedurig sprake van grote veranderingen: de opkomst van de stand der kooplieden en de groei van de steden, die snel in betekenis toenamen en de feodale structuur, die men in die tijd zag als van God gegeven, ondermijnde. Onder invloed van het Humanisme in de 12e en 13e eeuw kwam een ander mensbeeld op. Er waren ingrijpende veranderingen op wijsgerig gebied. Dat alles bracht de Middeleeuwse mens tot de gedachte in de eindtijd te leven.

Verwoesting van Rome

Het begint al in het jaar 410, als de stad Rome wordt veroverd en verwoest door de West-Goten. De kerkvader Augustinus schreef naar aanleiding van deze verwoesting zijn 'De Stad Gods': de geschiedenis van de mensheid en de wereld is de strijd tussen de civitas terrena, het aardse rijk, en de civitas coelestis, het hemelse rijk. Spoedig na de ondergang van het Romeinse Rijk zullen de verschrikkingen van de eindtijd volgen en zal het einde van de wereld aanbreken, waarna het hemelse rijk in volkomenheid zal komen.

Een tweede verwoesting van de stad Rome volgde in 455 door de Vandalen, waardoor de ondergangsstemming nog eens extra opleefde.

In de tweede helft van de 6e eeuw vielen de Longobarden Italië binnen. Hun optreden vormde een laatste fase van de Grote Volksverhuizing. Opnieuw beleefden velen de gedachte aan het einde van de wereld.

Noormannen, Saracenen, Magyaren

De tijd van Karel de Grote betekende een periode van vrede en rust. Met kerstfeest in het jaar 800 kroonde paus Leo III hem in de Sint Pieter in Rome tot keizer van 'het Heilige Roomse Rijk'. Karel had het scheppen van één groot christelijk wereldrijk voor ogen. Na zijn dood (814) viel zijn rijk echter in drie delen uiteen (verdelingsverdrag van Verdun, 843). Het Heilige Roomse Rijk werd onderling zeer verbrokkeld en verdeeld.

Invallen van de Noormannen volgden. Zij teisterden een groot deel van Europa. Niet minder barbaars hielden, met name in Italië en Zuid-Frankrijk, de Saracenen huis. Opnieuw werd Rome geplunderd. De Noormannen en Saracenen werden zo mogelijk in wreedheid overtroffen door de Magyaren, een Mongools ruitervolk, dat aan het einde van de 9e eeuw neerstreek in de Hongaarse laag vlakte. De wrede tijd van de Noormannen, Saracenen en Magyaren is als de saeculum ferrorum, de ijzeren eeuw, de geschiedenis ingegaan. Twee dichtwerken, de Muspilli (ca. 800) en de Völuspa (10e eeuw), dat een deel van de IJslandse Edda-liederen vormt, bezingen de ondergang van de wereld en het einde der tijden.

De pest

Aardbevingen, overstromingen (die veel in de Middeleeuwen voorkwamen), droogte of voortdurende regenval, met als gevolg het verloren gaan van de oogst en hongersnood, brachten de Middeleeuwse mens er eveneens toe te denken dat het einde van de wereld zeer nabij was.

Vooral was dat het geval met de drie enorme pestepidemieën, die Europa troffen en die tientallen miljoenen doden kostten: die in de 6e eeuw, in de 14e eeuw (de Zwarte Dood genoemd) en in de 17e eeuw. De toenemende internationale contacten (scheepvaart en karavaanhandel) speelden hierbij een grote rol: de pest werd vooral overgebracht door de zwarte rat, die met de schepen meevoer (of via de karavanen meereisde) van het ene werelddeel naar het andere. Naar schatting een derde deel van de bevolking (!) in Europa kwam door de pest om, waardoor het sociale en economische leven totaal ontwricht werd.

Chiliasme

Toenemende onvrede met de sociale verhoudingen, verzet tegen de heersende gezagsnormen, de opkomst van de universiteiten en de boekdrukkunst maakten weer andere gevoelens wakker. Het chiliasme, het geloof in de komst van een Duizendjarig Rijk, kwam op. Chiliastische ideeën kwamen o.a. van Joachim van Fiore, die profeteerde dat na het tijdperk van de Vader en de Zoon, in 1260 het laatste tijdperk van de Heilige Geest zou aanbreken. Dat tijdperk zou een tijd van grote vrede zijn. Joachim van Fiore had grote invloed op velen. Optochten van geselaars trokken rond (13e en 14e eeuw), die zichzelf op de markten geselden en daarmee boete deden en tot boete opriepen, als voorbereiding op de eindtijd die spoedig zou aanbreken.

Kruistochten

Kruistochten Ook de kruistochten (1095-ca. 1290) hebben bijgedragen aan de verwachting van het einde der tijden. Religieuze motieven (het maken van een bedevaart) en economische motieven (slechte economische omstandigheden) speelden een rol. Maar, zegt de schrijver, vooral trokken de christenlegers naar Jeruzalem omdat ze het als hun taak zagen Jeruzalem van de heidenen te bevrijden en de vervulling van de tijden der heidenen te bewerkstelligen. Als dat gebeurd zou zijn, zou het einde der tijden nabij zijn en het Duizendjarig Rijk aanbreken. Velen wilden ook in Jeruzalem zijn om er eventueel te sterven omdat Christus in Jeruzalem zou weerkeren.

Jodenvervolging

De kruistochten hadden nog een ander effect. Ze hebben meegewerkt aan de vervolging van de joden. Jodenhaat was al latent bij de Middeleeuwer aanwezig. Het barstte bij bijna elke crisis los, onder andere toen de pestepidemieën Europa troffen en de joden daar als voornaamste veroorzakers werden gezien. Maar de kruistochten zetten er vooral toe aan. Gruwelijke tonelen vonden plaats toen de kruisvaarders, vaak op aanraden van predikers, die tot de kruistochten opriepen, besloten eerst in hun eigen land met 'Gods vijanden' af te rekenen alvorens ze naar Jeruzalem trokken. De schrijver zegt: Er zijn perioden in de Middeleeuwen geweest dat de jodenvervolging zo hevig was, dat ze pas in onze eeuw, door die van Hitler, werd overtroffen.

Heksenvervolging

Ook de heksenvervolging had te maken met het einde der tijden. Heksen werden gezien als een laatste poging van de duivel om in het laatst der dagen nog zoveel mogelijk mensen tot afval van het geloof te brengen. De heksenvervolgingen, aangezet door de beruchte heksenbul van paus Innocentius VIII (1484), is een van de donkerste en beschamendste bladzijden van de Europese geschiedenis. Het aantal slachtoffers, onschuldige vrouwen, wordt geschat op vele tienduizenden.

1000-2000

Er zou nog veel meer van dit boek van Pieter Eligh te zeggen zijn. Een van de dingen die hij wil aantonen is, dat er bijna in elke tijd gezegd is dat het einde van de wereld nabij is, met name bij onheilspellende gebeurtenissen en in tijden van economische crises. Speciale ondergangsstemmingen rond het jaar 1000, zoals dikwijls gemeend is, worden echter in de bronnen niet teruggevonden. Daarbij moeten we niet in het andere uiterste vervallen, zegt de schrijver: Gezien de grote waarde die er in de Middeleeuwen gehecht werd aan getallensymboliek is het uiterst onwaarschijnlijk dat het jaar 1000 de gemoederen niet op meer dan gewone wijze heeft beroerd.

Altijd geweest

Ook in onze tijd kan al te gemakkelijk gezegd worden dat het einde der tijden nabij is. Dit boek leert ons een aantal zaken te relativeren. Wat de schrijver bijvoorbeeld zegt van de grote pestepidemieën met zijn vele tientallen miljoenen slachtoffers kan elke vergelijking met moderne ziektes in onze tijd, bijvoorbeeld de ziekte aids, doorstaan. Hetzelfde geldt van oorlogen, geruchten van oorlogen, aardbevingen, hongersnoden, enz. Het is er in vrijwel elke tijd geweest. Zelfs geldt het de verschrikkingen van de Holocaust. Welk een dieptepunt die ook geweest is in de geschiedenis van het 20e eeuwse Europa, ook in de Middeleeuwen zijn er vele beschamende dieptepunten van jodenhaat geweest.

Eén ding viel mij bij lezing van dit boek op: e komen geen berekeningen van de gebeurtenissen van de eindtijd tegen, zoals we die bijvoorbeeld in onze tijd in biblicistische, fundamentalistische lectuur (Hal Lindsey c.s.) kennen. Wel wordt er in de Middeleeuwen regelmatig naar de volkeren Gog en Magog (Ezechiël 38; Openbaring 20 : 7-8) verwezen, maar Gog en Magog worden in de regel nergens zo concreet geduid als in biblicistische kringen in onze tijd.

Leven we in de eindtijd?

Wil dat zeggen dat onze tijd geen trekken van de eindtijd vertoont, als we bijvoorbeeld denken aan de vragen van de moderne wetenschap, van de elektronische snelweg, de nucleaire bewapening, van het milieu en het opraken van de bronnen van de aarde? Of als we denken aan het feit dat het Evangelie in onze tijd gekomen is tot vrijwel alle volken (Matth. 24 : 14)? Is vooral de stichting van de staat Israël in 1948, uniek in de wereldgeschiedenis, geen teken?

We zullen uiterst voorzichtig moeten zijn met stellige uitspraken. We zullen ons ook moeten hoeden voor een bekeringsijver jegens Israël alsof wij daardoor het einde der tijden zouden kunnen bespoedigen. De geschiedenis van eindtijd-verwachtingen in de Middeleeuwen maant tot nuchterheid. Het heeft in elke tijd gegolden, en het geldt ook voor onze tijd: Gij dan, weest bereid; want in welk uur gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen' (Lukas 12 : 40).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Leven in de eindtijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's