Ik ben gedoopt
Over de heilrijke betekenis van de Heilige Doop (2)
In het eerste artikel over het thema 'Ik ben gedoopt' ging het over de heilrijke betekenis van de doop, waarbij we vooral aandacht gaven aan de objectiviteit van Gods heilshandelen in de instelling van dit teken van Zijn verbond. We voegen daar nu nog enkele dingen aan toe.
Daarna willen we bezien wat het inhoudt om Gods verbondsweldaden zich toe te eigenen in het geloof. We zouden dit kunnen noemen: de 'dieptewerking' van de doop. Daarbij gaat het meer over de onderwerpelijke kant van de zaak.
Teken en zegel van Gods verbond
Vooraf echter enkele opmerkingen over de doop als teken en zegel van Gods verbond met Zijn gemeente.
Israels God heeft vanouds een verbond opgericht met Israël. Hij verkoos Abraham en zijn nageslacht Zich ten eigendom. En dat niet, omdat dit volk beter was dan andere volkeren. Maar geheel vrijwillig, in 'eenzijdige' liefde.
Het 'bewijsstuk' van deze liefdesrelatie van God met Israël is de besnijdenis, hét teken van de saamhorigheid van God en Zijn volk. De besnijdenis was er een toonbeeld van, dat de Heere Zijn hand legde op dit volk en het daardoor onderscheidde van alle volkeren der aarde. Van die wereld had Israël zich dan ook af te zonderen in een heilige levenswandel.
De apostel Paulus noemt in Romeinen 4 : 11 Abraham als het grote voorbeeld van dit heilshandelen van God en noemt dan het teken van de besnijdenis het zegel van de rechtvaardigheid des geloofs.
In de volheid van de tijd komt daar voor de gemeente uit de volkerenwereld een andere bediening van het verbond, hoewel het wezen niet verschilt van Gods verbond met Israël. Het verbondsteken wordt dan de doop. Een niet-jood die tot geloof komt in Jezus, de Messias van Israël, wordt niet verplicht zich te laten besnijden.
Hij ontvangt echter wel dezelfde weldaden van Gods verbond als Israël, maar krijgt daarvan een 'bewijsstuk' in de doop. Dat is voortaan het teken, dat hij in Israël is ingelijfd en in Gods huisgezin is opgenomen. Daarom wordt in Kolossenzen 2 : 11v de doop de besnijdenis van Christus genoemd. Zij is voor de gelovigen uit de heidenen in de plaats van de besnijdenis gekomen.
We kunnen daaraan nog iets toevoegen. Zowel de besnijdenis als de doop zijn er het teken van, dat de God van Israël werkt in de lijn van de geslachten en dat Hij de kinderen er meteen bij betrekt. Als Hij Zijn hand op een mens legt, legt Hij in die mens ook zijn hand op zijn nakomelingschap. Daarom zegt Petrus op de pinksterdag: Want u komt de belofte toe en uw kinderen en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal' (Hand. 2 : 39).
Geldingskracht en pleitgrond
Zo zet dan de doop een dubbele streep onder Gods heilsbeloften in Christus Jezus. Van God uit staan alle deuren open en worden zondaren welkom geheten in Zijn gemeenschap. Dat is - wat ik zou willen noemen - de geldingskracht van het sacrament van de doop.
De sacramenten zijn geen 'nuda signa' (naakte lege tekenen). Het sacrament van de doop is van kracht, zelfs als iemand gedoopt is door een ketter. Als hij maar gedoopt is in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het sacrament van de doop mag daarom ook een heerlijke troost zijn voor godzalige ouders die een kind naar het graf brengen, dat nog niet tot zijn verstand is gekomen. Zij mogen niet twijfelen aan de zaligheid van hun vroeg gestorven kind (D.L. 1.17).
Daar doen wij niets aan af. Gods beloften zijn onvoorwaardelijk. Daarmee is echter ook gezegd, dat de doop een krachtige pleitgrond is voor een rampzalig mens die geen been heeft om op te staan. Ook voor een vader en moeder die hun gedoopte kind steeds verder van God en Zijn dienst zich zien vervreemden.
In Chicago - las ik ergens - leefde een jonge vrouw die bezig was haar leven te ruïneren. Ze leefde in de perverse onderwereld van de criminaliteit. Maar ze had nog een moeder, al zag ze die nooit. En wat deed die moeder? Zij maakte posters, plakte er de foto op van haar door verdriet verouderde gelaat en schreef daaronder: 'Kom naar huis; want je moeder heeft je lief'.
Die posters bracht ze in de kroegen waarvan ze vermoedde, dat haar dochter daar kwam. En toen in een nacht gebeurde het. Opeens stond daar die jonge vrouw voor de foto van haar moeder en las de woorden daaronder. Haar hart brak. Terstond stapte zij op uit haar door de zonde vergalde bestaan en ging naar huis. Daar wachtte moeder, haar liefhebbende moeder. Gods verbond heeft geldingskracht en geeft ons een grond om op te pleiten. Misschien kan het volgende voorbeeld ons dat duidelijk maken.
In Vaida (Roemenië) waar onze dochter en haar man werkzaam zijn in een bakkerijproject van Dorkas, valt zo nu en dan de elektriciteit uit. Dat is natuurlijk een ramp. Opeens staat alles stil. In zo'n geval echter kan een noodaggregaat uitkomst bieden. Die vangt het probleem op en zorgt voor energie, zodat het bakken van het brood toch gewoon door kan gaan.
Zo is het in feite ook met de doop. In ons natuurlijk bestaan is de stroom uitgevallen. Alles ligt plat. Maar de doop is er om de zaak weer in werking te zetten. Als die gaat werken, worden de grootste problemen opgelost.
Maarten Luther had op de wand in zijn werkkamer op de Wartburg met houtskool geschreven: 'baptisatus sum - ik ben gedoopt'. Daaraan beleefde hij troost in zijn hoogste aanvechtingen.
Dieptewerking
Maar wil dat alles nu zeggen, dat een gedoopt mens niet meer verloren kan gaan? We weten beter. De doop is geen automatisme. In de r.k.-leer wordt het sacrament van de doop gezien als een kanaal waardoor God Zijn genade in ons laat stromen. Maar in de Bijbel ligt dat anders.
Terecht zegt het formulier voor de bediening van de doop, dat de doop ons ook leert, dat wij 'van nieuw geboren moeten worden'. Dat is het werk van Gods wederbarende Heilige Geest die ons toe-eigent hetgeen wij in Christus hebben, de genade van de doop.
De verloren zoon uit de gelijkenis van Lukas 15 leerde de liefde van zijn vader die tevoren zo vanzelfsprekend voor hem was, als een groot wonder waarderen, toen hij met een verbroken hart opstond uit Zijn waardenloze leven. 'Ik zal opstaan en tot mijn Vader gaan...'
Ik wil dat graag de dieptewerking van de doop noemen. God Zelf zorgt ervoor - door Zijn Woord en Geest - , dat Zijn verbondsbeloften, in de doop betekend en verzegeld, op Zijn tijd ook gelovig toegeëigend worden. Gods verbondsweldaden zoeken een ingang in ons hart en een uitwerking in ons leven in de weg van bekering en geloof en in de daadwerkelijke vernieuwing van ons dagelijkse bestaan.
Dat alles is binnen Gods verbond met ons een vereiste. 'Noblesse oblige' - adeldom verplicht. 'Wij worden van God door de doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid...' (tweede deel van het doopformulier). Want wie gewassen wordt door het bloed van Christus, zal ook tegelijk geheiligd en gereinigd worden door Zijn Geest.
Maar betekent dit dan, dat bekering en geloof tegenprestaties zijn van onze kant? In geen enkel opzicht. Het mag veeleer een heerlijke troost voor ons zijn, dat de Heere ook de Gever wil zijn van alles wat Hij van ons eist. Bekering en geloof zijn inbegrepen in Gods verbondstoezeggingen. 'Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen en u een vlesen hart geven' (Ez. 36 : 26). Of zoals het zo treffend wordt gezegd in zondag 27 van onze Heidelberger: at de Heilige Geest die het geloof werkt, aan de jonge kinderen der gemeente niet minder dan aan de volwassenen is toegezegd.
Tweeërlei kinderen des verbonds
Dat alles zet de dingen in ons leven onder grote spanning. Het is afschuwelijk om een gedoopt voorhoofd te hebben en een onherboren hart. 'Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben (al was hij honderd keer gedoopt) zal verdoemd worden' (Mark. 16 : 16).
Een verbondskind en toch ook een kind des toorns?
Er zijn tweeërlei kinderen des verbonds. Zij die Gods verbond door bekering en geloof leerden inwilligen. Zij die alle schatten van Gods verbond levenslang veronachtzamen.
Hoe nodig, dat wij de doop niet beschouwen als een oorkussen waarop wij ons onbekommerd te slapen leggen. Beloften van God zijn er om ermee te worstelen, om de vervulling ervan biddend in te wachten. Ook voor een kind, reeds als het nog onder het hart gedragen wordt. 'Heere, geef dat ik geen sta-in-de-weg ben voor mijn kind, maar een levende wegwijzer naar U toe.' 'Aan moeders hand tot Jezus.'
Zo maken wij eigenlijk levenslang een gang naar het doopvont. Dat is wel genoemd: 'regressus ad baptismum - terugkeer tot de doop'. '
David zegt van zijn moeder: Zij wierp mij reeds op u in barenssmarte, gans onbevreesd'. Job ging in de vroegte van elke morgen op zijn knieën, als zijn kinderen hun feesten hielden. Hij bad voor hen zeggende: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en God in hun hart gezegend' (Job. 1 : 5).
Een kind vroeg eens aan zijn vader, of hij naar de kermis mocht. 'Ach, jongen', zei zijn vader, 'dat kan ik je niet toestaan; weet je, ik heb met jou voor de doop gestaan.'
Inderdaad, ons kind is een 'Godsgeschenk' en wij hebben niet het recht om het aan de wereld af te staan. Dat zullen we ook niet doen, als wij tenminste dat kind niet uit gewoonte of bijgelovigheid hebben laten dopen, maar als 'gelovige'. Boven het doopforumlier staat terecht: om de heilige doop te bedienen aan de kleine kinderen der gelovigen.
Uw doopkleed
Helaas, hoe verachterd zijn wij vaak in dit leven uit het verbond van God. En hoe nodig, dat we elkaar aanhoudend opwekken om 'Gods verbond en woorden als onze schatten gade te slaan' (Ps. 25 : 5 ber.).
In de Oude Kerk, de tijd van de eerste christenen, gebeurde het wel, dat iemand na zijn doop weer terugviel in oude zonden. In dat geval haalden de gemeenteleden het kleed waarin hij gedoopt was uit de kast en hielden hem dat voor. Ter herinnering aan Gods verbond en aan zijn plechtige belofte om naar de regel daarvan te wandelen.
Ik eindig met een woord van mijn leermeester, wijlen ds. G. Boer. 'Een verstandig bedelaar gaat altijd zitten aan de wieg waarlangs mensen komen. Een zondaar doet wijs zich te zetten aan de weg waarlangs de Koning der koningen komt.' Zet u aan de koninklijke weg. Dat is de weg van Gods verbond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's