Dubbele solidariteit?
Op 14 mei 1948 werd de staat Israël uitgeroepen. Op 30 april wordt dit feit in Israël herdacht, hoewel eigenlijk heel 1998 in het teken staat van 'Vijftig jaar Israël'. Volgende week zullen we een speciaal nummer van dit blad ook wijden aan deze herdenking.
Ook op de Kerkendag kwam Israël aan de orde, onder het aspect 'De vrede van Jeruzalem'. De Raad van Kerken in Nederland spreekt in een nota over dit thema over een dubbele of tweezijdige solidariteit met het Joodse en het Palestijnse volk in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Zij kiest als zodanig voor een 'inclusieve' stad Jeruzalem, een stad voor Israëli's en Palestijnen, een stad voor joden, moslims en christenen, ongeacht de vraag wie de soevereiniteit over Jeruzalem zal hebben.
Intussen kiest de raad er ook voor af te zien 'van enige religieuze rechtvaardiging voor enige territoriale claim over de stad'. Tijdens de gedachtewisseling in Kampen gingen dr. B. de Gaay Fortman en prof. dr. P. de Waart op dit spoor verder. Ze benaderden de kwestie Jeruzalem alleen vanuit het (volken)recht. Mevr. drs. I. M. den Hartog van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël echter bestreed de visie van de Raad van Kerken in deze — zei er ondubbelzinnig 'nee' tegen - vanwege het feit, dat historie en religie niet uit elkaar zijn te houden. De meest links georiënteerde Jood zal dat beamen.
Zelf heb ik in een korte positiebepaling voorafgaande aan de discussie het volgende gezegd:
1. Jeruzalem is Brussel niet en Israël is Pakistan niet. En bezinning in de kerken over Jeruzalem is geen bezinning in de Verenigde Naties. De kerk is met bijbels-historische banden verbonden aan het joodse volk. De kerk zal enerzijds geen andere dan een dubbele solidariteit met het Joodse volk en het Palestijnse volk kunnen hebben, omdat aan geen volk het bestaansrecht en een plek om te leven mag worden ontzegd. Maar in die solidariteit is er anderzijds ten aanzien van Israël wel sprake van een bijbels-historische prioriteit. De kerk is allereerst solidair met Israël: vanwege de historie, vanwege de schuld aan Israël in de historie en vanwege de bijbelse verwachting.
Voor Israël geldt de landbelofte uit Genesis 15 en Genesis 17 (zie 'Israël, volk, land en staat' van de hervormde synode, 1970). Het volk en het land horen bij elkaar. De staat als zodanig valt niet terug te voeren op een bijbelse belofte. Maar wat is een volk in een land zonder staatkundige ordening?
Van wie was het land Palestina vóór 1948? 'Een land zonder volk voor een volk zonder land' zei I. Zangwill. Maar Joden mogen op het land oude, historisch rechten laten gelden; een recht, dat ook bijbels is omdat wat het joodse volk betreft hun geschiedenis ook in de Bijbel is verwoord. De Anglikaanse theoloog in Jeruzalem Naim Stephan Ateek gaat op grond van 'gerechtigheid' uit van het recht van de Palestijnen op het land en zegt dan dat Joden gastrecht kunnen krijgen voor hun staat, omdat deze nu eenmaal niet meer weg te denken is in het Midden Oosten. In beide gevallen wordt het recht religieus onderbouwd. Maar de vraag blijft dan recht overeind wie écht recht heeft op het land. Heeft niet het Joodse volk de oudste rechten?
Bij het volk en (in) het land hoort ook onlosmakelijk de stad Jeruzalem, een door en door historische stad, die op allerlei plaatsen in de Schrift als zodanig voorkomt en niet te ont-historiseren of louter te spiritualiseren valt, al wordt in het N.T. ook over Jeruzalem in geestelijke zin gesproken. In 2 Kon. 6 : 5 staat: Van die dag af dat Ik Mijn volk uit Egypte heb uitgevoerd, heb Ik geen stad verkoren uit alle stammen van Israël om een huis te bouwen, dat Mijn Naam daar zou wezen'. Jeruzalem is ook de stad van Koning David, van het Davidisch koningschap (2 Sam. 5 : 7). Het volk, het land, de stad en de religie horen nauw bijeen. En als in Zacharia 14 Jeruzalem wordt aangeduid als de stad, waarheen de volkeren zullen optrekken, staat dat dan buiten de historische stad Jeruzalem?
Christenen hebben voor zichzelf overigens in Jeruzalem niets te zoeken, hebben zelf geen religieuze claim op het land. Uitspraken van de Paus over Jeruzalem zijn als zodanig altijd verdacht, omdat het op de achtergrond altijd lijkt te gaan om de kerkelijke bezittingen aldaar. Iets anders is of we als christenen ook niet de religieuze component mogen laten gelden als het gaat om het recht van Israël op land en stad.
Volkenrecht is daarbij nooit waarden-vrij. Toen in 1917 in Engeland in de Belfourverklaring werd uitgesproken, dat de joden recht hadden op 'een nationaal tehuis', speelden op de achtergrond dié christenen een grote rol, die in de vorige eeuw vanwege de bijbelse profetie leefden uit de verwachting, dat de joden in de verstrooiing uit de wereld zouden terugkeren naar Palestina, zoals Wilhelmus a Brakel en anderen uit de traditie van de Nadere Reformatie en de Puriteinen dat al eerder hadden geloofd.
Intussen zal Israël zelf recht doen aan de andere volkeren, ook aan het Palestijnse volk. Micha 6 : 8 staat in het Oude boek van Israël: Wat eist de Heere van u, o mens, dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God? '!. Toen Mosje Dajan in 1967 bij de joodse klaagmuur stond, zei hij, dat Israël de stad nooit meer terug zou geven, ongedeeld zou laten, maar dat de stad wel een plaats zou zijn, waar de volkeren en de religies samen in vrede zouden wonen.
Eerst is er de vraag van het recht dan die van het gastrecht. Maar, hoe dan ook: Israël zal recht doen ook aan het Palestijnse volk. En wanneer - zoals in de joodse orthodoxie is gezegd - de vestiging van de staat Israël een voorschot is op de Messiaanse verlossing, dan zullen ook vrede en gerechtigheid in het land en in de stad worden gepraktiseerd. Hoezeer christenen en joden ook verschillen inzake de Messiasverwachting, in één ding komen ze wat de Schrift betreft samen: het gaat ook om vrede en gerechtigheid.
Aanvullend op het bovenstaande wil ik hier nog opmerken, dat de zogeheten dubbele solidariteit tot uitdrukking zal komen in diakonaal beleid binnen de kerken. De kerk helpt waar geen helper is. Maar of daarbij dan behoort een felicitatie aan het vijftigjarige Israël, met een cadeau naar zowel Joodse als Palestijnse kant? Men feliciteert een jarige of men feliciteert niet. Er is alle reden om vandaag Israël vanuit de kerk te feliciteren en de tweezijdige diaconale verantwoordelijkheid op andere momenten tot uitdrukking te brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's