Boekbespreking
Ds. D. J. Budding, De band die nooit breekt, uitg. Den Hertog, Houten, 1997, genaaid gebrocheerd, 271 pag., ƒ 27, 90.
Domineespoëzie kwam er in de vorige eeuw nogal bekaaid af, met name in de hekeldichten van Cornells Paradijs (Frederik van Eeden). Maar romanschrijvende predikanten werden niet zo weggehoond. Hofprediker ds. C. E. van Koetsveld en Nicolaas Beets (Hildebrand) worden als proza-auteurs nog wel gelezen. Of dat met dit boek van ds. Budding, hervormd predikant te Waarder en voorzitter van de SGP, ook het geval zal zijn over pakweg honderd jaren? Dat moet de tijd uitwijzen. Andere boeken van zijn hand waren meer het werk van de dominee: pastoraal en moreel.
Maar in zijn vrije tijd - hoe schaars ook - waagde hij zich aan deze historische roman die speelt in de tijd van keizer Nero en zijn opvolgers en die als rode draad heeft: geloofsvertrouwen ten tijde van de christenvervolgingen. De hoofdfiguren zijn een jonge bekeerde Germaan en diens vriend, een mede door hem tot geloof gekomen zoon van een hoge Romein. Beiden, Wulfert en Claudius, zullen na veel wederwaardigheden en soms ook bange geloofsworsteling hun levens eindigen in de arena van Rome, als bloedgetuigen voor de andere Caesar, Koning Jezus. De vertelling - een echte roman zou ik het niet willen noemen; daarvoor ontbreekt teveel de hechte romanstructuur - betreft een boeiende en spannende tijd in de vroege kerkhistorie.
Andere auteurs hebben zich ook wel met deze periode beziggehouden, zoals F. A. Venter over Simon van Cyrene. Henric Sienkiwycz met zijn 'Quo vadis? ' en Par Lagerkvist met 'Barabbas'. Met hen zal en kan Budding zich niet meten. Ik zie zijn boek - waarop literair en historisch nog wel wat valt af te dingen - vooral als een hartstochtelijk pleidooi voor het martelaarschap: als het, wat God verhoede, van je gevraagd wordt, kun je dan bloedgetuige zijn om Christus' wil? Deze hoofdfiguren en diverse bijfiguren in 'De band die nooit breekt' kunnen dat wel. Zó is hun levensgang en hun sterven iets om jaloers op te worden. Zouden wij zó consequent voor de Naam van Jezus uitkomen als we wisten, dat ons leven ermee gemoeid was?
Dat lijkt mij in grote lijnen de boodschap die ds. Budding in dit boek wil doorgeven. Doet hij dat verantwoord? Ja en nee. Als we letten op de bedoeling en de boodschap kunnen we daar gaarne mee instemmen. Als we (vooral) literaire maat staven zouden hanteren bij de beoordeling, dan is er toch wel wat mis, maar nergens lijkt de auteur die literaire pretenties te hebben. Toch had hij of zijn redacteur bij de uitgeverij een aantal zaken die niet (kunnen) kloppen moeten aanpassen.
Om iets te noemen: in dialogen omstreeks 68 na Chr. moet je de hoofdpersonen niet letterlijk de oudste versie van de Statenvertaling in de mond leggen. Middeleeuwse kastelen met slotbrug e.d. bestonden in die eerste eeuw na Chr. nog niet, evenmin als gesloten koetsjes uit de 17e eeuw. En Germanen heetten toen, neem ik aan, nog niet Ada, Wulfert, Barthe, Marius, Lodewijk of Evert. Ook zongen die martelaren niet de Psalmen in onze berijming van 1773.
En zo is er meer te noemen. Aan de boodschap van de vertellende dominee doet het niet echt af, maar het zijn vermijdbare slordigheden, zoals ook het al te archaïsch taalgebruik dat jongeren zou kunnen afschrikken. Terwijl van mij tal van scènes best wat minder expliciet bloederig en/of erotische beschreven hadden mogen worden. Kortom: ik zeg ja tegen de inhoud, maar aarzel wat bij de vorm.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's