De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het verhaal centraal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het verhaal centraal

Methode voor godsdienstonderwijs in de bovenbouw van de openbare basisschool

10 minuten leestijd

Inleiding

Het is een oude gewoonte dat op de openbare basisschool door de kerken godsdienstonderwijs gegeven wordt. Meestal aan de groepen in de bovenbouw. Menig predikant zal dit onderwijs zelf hebben gegeven en ook andere gemeenteleden hebben zich daarvoor ingezet. Dat gebeurt tot op de dag van vandaag in honderden scholen. Vaak kan men er een subsidie voor krijgen van de plaatselijke overheid (helaas niet altijd).

De laatste tijd is er een groeiende belangstelling voor dit godsdienstonderwijs. Met name van de kant van de ouders die hun kind naar de openbare school sturen. Het verschijnen van een Notitie van de sectie Educatie van de Raad van de Kerken in Nederland in januari van dit jaar wijst daar ook op.

Dat is een verheugende zaak. Niet als alternatief voor het christelijk onderwijs, maar vanwege het missionaire karakter van de kerk. Op deze wijze worden talloze kinderen van ons volk in aanraking gebracht met de Bijbel en het christelijk geloof. Des te belangrijker is het dat dit onderwijs kwalitatief goed is. Om daaraan te voldoen hebben leerkrachten die dit onderwijs geven niet zo veel hulpmiddelen. Van ouds bestaan er enkele methoden. Sinds enkele jaren geeft de HGJB vertelmappen uit voor dit onderwijs. Onlangs is er echter ook een geheel nieuwe methode voor het godsdienstonderwijs op de OBS verschenen onder de titel Het verhaal centraal. Het is uitgegeven als resultaat van een samenwerkingsproject van het Centrum van Educatie (NHK), IKOS Den Haag, het Hervormd Evangelisatorisch Beraad (HEB) en de afdeling Missionair Werk (MW) van het Centrum voor Gemeenteopbouw van de GKN.

Gegevens

In een begeleidende Verantwoording ontvangt de gebruiker informatie over de achtergronden en de opzet van de nieuwe methode. Deze is ontstaan vanuit een driejarig project, waaraan een brede kring van deskundigen en medewerkers heeft meegedaan. De. eindredactie was in handen van Lenie Ridderhof en Hans Spinder. Een hele reeks personen heeft de methode getest in hun kring van leerlingen. Het resultaat is er dan ook naar. Naar mijn inschatting is het een professionele methode die voldoet aan hedendaagse didactische en pedagogische criteria.

De methode bestaat uit een handleiding voor de leerkracht en een werkboek met werkbladen voor de leerlingen.

De situatie waar de methode op inspeelt is de huidige pluriforme school. In deze situatie bieden de kerken hun godsdienstlessen aan als een vorm van presentie en dienst van de kerken. Daarbij wordt rekening gehouden met de achtergronden en de vragen van de leerlingen. Men gaat er van uit dat de meeste kinderen heel weinig kennis van de Bijbel en het christelijk geloof hebben.

De doelstelling zoals die wordt omschreven in de Verantwoording luidt: 'De leerlingen maken kennis met belangrijke aspecten van Bijbel en christendom. Ze leren, in relatie met bepaalde thema's, daarvan iets over andere, in Nederland en in de school aanwezige godsdiensten. Zij worden geholpen de thema's uit de verhalen te verbinden met gebeurtenissen en ervaringen uit hun eigen leven en worden gestimuleerd eigen ideeën over levensbeschouwelijke vragen te ontwikkelen'.

De doelstelling heeft een open karakter. Er mag geen druk op de leerlingen worden uitgeoefend om een bepaalde keuze te maken (de openbare basisschool is geen plaats voor evangelisatie; respect voor het geloof van anderen is uitgangspunt). Toch heeft het godsdienstonderwijs wel een eigen karakter ten opzichte van het verplichte vak 'Geestelijke stromingen'. Daarin gaat het cognitief en informatief toe. Bij godsdienstonderwijs speelt de eigen overtuiging van de leerkracht een legitieme rol. Ook heeft dit onderwijs een vormend karakter, waarin plaats is voor het emotionele element in leren. Enkele kinderbijbels, bijv. van Karel Eykman worden genoemd als hulpmiddel bij de vertelling.

De opzet

De methode is thematisch van opzet. Deze thema's worden op een narratieve manier aan de orde gesteld, door ze te verbinden met verhalen uit de Bijbel, uit de profane geschiedenis en ook uit andere godsdiensten (jodendom, islam, hindoeïsme). Het geheel is opgebouwd uit twee keer zes blokken (voor twee jaar). Elk blok werkt een bepaald thema uit in (meestal) zeven of acht lessen. De thema's die besproken worden heten: Schepping, Vertrouwen, Verwachting, Vrede met jezelf en met de ander. Samen leven. Moedige vrouwen (deel I) en Dromen en visioenen, Rituelen, Gerechtigheid, Leven en dood. Inspiratie, Op weg (deel II). De thema's zijn zo gerangschikt dat enigszins de lijn die door de Bijbel heen loopt aanwezig is. Hoewel men de thema's ook naar eigen inzicht kan rangschikken, waardoor deze lijn wordt losgelaten. Om een voorbeeld van een blok te geven noem ik blok 1: de schepping. Het gaat dan om de volgende lessen: het verhaal van de schepping (1), een ander begin (een legende van de Chibcha-indianen) (2), een naam krijgen (Gen. 2:1-20) (3), jaloezie (Kaïn en Abel, Gen. 4:1-16) (4), een nieuwe kans krijgen (Noach, Gen. 6 : 5-9, 17) (5), bomen als symbolen (6), hoop doet leven (7), orde in de chaos (facultatieve les) (8). Afzonderlijk is aan het eind van deel I een blok te vinden dat facultatief gebruikt kan worden. Onderwerpen die hierin aan de orde komen zijn bijv. Franciscus van Assisi, 4 oktober (dierendag). Maarten Luther, 31 oktober (Hervormingsdag), Allerheiligen en Allerzielen, 1 en 2 november, Sinterklaas, 5 december en Valentijnsdag, 14 februari.

Het materiaal

De methode bestaat uit een handleiding voor de leerkracht en een werkboek voor de leerlingen. In de handleiding wordt bij het begin van een thema een uitvoerige en deskundige toelichting gegeven met een theologische en didactische/pedagogische verantwoording. Bij elke les gebeurt dat in beperkte vorm ook steeds. Deze informatie speelt in op een lesgebeuren in drie delen: een introductie, een kern/vertelling en een verwerking. Dus: de gebruikelijke didactische indeling van een les. Achter in de handleiding staat een lijst met literatuur en adressen.

De werkbladen (bij iedere les één werkblad) bieden allerlei mogelijkheden om de introductiefase en de verwerking in te vullen. De meest uiteenlopende, originele werkvormen worden gebruikt, dicht bij de kinderen. Soms (te weinig!) wordt de mogelijkheid van het zingen van een lied gegeven. Gedurende de behandeling van een thema is er in de klas een symbool aanwezig in de klas als verbindend element tussen de afzonderlijke wekelijkse lessen.

Beoordeling

1. Didactisch bekeken biedt deze nieuwe methode uitstekend materiaal. Tot in de kleinste details is alles doordacht. De gekozen thema's zijn aansprekend, dicht bij de belevingswereld van de kinderen. De werkvormen zijn inspirerend met een sterk communicatief karakter. De docent krijgt een schat aan adviezen, informatie, ideeën. Kan eigen keuzen maken. Kortom: het is een methode waar m.i. heel goed mee te werken valt. Ik kan me voorstellen dat je er didactisch met plezier mee werkt.

2. Theologisch zit de methode ook goed in elkaar. Alleen, ik kan me helaas vaak niet vinden in de theologische uitgangspunten die aan deze methode ten grondslag liggen. Ik vind dat jammer. Ik heb bijna het gevoel een spelbreker te zijn als ik op dit punt mijn vragen formuleer.

3. In de methode is de lijn: schepping-zondeval-verlossing losgelaten. Hoewel het eerste thema over de schepping gaat, moet de schepping toch gezien worden als een vorm van bevrijding. Verg.: 'Schepping is (...) een daad van de Heer, die ruimte maakt in de chaos, een plek voor mensen om te wonen. Dat is niet een eenmalig gebeuren uit een ver verleden, maar een weerkerende daad van bevrijding en het maken van ruimte in heden en toekomst' (Handleiding, I, p.). Ik denk dat in de Schrift de schepping wel een aparte daad van God is, zoals ook beleden wordt in het Apostolicum. Hiermee verband houdend wordt ook de zondeval niet als een historisch gebeuren behandeld. Dat kan natuurlijk ook niet als je schepping en bevrijding identificeert. Maar daarmee kom je wel voor de vraag te staan: heeft God de schepping dan niet goed gemaakt, ik bedoel inclusief de zonde? Ik zou daar geen ja op kunnen zeggen. Bovendien als je de lijn: schepping-zondeval-verlossing loslaat, hoe loopt het wereldgebeuren dan af? Is dat een open eind? Is de strijd tussen God en het kwaad werkelijk eeuwigdurend? (Thema 6, les 3 uit deel I).

4. De methode is thematisch opgezet. Dat heeft als voordeel dat je in kunt spelen op de leefwereld van de kinderen. Tegelijk werpt het de vraag op hoe je zo recht kunt doen aan de historische lijn en de literaire opbouw van de Bijbel. Het wekt de suggestie dat historische lijnen, verbanden en feiten er niet zoveel toe doen. Toegegeven, gebeurtenissen in de Bijbel willen geen exacte verslagen zijn. Dat neemt m.i. niet weg dat de gebeurtenissen in de Bijbel zichzelf aandienen als historisch. Is het juist te zeggen: 'Je kunt de Bijbel letterlijk nemen, of je kunt hem serieus nemen' (Lapide) (blok 5, les 1, uit deel II). Dat mag toch geen dilemma zijn? Gebeurtenissen rondom Johannes de Doper en Jezus worden uitgewerkt naar rituelen. Een vondst, maar komt zo de heilshistorische lijn tussen Johannes de Doper en Jezus niet onder druk te staan?

5. Waar ik ook moeite mee heb is het interreligieuze karakter van de methode. Verhalen uit andere godsdiensten worden op één lijn gesteld met verhalen uit de Bijbel. Ik begrijp de achterliggende gedachte: kinderen respect bijbrengen voor kinderen in de klas die een andere religie hebben. Dat deel ik ook. Maar ik vind dat dat niet ten koste mag gaan van de identiteit van het christelijk geloof dat zich baseert op de Bijbel. Hier liggen hermeneutische beslissingen aan ten grondslag die in de Verantwoording verantwoord hadden moeten worden. Is het de taak van de kerken bij de kinderen de suggestie te wekken dat een verhaal uit de Bijbel en een erop gelijkend verhaal uit de Koran of Veda op één lijn staan? Ik vroeg me bij het lezen van de methode ook wel eens af hoe de vertegenwoordigers van andere religies over deze aanpak denken? In elk geval raak je hier aan het eigene van het godsdienstonderwijs van de kerken. Dat daarbij informatie over andere religies ter sprake komt, is niet in het geding. Maar het gaat wel om de manier waarop dat gebeurt. Bovendien vervaagt de grens tussen Godsdienstonderwijs namens de kerken en het verplichte vak Geestelijke stromingen.

6. De geboorte van Jezus, Zijn lijden en sterven aan het kruis, Zijn opstanding en hemelvaart, de uitstorting van de Heilige Geest vormen de heilsfeiten waarop de redding van mensen is gebaseerd. Eerlijk gezegd vind ik het gehalte van de verhalen over Jezus, gezien als Redder van zondaren, erg mager. De heilsfeiten verliezen hun unieke karakter, zoals beleden in bijv. het Apostolicum. Het heilsfeit van Pinksteren vind ik wat dat betreft veel beter. Waarom zo ook niet met de andere heilsfeiten gedaan?

Tenslotte

Deze methode vind ik didactisch uitmuntend, maar theologisch aanvechtbaar. Ik denk dat leerkrachten van hervormd-gereformeerde levensovertuiging er niet mee uit de voeten kunnen.

Ik vind het jammer deze dingen te moeten schrijven. Was het niet mogelijk geweest bij de voorbereidingsfase ook eens in gesprek te zijn geweest met de al jaren bestaande werkgroep voor godsdienstonderwijs, uitgaande van de Herv. Ger. Jeugdbond te Bilthoven. Destijds is deze werkgroep opgericht in een open samenwerking met de Raad voor Educatie. Ik was daar persoonlijk bij betrokken. Deze werkgroep geeft ook materiaal uit, belegt studiedagen, gaf onlangs een folder uit. Uit deze folder citeer ik de doelstelling van het godsdienstonderwijs op de OBS, die ik nog steeds zeer bruikbaar acht:

'Godsdienstonderwijs op de Openbare Bassisschool wil kinderen in aanraking brengen met de Bijbel en hen vertrouwd maken met de inhoud en de uitwerking ervan, rekening houdend met het karakter van het openbaar onderwijs. Deze inhoud heeft als centrum: Jezus Christus, Redder en Heer van ons leven. Dit onderwijs raakt niet alleen de verhouding tot God en de naaste, maar ook de verschijnselen die zich voordoen in onze cultuur, wereld, taal en samenleving.'

Het verhaal centraal, methode voor godsdienstonderwijs in de bovenbouw van de openbare basisschool, een uitgave van SGO te Hoevelaken, 1997.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het verhaal centraal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's