Torenspitsen-Gemeenteflitsen
SIDDEBUREN
Wie van stad naar de Groninger Ommelanden reist ontdekt ter linker-en rechterzijde nog regelmatig fier boven het landschap uitstekende torenspitsen. Van verreweg de meeste ontbreekt thans in dit orgaan een gemeenteflits. In de vorige eeuw was dit wellicht anders verlopen. Niet alleen in het jaar 1834 rondom Ulrum maar ook enkele decennia later blijken veel Groninger gemeenten op zoek naar hervormde predikanten die hen van een gereformeerde prediking kunnen voorzien.
Neem bijvoorbeeld 't Zandt, waarvan het kerkgebouw in het vorige winterseizoen dienst deed voor toerustingsavonden naar Schrift en belijdenis. Nadat in 1856 vandaar ene ds. N. van der Tuuk naar Nieuwolda is vertrokken en het beroepingswerk reeds de nodige voeten in de aarde heeft gedrukt, wordt vier jaar later de bekende A. P. A. du Cloux uit 's-Grevelduin-Capelle beroepen.
Ds. W. Sijpkens, die kort tevoren ook Staphorst heeft afgezegd, volgt korte tijd later. Tevergeefs. De kerkenraad klopt dan aan de pastoriedeur te Poortvliet, alwaar ds. H. van Griethuijsen herder en leraar is. Echter ook hij wijst het beroep van de hand en herhaalt dit gebaar korte tijd later wanneer hervormd Staphorst bij hem op de stoep staat.
Of de kerkenraad het ingeslagen spoor als een heilloze beschouwt, we weten het niet. Wel wordt als zesde een dominee met een andere achtergrond geroepen. Daarmee is het spoor naar een predikant in de gereformeerde traditie definitief verlaten.
Natuurlijk hebben vertegenwoordigers hiervan hun voeten in de Groninger bodem gedrukt. Zelfs te veel om op te noemen. Men denke bijvoorbeeld aan Appelius, Van Apeldoorn, Buiskool, Gravemeijer, Van Griethuijsen, Guldenarm, Homoet, Knap, Ringnalda, Schortinghuis, Themme, Tjaden, Van Velzen, Verschuir en niet te vergeten de genoemde Du Cloux die zijn ambtelijke loopbaan niet alleen in deze provincie is begonnen maar deze ook met een negenjarig verblijf in Spijk (niet te verwarren met de naamgenoot in Zuid-Holland) heeft afgesloten.
Zeker, voor sommigen geldt al enkele eeuwen dat ze zijn gestorven en meer dan eens blijken ook hun nagelaten werken letterlijk onder een dikke laag stof te zijn verdwenen. Echter, wie meent dat er in dit noordelijkste deel geen geloof meer wordt gevonden, moet zich haastig en naarstig aanzetten tot een nadere kennismaking met dit 'verachte Galilea'.
Kerkgebouw
De reis stopt in deze aflevering bij de kerktoren van Siddeburen. Het is een bijzondere flits vanuit het Groninger land. Vanuit de opmerkelijke toren is wellicht het meest te horen tijdens elke laatste avond van het jaar. Immers het is een traditie na de oudejaarspreek het voorbije jaar letterlijk uit te luiden. Ook op zondag roept de klok telkenmale de gemeente van heinde en verre samen om via de gang door de donkere toren het Godshuis binnen te treden en vervolgens door het lichtgevende Woord beschenen te worden.
Zo'n honderdveertig kerkgangers uit Siddeburen en 'de ommelanden' geven aan de roep gehoor. Wellicht wijkt de gemeente daarin niet het meeste af. Door de perforatiemogelijkheden hebben meerdere hervormde gezinnen uit de omtrek zich naar hier laten overschrijven en zijn er ook leden naar buurgemeenten vertrokken. Het kerkgebouw is een bezichtiging meer dan waard. Het gaat immers om één van de oudste kerken van de hele provincie. Inmiddels wellicht zo'n achthonderd jaar geleden verrezen, deels van de zogeheten tufstenen. Het onderste deel van de toren is daarvan gebouwd en vervolgens later verhoogd met bakstenen. Niet minder opvallend is het lage venster in het koor, dat mogelijk in het grijze verleden is gebruikt als verlichting van het hoofdaltaar.
Bij een blik op het interieur valt de aandacht meteen op de monumentale preekstoel, die van het jaar 1621 dateert. De gemeentezang wordt begeleid op een Lohman-orgel, dat dateert van de eerste helft van de vorige eeuw en in de jaren vijftig is gerestaureerd.
Predikanten
In de gemeenteflitsen valt steeds de nodige aandacht op hen die zich aldaar in de houten broek hijsen. Aangaande Siddeburen valt op dat het niet gemakkelijk is geweest om na de Reformatie een degelijke voorganger te vinden. Mogelijk daardoor wordt in 1619 op de kerkvergadering in Groningen vastgesteld dat er nog immer een altaar in de kerk van Siddeburen aanwezig is.
De dominees die ondertussen hier hun gaven hebben ingezet, krijgen het vroeg of laat aan de stok met de kerkleiders. De eerste, de voormalige priester Joannes a Laxten (sr.), oogst twee jaar na z'n aantreden bij het examen nog een 'onvoldoende'. Zijn opvolger krijgt later met de synode van doen omdat hij dagelijks dronken wordt aangetroffen. Als derde predikant (van 1606-1614) wordt ene Hermannus Sebastiani genoemd. Op zijn grafsteen prijkt de tekst: 'Wat is des wereldts vals bedrijf Ick bracht 't aen 't 6e wijf'. Hij is gedurende zijn leven meerdere keren door de classis ter verantwoording geroepen.
Opmerkelijk genoeg komt de naam van de vierde dominee van Siddeburen niet eens in alle registers voor. De voormalige roomse pater Johannes Ulkenius moet in het jaar 1620 zijn ambt opgeven vanwege 'een zware val'. Zijn misstap is zodanig bekend geworden dat een nieuw toelatingsverzoek meteen wordt afgewezen. Tijdens zijn verblijf leidt de kermis op hemelvaartsdag tot 'grote ontstichting en oneerlijke en schandelijke daden'.
Veel wisselingen
Ook al vanwege de moeizame start heeft de hervormde gemeente in de eerste eeuw van z'n bestaan in vergelijking met anderen veel verschillende voorgangers gekend. Dit aantal komt op maar liefst twaalf. Een andere reden hiervan is gelelgen in het vroege overlijden van Theodorus Stammer (in 1694) exact twee weken na zijn bevestiging. Zijn opvolger, de in Siddeburen geboren Martinus Siertsema, overlijdt nog geen jaar later. Hij heeft deze gemeente slechts ruim drie maanden mogen dienen.
Is het ambt in Siddeburen nooit van vader op zoon overgegaan, wel zie je vaak lijnen met nazaten van predikanten die elders in deze regio hebben gediend. Opmerking verdient het feit dat Fokko Liefsting (van 1769-'71) gehuwd is geweest met de achterkleindochter van de dichter-dominee W. Sluiter. Hij is ongetwijfeld mede gevormd in de genoemde familie. Gestempeld door een vertegenwoordiger van het gereformeerde piëtisme.
Aan de predikant Jacobus Begemann (van 1802-'48) gaan de perikelen van de Afscheiding niet voorbij. Reeds in 1833 spreekt de hervormde kerkenraad over 'bijeenkomsten met een godsdienstige strekking' die haar met zorg vervullen. Het zal nog drie jaar duren voordat een groep zich onttrekt en onderdak zoekt bij de afgescheidenen in Helium. Eerst op 18 mei 1857 is in Siddeburen een zelfstandige gemeente opgericht.
Groninger Richting
Ondertussen is aan hervormde kant de hang naar de Groninger Richting steeds duidelijker geworden. De gemeenteleden ontnemen gaandeweg de kerkenraad het beroepingsrecht en verkiezen in 1894 de uit Nieuwolda afkomstige Mattheüs Hefting. Hij hanteert tevens jarenlang de voorzittershamer van de Evangelische Vereniging. Zijn opvolger, ds. M. J. A. Bouwers, is in die kring nauwelijks minder bekend geworden.
Hiermee is meteen getekend dat Siddeburen in tegenstelling tot andere gemeenten in deze provincie, zoals Gamwerd, Garrelsweer, Garsthuizen, Lellens, Midwolda, Niekerk-Oldekerk, Nieuwolda, Oostwold (Old), Slochteren, Spijk, Stedum, Ulrum, Wagenborgen, Weiwerd, Westeremden, Westerlee, Wetsinge-Sauwerd, Wirdum, Wittewierum, Zandeweer, 't Zandt, Zeerijp, Zevenhuizen, enz. nog geen enkele verschuiving kent in het zoeken naar predikanten met een ondubbelziimige, orthodoxe prediking. Integendeel zelfs. Bestudering van de dominografie van elf hervormde gemeenten rondom Siddeburen toont aan dat verreweg de meeste reeds een kleine eeuw geleden met het vrijzinnige gedachtegoed afrekenen terwijl dit proces alhier zich eerst in de jaren dertig voltrekt. In buurgemeenten als Appingedam (alwaar in 1922 de bekende Groninger predikant ds. J. J. Knap zijn vriend G. Venema bevestigt), te Farmsum, Nieuwolda en Slochteren valt zelfs een doorwerking van het confessionele gedachtegoed te bespeuren.
Nieuwe tijd
Een nieuwe tijd breekt aan met de komst van ds. S. de Vries (van 1935-'48). Echter na zijn vertrek naar het Friese Engwierum blijkt het moeilijk een opvolger te vinden. Ook ds. A. M. Lindenburg (destijds predikant te Nijbroek) bedankt. Onder de opvolger, ds. G. L. I. Stockmann (van 1949-'68), maakt de gemeente zorgelijke tijden door. Zelfs zodanig dat aansluitend een lange vacaturetijd volgt.
In de combinatie met Wagenborgen (per 1 april 1970) wordt in mei van het navolgende jaar de hulpprediker J. Timmer uit Wijster aangesteld. Middels de overgangsbepaling wordt hij zeven jaar later predikant van beide gemeenten. Om gezondheidsredenen besluit hij in 1980 naar Noordbergum te vertrekken en moet er andermaal een predikant worden gezocht.
De hoorcommissie belandt in de pastorie van Sebaldeburen bij ds. G. de Fijter, die zich in 1981 beroepbaar heeft gesteld. Hij maakt de stap naar Siddeburen en Wagenborgen om er meer aandacht voor de gereformeerde prediking te gaan vragen. Zo wordt het evangelisatiegebouw te Tjuchem (alwaar vroeger een evangelist werkzaam was) opgeknapt en gaandeweg voor avonddiensten op de eerste dag der week in gebruik genomen. De toeloop is enorm. Niet in het minst vanuit de regio. Bijna gedurende tien jaren heeft ds. De Fijter zijn voetstappen alhier gedrukt alvorens hij het werk voor De Herberg oppakt.
Op zondag 16 mei 1993 is ds. G. D. Hoff, overgekomen van Waspik, als 35e predikant bevestigd om getuigenis te geven van het Goddelijke Woord. Dat tot de wederkomst van het Hoofd van de Kerk Zijn Evangelie ook te Siddeburen mag worden verkondigd en geloofd in het gebed:
Wortel Davids, Morgenster,
blijf Uw kerk vergaderen, bewaren,
roep haar van nabij en ver.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's