Zending: daar en hier
Onderstaand artikel is overgenomen uit een rondzendbrief van ds. T. E. van Spanje. Ds. Van Spanje werd begin 1996 als zendingsarbeider van de GZB met zijn gezin, uitgezonden naar Kenia. Hij is docent aan de predikantenopleiding van de St. Paul's United Thelogical College in Limuru.
Investeren in mensen
Vorig jaar hebben we James leren kennen, , een jongeman uit een dorpje hier een paar kilometer vandaan. Van zijn moeder hadden we begrepen, dat hij zich verveelde, zoals trouwens zóveel werklozen. We wilden hem wel een klusje voor een paar dagen aanbieden. Maar wij zagen wel in, dat we ook James niet op een structurele manier konden helpen. Op een dag liet hij mij een paar tekeningen zien, die hij had gemaakt. Hij liet blijken, dat hij zeer gemotiveerd was om zich verder in het tekenen te bekwamen. Om hem verder te motiveren hadden we besloten om regelmatig wat papier, kwastjes en verf voor hem te kopen. Zelf had hij daar nauwelijks geld voor. Inmiddels hadden we, samen met onze collega's, hem ook een bescheiden baantje aangeboden: twee dagen per week kon hij privé watchman (bewaker) zijn. Zo zagen we James regelmatig op de weg voor ons huis aan een tafeltje werken aan zijn schilderijen, en tegelijk hield hij ons huis in de gaten om ongewenste gasten uit onze tuin te houden. Op een gegeven ogenblik stond er een advertentie in de krant voor amateurschilders. Zij konden hun schilderijen aanbieden voor een tentoonstelling in het nationaal museum in Nairobi. Ook James bood zijn schilderij aan. Na een paar dagen werden we verrast door de mededeling dat zijn schilderij voor een behoorlijk bedrag, gelijk aan een plaatselijk inkomen van ongeveer drie maanden was verkocht. Dat deed hem (en ons) natuurlijk erg goed. We zijn doorgegaan met het kopen van papier, kwastjes en verf. Na een aantal maanden was er weer een tentoonstelling in het nationaal museum in Nairobi. Nu was het tegelijk een soort wedstrijd. Opnieuw leverde James een paar van zijn beste schilderijen in die hij met name had gemaakt in de tijd dat hij onze watchman was. De verrassing was deze keer nog groter: één van zijn schilderijen was opnieuw voor een behoorlijk bedrag verkocht (opnieuw gelijk aan plaatselijk inkomen van drie maanden) en zijn werk kreeg bovendien de eerste prijs. Hier was een bedrag aan verbonden van meer dan een plaatselijk jaarinkomen, waarvoor hij zelf materialen kon aanschaffen! U kunt wel begrijpen, dat we trots waren op 'onze' James. Tegelijk was dit opnieuw voor ons een bewijs hoe belangrijk het is mensen een kans te geven en te investeren in (de juiste) mensen, opdat ze hun talenten kunnen benutten. In zekere zin is mijn werk aan de College vergelijkbaar met het voorbeeld van James. Door mijn lessen investeer ik als het ware, samen met andere docenten, heel veel in onze studenten. Zoals wij voor James regelmatig papier, kwastjes en verf kochten, zo proberen wij als docenten de studenten het gereedschap in handen te geven om hun gaven te benutten en te ontplooien.
Zoals James zelf zijn schilderijen moet maken, zo moeten de studenten aan onze College later zelf het werk doen door zélf de Bijbel in hun eigen omgeving toe te passen. Wij Westerlingen moeten niet denken, dat wij de kerken in Afrika kunnen voorschrijven hoe zij de Bijbel in hun eigen context moeten toepassen. Dan nemen wij hen, denk ik, niet serieus door hen hun eigen theologische creativiteit te ontnemen. Bovendien moeten we niet vergeten dat, hoe goed wij ook ons best doen, wij nooit hun eigen cultuur zullen begrijpen zoals zij dat zelf doen.
We geven hen Bijbelgetrouw gereedschap en inzicht mee (dat is ook het minste wat ik graag wil doen), omdat het hen aan financiële middelen ontbreekt dit zelf aan te schaffen. Maar het eigenlijke werk, de toepassing, geef ik graag uit handen.
James wordt steeds onafhankelijker van ons. En dat geeft mij veel voldoening. Ik begrijp zijn schilderijen niet altijd helemaal, omdat hij schildert in een abstracte stijl, die de mijne, zo vermoed ik, niet zou zijn. Regelmatig moet hij mij de betekenis van zijn schilderijen uitleggen. Maar het is gebleken dat hij door middel van zijn schilderijen, waarvoor wij hem gereedschap hebben geleverd, wel met vele Afrikanen weet te communiceren. En daar gaat het toch om?
Ik hoop, dat 'mijn' studenten, in wie we veel tijd en energie investeren, later ook zo (theologisch) zelfstandig als James mogen worden. Opdat zij de Bijbelse boodschap aan hun eigen broeders en zusters kunnen communiceren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's