De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De speelruimte van de machten

Bekijk het origineel

De speelruimte van de machten

De toekomst in het licht van het Koninkrijk Gods (2)

11 minuten leestijd

De machten zijn onttroond, ze liggen aan de ketting. Wel hebben ze nog speelruimte. Dat betekent, dat de machten in de wereld nog heel erg huis kunnen houden en de gemeente van Christus ook kunnen belagen, bedreigen. De Schrift voorzegt dat zelfs op vele plaatsen.

Als zodanig is het meest uitgebreide gedeelte in de Schrift met betrekking tot de toekomst te vinden in Mattheüs 24. De discipelen vragen aan Jezus: 'Wat zal het teken zijn van Uw toekomst en van de voleinding der wereld? ' Dan lezen we, dat Christus zegt: ge zult horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Het ene volk zal tegen het andere opstaan, het ene koninkrijk tegen het andere. Er zullen hongersnoden zijn, pestepidemieën, aardbevingen. Nochtans is dit alles nog maar een begin van de weeën. Maar treffend is, dat, direct nadat Christus over de concrete dreigingen is gaan spreken. Hij al zegt: 'maar nog is het einde niet'.

Er zullen valse profeten opstaan, die het Koninkrijk Gods vijandig zijn. De liefde van velen zal bekoelen. Er zullen, behalve valse profeten, zelfs valse christenen opstaan, profeten die zich als Christus zullen opwerpen. Die zullen zeggen: ga hier heen, of ga daar heen, zonder u af. Maar geloof het niet zegt Christus. 'Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van de Zoon des mensen wezen.' Als een bliksemflits zal het gebeuren. Dan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen. Dan zullen alle geslachten van de aarde wenen. Dan zal men de Zoon des mensen zien, komende op de wolken van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid.

Maar, zo besluit Christus: van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen in de hemelen, dan Mijn Vader alleen (Matth. 24 : 36).

Als we dit hoofdstuk samenvatten merken we op, dat er zware tijden zullen komen. De grote verdrukking zal nog komen. Degenen, die van Christus zijn, zullen in die tijd waakzaam moeten wezen. Ze zullen moeten volharden tot het einde: maar nog is het einde niet.

Overal gepredikt

Dan letten we echter op het veertiende vers van dit apocalyptische hoofdstuk. Het Evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld gepredikt worden tot een getuigenis van alle volken en dan zal het einde komen. Eerst zullen alle volken bereikt moeten worden met het Evangelie. Het zendingsbevel luidt: Gaat dan heen, onderwijs alle volken, ze dopende in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb' (Matth. 28 : 19). Deze zendingsopdracht zal eerst tot vervulling moeten zijn gekomen. In welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen. Maar Hij komt niet éérder dan dat het Evangelie van het Koninkrijk aan alle volkeren is gepredikt.

In dit hoofdstuk wijst Christus ook terug op de profetie van Daniël, die spreekt over de gruwel van de verwoesting (Daniël 9 : 27). Weliswaar is de profetie van het Oude Testament in principe in Christus vervuld. Maar dat neemt niet weg, dat er nog profetische voorzeggingen open staan naar de verdere toekomst toe. De gruwel der verwoesting strookt met wat Christus Zelf in Mattheüs 24 zegt.

Verder valt op in Mattheüs 24, dat er verwijsteksten worden aangegeven door de hele Schrift heen. Onder andere naar de zeven gemeenten in Klein-Azië. Daar is ook al in vervulling gegaan wat aan bedreiging voor de christelijke gemeente door Christus werd voorzegd. We weten wat er van de Klein-Aziatische gemeenten is geworden. 'Weg is weg' heeft Luther gezegd. 'Ze hebben het Evangelie gehad. nu hebben ze de Turken.' In Openbaring 3 : 3 lezen we dan ook: Indien gij niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten op welke ure Ik over u komen zal'.

Mogen we uit dit alles ook niet de conclusie trekken, dat de profetie uit Mattheüs 24 telkens wéér in vervulling is gegaan in de eindtijd, die ligt tussen Hemelvaart en Wederkomst? Het boek Openbaring mogen we als zodanig ook lezen in profetisch perspectief. Niet als een éénmalig gebeuren, handelend over wat éénmaal komt, maar als een doorkijk door de tijden heen, waarin de gemeente van Christus ook telkens onder de bedreiging van de machten staat. Maar nochtans: de volle heerlijkheid zal doorbreken.

Openbaring 13

Hoezeer de machten in de eindtijd nog speelruimte, vrij spel zullen hebben, blijkt uit het bekende hoofdstuk Openbaring 13, waar gesproken wordt over het beest, dat uit de zee opkomt en het beest, dat uit de aarde opkomt. Het beest uit de zee ontvangt een mond om grote dingen en godslasteringen te spreken. 'En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tabernakel, en die in de hemel wonen.' Dat beest werd macht gegeven om de heiligen de oorlog te verklaren, om ze te overwinnen. En allen, die op de aarde wonen, zullen het beest aanbidden. Het gaat hier dus om wereldwijde macht.

Ook het beest uit de zee ontvangt grote macht. En het zal aan allen kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en dienstknechten 'een merkteken geven aan hun rechterhand of aan hun voorhoofd'. Niemand zal kunnen kopen of verkopen, dan wanneer men het merkteken heeft, of de naam van het beest, of het getal van zijn naam. Dit beest wordt aangeduid met het symbolische getal zeshonderdzesenzestig. Bijna volmaakt.

Ook hier treffen we de verwijzing naar Daniël, te weten Daniël 7, waar gesproken wordt over de vier dieren, die uit de zee opkomen, waarbij in het twintigste vers wordt gezegd, dat één van de dieren tien hoornen heeft en een mond ontvangt, die 'grote dingen' spreken zal. Over dit hoofdstuk is in de geschiedenis veel nagedacht. Het is ook in de geschiedenis telkens concreet geduid, wanneer zich kerken Godevijandige machten openbaarden. Te denken valt aan de tijd van het Romeinse Rijk, met Nero als de grote bedreiger van het christendom. Maar dit beest is ook concreet geduid in het nazibeest, dat zich in de dertiger en veertiger jaren breed maakte, toen Hitler uit was op de vernietiging van het joodse volk. Het beest is ook concreet gezien in de macht van het communisme, waaronder miljoenen de dood vonden, met name ook uit de christelijke gemeenten.

Telkens weer is de ontplooiing van het beest in verband gebracht met het einde, het naderende einde van de tijd. En toch... nog is het einde niet. En nochtans mogen we zeggen, dat door alle verdrukkingen heen, waarin het beest zich breed maakt, het Rijk in heerlijkheid door zal breken.

In Openbaring 19 lezen we van de overwinning van Christus op het beest en op de valse profeet. Er wordt in de hemel vreugde bedreven, het zegelied wordt aangeheven: 'Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de Heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen'. Het Lam blijkt ook de Leeuw te zijn. Het Lam blijkt toch de Overwinnaar van het beest te zijn.

En ook het Nieuwe Jeruzalem daalt eenmaal neer uit de hemel van God. In dat Nieuwe Jeruzalem is de Heere, de Almachtige God, de tempel en het Lam is de kaars. Daarom sluit het boek Openbaring af, zoals het begon. Openbaring 1 : 8 zegt: Ik ben de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde, Die is en Die was en Die komen zal'. In Openbaring 22 : 23 lezen we hetzelfde: Ik ben de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste'. Dat wil zeggen, dat in de tijd tussen de tijden, in de laatste tijd, in het laatste der dagen Christus de sterren in Zijn rechterhand houdt en wandelt te midden van de zeven kandelaren. De kandelaren zijn de gemeenten en de sterren zijn de engelen van de gemeenten. Hij heeft de sleutel van de hel en van de dood.

Intussen kan de kandelaar wel worden verplaatst. Dat is gebleken bij de zeven Klein-Aziatische gemeenten. Zo kan het ook nu gebeuren. Er is sprake van een aangrijpende secularisatie in het Westen, dat ooit een christelijke samenleving was. We zien vandaag neergang, hier en daar zelfs het verdwijnen van de kerk van Christus; heel concreet in allerlei steden en gebieden. Tegelijkertijd zien we de kerk opbloeien in Zuid-Azië. En nog is het einde niet!

Israël als intermezzo

Toch moeten we nog aan één ander aspect aandacht geven met betrekking tot de eindtijd: en aspect, dat we concreet verwoord vinden in Openbaring 10 : 7, waar gezegd wordt: Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden, gelijk Hij Zijn knechten, de profeten heeft verkondigd'.

Daniël Curtenius, in de zeventiende eeuw hoogleraar aan de Illustere School te Amsterdam, legde dit woord naast Romeinen 11 : 25. In Openbaring 10 : 7 wordt over 'de verborgenheid' gesproken, die God nochtans aan Zijn dienstknechten, de profeten in het Oude Testament heeft verkondigd. Ook in Romeinen 11 : 25 wordt over 'de verborgenheid' gesproken. 'Want ik wil niet broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan. En alzo zal geheel Israël zalig worden...' Hier stuiten we op het geheimenis aangaande Israël. Een verborgenheid, die geopenbaard zal worden. Het was in de tijd van Paulus al wel duidelijk en geen geheim. dat joden tot het geloof in Jezus als de Messias kwamen. Paulus zelf was er een voorbeeld van. Maar hier in Romeinen 11 : 25 wordt door Paulus gesproken over een totdat. Wanneer de volheid der heidenen zal zijn ingegaan, dan en alzo zal heel Israël zalig worden.

In 2 Thess. 2:16 zegt Paulus over de joden: en de toorn Gods is over hen gekomen tot het einde'. Daaruit is wel geconcludeerd, dat het met het joodse volk in Gods handelen afgelopen zou zijn. De toorn kwam over hen 'tot het einde'. Is dat ook niet in overeenstemming met de bloedtekst uit Mattheüs 27 : 25: Zijn bloed kome over ons en onze kinderen? ' Door teksten als deze is de vervangingstheologie ontstaan: de kerk is in de plaats van Israël gekomen. Bij de christenheid in het Midden-Oosten heeft dit met betrekking tot het Koninkrijk Gods ook diepe consequenties. Ooit zei een hoogleraar aan de Birzeit Universiteit: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld, de joden horen niet in dit land'. Elke concretisering van het Koninkrijk Gods, met een landsbelofte voor Israël, wees hij van de hand. Het Koninkrijk Gods is geestelijk, niet van deze wereld. De joden ontvingen hun straf in de verstrooiing onder de volkeren. De toorn is over hen gekomen tot het einde.

Echter lezen we in 2 Thess. 2 het woord telos, dat is doeleinde. Inderdaad is er sprake van de toorn Gods, maar met een doeleinde: totdat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan. Zal dan niet gelden, wat de joden inderdaad hebben geroepen: 'Zijn bloed kome over ons en onze kinderen', het bloed der verzoening? !

We hebben eerder gezien, dat in Mattheüs 24 : 14 werd gezegd, dat eerst het Evangelie van het Koninkrijk Gods gepredikt moet zijn aan alle volken. Dan zal het einde zijn. Maar hier is sprake van een intermezzo. Wanneer de volheid der heidenen zal zijn ingaan, dan zal gans Israël zalig worden. Is hier niet sprake van nog een voorlaatste fase: et voorlaatste handelen van God, vóórdat het definitieve einde komt?

De verwachting van het herstel van Israël is, de vervangingstheologie ten spijt, de eeuwen door ook levend gebleven. Te denken valt ook aan de profetie van Ezechiël 36 en 37, waarin concreet gesproken wordt over verstrooiing van de joden door de hele wereld; maar ook over het feit, dat ze uit alle landen van de wereld zullen worden teruggebracht en dat dan het verbond zal worden vemieuwd, het geestelijk herstel zal plaatsvinden. In Ezechiël 37 vinden we dat getekend in de dorre beenderen, die eerst bijeenkomen, terwijl er nog geen geest in is. Er komt een huid over. En dan wordt geprofeteerd tot de Geest en komen de beenderen tot leven. Zou dat niet het herstel van Israël zijn, via de temgkeer naar het land van de vaderen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De speelruimte van de machten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's