Gerechtvaardigd door het geloof (2)
Wat betreft het tijdgeloof stelde ik een vorig keer dat de Waarheid met enthousiasme wordt ontvangen. Echter... het heeft geen diepte. Een voorbeeld daarvan vinden wij in Marcus 4. Jezus vertelt ons in deze gelijkenis van mensen die met grote vreugde het Woord ontvangen. Helaas is het slechts voor een tijd. Want als zij verdrukt óf vervolgd worden om des Woords wil, worden zij terstond geërgerd. Wat zij met vreugde hebben ontvangen, werpen zij aan de kant. Hun geloof was slechts voor een tijd.
Een ander voorbeeld is Démas. Van groot nut is hij voor Paulus geweest. Om zijn inzet wordt hij door de apostel geprezen. Desondanks lezen wij van Démas dat hij de apostel in de steek heeft gelaten. De tegenwoordige wereld legde weer beslag op hem.
In het geval van Démas is niet helemaal duidelijk óf het een tijdelijke teruggang naar het 'oude leven' is geweest of een terugkeer voorgoed. Is het dit laatste, dan is er inderdaad sprake van een tijdgeloof.
Wondergeloof
Het wondergeloof komt evenals het tijdgeloof meer voor dan wij denken. Wat is een wondergeloof! Het is als volgt te omschrijven: Wij spreken over een wondergeloof als men gelooft dat óf door mij óf aan mij een wonder zal geschieden. Van dit geloof kan men zeggen dat het de almacht van Christus aangrijpt.
Meer dan eens lezen wij in de Schrift over dit wondergeloof. Een enkel voorbeeld noem ik. Te denken valt aan de wonderbare spijziging zoals deze te lezen is in Johannes 6. Wanneer allen verzadigd zijn met het brood dat Jezus hen aanreikt, wordt er door de menigte gezegd: 'Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou'. Zij zeggen dit op grond van het teken dat Jezus gedaan heeft. Er is aan hen een wonder geschied. Zij hebben volop brood gekregen, zodat zij niet met een lege maag naar huis behoeven te gaan.
Een ander voorbeeld inzake het wondergeloof lezen wij in Handelingen 8. Er wordt ons ondermeer verteld over Simon de tovenaar. Hij wil dezelfde wonderen doen als de apostelen Johannes en Petrus verrichten, Hij biedt ze veel geld aan als hij ziet dat door de oplegging van de handen der apostelen de Heilige Geest gegeven wordt. Het antwoord van Petrus kennen wij: 'Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt'.
Deze zonde van Simon zal later onder ons bekend zijn als simonie. Dat wil zoveel zeggen dat men een 'slaatje slaat' uit het ambt dat men bekleedt. Het ambt staat dan in dienst van het kapitaal. Ambtelijke handelingen of uitspraken moeten er zorg voor dragen dat met name het eigen kapitaal steeds groter wordt. Het zal duidelijk zijn dat dit niet alleen een grote maar ook een ergerlijke zonde is. Tegen deze ergerlijke zonde heeft vooral Luther gewaarschuwd. In navolging van hem en anderen heeft in de loop der eeuwen de kerk de dienaren des Woords laten beloven dat zij zich niet schuldig zullen maken aan simonie. Ik denk dat het goed is dat dit nog altijd gebeurt. Geld is een kwaad ding. Menig mens, maar ook menig dienaar des Woords is voor de mammon bezweken! Simonie is niet alleen een ontluistering van het ambt, maar het tast God zo aan in Zijn eer. Het heeft bovendien alles te maken met de 'roverij' waarvan Psalm 62 spreekt.
Een dienaar des Woords make zich daarom niet schuldig aan simonie. Er valt goed te leven van wat iedere maand door de gemeente aan salaris wordt uitbetaald. De gemeente zorgt goed voor de dienaren. Dat mag weleens gezegd worden! In vergelijking met de apostelen, die 'zonder buidel en zonder male' erop uittrokken, hebben dienaren des Woords niet te klagen. Bij Simon en soms bij predikanten vinden wij het geloof dat door hen een wonder gebeurt. Zou het in het pastoraat ook voorkomen dat er mensen zijn die geloven dat aan hen een wonder gebeurt!
Dit is ongetwijfeld het geval. ledere pastor zal wel eens iemand ontmoet hebben die er diep van overtuigd was dat men door de operatie zou heenkomen. Hoewel de chirurg voorzichtig was en niets over de afloop durfde te zeggen, was men er voor zichzelf diep van overtuigd dat alles goed zou komen.
In die gevallen is het ook wel gebeurd dat men de schoonste beloften deed. Men zou de Heere dank betalen voor alle weldaden aan hem óf haar bewezen.
Van het dank betalen heb ik niet altijd zoveel gezien, maar wel dat men door de operatie heenkwam en van een zeer ernstige ziekte voor de volle honderd procent genas. Het wondergeloof grijpt de almacht van Christus aan, doch niet Christus als Borg en Zaligmaker. Schuld en zonde hebben daarin geen plaats. Het is wellicht enigszins overtrokken als ik schrijf dat het wondergeloof alleen maar met zichzelf bezig is. Toch is het niet helemaal onjuist als ik stel dat de persoon zelf daarin een zeer grote plaats inneemt.
Het geloof van zondag 7
Tot nu toe heb ik geschreven over drie soorten geloof, nl. het historisch-, tijd- en wondergeloof. Deze drie soorten geloof verschillen in alle opzichte.n van het bijbelse geloof d.i. het zaligmakend geloof zoals ons dit in zondag 7 wordt voorgehouden. Waar bestaat het zaligmakend geloof uit? Het bestaat uit een vaste kennis en een vast vertrouwen. Dit geloof richt zich op de gehele Christus. In dit geloof laat men zich zinken en zakken op Christus tot verzoening van de schuld. Dit alles is het werk van de Heilige Geest die het geloof in ons hart ontsteekt. Daarom is het geloof een gave van God. Het heeft alles te maken met het welbehagen van God. Niet onze prestatie, maar Gods gratie is de oorzaak ervan dat wij in het geloof zeggen: 'Ik zal mijn hand op Jezus leggen; Amen op Zijn offer zeggen'.
Het zal ons bekend zijn dat het zoenoffer van Christus een aangevochten zaak is. Op de laatstgehouden kerkendag in Kampen is dat opnieuw gebleken. Maar niet alleen daar! In allerlei publicaties is ons de laatste decennia voorgehouden dat het stupide is om te geloven dat God alleen verzoend kan worden door het offer van Zijn Zoon op het kruis van Golgotha. Eigenlijk wordt ons dit al eeuwenlang nu eens door die verteld en dan weer door een ander!
Laten wij echter eerbiedig luisteren naar de Schrift. In de Evangelieën maar ook in de apostolische brieven wordt ons wel zoveel verhaald over het verzoenend lijden en ster ven van Jezus dat wij daar nooit of te nimmer omheen kunnen. De uitdrukking zelf vinden wij er zo niet, maar op vrijwel iedere pagina van de Heilige Schrift lezen wij: Verzoening door voldoening. En een van de oud-voorzitters van de Gereformeerde Bond, ds. W. L. Tukker, hoorde ik ooit eens zeggen: 'Het lied "Jezus Uw verzoenend sterven blijft het rustpunt van ons hart" zou wel Psalm 151 kunnen zijn'. Waarvan acte!
Vaste kennis
Het geloof in zondag 7 wordt omschreven als een vaste kennis. Daarbij zullen wij niet moeten denken aan een louter verstandelijk weten. Ik zeg niet dat het verstand niet meedoet. Toch gaat het daar niet enkel en alleen om. Onder kennen moet verstaan worden het bijbelse 'gemeenschap hebben met'. Zoals er tussen een man en een vrouw in het huwelijk een intieme en innige gemeenschap met elkaar kan zijn, zó is dat in het geloof met de Heere. Het is een band die door niemand te verbreken is. Deze gemeenschap is zo innig dat zij alleen tussen God en ons bestaat.
Onder een vaste kennis moeten wij dus verstaan een geloofskennis d.i. een kennis van hoofd en hart tesamen.
Een vraag: Hoe wordt die geloofskennis gewerkt? Door niemand anders dan door de Heilige Geest. En laatstgenoemde maakt slechts van één middel gebruik nl. het Woord.
Ik geef toe dat de Heilige Geest alle dingen machtig is. Want ook de Heilige Geest is God. Met het Nicénum belijd ik van harte het geloof in de Heilige Geest. Op een wel zeer schone wijze wordt er gezegd: 'En in de Heilige Geest, die Heere is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die tesamen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten'.
De Heilige Geest is dus God! Ook van Hem kan gezegd worden dat Hij een God van orde is. Met andere woorden: De Heilige Geest werkt ordelijk. Hij werkt - om kort te gaan - met het Woord.
Het geloof, ook die vaste kennis, kan daarom altijd getoetst worden aan het Woord. En als het dan niet in overeenstemming is met het Woord, wat dan? Dan moet men dit alles maar niet voor waar(achtig) houden. Wat de Heilige Geest werkt is altijd in overeenstemming met het Woord.
Ik acht het van het allergrootste belang het bovenstaande nog eens neer te schrijven. Want in het pastoraat horen niet alleen de predikanten meer ook de ouderlingen soms dingen die op geen enkele manier in het Woord terug te vinden zijn. Soms hoort men meer wat met gevoel te maken heeft óf inbeelding dan met het geloof dat zijn grond vindt in het Woord. Sola Scriptura!
Die vaste kennis van het geloof heeft alles hiermee te maken dat men van heler harte toestemt en onvoorwaardelijk valt voor het Woord. Let wel: voor het gehele Woord. En wat versta ik onder het gehele Woord? Wet en Evangelie, Evangelie en Wet.
Om tot een vaste kennis van Wet en Evangelie te komen is nodig dat de Heilige Geest ons verstand verlicht.
Vanuit het Woord confronteert de Heilige Geest ons met de eis van Gods Wet. Er wordt als het ware tegen ons gezegd: 'Betaal mij wat gij mij schuldig zijt'. Wij komen erachter dat wij geen penning hebben om te betalen. Maar zó komt er plaats voor het Evangelie van Jezus Christus. Wij komen in al onze armoe en met al onze schuld bij Hem Die zegt: 'Ik ben niet gekomen om de zielen van mensen te verderven, doch om die te behouden'. De Heilige Geest verlicht het verstand tot kennis van Hem. Eenieder zal begrijpen dat het Woord ons dan bijzonder lief wordt. In het bijzonder het vleesgeworden Woord Die ons in het Woord als een algenoegzaam Zaligmaker wordt voorgehouden. (Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's