Tuinier
In 1995 schreef prof. dr. W. ter Horst een boek onder de titel: "Wijs me de weg!". De ondertitel geeft aan waar het boek over gaat: Mogelijkheden voor een christelijke opvoeding in een post-christelijke samenleving. Een aansprekend geschreven boek dat heel duidelijk aan het denken zet. In het tweede gedeelte van het boek schrijft ter Horst over het pedagogisch kwintet. Vijf opvoedkundige verantwoordelijkheden komen aan de orde, namelijk: beschermen, verzorgen, overdragen (van kennis en vaardigheid), inleiden (in betekenissen) en inwijden (in geheimen). Deze verantwoordelijkheden beschrijft de auteur aan de hand van vijf "beroepen", nl. schatbewaarder, tuinier, herder, gids en priester. Het leek ons als werkgroep voor artikelen in "De Waarheids vriend" rond opvoeding zinvol aan de hand van deze beelden wat lijnen te trekken naar ouders en andere opvoeders van nu. Deze keer gaat het over het verzorgen van het kind aan de hand van het beeld van de tuinier.
over het verzorgen van kinderen
Je ziet ze voor je: kleurige borders met een keur aan prachtige vaste planten of perken met felgekleurde eenjarigen. En je weet het, hier is een tuinier aan de gang! Een liefhebber, die er alles aan doet om zijn tuin en zijn plantjes zo goed mogelijk te verzorgen.
Dat beeld heeft professor Ter Horst kennelijk voor ogen als hij opvoeders bezig ziet met de verzorging van kinderen. "Opvoeders", zegt hij, "hebben iets van een tuinier. En een kind is een lelie, die met liefdevolle verzorging prachtig zal bloeien..."
Plantaardig
In het vorige artikel zagen we dat een kind "dingachtig" is. Het moet worden beschermd. In deze bijdrage gaat het er over dat een kind in de tweede plaats, in de "tweede schil" ook plantaardig is. Het heeft organen, die het leven in stand houden en die noodzakelijk zijn voor groei en ontwikkeling. Daarom moeten kinderen worden verzorgd! Gebeurt dat niet dan gaat het fout.
Verzorgen is meer dan beschermen. Bij bescherming gaat het om veiligheid, bij verzorging om geborgenheid.
Daarom zegt Ter Horst: "Wie zich ergens geborgen weet, zegt: hier voel ik me thuis. Het is van wezenlijk belang dat kinderen zich in deze zin thuis voelen, in het gezin, op school en in de kerkelijke gemeente!".
Hier moeten we even de vinger bij leggen en elkaar de vraag stellen: "Is die geborgenheid ook voluit aanwezig, thuis, in de gemeente? ".
Goed om eens over na te denken, want er hangt veel van af!
Geborgenheid
Ter Horst gaat op het begrip 'geborgenheid' nog wat dieper in.
'Geborgenheid' - zo leert hij ons - 'is een christelijk kernwoord; van 'het grootste gewicht in deze verwarrende post-christelijke samenleving met de leus 'ieder voor zich en niemand voor ons allen'. Geborgenheid verwijst, om te beginnen én om te eindigen naar God die met Zijn liefde onvoorwaardelijk borg staat, die wil herbergen, verbergen in het donkerste uur. Opvoeders zijn ook wat dit betreft van Hem een voor-beeld, of ze dat willen of niet'.
Ook hier moeten we een dikke streep onder zetten.
Immers, zoeven viel het woord 'post-christelijk'. Welnu, in onze postchristelijke samenleving is het individualisme wat de klok slaat en in zo'n samenleving is nauwelijks plaats voor geborgenheid. Daar lijden kinderen onder, lijfelijk en geestelijk. Laten we ons daarom als ouders, maar ook als leidinggevenden in de gemeente er voor inzetten dat (onze) kinderen zich geborgen weten! Wat is dat concreet?
Laat Ter Horst het zelf zeggen. 'Koude handjes die worden verwarmd, een kopje thee, een extra knuffel, een bemoedigend knipoogje als het soms moeilijk gaat. AI die grondvormen van menselijk contact die door signaal-en symptoomgevoelige opvoeders op de goede plaats en op het goede moment worden aangewend, om aan de behoeften van het kind tegemoet te komen'.
Eigen aard
Elke plant heeft zijn eigen aard. De een moet veel water hebben, de ander juiste een droge bodem. Sommige houden van zon, anderen van schaduw. Zo is het ook met kinderen.
Een oude volkswijsheid zegt: 'Er is geen blad aan de boom hetzelfde en geen kind aan de tafel'. Dat betekent: tijd en aandacht op maat voor elk kind.
Het begint al met heel huiselijke dingen: verschillen in behoefte aan slaap, eten en bewegen.
Later wordt dat nog duidelijker door verschillen in behoefte aan veiligheid, geborgenheid, leiding, bemoediging.
Verder zal blijken dat ieder kind zijn of haar eigen persoonlijke interesses gaat vormen.
En tenslotte zijn ontwikkelingstempo en - ritme; per kind heel verschillend.
Belangrijk is dat opvoeders, zoals een goed tuinier, al die verschillende 'planten' de juiste behandeling geven.
Wellicht verzucht iemand: 'Dat is toch ondoendlijk? Mij ontbreekt de kennis en de tijd'.
Zou het waar zijn?
Laten we nog eens kijken naar de tuinliefhebber. Je staat versteld van z'n kennis. Alle namen (zelfs Latijnse!) weet hij, op z'n duimpje kent hij de eigenaardigheden van al z'n tuinbewoners! Maar de goede tuinier heeft nog meer. En dat is nog belangrijker. Wat dan? Aandacht, geduld, en vooral... liefde!
Gun ze de tijd
'Doet hij dit al, doet hij dat al? ', schalt de stem van tante door het huis, als ze op de eerste verjaardag van haar neefje komt. De moeder moet bedremmeld toegeven dat hij noch het een noch het ander al doet. Tante kijkt bedenkelijk en roept uit dat hij dan 'zeker niet voorlijk is', waarmee het definitieve oordeel lijkt geveld'.
Met dit verhaal geeft Ter Horst trefzeker aan hoe het niet moet.
Ieder kind heeft immers zijn eigen ontwikkelingstempo en dus ook recht op een eigen ontwikkelingstijd. Er zijn vroege rijpers en late rijpers. Mag het? Churchill was een late...
Speciale aandacht vraagt Ter Horst voor verlegen kinderen. Wat is de behoefte van een verlegen kind? Om met rust te worden gelaten!
'Spreek me niet aan, geef me geen aandacht, zet me niet in het middelpunt, want ik besterf het...'.
'Weet jij het antwoord, Gerrit? ' vraagt de leerkracht. Gerrit is een van de weinigen die het weet en hij zou het dolgraag zeggen. Maar het zweet breekt hem uit. Hij kijkt de andere kant op en schudt z'n hoofd.
Het gevaar is dat opvoeders, na een paar van dit soort incidenten, menen dat Gerrit geen behoefte heeft aan aandacht en erkenning en dat ze hem in het vervolg beter kunnen overslaan. Gerrit zegt toch nooit iets. Gerrit wil nooit wat. Gerrit is een druiloor! Als dat gebeurt, wordt hij niet verzorgd, als een plant 'naar zijn aard', maar naar de negatieve kant ervan. Daardoor beleeft hij zich als niet geborgen!
Een goede tijd
Als opvoeders hebben we - zo houdt Ter Horst ons voor - te zorgen dat (onze) kinderen goede kinderjaren hebben.
Daar hoort ook bij aandacht voor verleden en toekomst. Dat is in onze samenleving niet meer vanzelfsprekend. Daarom moeten we 'nee' zeggen tegen het moderne (en tegelijk heel oude!) denken in termen van het rad des levens en 'Vadertje Tijd' met z'n zandloper en zeis. '
In de Bijbel is sprake van 'in den beginne' en van 'in het laatste der dagen'. Het leven is geen cirkelgang, maar een weg, die niet eindigt in een 'Nirwana' of een 'oceaan', maar in De Stad.
Allen die met Christus verbonden zijn - kinderen en ouderen - zijn op weg naar die Stad, namelijk het nieuwe Jeruzalem.
Kinderen hebben planten nodig!
Het vorige artikel eindigde met de uitspraak dat het goed zou zijn om als kinderen én ouders regelmatig 'oer-belevingen' te hebben. Kletsnat regenen, een nachtelijke tocht door het stille bos, eindeloos lopen over het wad... -
Nu voeren we - met Ter Horst - er een pleidooi voor dat kinderen de kans krijgen om zelf met planten bezig te zijn. Een echte tuin is natuurlijk het einde. Maar het kan ook met sterrekers in een bakje, een paar bloembollen, een zelfgezaaide kastanje die later een reuzeboom wordt...
Maar... zoiets kan niet zonder ouders, opvoeders, die er bij zijn en samen met het kind echt verwonderd zijn!
Dan wordt het kind zelf een kleine tuinier, die voor zichzelf én anderen gaat zorgen.
A.J. Terlouw Staffunctionaris HGJB
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's