Gerechtvaardigd door het geloof (4)
Twee klippen moeten omzeild worden. De eerste klip bestaat hierin dat het geloof een vanzelfsprekende zaak is. Ook onder ons komt dit voor! Dat het geloof een gave van God is wordt niet ingezien. Men redeneert: 'Jezus is op Golgotha voor zondaren gestorven, ik ben een zondaar, dus Hij is ook voor mij gestorven'. Op zich zou er tegen zo'n redenering niet eens zoveel in te brengen zijn als dan ook maar het werk van de Heilige Geest wordt genoemd. Immers, de Heilige Geest ontsteekt het geloof in ons hart. In het geloof wordt de gekruiste en opgestane Christus alles voor ons. De Heere, onze gerechtigheid! Met de apostel zeggen wij: 'Ik leef doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij'.
Het geloof is geen vanzelfsprekende zaak! Maar er is nog een andere klip die omzeild moet worden. Soms krijgt men in onze tijd wel eens de indruk dat de zekerheid van het geloof niet meer zo belangrijk is. Het komt zelfs wel voor dat iemand gewantrouwd wordt als men spreekt uit de volheid van het gemoed.
Anders gezegd: Men vindt dat iemand op een te hoog voetstuk staat als hij spreekt in de zekerheid van het geloof dat Jezus Christus onze enige troost is in het leven en in het sterven. Het gemis wordt soms hoger gewaardeerd dan het bezit.
Nu is het natuurlijk wel zo dat aan het bezit het gemis voorafgaat. Wie gaat Jezus Christus door het geloof bezitten? Alleen als men Hem eerst heeft leren missen. Zowel het gemis aan Hem als het bezit van Hem is een werk van de Heilige Geest.
Het kan evenwel niet zo zijn dat men in het gemis blijft steken of daarbij blijft staan. En wat nog erger is: daarin zijn zekerheid vindt.
Het gaat om de zekerheid van het geloof! En de zekerheid van het geloof heeft als inhoud onze Heere Jezus Christus. Hij is onze zekerheid! En let wel: deze zekerheid behoort niet tot het welwezen van het geloof. Het is om zo te zeggen géén plusje, géén extraatje, maar zij behoort helemaal bij het geloof. De zekerheid van het geloof behoort tot het wezen van het geloof.
In dit artikel wil ik nu een paar oorzaken noemen, hoe het komt dat de zekerheid van het geloof wordt gemist.
Alvorens ik die oorzaken noem, schrijf ik nog eens ten overvloede dat het in ons leven gaat om de zekerheid van het geloof. Met minder kan het niet! Met minder mag het niet!
Gevoel
Het gevoel is een mooie zaak. Vooral in het leven des geloofs geeft het een warme uitstraling. Meestentijds is het in woorden te horen en in daden te zien als het gevoel een goede plaats heeft in het geloofsleven. Opzettelijk gebruik ik de woorden 'een goede plaats'. Daarmee wil ik zeggen dat het gevoel ondergeschikt is aan het geloof. Bij een goede plaats in het geloofsleven heeft het gevoel niet de overhand. Het geloof heeft de voornaamste plaats en houdt zich aan de woorden Gods. Het eerste en laatste woord heeft het Woord. De Schrift zal nauwkeurig onderzocht worden, want men wil zich in het geloof laten leiden door het Woord en niet door allerlei gevoelens, hoe dierbaar en warm die soms kunnen zijn.
Ooit zei eens een oprechte christin: 'In het geloof onderzoek ik het Woord van mijn Koning tot op de naad en de draad, want ik wil precies weten hoe mijn Koning wil dat ik leef'. Zij leefde niet vanuit haar gevoel, maar zij leefde vanuit het geloof. Nogmaals: het geloof houdt zich strikt aan het Woord. Maar als nu het gevoel de overhand krijgt? Wat dan? Dan gaat men als het ware los van het Woord leven. Allerlei ingevingen gaan de plaats innemen van het Woord. Zij worden doorgaans voor waar en waarachtig gehouden.
Nu moeten wij met ingevingen voorzichtig zijn. Ook voorkomende waarheden kunnen een gevaar betekenen. En wat de gevoelens betreft, hoe mooi zij mogen zijn, maar laten wij ervoor oppassen.
Wanneer het gevoel prevaleert (de overhand heeft), gaat het ten koste én van het Woord én van de zekerheid van het geloof. Bovendien moet ik nog een punt aanroeren. Het gevoel geeft ons nooit zoveel als het geloof.
De ene dag laat het gevoel ons als het ware beleven dat wij alles bezitten, maar de andere dag is dat alles verdwenen. Het geloof daarentegen heeft zekerheid in zichzelf. De oorzaak? Het houdt zich aan het Woord des Heeren.
Een andere oorzaak
Het is te gemakkelijk om te denken dat alleen het gevoel de oorzaak ervan kan zijn dat de zekerheid van het geloof wordt gemist.
Er kan nog een heel andere oorzaak zijn. Het kan ook wel eens zo zijn dat bepaalde Schriftgedeelten door ons op een onjuiste wijze worden geïnterpreteerd.
Ik wil in dit verband een voorbeeld geven uit het pastoraat. Jarenlang had iemand zich blind lopen staren op de tekst: 'Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren'. Hij redeneerde als volgt: Hoewel ik geroepen ben, zal ik wel niet uitverkoren zijn, want het zijn er maar weinigen die behouden worden.
Jarenlang heeft de broeder tegen deze woorden aangekeken. Hij kwam niet verder dan: ik hoor er toch niet bij! Zoals ik schreef heeft dit jarenlang geduurd, totdat God zijn oog liet vallen op een andere tekst nl. dat Jezus Christus in de wereld is gekomen om zondaren zalig te maken. Toen brak het licht bij hem door. En met het licht de zekerheid van het geloof.
Het klinkt wellicht vreemd, maar men kan zich laten binden door één of meerdere teksten waardoor er jarenlang in duisternis en donkerheid wordt gelopen. Wat is van groot belang? Dat wij niet alleen een tekst lezen, maar ook de context waarin hij staat. Een tekst kan soms een heel andere betekenis hebben als wij óók de omgeving lezen waarin deze staat geschreven.
Het zal duidelijk zijn dat wij bij het lezen van de Schrift de Heilige Geest niet kunnen missen.
Het woord van Da Costa is nog altijd van kracht: 'Bedenk, o christen, dag en nacht; dat wie Gods Woord wil onderzoeken, geen eigen licht vertrouwen mag'. Altijd hebben wij weer de Heilige Geest nodig. Hij leidt ons in al de waarheid, ook in de waarheid van de Schriften.
Door de Heilige Geest worden wij ook bewaard voor klank-exegese. Dat wil zeggen dat een tekst wordt uitgelegd, afgaande op de klank. Dat is niet alleen een simplificatie van de Schrift, maar het is vooral een niet rechtdoen aan het geïnspireerde Woord van God.
Klankexegese wordt meer aangetroffen dan menigeen denkt. Men vindt het overal in de kerk. Modern of niet-modern. Alleen... men berooft zich daardoor van veel. Zelfs van de zekerheid van het geloof.
Beloften
Wat ook met de zekerheid van het geloof heeft te maken is, hoe wij met de beloften in de Heilige Schrift omgaan. Men hoort wel eens zeggen dat de beloften in de Schrift alleen maar bestemd zijn voor Gods kinderen. Allen die dat niet zijn en een belofte vastgrijpen, zullen erachter komen dat die belofte als een sneeuwvlok in hun handen verdwijnt.
Beloften als sneeuwvlokken! Kan dit het geval zijn? Ik geloof het wel. Met name als men een belofte naar zich toehaalt die helemaal niet voor hem óf haar bestemd is. Meer dan één, ook onder ons, is als het ware op de koffie gekomen omdat er een belofte werd toegeëigend die voor een ander bestemd was.
In een vorige serie heb ik al eens geschreven dat er in de Schrift voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften staan geschreven.
Ik ga hierop niet meer uitvoerig in. Van de voorwaardelijke beloften geldt dat zij niet voor eenieder bestemd zijn. Wij krijgen niet allen de belofte van een lang leven. Ook krijgen wij niet allen de toezegging van een goede gezondheid. Het zal juist zijn als men mij voorhoudt dat Elia de belofte had, dat de raven hem aan de beek Krith zouden voorzien van brood en vlees. Maar let wel: niet iedere rechtvaardige krijgt déze belofte. Hoewel er in de Schrift meer dan eens staat geschreven dat het de rechtvaardige niet aan water noch aan brood zal ontbreken, weten wij allen wel dat er in de Tweede Wereldoorlog kinderen Gods van de honger zijn omgekomen, zoals dat nu in Zuid-Soedan gebeurt. Enerlei wedervaart de rechtvaardige en de onrechtvaardige. Maar wat is dan het verschil? Voor de rechtvaardige geldt: 'Maar uit die allen redt hem God. Hij is hun heil alleen'.
De voorwaardelijke beloften zijn niet voor eenieder bestemd. De onvoorwaardelijke daarentegen wel. Van die beloften mag men gebruik maken. Niet hoogmoedig, maar ootmoedig! Niet als rechthebbende, maar als een jonger óf ouder persoon die deze belofte uit genade ontvangt.
Ik kan niet alle onvoorwaardelijke beloften opsommen. Ik noem er slechts twee. Bij onze doop is er reeds een onvoorwaardelijke belofte uitgegaan. In de doop zei de HEERE tot ons: 'Kind als je in kennelijke nood verkeert, wend je tot Mij'. Deze belofte komt voort uit de mond van Hem die nooit bedrog heeft gesproken. Wat uit Zijn mond uitgaat blijft vast en ongebroken! Ook denk ik aan deze onvoorwaardelijke belofte: 'Doe uw mond wijd open; Ik zal hem vervullen'. Aan deze beloften behoeft nooit getwijfeld of gewanhoopt te worden. De Heere is - zoals dit voorheen wel werd gezegd - een Waarmaker van Zijn Woord. De beloften in het Evangelie zijn onvoorwaardelijk! Zij zijn geen sneeuwvlokken die als men ze met de hand aanraakt smelten. Ongetwijfeld heeft de zekerheid van het geloof te maken met het geloven in en het omhelzen van de beloften van het Heilig Evangelie. (Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's