De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

In het voorjaar van 1998 werd in Gouda een predikantendag gehouden, georganiseerd door de Provinciale Diakonale Commissies van Zuid-Holland en Utrecht. Ds. P. de Jong uit Rotterdam-Delfshaven hield een lezing over 'De werkwijze van een predikant ten dienste van iiet diaconale werk  in de gemeente'. Ter bespreking voegde hij aan de lezing een vijftal stellingen toe. Eventuele reacties op die stellingen stelt de Provinciale Diakonale Commissie van Gelderland zeer op prijs. Adres: PDC Gelderland, t.a.v. de heer A. Peters, Postbus 1238, 6801 BE Arnhem, tel. 026-3551745, fax 026-4433009.

1. Een dominee hoort krachtens zijn roeping en taak meer thuis in de bank van de diakenen dan in die van de ouderlingen.

2. Als een dominee de diakenen regelmatig bij zich thuis uitnodigt kan hij persoonlijk hun verhaal horen.

3. Een dominee moet in de diaconale bewogenheid en opdracht van de gemeente voorop lopen.

4. Een dominee moet van mensen houden en dichtbij mensen staan, anders kan de diaconie wel inpakken.

5. Een dominee moet hartverwarmend over Jezus spreken: appèl tot diaconale betrokkenheid is dan nauwelijks meer nodig.

Tot zover deze prikkelende stellingen. De PDC voegt nog een suggestie voor de diaken toe: 'Leg de stellingen eens voor aan uw predikant en u zult zich mogelijk verwonderen over de reactie(s)...'.

                                                                                                                         ....

In een schitterend boek over vierduizend jaar geschiedenis van synogogen in de wereld (uitgave Everread, Woerden) troffen we het volgende stukje over 'mannen en vrouwen' in de joodse godsdienst:

'In de Middeleeuwen kregen vrouwen een galerij toegewezen, meestal boven. Als hun plaats beneden was, konden ze achter vitrage of een hekwerk de dienst volgen. Dit aparte gebied noemde men "vrouwensjoeltje". De trap waarlangs de vrouwen de galerij konden bereiken, liep soms buitenom. Of ze kregen een aparte zijingang of er werd voor hen langszij een smalle ruimte aangebouwd. In de synagoge in Praag, de Altneuschul, deden de vrouwen slechts door een enkel klein raam wat indrukken van de dienst op. Soms was het vrouwensjoeltje zo nauw, dat zij nauwelijks iets konden zien of horen. De vrouwen namen hiertegen maatregelen en stelden een gebedsleidster aan (een vrouwelijke chazan) die op feestdagen ook predikte. In Neurenberg schijnen de vrouwen een eigen synagoge gehad te hebben. Waarom mannen gescheiden van vrouwen zaten, is niet echt duidelijk. Sommigen nemen aan dat islamitische autoriteiten de scheiding tussen mannen en vrouwen aanbrachten, anderen menen dat dit een opleving is van een oud tempelgebruik.

Een synagoge moest ook worden schoongehouden. In de tijd dat de vrouwen gescheiden werden van de mannen, wilden vrouwen dit graag doen. Het was voor hen de enige kans om de synagoge te betreden. En zo'n baantje kon je voor goed geld verkopen. Ook mannen wilden graag schoonmaken. hen was het een uiting van nederigheid.' 

                                                                                                                         ....

'Een gelovige had een baard die tot de grond reikte. Hij veegde daarmee de vloer aan van de synagoge en wilde dat blijven doen. De vrouwen van de gemeente vonden dit onredelijk. Ze gingen naar de rabbi en legden hem het probleem voor Zijn conclusie was dat de man onvoldoende eerbied had voor de mannenhaard. Hij moest met vegen ophouden.'

                                                                                                                         ....

In het recent verschenen boek 'Een boodschap aan mensen' (Handboek voor Kerkelijke Com­ municatie, uitgave Narratio, Gorinchem) is opgenomen een stuk van de communicatiedeskundige prof. dr. Anne van der Meiden, getiteld 'Gouden appelen op zilveren schalen':

'Je moet de retorica beheersen: de opbouw van het verhaal langs de aloude wetten van de retorica kunnen maken. Je moet de argumentatieleer goed beheersen, de proloog en de epiloog goed verzorgen, de woordkeus afwegen, spanning in een preek kunnen brengen. Ik heb het niet over de basis-exegese. Ik heb het over de presentatie aan mensen, in het openbaar. Gouden appelen op zilveren schalen dus!

Je moet leren spreektaal te schrijven, afwisseling aan te brengen door variaties in zinslengte. Je moet leren beelden te gebruiken, anekdotisch materiaal, om de blokken van het verhaal te onderbreken. Eigenlijk is een preek een stuk Engels drop: vaste lagen en gevarieerde lagen.

Je moet je adem en de rijke intonatie van je stem leren beheersen. Probeer eens voor de spiegel op vijf manieren het woord "Golgotha" of "Jeruzalem" uit te spreken. De drie hoofdniveaus van je stem moet je adequaat leren toepassen. Vooral je gebaren effectief leren gebruiken. Je moet je emoties kunnen uitdrukken in woorden, intonatie, gezicht en lichaamstaal. Je moet leren pauzeren. De timing beheersen.

Dat vormt allemaal samen een vrij zwaar vak. Als je het echt wilt beheersen kost het je een jaar of twee en daarna voortdurend bijschaven door te luisteren en/of kijken naar bandopnamen van je eigen presentaties en die van anderen. En door met collega's en gemeenteleden periodiek aan de hand van banden te bespreken wat er te verbeteren valt. Ik verneem gelukkig dat jonge predikanten dat al doen. Ze voelen dat ze het nodig hebben. Dat de theologen er in de opleiding betrekkelijk weinig aan doen is al erg genoeg. Maar dek je niet in door te zeggen dat preken "iets heel anders is dan een verhaal houden". Laten we de schijn vermijden dat we bezig zijn een schitterende escape te zoeken voor slecht preekgedrag. De Geest schrijft geen binnensmonds geneuzel voor om uit te drukken dat er een geheimenis wordt overgedragen. Integendeel: je hebt alle oratorische registers nodig om het geheimenis met verve en vakbekwaam over te dragen. Zo wordt het pas als geheimenis herkend. Een geheimenis IS niet iets, het WORDT iets in communicatie tussen mensen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's