De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

T. M. Hofman, Eenich Achterdencken, Spanning tussen Kerk en Staat in het gewest Holland tussen 1570 en 1620, uitg. J. J. Groen en Zn., Leeuwarden, 468 blz., ƒ 49, 95.

Een Vaderlandse Kerk: wens of werkelijkheid?

De periode van 1570 tot 1620 is in onze Nederlandse geschiedenis van cruciale betekenis geweest voor de vorming van Kerk en Staat. Midden in oorlogstijd - de Tachtigjarige Oorlog met al de wisselende krijgskansen was het toneel waarop de ontwikkelingen plaatsvonden - hebben de staatkundige en kerkelijke vernieuwingen zich voltrokken die samen 'de geboorte van Nederland' hebben uitgemaakt. Toen in 1648 de vrede van Munster werd gesloten was de vrije republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden een feit. In die republiek was de Gereformeerde Kerk de bevoorrechte kerk. Geen staatskerk, onder gezag van de overheid. Wel een kerk die in vele opzichten door de overheden bevoordeeld werd, en toch ook gecontroleerd en soms werd gehinderd in haar eigen bijbelse verantwoordelijkheden en roeping. Alleen al het feit dat de vergaderingen van de generale synode afhankelijk waren van de instemming van de overheid, die de toestemming overigens lange tijd weigerde te geven, is een illustratie van het laatstgenoemde. Er kan dus met recht gesproken worden van een zekere 'spanning' tussen Kerk en Staat. Dr. T. M. Hofman heeft het op zich genomen om deze spanning te onderzoeken, zoals die zich voordeed in het gewest Holland, dat in de Nederlanden zowel politiek als kerkelijk een leidende positie innam. Deze spanning is met het Oudhollandse woord 'achterdencken' getypeerd, tenminste waar het gaat om de houding die de overheden innamen, die met een zekere 'achterdocht' de predikanten en kerkelijke vergaderingen in de gaten probeerden te houden. Een te grote bestuurlijke vrijheid was de overheden niet welgevallig. De conclusie van zijn studie is dat er zelfs een 'harde strijd om de macht' ontbrandde omdat de opvattingen van de magistraten ten aanzien van de zeggenschap van de kerk in Holland niet strookten met de visie die het calvinistisch deel van de kerk in Holland had op de verhouding tot de overheden. Hofman stelt dat in deze spanning de ontwikkelingen rond de synode van Dordrecht, die in zijn studie een centrale plaats innemen, van doorslaggevende betekenis zijn geweest.

De politieke macht (Maurits) schaarde zich achter de behoudende calvinistische contra-remonstranten. Men stond eindelijk een synode toe, die het geschil beslechtte in het voordeel van de 'zuivere leer'. Toch werd daarmee ook de vrijheid van de Gereformeerde Kerk grotendeels opgeofferd ten gunste van overheidsinmenging, met gevolg dat er gedurende de volgende eeuwen geen algemene synode meer kon vergaderen. Interessant, en de overweging waard, is de conclusie die Hofman, naar aanleiding van Huizinga's oordeel over deze periode geeft, dat door de opstelling van de overheid de kerk wel in aanzien is gestegen in de samenleving, maar helaas aan innerlijke kracht naar buiten heeft ingeboet. De innerlijke kracht van de begintijd, die het calvinisme in de beginjaren van de opstand had, ging toch verloren.

Een schat aan gegevens

Deze conclusie volgt na een groot aantal hoofdstukken waarin de verhouding tussen Kerk en Overheid op allerlei deelterreinen is geïllustreerd. Hofman gebruikt daarbij vooral de acta van de particuliere synoden van Noord-en Zuid-Holland uit de jaren 1570 tot en met 1620. Daarnaast worden ook diverse seculiere bronnen geraadpleegd aangaande de staatkundige verhoudingen. Bijzonder interessant is het gebruik van de vele pamfletten die vooral rond de twisten van remonstranten en contra-remonstranten voor boeiende illustraties zorgden van de ingenomen standpunten in dit geding, dat in deze studie een centrale plaats inneemt. Verder wordt er vooral gebruikt gemaakt van de vele gangbare studies, die 'primaire literatuur' worden genoemd, over de betreffende periode van de Nederlandse (kerk)geschiedenis.

Welke onderwerpen komen er aan de orde? De kwestie van de religieuze tolerantie, meestal door de Staat bepleit en door de Kerk afgewezen, speelt door de hele studie heen. Allerlei thema's en kwesties waar Kerk en Overheid elkaars pad kruisten worden belicht. Het gaat over de predikant, is hij nu overheidsdienaar of als dienaar van de kerk in een zelfstandige positie ten aanzien van de magistraten? Allerlei plaatselijke en regionale seculiere autoriteiten bleken een flinke vinger in de pap te hebben inzake de benoeming en taken van de predikant. Ook de tucht was natuurlijk een heet hangijzer. Is er ruimte voor een eigen kerkelijk gezag in dezen, of konden diegenen die afweken van de ware gereformeerde leer hun schuilplaats zoeken bij een liberale overheid? De bemoeienis van de wereldlijke overheden bij kerkelijke vergaderingen is een belangrijk onderwerp in deze studie. Ook de betrokkenheid van beide gezagsinstanties bij het openbare leven vraagt de aandacht. Bij al deze thema's is er sprake van uitgebreide illustratie vanuit allerlei praktische voorbeelden, waar de bronnen en pamfletten volop stof voor bieden.

Hofman geeft ook vanuit de 'primaire literatuur' een overzicht van het denken over het verzetsrecht in de traditie van de Reformatie.

Een Vaderlandse Kerk?

De waarde van deze studie is niet direct dat er nu zoveel nieuwe en verrassende inzichten te berde worden gebracht. Het is het samenvattende overzicht van een grote schat aan gegevens, die de belangwekkende betekenis van deze fase in de geschiedenis volop onderstrepen. Wie kennis neemt van het vele wat Hofman verwerkt heeft, die komt onder de indruk van de worsteling die er geweest is om in een verwarrende situatie, midden in oorlogstijd, gestalte te geven aan een vernieuwing van kerkelijk leven naar de Schriften volgens het licht dat de Reformatie daarop had geworpen. Nederland was nog lang geen eenheidsstaat maar meer een conglomeraat van regio's, - die op den duur tot eenheid werden gesmeed. Hofman stelt m.i. terecht dat we in deze periode niet echt kunnen spreken van een 'Vaderlandse Kerk', al was zo'n kerk wel het verlangen en streven van degenen die van harte in de strijd stonden, om onder Christus' heerschappij kerk te zijn. Hofman geeft in brede overzichten en gedetailleerde illustraties een goed beeld van een bijzonder beslissende periode van onze Nederlandse kerkgeschiedenis, die tot op de dag van vandaag, vooral in huidige kerkelijke discussies, van belang blijft voor het denken over de spannende verhouding tussen Kerk en Overheid.

Bij alle waardering zijn er toch ook nog enkele kritische opmerkingen, die vooral de methode van deze studie raken. Herhaaldelijk leidt de schrijver een nieuw hoofdstuk in door te stellen dat het thema veel te omvattend is om in extenso te behandelen. Hij voelt en geeft dus zelf al aan dat hij een groot aantal thema's aanraakt, die op zich om een uitgebreide verwerking vragen, die binnen het kader van deze studies niet geboden kan worden. Het gevolg is dat het vaak bij een samenvattend overzicht in de breedte blijft, dat vaak tot te algemene conclusies leidt, die soms 'te kort door de bocht' lijken te zijn. De finesses van belangrijke controverses komen zo niet altijd tot hun recht. De wijze bijvoorbeeld waarop Speelmans these over Calvijns 'staatskerk' en de Franse 'vrije kerk' wordt weersproken met een beroep op de identieke principiële achtergronden van Calvijn en Beza en de gereformeerde theologen hangt in de argumentatie van Hofman te veel in de lucht. Ook de kritiekloze overname van Nijenhuis' niet onweersproken beoordeling van Calvijns ingewikkelde visie op het verzetsrecht (pag. 296 e.v.) laat zien dat het soms zin heeft om 'primaire literatuur' ook eens tegen het licht te houden van de primaire bronnen. Hofman neemt veel thema's in zijn algemene overzichten op, misschien had een verdiepende concentratie op een beperkt aantal facetten nog iets scherper een beeld kunnen geven van de thematiek van de verhouding van Kerk en Overheid. Nu is het voor één studie wellicht iets teveel van het goede.

Dit alles neemt echter niet weg dat ik deze studie, die ik met veel interesse gelezen heb, van harte kan aanbevelen voor allen die de geschiedenis van de Kerk in ons Vaderland ter harte gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's