Waar we het van moeten hebben
N.a.v. Psalm 96 : 10
Als we ergens wat aan hebben, als we het ergens van moeten hebben, dan zou het te wensen, te bidden zijn, dat onze God ons een moment van stilte schonk. Even op adem komen. Even met onze verwarde gedachten stil zijn tot God. Even hoog omhoog en het hart naar Boven.
Even niet letten op wat wij allemaal gedaan hebben of wellicht nog te doen zullen krijgen, maar alleen maar een weinig rusten, waartoe Jezus ooit Zijn discipelen uitnodigde. Geestelijk en ook lichamelijk recreëren. Een plekje opzoeken waar ook de Heere onze God ruimte krijgt om iets te zeggen. Waar Zijn Woord kan doorklinken en doorkomen, ik bedoel vooral de woorden uit het begin van Psalm 96 : 10 de HEERE regeert!
In de Psalmen, die Gods Koningschap bezingen keert het refrein 'de HEERE regeert' keer op keer terug. Grondtoon en boodschap van een lied Gode gewijd. In Psalm 96 klinkt uitbundige vreugde omdat de HEERE de God van Israël, zoals er letterlijk staat. Koning geworden is. Nader gepreciseerd: Koning is! De nieuwe heilsorde breekt aan: de HEERE is Koning!
Hij draagt de kroon en Hij zit op de troon. De God van het verbond.
Hij is aan het bewind. Dat wordt niet op de straat uitgeschreeuwd, dat wordt in het heiligdom uitgeroepen. Uitgezongen. Met een psalm neemt Israël het op tegen wereldmachten en zet vorsten en overheden op hun plaats, omdat de HEERE Zijn plaats gaat innemen.
U moet niet denken dat dit een constructie is ter verklaring van de gang van zaken. Het is evenmin een conclusie, die men op grond van zijn ervaring trekt. Nee, het is, zoals altijd, een confessie, omdat het werd geopenbaard: Sion, uw God is Koning! Hier doet de gemeente belijdenis van haar geloof en huldigt de HEERE in dit lied. Liefde en hoop klinken mee. Wij worden aangemoedigd om mee te zingen.
De HEERE regeert tussen de bedrijven der mensen door, de wereldse bedrijven, de kerkelijke bedrijven niet minder. De HEERE is aan de macht. En als Hij niet regeerde, wie dan? En, wat dan?
Dan waren wij overgeleverd aan de mensen, die de macht misbruiken, het recht verkrachten en Gods kerk belagen. Dan moesten we ons daarbij neerleggen.
De HEERE regeert. Echt waar! Hij gaat over alles; Hij schakelt machten en mensen in. Hij schakelt ze uit. Zeker, Hij viert de teugel van Zijn regering en wij vrezen wel eens dat het Hem uit de hand loopt. Daarvoor bestaat echter geen gevaar. Ik begrijp er niet alles van, maar hier hoor ik het : De HEERE regeert. Ik heb dat zo nodig.
Want onze tijd is een tijd om te wenen, vanwege de Godsverduistering, de afval van het christelijk geloof, vanwege de ondermijning van de fundamenten van de Kerk.
De onmenselijkheid, de verdierlijking, de honger, de pest, de dood. Vanwege de neiging tot zwaarmoedigheid en wanhoop. Vanwege de vragen. Onder andere de vraag: Wat komt er van ons en van de Kerk terecht?
En wie maakt zich nooit schuldig aan de zwaarmoedigheid, volgens Kierkegaard 'de zonde bij uitstek'. Een zonde die zelfs de Godsmannen als Elia en Jeremia niet vreemd is geweest.
En toch... wij mogen er ons niet aan overgeven.
De dichter-profeet uit oude tijden roept ons toe, ook vandaag: Zegt onder de volken: de HEERE is Koning! Nee, het spreekt niet vanzelf. Het geloof kent geen vanzelfsprekendheden, het leeft bij wat de Heere spreekt in Zijn Woord. Meezingen dus!
Wat hoor ik, wat lees ik, wat zie ik? Het is alles verwarring wat de klok slaat, oorlog, ellende, tweedracht, heilloze polarisatie. U kunt er geen wijs meer uit worden. Dan wordt u genodigd uit dat aards gedruis uit elke geestelijke verwarring te naderen. Over de drempel van het heiligdom loop ik de stilte binnen. Daar ruist het lied: de HEERE regeert!
Grote troost, innerlijke vrede. Doorzingen: de HEERE regeert! Dit lied, waarvan de Psalm spreekt, is onuitputtelijk, altijd nieuw; het moet daarom in de Kerk beginnen te zingen en verder dag aan dag verkondigd worden.
Opvallend is het zwijgen in de Psalm over alles waar wij ons terecht of ten onrechte zo angstig druk over maken. De raadselen van het leven, het onopgeloste, wolken en donkerheid rondom de troon.
Zou het zwijgen over al die dingen ons mogelijk ook terug kunnen werpen op de geestelijke oefeningen, ja meer nog ons willen brengen in de geborgenheid van het: Rust mijn ziel. Uw God is Koning! Licht wel.
Hebt u Hem als Koning beleden, bent u Hem onderdanig geworden, dan weet de mens definitief wie Koning is in het huis der wereld en in het midden van Zijn gemeente.
Dan is alles reeds beslist, dan is alles goed.
Ieder ware lofprijzing leeft uit de zekerheid van het eschatologische Rijk, het Rijk dat gekomen is en bezig is te komen, het Rijk van de Christus Gods.
Door Hem regeert God alle dingen. In de sfeer van deze Psalm is er geen plaats voor koude berekeningen. Die vallen allemaal weg waar God troont op de lofzangen van Israël.
Geen mens kan leven van eigen inzichten en meningen, angsten en voorgevoelens al zijn ze nog zo gefundeerd. De lofprijzing Gods laat alle redelijkheid, eigen gezond verstand en wijsheid verstommen. Het geloof leeft van de Waarheid. In onze Psalm is die waarheid: De HEERE is Koning!
Door die Waarheid weet de mens, dat ook wat boven hem benauwt en pijn doet uit, eenmaal de lofzang gezongen zal worden. In die lofzang zijn aardse en hemelse gemeente één: 'Door heel Uw Kerk wordt steeds, daar boven, hier beneden, in strijd en zegepraal Uw grote Naam beleden.'
Psalm 96 nodigt ons uit ons geloof en vertrouwen op de Heere te zetten. De HEERE regeert. Ons daarover te verheugen in het geloof, geeft ons rust en zekerheid.
De God voor Wie men buigt, en tot Wie men roept, voor Wie men knielt en Dien men dankt!
Tegen de massale opmars van on- en bijgeloof, van werelddienst en Godsvervreemding, tegen de neurose van de leegte helpt geen dialoog.
Er is maar één ding, dat helpt: God lof bezingen, tégen alles in en boven alles uit! In wereldchaos en kerkelijke wanorden, in geestelijk verval zingend vertellen: De HEERE is Koning.
Iemand zei eens: 'Geloven is door Gods ogen zien'. Dan zie je pas goed dat de aarde des HEEREN is.
Dat de Kerk niet van mensen is, ook niet van 'kerkmensen', maar van Christus. De Kerk is niet onze zaak, maar Zijn Zaak.
Uiteindelijk Gods kroondomein. De Kerk geloven betekent: dwars door alle menselijke zonde, ellende, verscheuring en platvloersheid heen in ootmoed en schuldbelijdenis, geloven dat de Heere haar Koning is. En wij bidden al intenser en al indringender.
Regeer ons door Uw Woord en Geest, dat wij ons al langer hoe meer aan U onderwerpen.
Slotwoord jaarvergadering Gereformeerde Bond, Nijkerk 27 mei 1998.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's