De tekenen der tijden
De toekomst in het licht van het Koninkrijk Gods (3)
Zal het herstel van Israël niet hèt teken van de tijd zijn? Zo brengt drs. J. J. de Heer in Van Tekst tot Tekst Ezechiël 37 tot 39 in verband met Openbaring 20, waar over het Duizendjarig Rijk wordt gesproken.
Wilhelmus a Brakel stelt in zijn Redelijke Godsdienst de vraag: 'Zullen de joden weer bijeenvergaderd worden uit de volkeren, waaronder zij verstrooid zijn en zullen ze weer in het land van de vaderen wonen? ' Zijn antwoord is: 'Wij geloven dat het geschieden zal'. Hij merkt dan verder op, dat Kanaan 'uitnemend vruchtbaar' zal zijn, de inwoners 'uitstekend godzalig zullen leven' en dat ze zullen uitmaken 'een deel van de heerlijke staat van de kerk van duizend jaren', die in Openbaring 20 is voorzegd.
A Brakel voorzag een periode in de geschiedenis, waarin kerk en Israël samen zouden deel uitmaken van de heerlijke staat van een duizendjarig rijk. Zulke stemmen hebben onder schrijvers van de Nadere Reformatie en de Engelse Puriteinen méér geklonken, hoewel in allerlei gradaties en met verschillende accenten.
Datzelfde gold bij Messiasbelijdende joden als mr. Isaac da Costa en Abraham Capadose. We mogen ons afvragen of ook Zacharia 14 hier niet een belangrijke plaats bij inneemt.
In de kanttekeningen van de Statenvertaling wordt deze profetie van Zacharia betrokken op de verschijning van Christus en op de kerk, zoals die inzonderheid in het Nieuwe Testament gestalte heeft gekregen. In de joodse uitleg van Zacharia 14 horen de heidenen tot de volkeren, die optrekken naar Jeruzalem, om mét Israël de éne Naam van God als Koning over de hele aarde te erkennen. De kerk bevindt zich onder de volkeren, die de beweging naar Jeruzalem toe hebben gevonden.
In de jaren 1950-1952 hield prof. dr. A. A. van Ruler radio-overdenkingen over de profeet Zacharia onder de titel: Het moet voor de wereld'. In Zacharia 14 : 9 lezen we: En de Heere zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de Heere één zijn en Zijn Naam één'.
Van Ruler zegt bij deze tekst:
'Wat zien we nu al zo, wanneer we met de profeet in dit toekomstbeeld kijken? Wij zien dan allereerst de aarde. De Heere zal Koning zijn over de hele aarde. Onder de uitleggers is verschil van mening over de vraag, hoe we hier vertalen moeten. Men kan het Hebreeuwse woord opvatten in de betekenis van de aarde. Men kan ook denken aan het land. Dan is gedacht aan het land Palestina alleen. Nu geloof ik dat men de ene opvatting met de ander zal moeten combineren. In de atlas van het rijk der heerlijkheid heeft, om zo te zeggen, het land Palestina naar bijbelse opvattingen een aparte kleur. Het volk Israël, de stad Jeruzalem en dan ook het land Palestina zijn en blijven zeer bijzondere instrumenten in de Openbaring van God en Zijn handelen met de wereld. Van Sion gaat het heil uit. Maar het is aan de andere kant ook geheel in strijd met de bijbelse leer het heil te beperken tot Israël, Jeruzalem en Palestina. Vandaar gaat het uit over de gehele aarde. God zoekt Zijn hele schepping terug. De heerlijkheid van Zijn goddelijk wezen is bestemd voor de hele wereld.'
Dr. H. Vreekamp schreef bij Zacharia 14: 'Waarom zouden we niet in de eerste plaats aan het huidige Jeruzalem denken, wanneer we Zacharia in zijn laatste hoofdstuk de naam Jeruzalem tot tien keer horen noemen. Israël is een concreet volk, een concreet land, een concrete staat. En Jeruzalem is een concrete stad, vanouds ingetekend op de atlas van onze wereld als de navel der aarde. We mogen aannemen, dat Zacharia daarvan ook is uitgegaan, van het Jeruzalem van zijn dagen, dat hem vertrouwd was. We horen hem spreken over de Olijfberg en de Benjaminpoort en de Hoekpoort en hij wist waar dat was. Niet dat hij in zijn profetie bij die concrete stad is uitgekomen, maar hij is er zeker wel van uitgegaan'.
En verder zegt hij:
'Wanneer Zacharia als verlicht profeet schouwt door de geschiedenis heen, ziet hij het Jeruzalem van zijn dagen voor ogen, onmiskenbaar. De terugkeer van Israël uit de ballingschap heeft plaatsgevonden voor een deel, maar de belofte van verlossing blijft tegelijk naar de toekomende tijd wijzen. Wat Zacharia ziet speelt zich af vlak voor het einde der tijden, maar toch nog binnen de grenzen van de tijd. Tegelijk horen we en zien we vooral hoe het licht van de andere zijde binnenvalt. Jeruzalem is gezet in een glans, die niet van onze wereld is, niet van deze aarde. Zo zal het gedurig ritme van dag en nacht voorgoed doorbroken zijn door de ene dag zonder avond en nacht. Twee werelden - déze en de komende - schuiven als het ware in het visioen ineen. En die ineenschuiving zien we dan ook in het beeld, dat Johannes vanaf Padmos van Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel geven mag. Ook dat Jeruzalem schuift onze tijd binnen, het daalt neer van boven uit de hemel en de naam blijft Jeruzalem.'
Vreekamp pleit zo voor een verstaan van het duizendjarig rijk in de geschiedenis, vlak voor het einde, maar nog wel binnen onze geschiedenis. Chiliasme wil dan ten diepste zeggen, dat we de geschiedenis blijven zien als het terrein, waarop God handelt; als het toneel, waarop Israël en de volkeren de hun gegeven rol tot het einde toe mogen spelen.
Nuchter en waakzaam
Tenslotte dienen we nog enige aandacht te geven aan de vraag: hoe te leven in de eindtijd? Ik zou de nadruk willen leggen op twee woorden, die we in de Schrift vaak in combinatie bijeenvinden, namelijk nuchter en waakzaam. In deze combinatie worden deze woorden gebruikt in Thess. 5 : 6, 1 Petr. 4 ; 7 en 1 Petr. 5 : 8.
Leven in de eindtijd vraagt allereerst nuchterheid. Dat is iets anders dan onverschilligheid. Want nuchterheid heeft alles te maken met verwachting.
In 1 Thess. 3 wordt gesproken over spotters, die in de begintijd van de christenheid kennelijk al vragen: Waar is de belofte van Zijn toekomst? 'Want van die dag af, dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen, alzo gelijk vanaf het begin der schepping.' Maar dit is hun onbekend, zegt Paulus, dat ooit de wereld door de zondvloed is vergaan en ook is hun onbekend, dat de hemelen, die er nu zijn en de aarde door hetzelfde Woord als een schat zijn weggelegd en 'ten vure bewaard blijven tegen de dag van het oordeel'.
Deze aarde wordt bewaard tot op de dag, waarop het oordeel zal plaatsvinden. Eén dag is bij de Heere dan als duizend jaren en duizend jaren als één dag. Maar intussen: de Heere vertraagt de belofte niet. Hij is lankmoedig over ons, niet willende dat enigen verloren gaan. Hij wil dat allen tot bekering komen. De Heere vertraagt de belofte slechts daarom, opdat allen tot bekering komen. Het Evangelie van het Koninkrijk dient te worden gepredikt. Alle volkeren zullen ermee moeten worden bereikt. Pas dan zal het einde zijn. Daarom wees nuchter Maar dat houdt verwachting in.
Nuchterheid snijdt echter ook alle geëxalteerdheid of overspannen verwachting of het verhaasten van de dag des Heeren uit. Er is gegronde verwachting, gefundeerd in het kruis van Christus. De Heere zal komen. Hij zal komen op Zijn dag.
Dan spreekt de Schrift er echter ook over, dat we waakzaam zullen zijn. Christus stelt de vraag of Hij, als Hij weer komt, nog geloof zal vinden. In Mattheüs 25 wordt gezegd: Het zal zijn als in de dagen van Noach. 'Want gelijk zij waren in de dagen voor de zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk gevende, tot de dag toe in welke Noach in de ark ging. En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam.' In Mattheüs 25 lezen we dan ook de waarschuwing: 'Wees ook gij bereid, want als ge het niet verwacht, komt Hij'.
Het zal zijn als in de dagen van Noach! Dat wordt ook ten aanzien van de eindtijd gezegd. De dagen van Noach waren gekenmerkt door een Babelcultuur. De mens, de overmoedige mens zei: 'Kom aan laat ons stenen bakken, kom aan laat ons een toren bouwen, welks opperste tot aan de hemel reikt'. Toen zei de Eeuwige: 'Kom aan, laat ons neerdalen en laat ons hun spraak aldaar verwarren'. De spraakverwarring was het antwoord van God op de overmoed van de mens.
In Openbaring 17 lezen we ook van Babel: Het grote Babylon, 'de moeder der hoererijen en de gruwelen der aarde'. Babylon is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde. Niemand mag kopen of verkopen dan die het merkteken heeft van het beest, lezen we eerder in Openbaring 13:7.
Prof. dr. E. Schuurman heeft de gedachte van de Babelcultuur in de eindtijd nader uitgewerkt met betrekking tot de technologie, de informatica. Het is het beest, dat zich wereldwijd ontwikkelt in de Babelcultuur, die Christusvijandig is.
Kom aan laat ons een toren bouwen! Zien we ook niet in onze dagen de vermetelheid van de moderne mens, de grootheidswaan? De mens bouwt ook nu torens, waarvan het opperste tot aan de hemel reikt. Wat zal het betekenen als ook nu de Eeuwige zal zeggen: Kom aan, laat ons neervaren en hun spraak aldaar verwarren? Ik geef een voorbeeld, dat misschien kwetsbaar is. De moderne communicatie heeft in enkele jaren tijds geweldig om zich heen gegrepen. De nieuwe techniek in deze is gekenmerkt door een specifiek taalgebruik. Een nieuwe taal ontwikkelt zich. Voorspeld wordt, dat een belangrijk deel van de mensheid zal afhaken als het om de moderne communicatie gaat. Men kan het allemaal niet meer meemaken en verwerken. Ze zal de taal van de moderne communicatie ook niet verstaan. Zal dit een nieuwe spraakverwarring zijn?
Maar intussen: het beest werd gegrepen en ook de valse profeten, die de tekenen in de tegenwoordigheid van het beest hadden gedaan, waardoor hij verleid had wie het merkteken van het beest ontvangen hadden. Ze zijn geworpen in de poel van vuur en zwavel (Openb. 19 : 20).
Wie het merkteken van het beest niet hadden, leefden echt met Christus de duizend jaren (Openb. 20 : 4).
Ten besluite
We zien in eigen omgeving de tekenen van het Evangelie één voor één wegvallen. Ze worden vervangen door on-christelijke of ook anti-christelijke tekenen. Wie leven mag in de verwachting van de toekomst, die door Christus is gegarandeerd, zal ook in deze tijd niet leven alsof hem of haar iets vreemds overkomt. De toekomst is gegarandeerd. De machten hebben echter nog speelruimte. Wees nuchter en waakt. De grote dag des Heeren komt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's