De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gerechtvaardigd door het geloof (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gerechtvaardigd door het geloof (3)

9 minuten leestijd

Het zal ons een vorig keer wel duidelijk zijn geworden dat de inhoud van het geloof Jezus Christus is. Hij is onze verzoening met God. Hij is onze rechtvaardigmaking. Hij is de Heere, onze gerechtigheid.

Van Hem kunnen wij ook zeggen dat Hij onze heiligheid is. Heilig zijn wij alleen in Hem.

In navolging van de Heidelberger heb ik gesteld dat het geloof twee componenten heeft. Zij bestaat uit een vaste kennis en een vast vertrouwen.

Wat de vaste kennis betreft moeten wij niet zozeer denken aan een louter verstandelijke kennis. Veeleer moet 'kennen' worden opgevat in de oorspronkelijke diepe zin van het woord nl. gemeenschap hebben met. Dit kennen bestaat uit een innige relatie! En als wij spreken over geloofskennis, dan hebben wij het over kennis van hoofd en hart samen die de Heilige Geest door het Woord schenkt. Deze geloofskennis stemt met alles in wat in het Woord staat. Het valt voor alles wat in het Woord staat geschreven.

Op een andere wijze dan het historisch geloof houdt het voor waar wat in het Woord staat geschreven. Wat is dan die andere manier? Het historisch geloof houdt met het verstand alles voor waar(achtig) wat in de Bijbel staat. Daarentegen het geloof dat door de Heilige Geest in ons hart is ontstoken is een zaak van hoofd en hart samen.

Vast vertrouwen

Van het geloof met Jezus Christus als inhoudt kan óók gezegd worden dat het een vast vertrouwen is. Enerzijds een vaste kennis, anderzijds een vast vertrouwen. Een vaste kennis en een vast vertrouwen gaan hand in hand. Men kan niet zeggen: eerst leer ik het één en daarna het ander. Kennis en vertrouwen worden wel onderscheiden, maar mogen in geen geval worden gescheiden.

Laten wij in het algemeen gesproken ook voorzichtig zijn met te zeggen eerst dit, dan dat en vervolgens nog dat.

Nog niet zo lang geleden ontving ik een sympathiek schrijven van een jongeman ergens in ons land. Hij schreef letterlijk dat hij een onderzoek deed in hoeverre het eerste stuk, de kennis van de ellende, bij hem bekend was. Wanneer hij er voldoende van wist, zou het stuk der verlossing niet lang op zich laten wachten.

Wat deed deze jonge vriend? In plaats van te onderscheiden, scheidde hij de drie stukken, ellende, verlossing en dankbaarheid van elkaar. Zij werden in een ver­schillend temporeel kader geplaatst.

Er kan tegen zo'n gedachtegang - die trouwens erg rationeel is - niet genoeg gewaarschuwd worden. Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat God een God van orde is, toch moeten wij niet vergeten dat de Heere nog wel eens van een andere kant begint dan wij denken.

Ik noem Levi als voorbeeld! De Heere zegt tot hem slechts: 'Volg Mij'. Levi staat op en hij volgt de Heere. Kan men nu zeggen dat hij zoveel van de kennis van zijn ellende afwist? Wij lezen het niet in de Schrift. Toch behoeven wij er niet aan te twijfelen óf de Heere zal wat dat betreft hem heus wel het een en ander hebben geleerd.

Voor schematiseren moeten wij ons dus hoeden. Dat geldt eveneens voor de vaste kennis en het vaste vertrouwen. Wij moeten maar niet in kaart brengen wat door de Heere ook niet wordt gedaan.

De Heere werkt door Zijn Heilige Geest de vaste kennis en het vast vertrouwen in ons hart.

Veel óf weinig zekerheid

Het geloof is onder meer een vast vertrouwen. Alleen... vertrouwen wij altijd zo vast op de Heere?

Waarschijnlijk zal niemand van ons voor de volle honderd procent hierop ja durven antwoorden.

Wat kan de twijfel knagen aan de wortel van het geloof. Wat kan er een vrees zijn. Met David moet wel eens gezegd worden: 'Nog één dezer dagen zal ik omkomen door de hand van Saul'.

Wat kan het geloof gelijken op een geknakt riet of een rokende walmpit. Het is een prachtig gezicht als men het ranke riet langs het water ziet wuiven in de wind. Er hoeft echter maar heel weinig te gebeuren of het knakt. En waar dient het dan nog voor? Eigenlijk heeft het helemaal geen nut meer. Het moet maar worden weggedaan, verbrand. Hetzelfde kan men zeggen van een rokende walmpit. In het Oosten had men van die olielampjes. Als de olie of de pit opraakte, begon het lichtje te walmen of te stinken. In het dagelijks leven zou je zo'n walmende pit snel uitknijpen. Het heeft toch geen nut meer. Het verspreidt alleen maar een onwelriekende lucht.

Een rokende vlaswiek, een gekrookt riet. Sommigen brengen hun geloof wel eens onder die noemer.

De zekerheid van het geloof is doorgaans ook ver te zoeken als er met een David gezegd moet worden dat men bekommerd is vanwege de zonde. Wat kan men heen en weer geslingerd worden.

Laat ik dit ervan zeggen: Wanneer de zekerheid van het geloof niet zo groot is óf wellicht door allerlei omstandigheden zelfs helemaal niet aanwezig is, dan moet men toch niet vergeten dat het geloof als gave van God toch in ons wordt gevonden. Wat betreft het gekrookte riet lees ik bij Calvijn: 'Met zulk een nietig gewas wordt de mens vergeleken, die onder tegenspoed, gepaard met schuldbesef, gebukt gaat. Zij zullen door de Messias niet worden verbroken, maar Hij zal er alles aan doen om ze weer te laten herrijzen'.

Ook van de walmende vlaspit heeft Calvijn het een en ander tot bemoediging gezegd. Wij lezen het volgende citaat van zijn hand: 'De walmende vlaspit is de zondige, maar niet reddeloos verloren mens, die door de Messias niet zal worden uitgeblust, maar zo mogelijk gezuiverd van zijn zonden en opgehaald en opgebeurd wordt'. Smytegeldt heeft dit alles later in Middelburg in een reeks preken over het 'Gekrookte riet' nog nader uitgewerkt. Heel pastoraal horen wij hem zeggen: 'Wij moeten maar niet vergeten dat ook een geknakt riet een riet is. En een rokende vlaswiek brandt toch'. Smytegeldt heeft met dit alles willen zeggen: 'In u is toch het werk van God, hoezeer u misschien daar af en toe aan twijfelt'.

Zowel van Calvijn als van Smytegeldt zijn dit rijke en vertroostende woorden. Wanneer er zekerheid van het geloof is, kunnen wij dit altijd op rekening van de Heere zetten. Hij schenkt ons de zekerheid van het geloof. Het omgekeerde is ook waar: de onzekerheid moet doorgaans bij ons gezocht worden.

Zekerheid van het geloof wordt bij ons gevonden naarmate de inhoud van het geloof, Jezus Christus, steeds meer waarde voor ons gaat krijgen. Johannes de Doper heeft eens van de Zaligmaker gezegd: 'Hij moet wassen en ik minder worden'. Let wel: dit heeft Johannes werkelijk ondervonden. Hij raakte alles kwijt: zijn hoofd, zijn leerlingen, zijn ambt en nog veel meer. Met welk doel? Opdat Christus voor hem alles zou worden.

De zekerheid van het geloof neemt toe naarmate wij sterven aan onszelf. Dan is er een opwassen in de kennis en de genade van onze Heere Jezus Christus.

Jezus alleen

Het kon wel eens zijn dat er veel onzekerheid wordt gevonden, omdat het sterven aan onszelf weinig óf niet wordt gevonden. Ook omdat men zich niet houdt aan het Woord, het vleesgeworden Woord: Jezus Christus!

Hoe meer wij Hem nodig hebben, hoe meer zekerheid des geloofs. Ook dit mag gezegd worden: Hij is onze zekerheid. Hij alleen!

Deze laatste zin acht ik van groot belang, omdat wij onze zekerheid nog wel eens zoeken in onszelf óf in onze bevindingen óf in onze gevoelens. Ook wordt de zekerheid van het geloof nog wel eens gezocht in wat wij vroeger hebben ondervonden. Nu zal het mooi zijn als men nog eens mag terugzien op wat de Heere ons vroe­ger heeft gegeven. Maar er valt niet meer van te leven. In dit verband moeten wij maar denken aan Israël in de woestijn. Er was genoeg manna voor een dag. Raapte men wat meer op dan men nodig had, dan bleek de volgende dag dat er wormen in het manna zaten. Met dit alles wil ik maar zeggen: bij vroeger kunnen wij niet leven, hoe heerlijk vroeger ook was. Maar het behoeft ook niet. Bij de Heere is een eeuwig heden. Dat wil zeggen: er is voedsel bij Hem voor iedere dag. Van Jezus Christus staat geschreven dat Hij gisteren, vandaag en morgen Dezelfde zal zijn en tot in eeuwigheid.

Wie is onze zekerheid? Jezus Christus alleen.

Wezen en welwezen

De twee woorden die in het bovenstaande kopje staan zal ik verklaren in wat nu volgt.

Er is in het verleden een ernstig verschil van mening over het geloof geweest. Beter gezegd: over de zekerheid van het geloof.

Het ging om de vraag: behoort de zekerheid tot het wezen van het geloof óf tot het welwezen. Met andere woorden: is de zekerheid een soort plus op het geloof zodat men kan zeggen dat de zekerheid behoort tot het welwezen van het geloof óf is de zekerheid een zaak die bij het geloof behoort en met het geloof wordt geschonken?

Het antwoord daarop is duidelijk! Overal waar wij in de Schrift rondkijken, maar ook in de geschriften van de kerk (de belijdenisgeschriften), overal vinden wij dat de zekerheid behoort bij het wezen van het geloof.

Het is dus wel een heel vreemde zaak als men in onze tijd de onzekerheid enigszins gaat verheerlijken. Het komt wel voor dat men meer achting heeft voor iemand die de zekerheid mist dan voor hem die de zekerheid van het geloof bezit. Het gemis lijkt in het heden meer dan het bezit. Alleen... men dwaalt! Een missend mens mag/moet naar zekerheid des geloofs staan.

Wij moeten maar niet gaan omdraaien wat ons in de Schrift helder en duidelijk wordt voorgehouden. Wie onzeker is, sta naar zekerheid. Echt... dit laatste behoort tot het geloof waarvan Jezus Christus onze rechtvaardigmaking is. (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gerechtvaardigd door het geloof (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's