Wind van leer
Openingswoord Jaarvergadering Gereformeerde Bond op woensdag 27 mei 1998 te Nijkerk.
Het is op elk gebied een voorrecht vastheid van overtuiging te hebben; te weten wat men wil en niet af te hangen van invloeden, die ons van buitenaf zoeken te bewerken. Wat kunnen wij toch beginnen met mensen die zonder beslistheid door het leven gaan, vandaag dit willen en morgen weer wat anders? Kinderspel is het zich nu op het één en dan op het ander te werpen. Het getuigt van een jammerlijke wilszwakte. Wie de kinderleeftijd voorbij is, breekt met zulke wispelturigheid en volgt door goed en kwaad gericht heen de gedragslijn, die hij zich voor Gods aangezicht heeft afgebakend.
Deze waarheid geldt ook op het terrein van het geloof. Er is op dit gebied weliswaar ook een zekere ongestandigheid, die aan een dwarrelende jeugd herinnert. Wanneer wij in een levende aanraking met Christus staan, worden wij niet opééns mannen en vaders in Christus. In het begin worden wij licht door wisselende stemmingen beheerst. Dat is heel goed te begrijpen. Jonge aanplant in de kwekerij staat niet zo vast als de diepgewortelde eikenboom. Een zekere wankeling is in het begin natuurlijk. Als wij nooit eens bewogen worden, geen enkel bezwaar meer zien en geen problemen meer kennen - zouden wij niet kunnen lijden aan onverbeterlijke eigenzinnigheid en onverzettelijkheid? Maar op den duur moet dat weifelende toch plaatsmaken voor het besliste - wij mogen niet rusten voordat wij, om met Paulus te spreken, niet meer kinderen zijn, die als de vloed bewogen en omgewaaid worden met alle wind van leer, dat is met allerlei dwalingen die door arglistige mensen en in laatste instantie door de vader der leugenen uitgezaaid worden.
De tekening van de apostel is trefzeker. Het is niet toevallig, dat hij de theorieën der verblindende geesten als wind van leer schetst. De wind is een alleszins geheimzinnig verschijnsel. Hij steekt soms plotseling op, nu hier, dan daar, nu in het Oosten, dan in het Westen, als een onberekenbare kracht, waarvan het opsteken moeilijk te voorspellen valt als wij niet met de geheimen van de weerkunde vertrouwd zijn. De wind is geheimzinnig van oorsprong. Je voelt hem pas, wanneer die al waait. Eerst gaat hij suizen, dan hebt u hem stevig tegen, en straks wordt het een storm, een orkaan of een tornado. Je kunt de wind niet tegenhouden. Hij komt overal, hij dringt overal door, totdat hij tenslotte uitgeput raakt en weer gaat liggen. Maar ook dan duurt het nog een hele tijd voordat de zee stil is.
Dat is nu een treffend beeld van dwalingen op het terrein van kerk, school en staat. Het waait thans overal. De dwaalleer treedt op onder allerhande naam en brengt de geestelijke atmosfeer van die terreinen overal in beroering. Het postmodernisme heeft een geweldige invloed. Het is met recht een dwarrelwind, want daardoor is er van een vaste grondslag geen sprake meer. Alles mag en kan. Van de vergoddelijking van de rede is men gevallen in het moeras van de ervaring. Alle fundamenten worden gekritiseerd en gerelativeerd. Niet de lijnen van het Woord gelden, maar de lijnen van de groep. Naar ons oordeel heeft de wijsgeer Nietzsche pas in deze eeuw een volkomen overwinning behaald. Hij is de man van de vitale levensdriften. Waarden en fundamenten zijn geen absolute normen. Welneen, waarde is alles wat het leven dient. De levensdrift ontwerpt de waarden, die zij nodig heeft. Welke waarden men kiest, zal afhangen van de richting der levensdrift.
Maar voorts is er de meer algemene bekende dwaalleer in onderscheiden schakering, die het Woord Gods loslaat, de Persoon van Christus van zijn godheid berooft, zijn ambten ontkent en vervolgens van de ene ontkenning in de andere vervalt. De achtergrond van deze dwaalleer is niet weinig het Schriftkritische principe. Onze Heidelbergse Catechismus heeft deze dwaling al aangewezen, als hij bidt: Verstoor de werken duivels en alle geweld dat zich tegen u verheft, mitsgaders alle boze raadslagen, die tegen uw heilig Woord bedacht worden. De duivel probeert dat Woord ons te ontfutselen door het te kritiseren, ongeloofwaardig te maken en dat op allerlei manieren: wetenschappelijk, maar ook door de man van de straat.
Als de wind steken die dwalingen op. Vele mensen geven zich aanvankelijk geen rekenschap van de geestelijke schade, die er door veroorzaakt wordt. Wie let er op, wanneer alleen de bladeren van de populieren ritselen? Sommigen vinden het wel een fris briesje. Maar ze vergeten, dat dwalingen almaar erger worden. Ze wakkeren aldoor aan. In het begin was het maar een zuchtje wind. Maar 't wordt al sterker. Een tamelijk onschuldige afwijking van de waarheid wordt straks een bedenkelijk kwaad, waardoor de gemeente wordt misleid. De dwaalleer vliegt als de wind de wereld in. Eerst poneert een geleerde een stelling in de studeerkamer. Dan hoort u het in de collegebanken. Dan staat het in een boek en tenslotte wordt de dwaalgedachte verspreid door populaire tijdschriften. Die gedachten kun je niet tegenhouden. Ze waaien van het ene hoofd naar het andere. Ze laten ook altijd wat achter, want gedachten zijn als muskusratten, ze planten zich onvoorstelbaar snel voort. En zo gebeurt het dat velen als de vloed bewogen en omgevoerd worden. Ja, zo ziet u, dat mensen heel anders gaan denken om u heen. Ze zijn na enige tijd niet meer herkenbaar. Al geven wij toe - zij lijken dan voor de grote massa uiterst modem en actueel. Het einde is intussen steeds, dat men al verder van Gods Woord afdwaalt.
Wat hebben wij nu nodig in dit tijdperk? Een vast fundament. Al wie niet vast gefundeerd wordt, ondergaat de invloed van de dwaalleer. De nieuwe theorieën maken dan indruk op het ontvankelijk hart. Wij beginnen eerst te trillen, dan te beven, dan slaan wij om en drijven mee op de waai van de wind. Daarom is vastheid van beginsel nu een eerste vereiste. Laten wij maar blijven bij het Woord, bij de belijdenis. Ouderwets zijn wij toch immers genoemd bij de verlichte geesten der eeuw. Wij moeten maar kleven aan het Woord, in Christus te zijn, gedurig leren vragen om genade. Dan blijven wij bewaard voor de invloed van de onheilige geesten, die door de wereld waaien. Wij leren dan het onderscheid.
Het is helaas niet in onze macht iedere wind van leer tegen te gaan en te verbieden. Met de scherpste verboden en kettergerichten kunnen wij niets uitrichten. Dezelfde wind, die de losse bladeren heen en weer jaagt en doet rondvallen, bewerkt ook nog wat anders. Diezelfde wind maakt ook, dat de gewortelde boom zijn wortels alleen nog dieper in de voedende aarde slaat. ledere heftige storm, die over de dorsvloer waait, zuivert de tarwe van het kaf. Het moet tot onderscheiding en splitsing komen. Daartoe gebruikt de Heere onze God bruisende stromingen van alle wind van leer. Dan valt veel dood hout naar beneden. Je staat soms verbaasd over wat er zoal naar beneden is gevallen. Hele takken liggen op de grond. Zo is het in onze tijd. De kerk kraakt en piept en tolt in het rond als de bladeren. De storm bruist en buldert als nooit tevoren. Maar - de gezonde bomen worden sterk!
Daar hebben wij de taak voor onze predikanten, ouderlingen en diakenen. Met name in iedere gemeente. Daar leeft de kerk in concreto. En naarmate wij, de waarheid betrachtend in liefde, in trouw voorgaan, zullen wij in liefde naar Christus toegroeien. Door Hem ontvangt de gemeente de samenbinding in al haar delen. Elk deel geeft naar vermogen zijn medewerking en het resultaat is fraai van het lichaam als geheel en opbouw van de enkele gelovige.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's