De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik heb geen mens!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik heb geen mens!

Bezoekwerk in de gemeente (2)

10 minuten leestijd

Een aanklacht

We keren nog één keer terug naar Bethesda. Misschien heeft die zieke de hoop om beter te worden allang opgegeven. Want als we goed - d.m.v. aandachtig lezen - luisteren naar het gesprek dat volgt op het zien, gaat het de totaal andere kant op als we mogelijk wel zouden kunnen denken. Tegelijk leren we hier ook iets van gesprekstechniek. Jezus had die man toch zomaar zonder iets te zeggen, bij de beroering van het water op kunnen pakken en hem er heen kunnen brengen. Het gaat tenslotte om herstel. Geen woorden maar daden. Of toch niet? Jezus neemt de zieke in zijn situatie heel serieus! Hij stelt een vraag. Een'gesloten vraag, die toch heel open blijkt te zijn. U zegt: 'Wel een onnozele vraag, een vraag naar de bekende weg'. 'Wie wil er hier in Bethesda niet gezond worden? Anders zat je hier toch niet? ' Dat is waar, maar toch is die vraag eigenlijk een oproep tot protest tegen de bestaande orde. Een aanklacht! Er volgt namelijk een totaal ander antwoord van de zieke, wat eigenlijk geen antwoord is, maar een uitroep, een schreeuw om aandacht namelijk: 'Ik heb geen mens!' Kunnen we ons als lezers zo'n situatie voorstellen? Werkelijk niemand hebben? Een mens, zoals u en ik, geschapen in relatie tot de medemens, heeft helemaal niemand? Het lijkt onmogelijk. Toch zijn er wel degelijk zulke mensen. Wat kun je je b.v. ongelukkig en eenzaam voelen, wanneer niemand je begrijpt als je in een langdurig rouwproces zit. Al jaren in therapie bent vanwege een incestervaring, er aan emoties nog maar niets loskomt, terwijl de omgeving al lang vindt datje weer werken kunt. Ongelukkig wanneer er niemand is die voor jou de overheid aanklaagt wanneer de uitkeringen weer naar beneden gaan, ontoereikend zijn en 'armoede' teweegbrengt. Ongelukkig wanneer er geen medemensen zijn, die het onrecht in b.v. derdewereldlanden aan de kaak stellen, of willen meewerken aan een zorgzame samenleving. We kunnen uit het verhaal van de 38-jarige zieke vooral ook dit leren: het gaat in het bezoekwerk niet allereerst om het oplossen van het probleem. Om het concreet iets doen voor de ander. Bij iemand aanwezig zijn, met een luisterend oor, kan al meer dan voldoende zijn. Het kan de eenzaamheid doorbreken! Het kan een antwoord zijn op de uitroep: 'Ik heb geen mens!' Is het voorbeeld van de Heere Jezus te hoog gegrepen? Kunnen we als Jezus zijn? We kunnen niet als Jezus zijn, maar Hem wel als voorbeeld voor ogen stellen en Hem trachten na te volgen in Gods kracht! Zo wordt Zijn kracht in onze zwakheid volbracht. Een geweldige bemoediging is dat. We hoeven het niet alleen te doen.

De praktijk

Tot nog toe hebben we de situatie van een eenzame in beeld gebracht. Iets geproefd van de leegte, het isolement. Een ding is naar ik hoop wel duidelijk geworden. Het gaat om leven, herkenning, een menswaardig bestaan. Leven zonder de ander, mijn medemens, is onmogelijk, uitgesloten! Zonder medemens ben je uitgesloten, sta je er buiten! De vraag is vervolgens: 'Wat kunnen we daar nu mee. Gewoon in het leven van alledag? ' Velen van u die dit artikel lezen doen aan bezoekwerk. Ontmoeten mensen. Heel verschillend. Bezoekwerk is veelkleurig werk. Het gaat dan concreet om b.v. eenzamen, zieken, uitkeringsgerechtigden, asielzoekers, gehandicapten, ouderen, terminale patiënten, psychiatrische of ex-psychiatrische patiënten en/of hun verwanten, verslaafden en nog veel meer anderen in knelsituaties. Doelgroepen voor bezoekwerk zeggen we dan. Ieder mens die we bezoeken is uniek, vraagt om een eigen aanpak, benadering en specifieke aandacht. Kort wil ik enkele zaken aanstippen, die geen volledige handreiking bieden voor het welslagen van een goed bezoek of contact, maar wellicht voor u een steun in de rug kunnen betekenen. Mogelijk ook aanleiding geven in de kerkenraad of diaconie voor discussie en gesprek. Ik ga daarbij voorbij aan de vraag hoe je omgaat met mensen, die een psychische stoornis hebben van welke aard ook. Gewoon, omdat ik geen psycholoog of psychiater ben. Ik wil enkele zaken aanstippen als diaconaal consulent, die het van groot belang acht dat de christelijke gemeente vandaag geroepen is tot omzien naar elkaar en een helper is voor hen die geen helper hebben. Het van belang acht, dat de christelijke gemeente vandaag ook 'diaconale gemeente' is, levend vanuit een wij-cultuur, de gemeente als gemeenschap en als christelijke gemeenschap deel uitmaakt van een ik-samenleving. Graag maak ik hierbij gebruik van enkele aandachtspunten uit een artikelenreeks van dr. J. van der Wal, directeur van GLIAGG 'De Poort' in Dordrecht, geschreven in de Hervormde Vrouw, maandblad van de Bond van Ned. Herv. Vrouwenverenigingen op G.G.

1. De kracht van naastenhulp

In de praktijk, en ook onderzoek bewijst dat, blijkt dat de hulp vanuit en in de eigen omgeving het meest belangrijk is. Elke hulpverlener zal u kunnen vertellen dat hij of zij veel effectiever hulp kan verlenen als de patiënt een meelevend en ondersteunend sociaal netwerk heeft. Mensen die dat hebben doen ook veel minder een beroep op hulp. Naar verhouding komen de meeste hulpvragen van zich eenzaam voelende mensen. Specifieke kennis en methoden kunnen onmisbaar zijn voor goede hulp, maar primair zijn nodig zulke ogenschijnlijk gewone dingen als aandacht, tijd en een luisterend oor. En daar hoefje geen professionele hulpverlener voor te zijn. Sterker nog, een directe naaste kan deze zaken vaak gemakkelijker opbrengen dan een professionele hulpverlener.

2. Houding en vaardigheden

Het is niet zo dat we zelf per se allerlei leed meegemaakt moeten hebben om iemand in nood te kunnen helpen. Leed kan ons ook beschadigen.

Wel is van belang dat we onszelf enigermate kennen. Dat geldt zowel voor onze gaven als gebreken en beschadigingen. Zelfkennis wil zeggen dat we bewust moeten zijn van onze motivatie om te helpen. Willen we met onze hulpvaardigheid iets doen of zijn? Voor een goede houding is het vervolgens van belang de nadruk niet zozeer te leggen op het doen maar op het zijn. Onze onmacht ontstaat vaak doordat we het gevoel hebben dat we iets moeten doen om problemen op te lossen. Daar gaat het meestal niet in de eerste plaats om.

Liefde heeft oog en oor voor de ander. Dat is een voorwaarde om signalen van leed op te kunnen vangen en daar iets mee te kunnen doen. Een vaardigheid is het gevoelig zijn voor tekenen van leed. Leedsignalen zijn verdriet, smart, maar ook woede, rusteloosheid, teruggetrokkenheid, vermoeidheid, verwardheid, er ongezond of onverzorgd uitzien, verbittering en concentratieproblemen. Deze signalen kunnen het leggen van contacten behoorlijk in de weg staan.

De vraag is dan: hoe kunnen we ondanks die beletselen toch een contact leggen? Het begint hoe dan ook met iemand te bezoeken en aan te spreken. Anders ontstaat er immers geen contact. Dat lijkt een open deur, maar ik noem het toch, omdat men die open deur in de praktijk vaak voorbij gaat. In zo'n eerste contact is het van belang dat we duidelijk maken dat we aandacht voor iemand hebben, iemand serieus nemen en de ruimte geven om zijn verhaal te vertellen. Breng gewoon maar onder woorden watje ziet en hoort en watje zorgen baart. Zeg niet: Zeg, heb jij soms problemen?

Maar alleen: Ik hoop datje me niet te vrijpostig vindt, maar ik maak me de laatste tijd wat zorgen om je. Je bent zo stil. Of: Je ziet er de laatste tijd zo moe uit. Probeer dus niet meteen naar oorzaken te raden. Zo breng je over dat je oog hebt voor de ander, dat je betrokken bent en dat je open staat voor gesprek. Maar je respecteert de eigen keuze van de ander om daar al dan niet op in te gaan.

3. Vormen van ondersteuning

Soms kun je praktisch helpen, door de tuin eens op te ruimen, eten klaar te maken, op de kinderen te passen, enz. Er is ook emotionele steun. Daarbij gaat het om luisteren, begrip tonen, aandacht en troost geven. Daarin ondervindt de ander naast ruimte ook bevestiging. Niet alleen voor zijn leed, maar vooral voor zichzelf als mens. Vooral beschadigde mensen, die erg aan zichzelf kunnen twijfelen, hebben dat nodig.

Vervolgens is er sociaal integrerende steun. Met deze steun helpen we mensen om de weg in de samenleving te vinden en hun sociale netwerk uit te bouwen. Dit is heel belangrijk voor mensen die moeite hebben contacten te leggen, bang zijn voor afwijzing en eenzaam zijn. We kunnen ze meenemen naar een vereniging en in contact brengen met anderen. Verder is er corrigerende steun. Vanuit een verbondenheid met en met het oog op het belang van die ander houden we iemand de spiegel voor. We kunnen b.v. iemand erop wijzen dat hij of zij altijd over zichzelf praat en daardoor anderen niet uitnodigt om contact te zoeken. Tenslotte is er nog steun bij het zoeken van professionele hulp. Echter zoiets nooit regelen zonder de persoon zelf, maar in samenspraak/overleg met kan er gezocht worden naar een passende vorm van hulpverlening.

4. Evenwicht tussen afstand en betrokkenheid

Betrokkenheid toon je door luisteren, meevoelen, meeleven. Afstand bewaar je door gesprekken te begrenzen zowel in tijd als intensiteit. Anders wordt het voor jezelf en voor de ander teveel. Accepteer verdriet, tranen, boosheid en andere emotionele uitingen als tekenen van de innerlijke gesteldheid. Laat je er echter niet geheel door bezetten. Je moet er over blijven kunnen nadenken.

Als je er door overmand wordt, word je zelf een deel van het probleem. Hoed je voor afhankelijkheid. Tekenen daarvan zijn: over de ander fantaseren, dromen, veel met de ander bezig zijn, of verliefd worden. Je hoeft daar niet van te schrikken, maar je moet dat wel goed bewaken.

Hoe kom je noden op het spoor?

Een vraag die diakenen mij nog wel eens stellen is: hoe komen wij armoede op het spoor? Niet van achter de vergadertafel. Wel door er zelf als diakenen op uit te gaan. Gericht bezoekwerk doen. Daarvoor is het van belang met elkaar binnen de gemeente afspraken te maken. Wie bezoekt wie? Aan wie geven we wat door? Welke groepen binnen de gemeente vragen om extra aandacht? Wie vallen er tussen de wal en het schip? Zijn er in de gemeente eenzamen en mensen die aandacht nodig hebben. Kennen we de mensen alleen van het kaartje, of ook persoonlijk? Wat heeft prioriteit en wat staat er over het bezoekwerk geschreven in het beleidsplan van de gemeente. Communicatie onderling in de gemeente is van groot belang. Maar ook evaluatie en de mogelijkheid ervaringen uit te wisselen. Is er een inloophuis, een contactadres, vertrouwenstelefoon, diaconaal spreekuur? Gemeenteleden zullen er ook steeds weer op gewezen moeten worden, dat zij degenen zijn die het dichtst bij de buren wonen. Dat zijn ook buren waar zorgen kunnen zijn. Is er een goed netwerk van relaties in de gemeente. Zijn de lijnen bekend waardoor zaken zo goed mogelijk aan elkaar doorgegeven kunnen worden en afstemming plaatsvindt? Zijn de verantwoordelijkheden duidelijk? Bezoekwerk kan vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid. In principe doen we dat niet af met te zeggen: daar hebben we de dominee, de ouderling, de diaken of de HVD voor. Een besef van verantwoordelijkheid dient bij ieder aanwezig te zijn. Je bent niet voor niets lid van een gemeente. Je bent contactpersoon!

'Ik heb geen mens...' Wie zal zeggen, hoeveel er in de gemeente zijn die dat in stilte roepen. Wie zal zeggen, hoeveel mensen in de gemeente geweldig bemoedigd zijn door een bezoekje van u, of van wie dan ook in uw gemeente, die in stilte op pad is geweest, op zoek naar een medemens? Dat hoeft niemand te zeggen of te weten, als de Heere er maar van af weet (Matth. 25 : 31-46).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ik heb geen mens!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's