De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herder

Overdragen van kennis en vaardigheden

6 minuten leestijd

In 1995 schreef prof. dr. W. ter Horst een boek onder de titel 'Wijs me de weg!' De ondertitel geeft aan waar het boek over gaat: Mogelijkheden voor een christelijke opvoeding in een post-christelijke samenleving. Een aansprekend geschreven boek dat heel duidelijk aan het denken zet. In het tweede gedeelte van het boek schrijft Ter Horst over het pedagogisch kwintet. Vijf opvoedkundige verantwoordelijkheden komen aan de orde, namelijk: beschermen, verzorgen, overdragen (van kennis en vaardigheden), inleiden (in betekenissen) en inwijden (in geheimen). Deze verantwoordelijkheden beschrijft de auteur aan de hand van vijf 'beroepen', nl. schatbewaarder, tuinier, herder, gids en priester. Het leek ons als werkgroep voor artikelen in de Waarheidsvriend rond opvoeding zinvol aan de hand van deze beelden wat üjnen te trekken naar ouders en andere opvoeders van nu. Deze keer gaat het over het overdragen van kennis en vaardigheden aan kinderen, door middel van het beeld van de herder.

Het beeld van de herder is een bijbels beeld. Geen wonder, Israël was een herdersvolk en daardoor was het beeld van de herder overbekend. Verschillende bijbelschrijvers hebben het dan ook veelvuldig gehanteerd. Jezus noemt Zichzelf de Goede Herder, die Zijn leven inzet voor de schapen.

Een goede herder heeft hart voor zijn dieren. Als sommige verdwaald zijn, gaat hij ze zoeken. Een huurling zal dat niet doen. Die heeft alleen zichzelf op het oog en als er een vijand op het toneel verschijnt, vlucht hij...

Een herder nodig

'Kinderen zijn net als schapen en ganzen', zegt Ter Horst, 'Ze hebben een herder of hoedster nodig om nog goed terecht te komen.'

Waarom? 'Wel', zegt Ter Horst, "de derde schil" in het kinderleven is die van het bewust zijn; hierdoor is het menselijke leven verwant aan dat van de dieren.'

In de vorige artikelen zagen we al dat een kind 'dingachtig' en 'plantaardig' is. We gaan nu een stapje verder en zien dat het ook de beschikking heeft over zintuigen en effectief gedrag kan vertonen. Dat gedrag begint reflexmatig. Voorbeeld: een kind heeft zin om uit de wieg gehaald te worden om te drinken, zet een enorme keel op en... ziedaar het krijgt wat het wil. Nogmaals dat gebeurt reflexmatig! Het kind hoeft er niet bij na te denken, het doet het gewoon.

Later zal het zichzelf bewust worden van de betekenis van wat er gebeurt.

Om zover te komen heeft elk kind een herder (hoedster) nodig, die het kennis en vaardigheden bijbrengt.

Ordening van het gedrag

Als men wil dat een kind zich veilig en geborgen weet, moet het onder andere een geordende ruimte en een geordende tijd krijgen aangeboden.

Datzelfde geldt voor gedrag. Wil het kind niet in een chaos terecht komen, dan moeten we geordende gedragspatronen aanbieden! Een eerste voorbeeld daarvan is de zindelijkheidstraining.

'In de opvoeding', geeft Ter Horst aan 'worden de meeste vaardigheden overgedragen door voordoen, nadoen en zelf doen.'

Op die manier leert een volwassene zelfs met zeer ingewikkelde apparatuur omgaan, zonder inzicht in de betekenis van de handelingen. Daar komen we in een volgend artikel nog op terug.

De voorstanders van de zogenaamde natuurlijke opvoeding vinden dat men het ordenen van het gedrag zoveel mogelijk moet beperken.

Ze willen het kind zelf laten ontdekken wat effectief gedrag is en het zodoende zichzelf laten bekwamen. Anders gezegd: door schade en schande wijs worden. Volgens het principe 'een ezel stoot zich in 't algemeen niet twee keer aan dezelfde steen'.

Hoe kijkt professor Ter Horst hier tegen aan? Zijn oordeel is duidelijk: 'Er zit wel iets in, maar niet veel. Het is onmogelijk alle ontdekkingen van het voorgeslacht over te doen. Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden en bij een diepe sloot of in druk verkeer is natuurlijke opvoeding zelfs misdadig!' Dat is glashelder!

Goede manieren

Hier past ook een pleidooi voor goede manieren en goede gewoonten.

Daaronder verstaat Ter Horst 'dat een kind leert dat het zich aan de omstandigheden van tijd en plaats kan aanpassen'.

Daar hoort bij: 'dank u wel' zeggen als het iets krijgt, geen opmerkingen maken over het uiterlijk van vreemden, uitkijken bij het oversteken, anderen laten uitspreken, enz.

Maar ook: handjes vouwen, oogjes dicht, stil zijn tijdens bijbellezen enz.

We hoeven niet te gaan zedenpreken en we moeten niet terug naar de stijve buigingen van 50 jaar geleden, maar... is het wel gezond als jongeren op sollicitatiegesprek de commissie begroeten of "uitzwaaien" met: 'hallo, hai, of doei...'?

Overdracht van kennis

'Wat voor kleur is dit? ' 'Geel', 'Goed zo.'

'Hoeveel is twaalf gedeeld door vier? ' 'Drie.' 'Prima!'

'Wat gebeurde er in 1515? ' 'Karel V wordt heer over de Nederlandse gewesten.' 'Wat zijn gewesten? ' 'Nou, je hebt ook genoorden, gezuiden en geoosten.'

geoosten.' Met deze voorbeelden laat Ter Horst zien dat er nogal wat schijnkennis, ook wel verbalisme genoemd, is.

Als we er niet voor oppassen, zit onze geloofsopvoeding er vol van. Psalmregels zijn er berucht om.

'Ik zal mij buigen op uw ijs' en 'Worde Jakob Schot met gejuich geprezen' zijn er voorbeelden van.

Over de voorraad parate kennis verschillen de meningen. Velen menen dat we het kind niet te veel moeten belasten. Als het maar weet waar het gezocht moet worden. Zou het waar zijn?

'Nee', zegt Ter Horst, 'mensen met enige diepgang willen niet alleen toegang hebben tot kennis. Ze hebben er ook behoefte aan problemen te overdenken, om zich een mening te vormen om met zichzelf of met anderen te overleggen. En ... als iemand nis tot zichzelf wil inkeren en hij of zij treft daar alleen maar mogelijkheden aan om kennis op te vragen, dan is men gauw aan het eind.'

Daar moeten we eens nadrukkelijk de vinger bij leggen in onze tijd van multimedia en bible-software. Allemaal prima leermiddelen, als... we maar niet vergeten dat het erom gaat dat het Woord van God in ons hoofd, in ons hart en in onze mond moet zijn. Ook in de geloofsopvoeding!

Regels

Regels brengen orde aan in de chaos van ruimte, tijd en gedrag. Regels proberen het kind een beetje bekwamer te maken, zodat het zijn gang kan gaan, onafhankelijk van de directe aanwezigheid van de opvoeders. Het is van groot belang dat kinderen vroeg ervaren dat regels hun bekwaamheid vergroten. Als dat het geval is, zullen ze zich er graag aan houden en zelf ook een geregeld leven willen leiden.

Goede regels komen niet willekeurig tot stand en hangen niet in de lucht. Ze hangen aan de normen van de gemeenschap. In zijn boek heeft Ter Horst de term 'geloofsoverdracht' niet gehanteerd. Hij legt uit waarom:

'Wat over te dragen valt van het geloof bestaat uit goede manieren, gewoonten, regels en kennis (van het Evangelie, de geloofswaarheden, de liturgie, de gebeden en de liederen). Dat alles is onmisbaar, maar een goede opvoeding steekt dieper!'

Kinderen hebben dieren nodig

In de vorige artikelen zagen we in hoe belangrijk het is om oerervaringen te hebben (een nachtelijke tocht door het bos, eindeloos lopen over het wad) en dat ieder kind de kans moet krijgen om zelf met planten bezig te zijn.

In dit hoofdstuk zegt Ter Horst onomwonden: 'Alle kinderen moeten een tijdlang met dieren omgaan'. Hij zegt er meteen bij: 'het is soms moeilijk te organiseren, maar toch...'.

Ik ben het met de auteur volkomen eens. Kinderen, die met dieren omgaan, worden vanzelf een beetje herder!

Hoe moet het dan praktisch? We begrijpen heel goed dat niet in ieder gezin en in ieder huis een huisdier past. Maar toch... waar een wil is, is een weg. Denk eens aan familieleden die vee hebben of een huisdier. Of benut de mogelijkheid van een kinderboerderij.

En... vergeet de vrije natuur niet.

Vogeltjes kijken... reeën ontdekken... sporen volgen...

Ik zie mezelf nog lopen met m'n zoon in het Prattenburger bos bij Veenendaal. 's Morgens om 6 uur. Op zoek naar een zwarte specht. We hebben hem niet gezien. Wel gehoord, toen hij ons hoog in de bomen vierkant uitlachte... Onvergetelijke ervaringen!

A. J. Terlouw staffunctionaris HGJB

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Herder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's