De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gerechtvaardigd door het geloof (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gerechtvaardigd door het geloof (5)

8 minuten leestijd

Een vorig keer liet ik zien dat de zekerheid van het geloof gemist wordt, omdat men óf het gevoel laat prevaleren óf omdat men niet goed weg weet met de beloften Gods. Ook staat een verkeerd verstaan van de Schrift de zekerheid nog wel eens in de weg. Reeds eerder legde ik er de nadruk op dat teksten altijd in hun verband gelezen én overdacht moeten worden.

Zo herinner ik mij een gemeentelid dat zich jarenlang blind staarde op de tekst: 'Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren' . Met name de laatste woorden van deze tekst hielden hem vast. Wanneer hij evenwel deze tekst in het verband had gelezen waarin hij staat geschreven, zou hij zich veel worsteling en getob hebben bespaard.

Prediking

D. M. Lloyd-Jones schrijft in 'Prediking en predikers': 'Het grootste gevaar waarmee de preekstoel geconfronteerd wordt is aan te nemen dat iedereen die zegt christen te zijn, dat ook werkelijk denkt en lid van de kerk is, dus noodzakelijkerwijs christelijk is. Dat is volgens mij de allergrootste en zeker meest voorkomende blunder. Omdat mensen lid zijn van de kerk neemt men aan dat zij christenen zijn'.

Het zal duidelijk zijn dat als een prediker zó de gemeente ziet, hij geen prediking zal brengen waarin de oproep tot bekering krachtig wordt gehoord.

Het is inderdaad een ernstige misvatting om ervan uit te gaan dat wij allemaal christen zijn, omdat wij deel uitmaken van de gemeente.

Wij worden niet als christen geboren. Wij Worden als christen wedergeboren. Anders gezegd: door het geloof worden wij het eigendom van Jezus Christus. Dit geloof is niet een vrucht die op de akker van ons hart groeit, maar een gave van God. Het geloof wordt ontstoken door de Heilige Geest in ons hart.

Daartoe gebruikt de Heere de prediking van Zijn Woord. Met dat doel heeft Hij predikers geschonken. Hij zendt ze uit met de opdracht: 'Gaat dan heen, onderwijst al de volken'.

De prediking nu moet overtuigen! Zij moet geen leerstellig verhaal zijn. Zij moet ook niet beschrijvend zijn. Zij dient heel direct en heel concreet te zijn. En wel op een wijze dat jongeren en ouderen die de Heere nog niet kennen hun nood leren kennen. Overtuigd raken van zonde, gerechtigheid en oordeel. Kortom: met al hun nood tot de Heere de toevlucht nemen.

Lloyd-Jones schrijft dat het in deze eeuw één van de grootste vergissingen van de kerk is geweest dat eenieder als christen werd beschouwd die bij de kerk behoorde. Het zal juist zijn als men mij voorhoudt dat hij dit met name zegt van de kerk waartoe hij behoorde. Toch meen ik hetzelfde te moeten constateren in een deel van onze kerk.

Hoewel de Zaligmaker tijdens Zijn omwandeling op aarde onderscheidenlijk spreekt en preekt, lijkt het nu wel eens alsof alle onderscheid is weggevallen. Echter... niet eenieder die zich Israël noemt behoort tot Israël. Christen zijn wij als wij door een oprecht geloof Christus zijn ingelijfd.

Van zekerheid van het geloof is alleen sprake als wij als zondaar alles in onze Heere Jezus Christus hebben gevonden.

Zo óók niet

De Schrift laat ons duidelijk lezen dat de gemeente mag worden aangesproken als gemeente des Heeren. Dat wil intussen niet zeggen dat allen al zijn toegebracht tot de gemeente die zalig zal worden. Om die reden kan nooit ofte nimmer het appèl in de prediking gemist worden. De oproep tot bekering en geloof behoort gehoord te worden.

Nu bestaat het gevaar dat alleen deze oproep en niets anders wordt gehoord. Alsof er geen melk voor de kinderen en vaste spijze voor de ouderen is.

De gehele gemeente wordt blijkbaar gezien als nog buiten de genade staande. Niemand kent de Heere. Voor niemand is de dienst des Heeren een liefdedienst geworden.

Men zal het wel met mij eens zijn dat de gemeente zo niet mag worden gezien. Als dienaren des Woords weten wij niet alles. Ook als ouderlingen is ons niet alles bekend. Wij zien slechts aan wat voor ogen is. Soms denken wij wel eens dat het zaaisel (het Evangelie) niets doet, maar dat toch de wortel der zaak aanwezig is. Maar ook het omgekeerde komt voor: wij denken dat het zaad geweldig groeit. Maar wat blijkt? Na enige tijd is die geweldige groei verdwenen. Er is niets meer van over.

Ik wil met dit alles zeggen: laten wij voorzichtig zijn met te zeggen: die wel óf die niet. De Heere Zelf zal in het eindgericht dat oordeel vellen. De schapen zullen aan Zijn rechterhand en de bokken aan Zijn linkerhand staan.

Er moet dus niet gedaan worden alsof de gehele gemeente des Heeren buiten het heil staat.

Het is dan nog maar een klein stapje om te zeggen dat de Geest des Heeren van ons geweken is. Het is waar dat de tijden duister zijn. Maar kunnen wij zeggen dat dit ligt aan de Heilige Geest? Of moeten wij veeleer zeggen dat de tijden niet zozeer duister zijn, maar dat wij dit zijn.

Hoe duister wij zijn, niettemin mag gezegd worden dat door middel van de prediking de Heere Zijn Koninkrijk uitbreidt. Jongeren en ouderen komen tot een doorbraak tot op Christus.

Dat zien wij vandaag gebeuren. Zelfs mensen die van huis uit nergens van weten, die in een totaal onkerkelijk gezin zijn grootgebracht, worden gegrepen en ingewonnen voor het heerlijk Koninkrijk van God.

Dit schrijf ik niet alleen om elkaar te bemoedigen, maar vooral met het oog hierop dat wij zullen zien dat de Heere nog altijd in onze tijd werkt.

Hoe het over twintig jaar zal zijn, weet ik niet. Ik ga uit van het heden! En dan zie ik ondanks alle kerkverlating en alle afval dat de Heere niet laat varen het werk van Zijn handen. Dit strekt tot ootmoed en blijdschap! Het geeft moed om in de kerk door te gaan! Door te gaan met de prediking.

Er moet onderscheidenlijk gepreekt worden. De onbekeerden mogen welmenend tot bekering en geloof geroepen worden, maar de zuigelingen mogen met melk gevoed worden alsmede de vaders met vast voedsel.

Laten vooral de zuigelingen niet vergeten worden! Zij worstelen soms het meest om de zekerheid van het geloof. Laten zij in de prediking niet alleen hun eigen naam horen, maar veelmeer de naam van Jezus. Hij alleen is hun zekerheid! Hij alleen hun heil!

Voorwaarden

Hierboven attendeerde ik reeds enigszins op het gevaar van een beschrijvende prediking. Wat moet onder zo'n prediking worden verstaan? Dat is een prediking waarin de weg die de Heere met Zijn kerk gaat van stap tot stap wordt beschreven. Doorgaans blijft zo'n prediking boven de hoofden zweven. Deze prediking wordt aangehoord en misschien zelfs wel beaamd, maar zij raakt veelal het hart niet, omdat het in zo'n prediking over een ander gaat, maar niet over mijzelf. Gods volk kent deze stadia op hun weg, maar ik niet. Ik behoor niet bij dat volk, dus herken ik mij daarin niet.

Terecht heeft dr. Brienen in zijn proef­ schrift stelling genomen tegen deze beschrijvende prediking waarin het grote gevaar van classificatie bestaat. Onder classificatie moeten wij verstaan: eerst dit, dan dat en dan nog weer eens dit. Men kan als het ware precies nagaan, hoeven men op de weg van het heil is. Uiteindelijk komt men zover dat men zich voor een bekeerde man of vrouw mag gaan houden.

Ik heb al eens eerder geschreven, dat de Heere zó niet werkt. De onder ons bekende W. L. Tukker sprak ooit eens over de weg van God als ABC in een preek uit Openbaring 14, maar zo vertelde hij erbij: De Heere kan ook wel eens omgekeerd werken, nl. CBA.

Met dit alles wil ik maar zeggen: laten wij de Heere maar laten werken, dan komt het altijd goed. Door alle schema's en classificatie zet de Heere meestentijds een dikke streep.

Maar er is nog iets! Behoudens een beschrijvende prediking kan die ook voorwaardelijk zijn.

Wat ik hiermee bedoel? Heel eenvoudig. Men moet aan allerlei voorwaarden voldoen, wil de Heere ons in gunst aanzien. Helaas komt deze prediking meer voor dan men denkt. Ongemerkt wordt er in de prediking het één of ander ingevoerd ten gevolge waarvan men gaat denken: als ik daaraan voldoe, dan kom ik er wel.

Vergeet niet: de Heere rechtvaardigt geen zondaren die aan het één en ander voldoen. Men kan nog zoveel ondervonden hebben, men kan nog zo diep ontdekt zijn, de kennis van de ellende kan nog zo groot zijn, maar om al deze oorzaken kan de Heere niet in gunst op ons neerzien.

Hij rechtvaardigt geen ouderen en jongeren die zoveel meegemaakt hebben. Ook geen mensen die zo goed kunnen bidden of zo goed over zichzelf kunnen spreken. De Heere rechtvaardigt goddelozen, alleen maar goddelozen.

Dat was Luthers ontdekking! Beter gezegd dat leren wij uit de Schrift. God rechtvaardigt de goddelozen om niet, door het geloof. En van de rechtvaardige staat geschreven dat hij door het geloof zal leven. Nogmaals: het is niets uit ons, maar alles uit Hem! De rechtvaardige leeft uit het geloof, door Jezus Christus.

Kort samengevat met het oog op de prediking: de prediking mag onvoorwaardelijk zijn. Ik denk dat ik het met het woordje 'mag' te zwak uitdruk. Ik moet zeggen: de prediking moet onvoorwaardelijk gebracht worden. De Heere wil dat alle mensen zalig worden (1 Tim. 2).

Rechtvaardigmaking

Veel heb ik reeds over het geloof gesproken, weinig daarentegen over de rechtvaardigmaking. Helemaal trouwens niets over hoe de rechtvaardigmaking in zijn werk gaat alsmede of er een rechtvaardigmaking in de conscïentie bestaat. Daarover een volgend keer. (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gerechtvaardigd door het geloof (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's