Boekbespreking
Dr. G. D. J. Dingemans, Het experiment 'wereld', Gods scheppende kracht volgens Genesis 1-11, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1998, 98 blz., ƒ 21, 50.
Dit boek is niet de zoveelste bijbelstudie over de eerste hoofdstukken van het boek Genesis maar het ontwerp van een wereldbeschouwing in zakformaat. Volgens professor Dingemans staan de verhalen van Genesis 1 tot 11 naast elkaar en komen ze niet na elkaar (3, 86, 94). Zij willen duidelijk maken dat onze wereld niet in zichzelf rust maar geschapen is (vi). Die opvatting ligt verankerd in de joodse traditie. Tijdens de ballingschap worden de joden geconfronteerd met de moderne literatuur van die tijd. Genesis 1 is op indrukwekkende wijze de joodse reactie op het Babylonische scheppingsverhaal. Genesis 2 ouder, eenvoudiger van aard en heeft een Kanaanitische achtergrond: de mens in de tuin (40-49). Het geloof van Israël wordt uitgedrukt in verschillende contexten. Het volk van God is immers onderweg. De christelijke kerk moet zich met name in de Europese en Amerikaanse cultuur weer opnieuw bewust worden van haar vreemdelingschap (12v.). Het verhaal van de zondeval wil ons duidelijk maken dat onze relatie met God en met onze medemensen fundamenteel gestoord is. De zonde is niet door God 'ingecalculeerd'. Hij is niet de 'auteur' van de zonde maar wel de 'gelegenheidgever'. In Zijn ontwikkelingsplan komt de overtreding van de mens heel goed van pas (57v.). Alle ellende in de wereld en de dood hangen wel samen met de zonde als relatiestoring maar zijn toch natuurlijke gegevens. De dood hoort intrinsie bij het leven. Maar God is op een creatieve wijze bezig de gestoorde relatie te herstellen (67-70). Het verhaal van Kaïn en Abel en het wraaklied van Lamech geven aan dat de zonde een verschijnsel is dat zich steeds weer herhaalt (72-78). In het zondvloedverhaal slaat het pessimisme toe. Het experiment 'wereld' dreigt uit de hand te lopen. God Zelf kan er niet onderuit: Hij krijgt berouw over de schepping van de mens en grijpt in met strafmaatregelen. Het is een 'anti-scheppingsverhaal' (de term is van Ellen van Wolde) en heeft blijkens het gebed uit het klassieke doopsformulier het pessimistisch deel van calvinistisch Nederland sterk aangesproken (84-86). Tenslotte is de torenbouw van Babel geen uiting van de hoogmoed van de mens die als God wil zijn, maar van de Babylonische eenheidscultuur met haar concentratie van macht. Andere voorbeelden zijn de grootmachten uit het tijdperk van het Hellenisme en het Romeinse wereldrijk. Pluriformiteit wordt in Genesis 11 hoger gewaardeerd dan eenheid en uniformiteit. De mensheid moet zich ook in de breedte kunnen ontwikkelen (93v.).
Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal 'discussiepunten'. Discussie zal dit boek zeker oproepen! Om te beginnen een detail: het is mij niet duidelijk waarom de schrijver in Genesis 1 een dichtvorm ziet en niet - zoals de meeste exegeten - een verhaal. Maar de opvatting dat de verhalen van Genesis 1 tot 11 naast elkaar gelegd moeten worden en niet na elkaar, is moeilijk te handhaven als we letten op de genealogische lijn (de opeenvolging van de geslachten) die duidelijk herkenbaar is in heel het eerste bijbelboek. Die opvatting vloeit voort uit een nieuwere visie op de werkelijkheid. Lette men vroeger op de historische ontwikkeling volgens het schema van oorzaak en gevolg, tegenwoordig gaat het meer en meer om de erkenning van de verscheidenheid in de verschijnselen die zich aan ons voordoen, met een vakterm: het pluralistische paradigma (10). Dan blijft er ook geen ruimte over voor de belijdenis van de voorzienigheid van God (31, 35, 53) of 'predestinatietheologie' (88v.). Maar zo worden de verhalen van Genesis losgemaakt uit het kader van de canon van de Heilige Schrift en worden ze op een andere wijze ingekaderd. De schrijver neemt dogmatisch gezien een positie in tussen het deïsme (God heeft de wereld geschapen maar laat haar verder over aan haar lot) en het theïsme (God heeft de wereld geschapen en onderhoudt haar door Zijn voorzienig bestel). Het zondvloedverhaal maakt duidelijk dat de schepping uitloopt op een mislukking. Daarom opent God een nieuwe weg, de weg van het verbond. Zo gaat het experiment 'wereld' gewoon door (97v.).
Er is tegenwoordig een breed maatschappelijk draagvlak als het gaat om onze verantwoordelijkheid voor het milieu. We moeten wel. Maar dat heeft nog niet geleid tot een diepgaande bezinning over wat nu het milieu, dat is de wereld waarin wij leven en waarvan wijzelf deel uitmaken is. Dit ontwerp van een wereldbeschouwing daagt ons daartoe uit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's