De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Groei zendingswerk vraagt om grote inspanning

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Groei zendingswerk vraagt om grote inspanning

GZB presenteert Jaarverslag 1997

3 minuten leestijd

'Het jaar 1997 werd gekenmerkt door de verdere groei van het werk.' Met deze woorden opent het bestuur van de Gereformeerde Zendingsbond in de Nederlandse Hervormde Kerk het Jaarverslag 1997. Tegelijkertijd stelt deze groei de GZB voor een aantal vragen op het gebied van de financiering van het werk in de komende jaren.

'Er is een tijd geweest, in de loop van de jaren tachtig, dat er meer geld was dan dat er mensen waren om uit te zenden. Nu is de situatie zich heel snel in omgekeerde richting aan het ontwikkelen. Een gegeven waar we heel dankbaar voor zijn, maar dat ons tegelijk voor een grote inspanning stelt', aldus het bestuur. 'Er is aanleiding om de gemeenten met grote aandrang de zending aan het hart te leggen.' In 1998 zullen een aantal financiële acties worden georganiseerd. Naast de kerkenraden, de predikanten en de zendingscommissies van de hervormde gemeenten, zullen ook de leden de GZB worden benaderd met het verzoek het zendingswerk meer dan ooit te steunen.

Drs. M. Burggraaf, bestuurslid van de GZB, geeft in de inleiding op het jaarverslag aan welke redenen er waren om in 1997 een nieuw beleidsplan voor de jaren 1998-2002 samen te stellen. 'In elke tijd gaat het erom dat de zending zich verantwoordt', aldus Burggraaf. Het is volgens hem belangrijk dat naar binnen en naar buiten toe duidelijk wordt gemaakt waar de GZB staat en welke prioriteiten er gesteld moeten worden. Volgens Burggraaf is het binnen de context van een geseculariseerde omgeving van het grootste belang dat in het zendingswerk alle nadruk komt te liggen op het 'winnen van mensen': 'zonder Christus zijn mensen verloren'. Ongeveer gelijktijdig met het beleidsplan stelde het bestuur van de GZB een communicatieplan voor de komende jaren vast. Hierin zijn een aantal uitgangspunten en concrete maatregelen opgenomen gericht op het vergroten en verdiepen van de betrokkenheid van de hervormde gemeenten bij de bijbelse zendingsopdracht.

De groei van het zendingswerk zette zich in 1997 in alle werkgebieden van de GZB door. Een flink aantal zendingsarbeiders werd uitgezonden en steun aan allerlei projecten van kerken en organisaties in de verschillende continenten kon worden toegezegd en gerealiseerd.

In het verslagjaar werd het onderzoek voortgezet naar mogelijkheden om het zendingswerk verder uit te breiden. Het bestuur heeft inmiddels besloten in de komende jaren Azië prioriteit te geven. Hier gaan deuren open voor de inzet van zogenaamde 'tentenmakers'. De eerste pionier is inmiddels in een van de Centraal-Aziatische Republieken aan de slag gegaan. Het doel van het werk in dit gebied is kerkplanting.

Naast dankbaarheid over het werk dat in Afrika, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, Azië en in Europa kon worden voortgezet en uitgebreid, maakt de GZB in zijn jaarverslag ook melding van een aantal zorgpunten, die van directe invloed zijn op de uitvoering van het werk en de werkers die zijn uitgezonden. De GZB noemt in dit kader de zorg om de veiligheidssituatie in enkele gebieden, de toenemende maatschappelijke en economische onrust in Afrika, de gevolgen van aids ('een ziekte van de armen') en ook de invloed van de islam in bijvoorbeeld landen in het Midden-Oosten.

De totale uitgaven (lasten) stegen in 1997 tot boven de 11 miljoen gulden; een toename van ongeveer 20%! De totale inkomsten daarentegen bleven iets (ongeveer 1%) achter bij die van 1996: ruim 8 miljoen gulden. De belangrijkste bron van inkomsten zijn die welke verkregen worden uit de kerkelijke gemeenten. Deze stegen met ongeveer 2% tot ruim 6, 5 miljoen gulden.

Na aftrek van enkele bijzondere baten resteerde een negatief saldo van 1, 8 miljoen gulden, dat kon worden gedekt door de inmiddels sterk geslonken exploitatiereserve. Daardoor zal de toename van het werk niet meer uit de reserve kunnen worden bekostigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Groei zendingswerk vraagt om grote inspanning

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's