De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gerechtvaardigd door het geloof (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gerechtvaardigd door het geloof (6)

8 minuten leestijd

Wij hebben het voorrecht dat er in ons land nog veel gepreekt wordt. ledere zondag wordt op vele plaatsen gehoor gegeven aan de opdracht van de Koning om het Evangelie te prediken.

Doorgaans vinden wij dit heel gewoon! Wij zouden vreemd opkijken als ons werd meegedeeld dat er geen verkondiging van het Woord zou zijn.

Juist omdat wij de prediking gewoon vinden, bestaat het gevaar dat wij niet inzien van welk een onschatbare waarde de bediening van de verzoening is.

Door middel van de prediking wil de Hee­re ons alles schenken wat ons ontbreekt. Wat ontbreekt ons? Waarvan kan niemand zeggen dat men dit met zijn geboorte meekrijgt? De vergeving van de zonden! Laatstgenoemde wordt ons in de prediking geschonken.

Calvijn leert ons dat het bloed van Jezus Christus in de prediking druppelt op schuldverslagen harten. Dat bloed is op dat moment effectief (werkzaam), want het reinigt van alle zonden.

Nu gebeurt het wel dat er wordt gezegd dat er tijdens de prediking niets gebeurt. Het is soms zo dor en geesteloos in de gemeen te. Van een uitwerking door middel van de prediking is zo weinig te horen en te zien.

Wat zou de oorzaak zijn? Zou dit niet de oorzaak zijn dat men zo weinig weet van schuld? Zeker, er bestaat wel een vaag besef van schuld, maar niet zó dat men er verslagen onder is.

In de preek druppelt het bloed op schuldverslagen harten. Op een koninklijke wijze vergeeft de Heere de zonden!

Ruim

Misschien dat ik in herhaling val, maar ik stel nog maar eens dat in de prediking de vergeving van de zonden ruim aan de orde gesteld mag worden. Het is geen best teken als dit minimaal geschiedt. Zeker is het niet in navolging van de Schrift.

In Psalm 103 lezen wij: 'Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons'. Ook horen wij de Heere bij monde van de evangelist van het Oude Testament zeggen: 'Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol'. De vergeving van de zonden moet geproclameerd worden. Dat wil zeggen dat zij luid verkondigd wordt. Daarbij worde niet vergeten dat de Heere deze vergeving van de zonden werkelijk schenkt.

Een verslagene van geest behoeft eraan niet te twijfelen. De Heere heeft het Zelf beloofd. Nooit wordt Hij ontrouw aan Zijn Woord. De Psalm zegt: 'Wat uit Zijn mond gaat, blijft vast en ongebroken'.

Het zal duidelijk zijn dat men nooit één preek moet missen, tenzij de voorzienigheid van God ons dit verhindert. Maar zo niet... dan altijd maar daar zijn op zondag, waar de Heere werkt door Zijn Woord en Geest. In Zijn huis doet Hij wonderen. Zelfs wonder op wonder. Hij schenkt er vergeving van zonden.

Genade.

De vergeving van de zonden houdt vrijspraak in. Men mag ook zeggen: deze vrijspraak is genade van God.

Door déze vrijspraak spreekt God ons aan als Zijn kinderen. Weliswaar als aangenomen kinderen, maar dan toch kinderen.

Let wel: ook al worden wij door de vrijspraak geadopteerd, wij worden niet als zodanig behandeld.

Helaas gebeurt het wel dat geadopteerde kinderen slecht worden behandeld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen hen en de kinderen uit een huwelijk.

Zo is het bij de Heere niet! In het doopformulier wordt over de gelovigen gesproken als over 'lieve kinderen en erfgenamen'.

Wie door de Heere als Zijn kind wordt aangenomen, de vrijspraak ontvangt, krijgt alle rechten van Christus, Gods eigen Zoon. Alles wat van Christus is, is van hen die door de Vader aan Christus gegeven zijn. Ik lees in de Schrift: 'Alles is uwe, want gij zijt van Christus, en Christus is van God'.

Wie door genade de vrijspraak heeft ontvangen, mag belijden: 'De God en Vader van de Heere Jezus Christus is óók mijn Vader. Zijn huis is mijn huis. Er is van het bezit van Christus niets te bedenken of ik deel daarin'.

Door Christus is er toegang tot de troon van God. Niet dat wij dienaangaande rechten zouden kunnen laten gelden, maar de toegang is tot de troon ontsloten, omdat Christus verzoening door voldoening heeft bewerkt. Vanaf Golgotha loopt er naar de troon van Zijn Vader een bloedspoor. Door genade mag er in dat bloedspoor genaderd worden.

Al de rechten die behoren bij het kindschap van God, worden ontvangen om Christus' wil. Omdat Hij de gehoorzame Zoon is geweest, wordt heel Zijn volbrachte werk, ja alles wat Hij verworven heeft aan ons toegepast. Anders gezegd: Het wordt ons toegerekend alsof wij zelf alle gehoorzaamheid volbracht hadden, die Christus voor ons volbracht heeft.

Zelf konden wij geen genade of vrijspraak bewerken. Maar Hij heeft het gedaan. Uit liefde tot ons. Geen liefde komt Zijn liefde nader, geen liefde is zo groot (J. van den Vondel).

Het is dus pure genade. Genade die ons wordt geschonken. Zij wordt ons trouwens steeds opnieuw geschonken.

De Heere schenkt genade. Het is een gave van Hem. Wij beschikken niet over de genade. Het is altijd geschonken genade. Daarom zal tot in der eeuwen eeuwen een loflied op de genade worden gehoord. Tot in alle 'uithoeken' van de hemel en op de nieuwe aarde, zal gehoord worden: 'Het is door U, door U alleen om 't eeuwig welbehagen' .

Vergeving van zonden! Vrijspraak in het bloed van Jezus. Dit alles is het grootste dat ons in dit leven ten deel kan vallen. Dat is genade, rijk en vrij!

In alles nodig

Wie deel heeft gekregen in het geloof aan Jezus Christus is Zijn eigendom naar lichaam en ziel voor tijd en eeuwigheid.

In het pastoraat ontmoeten de ambtsdragers wel jongeren en ouderen die de Heere in alles nodig hebben voor hun ziel, maar die zo hun vraagtekens hebben als het gaat om de verzorging van het lichaam door Hem.

Laat ik dit zeggen: De Heere heeft lichaam en ziel geschapen als een eenheid. In het Hebreeuws wordt lichaam en ziel zelfs met één woord aangeduid. Daaruit blijkt de eenheid die er bestaat tussen lichaam en ziel.

Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat wij die eenheid enigermate zijn kwijtgeraakt. Hierboven gaf ik dit al aan met een voorbeeld uit de praktijk. Echter... dat heeft niet als oorzaak dat die eenheid niet in de Bijbel zou staan, maar dat is grotendeels gekomen door de filosofie van Plato (een wijsgeer uit Griekenland). Hij leerde dat de ziel het voornaamste was. Het lichaam was daarentegen onbelangrijk. Hij noemde het lichaam 'een madenzak'. Daarmee wilde hij zeggen dat het lichaam door de maden zou worden opgegeten. Om die reden kende hij het lichaam bitter weinig waarde toe.

Geheel anders spreekt de Schrift. Wij lezen zelfs in de Bijbel dat het lichaam een tempel van de Heilige Geest wordt genoemd. Ook wordt er gesproken over het verheerlijken van God naar lichaam en geest.

Lichaam en ziel zullen wij op een bijbelse manier onderscheiden, maar niet scheiden. Zoals wij met de behoeften van onze ziel in alles bij de Heere mogen komen, zo ook met de noden van ons lichaam.

Vanzelfsprekend bedoel ik niet alleen de noden van het lichaam letterlijk, maar ook de noden en zorgen die er voor de tijd kunnen zijn.

Wellicht druk ik het enigszins vreemd uit als ik schrijf dat de Heere graag ziet dat Zijn kinderen met al hun noden en zorgen voor de tijd bij Hem komen.

Alles mag voor Hem neergelegd worden. Geen ding is te groot, maar ook geen zaak te klein om het tegen Hem te zeggen.

Alles maar dan ook alles mag bij Hem gebracht worden. Hij zal ons in alles helpen. Misschien anders dan wij verwachten. Maar wat zeker is: Hij maakt het zo dat wij ons verwonderen.

De Heere is een God voor de tijd. Hij is het niet minder voor de eeuwigheid. Ons lichaam heeft behoeften, onze ziel heeft noden.

Zoals wij de Heere in alles voor het lichaam nodig hebben, zo ook voor de ziel. Het geloofsleven moet onderhouden worden. Het is niet zo dat wij er zijn als die wonderlijke en vreemde vrijspraak (Luther) ons deel is.

Dat komt men wel in het pastoraat tegen dat het geloof wordt gezien als een zeer kostbaar sierraad. Maar dan een sieraad dat men niet draagt, doch wat men in de kluis stopt. Niemand ziet het. Het sieraad ligt er maar te liggen.

Zo is het met het geloof niet. Het geloof is werkzaam. En om werkzaam te zijn, heeft het steeds nieuwe impulsen nodig.

Van het geloof kan men zeggen dat het nooit stilligt. Er is geestelijke groei. Er is groei in het geloofsleven.

Ik hoor de apostel spreken over een opwassen in de kennis en de genade van onze Heere Jezus Christus. Een vraag: hoe vindt die geestelijke groei in de kennis en de genade plaats? Het antwoord is eenvoudig: door oefeningen des geloofs. Onder deze laatsten moeten worden verstaan: het gebed, het omgaan met de Schriften, meditatie en alles wat de Heere nog meer aan middelen heeft.

Die geestelijke groei bewerken wij niet, maar zij wordt gerealiseerd door de Heere. En let wel: Hij gebruikt daarvoor de middelen zoals ik ze zojuist noemde.

Groeien in het geloof houdt ook in dat wij sterven. Sterven aan onszelf om op te staan in Christus. Ik kan het ook zeggen zoals Johannes de Doper in Johannes 3 dit heeft gezegd: 'Hij moet wassen, ik minder worden'.

Zonder groeien in het geloof, zal de vergeving der zonden, die wonderlijke en vreemde vrijspraak verbleken. (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gerechtvaardigd door het geloof (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's