Een keer geofferd
In de vroegchristelijke kerk was, ten tijde van de vervolging, het avondmaal een geheim. De christenen uit die tijd spraken er met niemand over. In hun heidense omgeving gingen geruchten dat men het lichaam van Christus at en Zijn bloed dronk. De klassiek-heidense omgeving begreep niet waar het in het heilig avondmaal om ging. Daarom zweeg je er over. Je werd er om aangeklaagd, om gevangen genomen.
Onze tijd is in vele opzichten anders. Geen vervolging en bedreiging. Hoewel de onrust van de laatste weken aangeeft dat een overgroot deel van ons volk niet begrijpt waarover het gaat in die viering van het heilig avondmaal. Voor wie het nog niet wist opnieuw een signaal dat de christelijke fundamenten wankelen. Wat dat betreft had de commotie de functie van een seismograaf.
Het heilig avondmaal is één van de hoogtepunten uit het leven van de christelijke gemeente. De tafel staat klaar, gebroken brood en vergoten wijn worden rondgedeeld. We gedenken de dood van Christus, ...totdat Hij komt. Het is het mysterie van de geloofsgemeenschap met Hem. Hij bracht het zoenoffer op het kruis, '...éénmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen.'
Een offer
Dat is de diepste kern van het verzoenend lijden en sterven van Christus. Het was hét offer bij uitstek. Onherhaalbaar en volmaakt. Als Lam van God gaf Hij Zich over tot een verzoening van onze zonden op het altaar van het kruis.
Dat woord 'offer' speelt juist in de roomskatholieke eucharistie een grote rol. Aan het eind van de 6e eeuw na Christus gaat de gedachte van het offer de viering van de eucharistie steeds meer overschaduwen. Waarschijnlijk gebeurde dat onder invloed van de mysterie-godsdiensten. Breken van brood en vergieten van wijn werd steeds vaker en steeds breder gezien als een 'opdragen van Christus als zoenoffer'. De eucharistie werd dus zelf een offer, op de tafel die de naam 'altaar' ging dragen. Een offer dat dan bovendien werd opgedragen tot onze vrijspraak. Paus Gregorius de Grote schrijft aan het begin van de zevende eeuw: 'Wij moeten God dagelijks het offer der tranen en het offer van Zijn vlees en bloed opdragen... Wanneer Hij opgestaan is van de doden, en niet meer sterft en de dood geen macht meer over Hem heeft, zo wordt Hij toch in Zijn onsterfelijk en onverderfelijk wezen door dit geheimenis van het heilig offer nog eens voor ons opgedragen'.
Het heeft tot de 11e eeuw geduurd voordat werkelijk de opvatting dat brood en wijn transformeren in het lichaam en bloed van Christus een officiële plaats krijgt.
Dat was op het Lateraans concilie. Brood en wijn zouden wezenlijk veranderen in lichaam en bloed van Christus. De naam die het gebroken brood kreeg is 'de hostie'. Letterlijk betekent die naam 'offer'. Het concilie van Trente noemde in 1562 de mis 'een zoenoffer'. En noemde dit zichtbare offer 'verzoenend voor levenden en doden'. Bovendien klonk daar het anathema (vervloekt): 'Als iemand beweert, dat in de mis geen waar en eigenlijk offer aan God wordt opgedragen, die zij vervloekt'.
Reformatie
Luther en de andere hervormers hebben juist op dit punt ernstige bezwaren ingebracht. Gaat het in het heilig avondmaal om een offer? Nee, het heilig avondmaal is teken en zegel van het offer. Gebracht op het altaar van het kruis. Waar Christus, Gods heilig Lam, zich overgaf tot in de dood. Wie het offerbegrip in het Nieuwe Testament nazoekt vindt nergens dat het heilig avondmaal een offer is. Het is juist de verbondsmaaltijd op grond van en verbonden aan het éénmaal volbrachte offer van Christus. Als de enige bron van behoud, als het enige bloed dat redt. In die verbondenheid aan de Zaligmaker besef ik tot in het diepst van mijn bestaan dat Zijn éénmalige offer slechts het enige redmiddel is tot mijn behoud.
Zo uitzichtloos en hopeloos sta ik er voor zonder Hem. De Geest maakt juist mijn handen leeg, mijn hart verslagen omdat ik kind van Gods toorn ben, dat zijn behoud vinden mag in Christus' offer. Daarom wees de Reformatie op grond van de Schriften de gedachten als was het heilig avondmaal een offer, af. Waren we samen teruggekeerd naar deze wortels van de Schrift, naar de apostolische wortels, dan lagen we echt op koers. Dat is veel meer en veel dieper dan het slaan van 'bekende paaltjes'. Dat zou niet minder betekenen dan een vernieuwde reformatie, een opleving, een vernieuwing van kerk en gemeente betekenen waarin de Heilige Geest genadig de hand zou hebben. Dan zou in de geloofsbeleving Christus' verzoeningswerk als het enige offer werkelijk centraal staan, voor diep schuldige mensen. Zijn dood-mijn leven!
Bij de viering van het heilig avondmaal gaat het om de diepste kern van de zaligheid. Het merg van de verzoening. Juist hier komen we op de heilige en tegelijk genadige grond van de verzoening. De diverse aspecten van het heil zijn nooit los verkrijgbaar. Ze zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Als de schakels van een ketting.
Toch komen we woorden als 'offer' en 'dienst' in de zin van 'priesterdienst' in het Nieuwe Testament ook tegen. Het wordt ook gebruikt voor de levenswandel van de christelijke gemeente. Denk vooral aan de woorden uit Romeinen 12 : 1 en 2: De redelijke eredienst en uw lichamen tot een levend, heilig en God welgevallig offer. Dat is het nieuwe leven uit Christus, door de Heilige Geest. Met als rode draad de dankbaarheid voor verlossing en vernieuwing. Want het is onmogelijk dat wie in Christus is geen vrucht voortbrengt.
Met name in de 2e eeuw werd er diverse keren de nadruk op gelegd dat in het geloof alleen de gebeden en de lofprijzing een offerkarakter hebben. De gebeden zijn als reukwerk voor de Heere. En de lofprijzing als de vrucht der lippen - een offer van verwondering en dankzegging.
Éénmaal
De schrijver van de Hebreeënbrief legt bovendien alle nadruk op het éénmalige en daarbij tegelijk volkomen karakter van dit offer. Hij onderstreept dit 'éénmaal' tegenover de onafgebroken herhaling van het oudtestamentische offer. Daar werd het offer steeds gebracht. Daar vloeide keer op keer het bloed. Maar nu het lijden en sterven van onze Heere Christus, de Hogepriester, plaats vond in die voort-durende herhaling tot een eind, beter tot vervulling gekomen. 'Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde' (Hebr. 10 : 18). Dat is de grondlijn van deze brief. Alle nadruk valt op dit éénmalige, volkomen offer van Christus. 'Alzo ook Christus éénmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen.' Dit offer is onherhaalbaar. Alle pogingen het aan te vullen, of op welke manier dan ook te repeteren doen schade en afbreuk. Ze betekenen ten principale een afwijzing van het volkomen karakter van Jezus' offer. Ook als het gaat over 'een onbloedige herhaling' zoals Rome het noemt. Het zijn dus de tekenen van 'een ander Evangelie'. 'Daar er geen ander is.' Daarom is ook de catechismus zo radikaal in haar veroordeling van de mis. Het tastte de diepste kern van het éénmalige offer van Christus. En daar staat de Heidelberger pal als een wachter op de muur: een vervloekte afgoderij'.
In één offer bracht Christus verzoening, vergeving, heiligmaking, verlossing, de hele zaligheid aan. Zijn offer tot in de dood is voor geen herhaling vatbaar. Terwijl Zijn priesterdienst voortgaat in de hemel. Daarom richten we ons in de viering van het heilig avondmaal ook niet op Christus' dienaar die brood en wijn deelt. We worden juist opgewekt onze harten omhoog te heffen waar Christus is aan de rechterhand van de Vader om voor al de Zijnen te bidden. In Zijn voorbede werkt Zijn offer door. En door Zijn Geest wordt het vruchtbaar, in de harten der gelovigen. Dit unieke, onherhaalbare karakter van Christus' lijden en sterven is heel diep in de Schrift verankerd. In de vloedgolf van nivellering dreigt dit oer-reformatorisch belijden, dit hart van het Schriftgetuigenis, weg te slijten. Brood en wijn zijn daarop gericht dat ze ons geloof op het offer van Christus aan het kruis, als op de enige grond van onze zaligheid wijzen. Het onderstreept dat de genade slechts door Eén is betaald.
Viering heilig avondmaal
Ondertussen komen wij te staan voor de vraag naar de wijze waarop onder ons de viering van het heilig avondmaal wordt beleefd. Helder tekenen brood en wijn ons het eenmalige verzoeningswerk van Christus uit. Krachtig verzegelen zij voor het geloof Christus volbrachte werk. We zijn er niet als wij ons keren tegen die leer en die praktijk die niet naar de Schrift is. Hoe onmisbaar een vurig pleidooi voor de juiste viering van het heilig avondmaal is, het is niet het laatste en het hoogste. Zelfs het ontvangen van de sacramenten is geen garantie voor het bezit van het heil. In de vele vermaningen aan het adres van de gemeenteleden in Korinthe wordt ons dat heel erg duidelijk (1 Kor. 10 en 11).
Dat betekent ondertussen dat we geroepen zijn de belijdenis, ook de centrale belijdenis van het onherhaalbare, unieke en volkomen offer van Christus vast te houden. Maar dan zo... dat we er uit leven. Stervend leven uit Christus' volbrachte werk is het hart van het levend geloof. En levend geloof weet zich, door Gods Geest versterkt, aan de tafel van het nieuwe verbond. Brood en wijn zijn de tekenen en zegels van Gods genadeverbond dat rust in Christus' volbrachte werk. Nergens leer ik dieper verstaan wat ons avondmaalsformulier Christus op de lippen legt: 'Ik voor u daar u anders de eeuwige dood moest sterven'.
Tenslotte
Experimenten al of niet oecumenisch helpen ons niet verder. Het voortdurend gebed om de eenvoud van de Schriften te verstaan en te geloven zal ons de weg doen vinden. Wie bidt en God zoekt heeft Zijn beloften mee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's