Uit de pers
De Bond besproken
Je kunt niet zeggen dat de Gereformeerde Bond in de pers continu doodgezwegen wordt. Als er onenigheid is in de kerk, dan is allicht de Bond of dan zijn woordvoerders ervan er bij om hun zegje te doen. Een vereniging die het om het verdedigen van de waarheid te doen is, heeft helaas nog steeds genoeg om tegen te protesteren. Jammer is wel dat het lijkt of we alleen maar zoiets zijn als een gemelijke waakhond die moeite heeft met bijna alles wat in de kerk en wereld gebeurt. En voor de rest lijken we voor buitenstaanders op een museum voor kerkelijke oudheden of een Openluchtmuseum vol kerkelijke folklore. Mensen kunnen het woord 'bonder' soms uitspreken alsof ze bijna braken moeten. Laten we ons maar afvragen of we het er soms ook niet naar maken. De redactie van Hervormd Nederland nam onlangs de moeite om een themanummer te wijden aan de GB onder het motto Onder Bonders. De redactie merkt in een ten geleide op dat velen de Bond slechts kennen als 'fusieremmer en belijdenisconservator'. Het is een tamelijk geslaagde poging geworden om de GB recht te doen, al is men toch ook weer niet helemaal ontkomen aan beeldbevestiging bij buitenstaanders: een lastig volkje dat niet meer van deze tijd is. Maar misschien hebben we dat grotendeels ook wel aan onszelf te danken. Evenwichtig, objectief en van binnen uit geschreven is de bijdrage van prof. dr. F. G. Immink. Boven zijn verhaal is De worsteling gezet, een term die in gebed en prediking onder ons nogal eens gehanteerd wordt. Prof. Immink vertelt hoe het zit met de Bond in de kerkelijke praktijk:
'"Het eerste misverstand over de gereformeerde bond is dat het een afgescheiden en massief blok zou zijn, een bolwerk van macht, maar er zit veel meer variëteit in", zegt Gerrit Immink, hoogleraar theologie en zelf een bonder. "In grote delen van het land zijn gereformeerde-bondsgemeenten, volkskerkachtige gemeenten met een breed scala van belevingen daarbinnen en dus ook met een grote randkerkelijkheid, met mensen die alleen met kerst of nooit naar de kerk komen. In liturgie, in expressievormen van het geloof en vormen van geloofsoverdracht vertonen deze gemeenten de kenmerken van de gereformeerde bond, maar daar krioelt van alles doorheen en ze moeten met al die verschillende soorten mensen rekening houden. Dat soort gemeenten dien je te onderscheiden van een wat geïsoleerde bondsgroep in een grote stad. Bovendien moeten we bedenken dat de bond in het geheel van de kerk een minderheid is.
De mobiliteit is de afgelopen tien, vijftien jaar zo toegenomen dat mensen zich sneller in groepen opsplitsen, onder het motto: als ik het hier niet vind, ga ik het ergens anders halen. Het supermarktidee. Als een gemeente te zwaar of niet zwaar genoeg is, trekken mensen naar een andere gemeente. Twintig jaar geleden was men nog veel meer bereid het met elkaar uit te houden."
Hoe zit het met de stromingen in de bond? "Vanaf het begin zijn er twee ongeveer even sterke stromingen geweest die overigens in elkaar overlopen. Een rechtervleugel met een sterk accent op bekering, op wedergeboorte en beleving van eigen verlorenheid en verlossing in Christus. Die stroming heeft meer affiniteit met de christelijk-gereformeerden en de gereformeerde gemeenten dan met andere hervormden. Die stroming is sterk bevorderd door het Reformatorisch Dagblad. De gedachte is dat er op Golgotha iets is gebeurd, maar dat er ook iets gebeurt als een mens tot bekering komt en dat is net zo beslissend. Ook daar is God aanwezig en dat is niet minder belangrijk om het heil te beërven. Mensen vertellen elkaar hoe ze bekeerd zijn, maar het risico van dat soort bekeringsgeschiedenissen kan zijn dat ze boven de Schrift komen te staan en dat mensen elkaar de maat gaan nemen: als je dit of dat niet kent of hebt meegemaakt, is het niet goed.
De linkervleugel denkt veel meer vanuit de beloften van God die je mag beamen en die je leven bepalen. Die stroming denkt kerkelijker, heeft meer oog voor het geheel van de hervormde kerk en kijkt minder naar afgescheiden gereformeerde kerken.
Het element van bevinding of spiritualiteit bindt beide stromingen, maar ze verstaan er niet helemaal hetzelfde onder. Wie de wedergeboorte accentueert, wil de term bevinding reserveren voor datgene wat de mens in het eigen leven ondervindt als toe-eigening van wat in Jezus Christus is gebeurd. Dat het iets van jezelf wordt, noemen zij bevinding.
In de andere stroming is het persoonlijke geloof ook wezenlijk, maar dat is meer betrokken op Gods beloften en op wat Jezus heeft volbracht. Voor beide stromingen geldt: het geloof is niet een kwestie van een eigen keuze, zoals de evangelischen zeggen, maar een gave van de geest van God. Je kunt het niet afdwingen, dus in die zin is het ook een wonder als je gelooft. In de preek wordt er niet zo gehamerd op wat mensen moeten doen en dat ze zich moeten bekeren. Nee, in de preek wordt uitgestald wie God is en wie de mens is, in de verwachting dat er daardoor iets opbloeit. Dat is qua geloof dus minder activistisch. Het geloof is niet zozeer een activiteit van de mens. God is de handelende persoon. Kenmerk van de bevinding is dan ook: kunnen afwachten. Dat wordt wel '"het uur der minne"' genoemd, onverwacht bemind worden.'"
Aan prof. Immink wordt ook de vraag gesteld waar het aan ligt dat de Bond zo weinig wervend is in het geheel van de Hervormde Kerk.
'"Voor wie er niet mee vertrouwd is, is de bondswereld een rare wereld. Je moet door een heleboel schillen heen breken van gewoonten en traditie. Als je altijd hebt gewoond in een gemeente met vrouwen in het ambt en met het Liedboek - zeg maar een vrolijke midden-orthodoxe gemeente - en je verhuist naar een bondsgemeente, sta je raar te kijken. Dan krijg je een schok, zoals omgekeerd ook gebeurt. Dan denk je: daar ga ik niet meer heen. Dat kan ik me voorstellen. Bonders zijn niet het meest culturele volk. Het waren van oudsher niet de regenten die tot de bond toetraden. In bredere zin spreekt de bond vooral de eenvoudigen aan. In veel bondsgemeenten is de arbeidersklasse in de kerk vertegenwoordigd. Dat kunnen niet alle midden-orthodoxe gemeenten zeggen. De bond heeft een eenvoudige liturgie, geen hoogdravende, mooiesthetische gebeden, het is eerder wat gebabbel en soms vind ik het wel wat platvloers. De preken lijken misschien voor een buitenstaander ingewikkeld, maar als je het patroon eenmaal door hebt, zijn ze gemakkelijk te volgen. Soms zijn ze zelfs te eenvoudig en volgen ze steeds een bepaald stramien. De bond heeft nauwelijks een eigen theologie, omdat studenten dominee willen worden, geen wetenschapper en omdat meer waarde wordt toegekend aan de theologische traditie dan aan het ontwikkelen van een nieuwe theologie. Het gaat meer om het levend houden van de theologische wetenschap. Maar dit alles geeft ook herkenning. Dat is met liturgie ook zo. ledere week hetzelfde, dat vindt men prettig.
Dat de bond na een groeiperiode niet meer zo wervend is, ligt ook aan de secularisatie van de afgelopen veertig jaar. Dat gebeurt over de hele linie en daar heeft de bond echt geen medicijn tegen. De bond is over z'n hoogtepunt heen, heb ik de indruk, en krijgt in eigen gelederen veel meer te maken met secularisatie en met de mondigheid van de mensen, al bloeien het jeugd- en evangelisatiewerk. De bond heeft nog steeds veel jongeren in de kerk, al weten velen van hen nauwelijks wat de bond is. Ze voelen zich gewoon hervormd.
De spanningen tussen de groeperingen in de bond zijn niet van de lucht. In veel gemeenten bestaan grote spanningen, ook tussen linker-en rechtervleugel. Het gaat om de manier van preken en om liturgische vernieuwing. Moet dat nu altijd, dat langzame zingen, zeggen sommigen. Anderen willen de nieuwe psalmberijming of de songs of praise zingen, maar hun wordt tegengeworpen: als je daaraan begint... Dat is het hellende vlak.
Veel bondsgemeenten hebben te kampen met de invloed van de evangelischen, met gebedsgroepen en een bepaalde vorm van vroomheid. Het is hebben, hebben, hebben. Dat klopt die vroomheid op en negeert de nuchtere kant ervan: we hebben het geloof niet zo in de vingers en soms hebben we niks. Voor dat laatste heeft de bevindelijkheid altijd oog gehad."'
Naar ik meen schetst prof. Immink op een eerlijke manier hoe het er in de meeste bondsgemeenten voorstaat. We hebben niet zoveel om ons op te verheffen. Een wat ootmoediger toon binnen de kerk zou meer op z'n plaats zijn, denk ik soms weleens.
De Bond bevraagd
Prof. dr. M. J. G. van der Velden verzorgde samen met zijn vrouw de uitgave van deel 3 van het Verzameld Werk van dr. K. H. Miskotte: Preken en meditaties. Onlangs verscheen dit deel bij uitg. J. H. Kok in Kampen. Naar aanleiding hiervan had Paul Meinders voor het reformatorisch opinieblad Koers (29 mei 1998) een interview met hem. De actuele betekenis van een afgeschreven theoloog, staat er boven.
Afgeschreven binnen de gereformeerde gezindte dan wel te verstaan. In het interview wordt onder andere ingegaan op de reden daarvan. In de loop van het gesprek komt de situatie binnen de gereformeerde gezindte aan de orde.
Soms bekruipt mij het gevoel dat de tijd van de grote theologen, die tegelijk bijbelgetrouw en vernieuwend waren, voorbij is. Klopt dat?
'In zekere zin is het allemaal een beetje tam geworden in de gereformeerde gezindte. Dat heeft ook te maken met het postmoderne levensgevoel. Het kerkelijk besef gaat ontbreken. Als ons iets niet zint, zoeken we wat anders op. We gaan niet langer de strijd aan, maar zoeken net zo lang totdat we een dominee gevonden hebben die bij ons past. En ook dominees hebben de neiging zich - bewust of onbewust - aan te passen aan hun gehoor. Als je niet uitkijkt, klinkt alles even voorspelbaar en vertrouwd. Dan heb je het als gemeente naar je zin. En je hebt als dominee geen last. We zoeken allemaal het gemak. In dat klimaat is vernieuwend theologiseren niet in tel.
Over veel prediking ligt een grijze sluier. Dat komt doordat iedereen zich opsluit in zijn eigen traditie. De Kerk is een supermarkt geworden. De waarheidsvraag komt op deze manier niet meer aan de orde.
Dat is overigens begrijpelijk. Iedereen denkt: we moeten houden wat we hebben. Ik heb in de jaren zestig het aantal kerkgangers onder mijn gehoor met bijna de helft zien verminderen. Ik ben toen geconfronteerd met de doorwerking van de secularisatie. Die was door Miskotte geprofeteerd. Hij heeft gezegd: "De kerkgangers van vandaag zijn de nihilisten van morgen". Ik heb dat werkelijkheid zien worden.
Als predikant wil je die kaalslag voorkomen. In feite is dat de grote zorg van vrijwel elke dominee van elke modaliteit. In de jaren tachtig hebben veel midden-orthodoxe gemeenten grote veranderingen aangebracht in de liturgie. Een beetje op de oecumenische toer, zullen we maar zeggen. Wat mij nu opvalt, is dat die gemeentes nog precies dezelfde liturgie hanteren als vijftien jaar geleden. Ook daar, in die zogenaamd progressieve gemeenten, vinden nauwelijks nog veranderingen plaats.
Hetzelfde vind je in gemeenten met een hervormd-gereformeerde signatuur. Twintig, dertig jaar geleden heeft bijvoorbeeld een kerkenraad besloten om één lied uit de nieuwe berijming te zingen. En nog steeds zingt men één lied uit de nieuwe berijming. Daarmee wil ik aangeven dat de vernieuwingsbeweging in elke modaliteit feitelijk is weggezakt. Als het om vernieuwing gaat, moet je van ophouden weten, vinden veel kerkmensen. Anders begeef je je op een hellend vlak. En inderdaad, dan stolt de lava.'
Inhoud
De vernieuwing die heeft plaatsgevonden, is in veel gevallen op de vorm gericht geweest. Maar waar blijft de theologisch-inhoudelijke vernieuwing; het spreken met Goddelijk gezag in de stormvloed van déze tijd?
'Nu raakt u de kern! Als ons spreken is verworden tot een ritueel, raken zij ons niet meer in het merg van ons bestaan. Er zijn bijvoorbeeld gemeenten in ons land waarbij iedereen - op een enkele uitzondering na - op de bodem van de hel gepreekt wordt. De kans om behouden te worden is in die prediking uiterst klein. En nu het verschrikkelijke: men verblikt of verbloost er niet van. We gaan met z'n allen - vergeef me de uitdrukking - met een gerust hart naar de hel! Dat is de waarheid. Dat klinkt vertrouwd. Onder zo'n prediking word je tenminste niet bedrogen.. . Het is een ritueel geworden.
Dat geldt trouwens ook elders. Veel zogenaamde politieke prediking werd gezocht door mensen uit intellectuele kringen. Hun welvaartsleven ging ondertussen gewoon door.
We mogen de macht van het ritueel niet onderschatten. Wij hebben behoefte aan ritme en regelmaat. Wij willen niet wakker geschud worden. Wij willen geen onrust. Er is al zoveel onrust in de wereld. Daarom mag de Kerk geen plek zijn waar je voor verrassingen komt te staan.
En dat is nu precies wat mij altijd geboeid heeft bij Miskotte: zijn prediking was altijd verrassend. Bovendien stonden zijn preken altijd middenin de rauwe werkelijkheid van het leven. Je kon je eigen angsten en aarzelingen erin herkennen. Hij kon de gesteldheid van mensen doorgronden, omdat hij zichzelf doorgrondde.
Als je dus wilt prediken voor postmoderne mensen, moet je eerst beseffen dat je zelf een postmoderne mens bent. Je kunt pas echt goed preken, als je dat eerlijk toegeeft. Dan gaat het er niet om dat je iedere zondag je eigen twijfels etaleert. Wel is het belangrijk dat je in de voorbereiding van je preek jouw twijfels Iaat botsen met de Bijbel. En dat je vanuit die strijd probeert de dingen nieuw te zeggen.
Miskotte preekte in de laatste jaren van zijn leven - hij was al met emeritaat - altijd in Amsterdam. In een soort evangelisatie voor intellectuelen, zullen we maar zeggen. Telkens als Miskotte preekte, was er een bepaalde fabrieksarbeider in de kerk. Dat was opmerkelijk, want die preken hadden een hoog filosofisch gehalte.
Toen vroegen ze aan die man: "Waarom kom jij hier als Miskotte preekt? Begrijp je dat dan allemaal? " Toen antwoordde die fabrieksarbeider: "Nee, ik begrijp niet alles, maar hij begrijpt mij".
En daar heb je het! Als mensen het gevoel hebben: ik word in mijn angst, mijn nood en mijn zorg door de dominee begrepen, dan gaan er harten open voor het Woord. Dat is mijn diepe overtuiging.'
Dan komt ook de prediking in de GB ter sprake. Hoe kijkt prof. Van der Velden daar tegen aan? Hij kan er een en ander van weten omdat hij jarenlang a.s. voorgangers binnen GB-kring heeft opgeleid.
'In de homiletiek - de predikkunde - spreken we over de homo homileticus. Dat is de mens die alleen in preken voorkomt. Iedereen die regelmatig naar preken luistert, kan begrijpen wat ik daarmee bedoel. Want in heel wat preken worden de hoorders vragen in de mond gelegd die zij helemaal niet hebben. En de vragen die de hoorders wél hebben, komen in de preek helemaal niet aan de orde.
Dat is mijn grote zorg over de prediking in kringen van de Gereformeerde Bond. Ik denk dus dat de meeste van die preken nog altijd uitgaan van de problematiek van de Nadere Reformatie: Hoe verkrijg ik genade bij God? Al die boekjes over de heilsorde zijn naar mijn mening voor het gros van de hedendaagse kerkgangers niet wezenlijk. In deze tijd zou in de prediking de vraag centraal moeten staan: Hoe kan ik nog geloven? Want dat is de vraag waar de meeste mensen mee zitten.
In dat kader leeft vandaag de vraag naar de toeeigening van het heil. Ook als nog de klassieke vragen klinken, hebben ze existentieel deze ondertoon. We dienen dat goed te beseffen. Zo hoort men ook de vraag uit de Heidelbergse Catechismus: Waaruit kent ge uw ellende? De invulling is een andere dan vier eeuwen geleden! Mijn ellende wordt mede bepaald door de tijd waarin ik leef door de cultuur die beslag op mij legt, of ik het wil weten of niet.'
Prof. Van der Velden meent dat de boeken van Kuitert, Nico ter Linden en Den Heyer als broodjes over de plank gaan, niet omdat ze de goede antwoorden geven, maar wel de juiste vragen stellen. Vragen die z.i. ook bij elke lezer van Koers leven. De antwoorden in reformatorische kring zijn niet langer afdoende. De werkelijke vragen die bij velen leven blijven onderbelicht. Wij missen daarom kansen, aldus prof. Van der Velden.
Evangelische hartekreet
Ik wil dit keer graag afsluiten met een hartekreet die ik in het Nederlands Dagblad van 30 mei las. Koos van Noppen geeft een portret van Peter Vlug sr. (66). Hij droeg ook dit jaar de eindverantwoordelijkheid van de pinksterconferentie voorheen Vierhouten nu bij Walibi Flevo. Peter Vlug is zelf van huis uit atheïst, maar door zijn contact met Else Hoekendijk tot bekering gekomen. Ze is zijn vrouw geworden. Eerst leest u de vraag en dan het antwoord, dat me diep heeft getroffen toen ik het las:
Is het niet moeilijk om als druk baasje te moeten leven met het feit dat een opwekking niet te organiseren valt?
'Bidden voor een opwekking in ons land, is op dit moment eigenlijk dweilen met de kraan open.
Een opwekking komt van God. dat zeker. Maar ik denk dat Hij op dit moment eerst bezig is te openbaren waar het bij ons fout zit. Negentig procent van degenen die aankloppen bij de kinderhulptelefoon van stichting Chris is afkomstig uit kerkelijke en evangelische kringen. Ik kom daar met rooie oortjes uit de bestuursvergadering. Wat zijn er niet een predikanten en evangelisten in de afgelopen paar jaar gevallen? Er zijn zonden op allerlei gebied: echtscheiding, overspel, manipulatie, hoogmoed, financiële wantoestanden. Dat moet eerst opgeruimd worden.
Als we horen spreken over normen en waarden, denk ik: we zouden daar als christenen maar eens mee moeten beginnen. Hoe voeden we de kinderen op? Hoe gaan we om met drank, geld, tijd? Houden we rekening met God? Er wordt zoveel geschipperd, ook in evangelische kring.
Begrijp me goed: ik snak naar een opwekking. Ik bid er dagelijks voor en maandelijks kom ik met een groep leidinggevenden bijeen om er gedurende enkele uren voor te bidden. En ik ben blij met de vele positieve ontwikkelingen die ik zie: de introductie van Alpha, het werk van de EZA, de EO-jongerendag, de Opwekkingsconferentie, Mission, de samenwerking tussen reformatorischen en evangelischen in de EA... Maar ik vraag me af is onze tijd wel rijp voor een opwekking? '
Teken aan de wand
Hij heeft bewust de generatie meegemaakt waarin mensen "bij bosjes" tot geloof kwamen. Komen er vandaag nog mensen tot geloof?
'Ja, maar naar verhouding veel en veel te weinig. Jongeren maken haarscherp onderscheid tussen echt en onecht, eerlijk en oneerlijk. Waarom krijgt Else zoveel complimenten op de uitzending van Wittewierum, waarin ze over haar leven vertelde? Omdat ze daar haar hart liet spreken, eerlijk, zonder opsmuk.
We moeten de moed hebben om in evangelische kring hardop de vraag te stellen of we niet bezig zijn alleen onszelf overeind te houden. Ik ken gemeenten die zeggen: "Fantastisch dat Opwekking zoveel doet; wijzelf hebben in de gemeente wel geld voor evangelisatie, maar niemand wil evangeliseren. Laat Opwekking het maar doen".
Als ze ons dat geld dan schenken, vind ik dat een teken aan de wand.
Ik zou zo dolgraag eens op "nul" beginnen. Dat we als christenen mensen tot jaloersheid konden wekken. Nu kampen we met het imago dat we onderling verdeeld zijn, dat we de kat in het donker knijpen.
Ik lig er van wakker dat er zoveel mensen verloren gaan. En dat zoveel christenen daarin lijken te berusten. Zelf een bekeerde atheïst. Mijn eigen ouders zijn gestorven zonder God. Ik ben als een hout uit het vuur gerukt. Waarom getuig ik zelf niet meer? Dagelijks vraag ik me af: Ben ik wel genoeg bezig met het werk van de Heer, met mijn omgeving? Laat ik mijn licht wel genoeg schijnen.'
Als iemand zo eerlijk de hand in eigen boezem durft steken, zou dat niet vrucht van de Geest zijn? Durven wij onder ons zo eerlijk over de geestelijke werkelijkheid in gemeenten en pastorieën te spreken? Ik hoor om me heen ook weleens over een opwekking spreken. Maar begint die niet in de diepte, in de verootmoediging over onszelf, op de puinhopen van ons kerkelijk bestaan, te midden van de erkenning dat wij het ook allemaal niet zo goed weten als we vaak beweerd hebben, maar dat we ten zeerste verlegen zijn om de verlichting met en hulp van de Heilige Geest?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's