Gemeentevernieuwing te leren in het buitenland? (2)
Wat is er te leren in Amerika?
Om te beginnen moet je door elke oprechte poging, zoals bv. Willow Creek, om de buitenkerkelijken te bereiken, tenminste geprikkeld worden om je eigen situatie kritisch te bezien. De uitdrukking 'missionaire gemeente' is onder ons wel bekend, maar wat komt erin de praktijk van terecht? Dreigen we niet meer en meer in een gettosituatie terecht te komen, waarin het eigene wordt geconserveerd en gekoesterd, zonder dat het vruchtbaar wordt gemaakt voor de mensen om ons heen. Wij beroepen ons terecht op ons reformatorisch verleden, maar zijn we intussen niet kwijtgeraakt dat je alleen gereformeerd kan zijn door het steeds opnieuw te worden? (semper reformando) Dat steeds opnieuw gereformeerd worden is nodig om af te komen van onze voortdurende neiging om van de evangelisatiedienst iets te maken wat van 'ons' is en de daaruit voortkomende gezapigheid. Dat de zaligheid buiten ons zelf ligt is een waarheid die we niet kunnen vasthouden, maar steeds opnieuw moeten leren.
De verbazing die door de leiders van de Willow Creek-beweging, ds. Bill Hybels, wordt uitgesproken over het naar buiten gericht zijn van vele gemeenten en het gebrek aan bereidheid om de blik naar buiten te richten, is m.i. terecht. Of dan het antwoord moet zijn dat de gemeente volledig 'omgeturnd' moet worden door de zondagse diensten specifiek op de buitenkerkelijken af te stemmen, zoals Willow Creek doet, valt nog te bezien. U heeft onlangs over de ervaringen met een Willow Creek-conferentie kunnen lezen in de Waarheidsvriend van 19 maart jl. van de hand van de heer Verhagen. Hij schrijft vooral over de psychologische aspecten van de Willow Creek-beweging. Daarnaast vrees ik dat de introductie van drama en moderne muziek in de eredienst onder ons wat minder goed zal vallen. Bovendien is het mijn vraag hoe verstandig het is om een eigen Willow Creek-organisatie in Nederland op te bouwen. Ware het niet beter geweest om de bestaande missionaire organen te stimuleren in plaats van er nog één naast te zetten? Maar laten we nu onze aandacht richten op de situatie in Engeland. Hoe heeft daar gemeentevemieuwing gestalte gekregen?
Invloed van charismatische beweging
Eén van de opvallende ontwikkelingen in kerkelijk Engeland is dat in dit land de charismatische beweging aanzienlijk meer invloed gehad heeft en heeft dan b.v. in ons land, zowel onder de evangelikalen in de Anglicaanse Kerk als daarbuiten.
De charismatische beweging richt zich vooral op de vraag hoe de gaven van de Geest meer gestalte in de gemeente kunnen krijgen. Het antwoord dat op deze vraag wordt gegeven is niet éénduidig, maar zeer gevarieerd.
Er zijn gemeenten die geen orde van dienst meer kennen, maar de invulling van de eredienst geheel afhankelijk maken van de werking van de Geest op dat moment. Het spreken in tongen in zo'n dienst is een onmisbaar onderdeel. Daarnaast zijn er gemeenten waar de invloed van de charismatische beweging vooral zichtbaar wordt door het bidden met opgeheven handen.
Hoewel de charismatische beweging veel stof tot discussie onder de evangelikalen heeft opgeroepen, waarbij o.m. de vraag aan de orde is hoe de in 1992 gestorven gezaghebbende dr. Lloyd Jones dacht aan de gaven van de Geest, is het duidelijk geworden dat de charismatische beweging vele evangelikalen in Engeland beïnvloed heeft. Hoe uit zich deze invloed, vooral op het punt van de gemeentevemieuwing?
Gemeentevernieuwing
In vele gemeenten uit zich de mobilisatie van de geestesgaven in wat genoemd wordt: 'teamministry'. Hiermede wordt bedoeld dat de leiding van de dienst geen zaak meer is van één persoon, t.w. de predikant, maar van vele anderen. De predikant preekt alleen, daarnaast zijn er gemeenteleden die de samenzang leiden, de lezing van de schriftgedeelten verzorgen, voorgaan in de gebeden, een verhaal aan de kinderen vertellen, enz. Soms wordt er in de dienst ook ruimte gegeven voor getuigenissen door gemeenteleden. Heel gebruikelijk is dat vóór het gebed aan de gemeente gevraagd wordt om specifieke onderwerpen voor het gebed aan te reiken.
Verder kan genoemd worden de veranderingen in de liturgie, met name wat betreft de te zingen liederen en het gebruik van muziekinstrumenten. In opvallend veel gemeenten is het orgel in onbruik geraakt en is het vervangen door een kleiner of groter muziekgezelschap. Het kan een klein kamerorkestje zijn met violen, cello's en een trompet, maar het kan ook een 'band' zijn, compleet met saxofoons en slagwerk.
Er worden veel moderne 'gospelsongs' gezongen, die zich kenmerken door veel herhalingen ('choruses'). Er zijn dikwijls zelfgemaakte liederen bij, die gepresenteerd worden op een projectiescherm. De achterliggende gedachte is datje eensdeels de geestesgaven in de gemeente, wat betreft het maken en uitvoeren van nieuwe liederen, mobiliseert, terwijl je daarnaast de drempel van de kerk verlaagt door het gebruik van moderne muziek en van moderne muziekinstrumenten. Vooral naar de jeugd toe wordt zulks van groot belang geacht.
Het is begrijpelijk dat de oudere generatie zich wat onwennig gaat voelen bij deze vernieuwingen in de liturgie. Als je zo'n dienst meemaakt valt zulks duidelijk op. Er zijn gemeenten die een oplossing voor dit probleem menen gevonden te hebben door het invoeren van meerdere diensten. Je hebt dan traditionele diensten en moderne diensten (contemporary services).
Tenslotte is er een opvallende verandering zichtbaar in de kleding. Vele gemeenteleden zijn niet meer gestoken in het zondagse pak, maar in vrijetijdskleding. Er zijn natuurlijk veel variaties te vinden, maar het zondagse pak is duidelijk op retour, ook op de preekstoel. Wat is de achterliggende gedachte? Je moet de afstand naar de wereld niet groter maken dan nodig is. Vele ouders, zoals ook onder ons, hebben hun kinderen grootgebracht met de gedachte dat je op zondag deftig gekleed moet gaan. Je gaat toch immers ook niet op bezoek bij de koningin in je spijkerbroek?
Dit argument is echter sterk aan slijtage onderhevig. Je gaat toch niet elke week naar de koningin en bovendien worden in de Bijbel meer familietermen zoals vader, broeder, zuster en vriend gebruikt, dan termen zoals: majesteit. Trouwens ook onder ons, vooral onder de jongeren, zijn opmerkelijke verschuivingen gaande in de zondagse klederdracht, al zijn ze nog niet tot de preekstoel doorgedrongen.
Engeland, een voorbeeld?
Veel wat er in Engeland gebeurt zou onder ons zeer nadrukkelijk nader overweging verdienen. Het is toch een bijbels gegeven dat voor de geestesgaven in de gemeente ruimte gegeven wordt. Waarom dan niet in de eredienst? Waarom is de eredienst onder ons vrijwel geheel een zaak van één persoon, de predikant. Zouden de diensten niet zeer aan levendigheid en aan kracht winnen als meerderen in de dienst zouden participeren?
In mijn jeugd was het nog gebruikelijk dat er voorlezers waren, die de schriftlezing verzorgden. Waarom zijn we hier eigenlijk vanaf gestapt? Waar het nog gebeurt, komt het wellicht als iets ouderwets over, maar is dat wel terecht?
Is het breder participeren van de gemeente in de eredienst niet een voor de hand liggende stap naar gemeentevernieuwing? Zouden hier ook geen mogelijkheden liggen om de jeugd meer daadwerkelijk bij de diensten te betrekken?
Het is opmerkelijk dat in Engeland het missionair zijn van de gemeente zich niet zo zeer uit in het ontwikkelen van bijzondere activiteiten voor de buitenkerkelijken, zoals bijzondere diensten, sing-ins, campagnes, etc, maar veel meer in het naar buiten gericht zijn van alle activiteiten van de gemeente. Dit is m.i. een gegeven dat van wezenlijk belang is. Is het in vele gemeenten niet zo dat het evangeliseren uitbesteed is aan een commissie? Zou het eigenlijk niet zo moeten zijn dat een evangelisatiecommissie overbodig wordt omdat de gehele gemeente missionair is en alle kerkelijke activiteiten een open karakter dragen, d.w.z. naar buiten open staan?
Moeilijker wordt als het gaat om de vernieuwing van de gemeentezang. Er zijn m.i. geen bijbelse argumenten te vinden die een verandering in de gebruikte liederen en in de muziekinstrumenten zouden moeten tegenhouden. Trommels, tokkelen blaasinstrumenten staan dichter bij de Bijbel dan het orgel. Bovendien zijn die moderne liederen met een sterk opwekkingskarakter niet adequaat met het orgel te begeleiden. Maar we geven wel wat op. Onze hele liturgische traditie is immers op het orgel geconcentreerd. Je moet er niet aan denken dat onze prachtige majestueuze orgels in onbruik zouden raken. Bovendien is er sprake van cultuurverarming. Je kan toch moeilijk beweren dat cultureel gezien de opwekkingsliederen op hetzelfde peil staan als bv. de psalmen, zowel qua woorden als muziek.
Maar dit argument mag niet de doorslag geven. Immers, culturele verworvenheden mogen gemeentevernieuwing niet in de weg staan, hoezeer het verlies hiervan aan het hart kan gaan.
Spanningen
Niet alle evangelische gemeenten in Engeland kunnen zich vinden in de gemeentevernieuwing die allerwegen zichtbaar wordt. In vrijwel elke denominatie vind je predikanten en gemeenten die zich sterk maken voor het behoud van de traditionele kerkdienst. Zij zetten zich niet zozeer in voor het behoud van het bestaande (conservatisme), maar ze zijn eerder bezorgd over het introduceren van wereldse elementen in de kerkdienst waardoor de grens tussen kerk en wereld wordt vervaagd. Eén van de vragen die ze bv. stellen is in hoeverre de moderne muziek van de opwekkingsliederen niet een uiting is van het levensgevoel van de moderne mens. Een terechte vraag overigens, dacht ik.
Onder de bezwaarden bevinden zich bv. dr. Peter Masters van de Metropolitan Tabernacle (Spurgeon) in Londen, ds. Paul Bassett van Leicester en de kring rond de zgn. Leicesterconferentie van de Banner of Truth.
Als ik het goed inschat zou ook onder ons gemeentevernieuwing, zoals die in Engeland gestalte heeft gekregen, grote spanningen oproepen in de gemeenten en daarbuiten. Overigens vraag ik mij af of de gesprekken die gaande zijn in sommige gemeenten over gemeentevernieuwing niet teveel beperkt worden tot de liturgie en met name dan de gemeentezang. Wij zouden tenminste van onze Engelse broeders en zusters kunnen leren dat gemeentevernieuwing veel meer omvat. En wat die gesprekken over gemeentezang betreft, lopen we niet het gevaar te kort door de bocht te gaan door de psalmtraditie open te zetten voor opwekkingsliederen en zodoende de gezangenfasen over te slaan. Is de winst en het verlies hiervan wel overwogen?
De essentie van gemeentevernieuwing
Waarom gemeentevernieuwing? Het motief moet volstrekt duidelijk zijn. Als het alleen gaat om aanpassing aan de gewoontes van deze tijd (kleding, muziek), al worden mooie uitdrukkingen gebruikt zoals: het klaarmaken van de gemeente voor de volgende eeuw of het behoud van de jeugd voor de gemeente, dan denk ik dat het gevaar dreigt dat vernieuwing een doel in zichzelf wordt en dan ook geen einde kent. Dan dreigt de wereld de agenda van de ge meente te dicteren. Wij hoeven niet ver te gaan om gemeenten te vinden waarin deze dreiging werkelijkheid is geworden.
Gemeentevernieuwing kan alleen vruchtbaar zijn, als ze gestoeld is op het verlangen om de belemmeringen te slechten die we zelf opgebouwd hebben voor de mensen buiten de gemeente en om ruimte te geven aan de geestesgaven in de gemeente. Dan wordt in feite gemeentevernieuwing iets van bekering, het afkeren van alles wat wij zijn gaan ontdekken als menselijke verworvenheden die de loop van het Evangelie in de weg kunnen staan. Dan kunnen we inderdaad nog wel wat leren van onze Engelse broeders en zusters.
Maar in de diepste zin gaat het niet zozeer om uiterlijkheden. In Hand. 2 staat een beschrijving van het leven van de gemeente in Jeruzalem, eindigend in: 'zij prezen God, en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed er dagelijks tot de gemeente toe, die zalig werden'. Zouden we er niet goed aan doen om te trachten te verstaan wat dit schriftgedeelte ons vandaag te zeggen heeft? Mogen we groei van de gemeente verwachten als we oprecht in het spoor van de gemeente van Jeruzalem gaan? Of is de zegen die God gaf aan deze gemeente een éénmalige zaak? Maakt het nu minder uit hoe we als gemeente leven, Gods wind waait immers waarheen Hij wil?
Zou het niet een goede gedachte zijn om ons als gemeenten niet in eerste instantie bezig te houden met gemeentevemieuwing in het algemeen, of nog beperkter met gemeentezang, maar ons af te vragen in hoeverre ons gemeentezijn beantwoordt aan bijbelse maatstaven en dan met name aan wat geschreven is over de eerste christengemeente in Jeruzalem? Geen gemakkelijke vraag, maar de bezinning erop kan op zichzelf een zegen zijn met als vrucht een gemeentevernieuwing die bijbels perspectief heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's