Traditie als talenten (1)
Inleiding
In veel gemeenten vindt in onze tijd een gesprek plaats over de traditie. Meestal ontstaat zo'n gesprek omdat er door gemeenteleden gevraagd wordt aan de kerkenraad of er niet iets kan veranderen in de gemeente.
In dit artikel wil ik proberen enkele grondlijnen te trekken, die misschien deze of gene gemeente/kerkenraad kunnen helpen bij de bezinning op dit onderwerp.
Ik probeer bewust halt te houden voor een al te concrete invulling van de vormgeving van het gemeente-zijn in onze tijd. Dat kan het gesprek al blokkeren nog voordat het begonnen is. Toch hoop ik wel iets aan te reiken, wat voor een concrete invulling van dienst kan zijn.
Een moeilijk onderwerp
Een (eerlijk en vruchtbaar) gesprek over de traditie is niet eenvoudig. Het onderwerp is allereerst heel identiteitsgevoelig. Je hebt het over dingen die jezelf en anderen heel diep raken. Wat je gelooft, hoe je in een geloofsstroom staat, de wijze waarop je aan dat geloof vorm geeft raakt heel diepe lagen van je mens-zijn. Het gaat maar niet om de vormgeving van gemeente-zijn en geloofsbeleving, maar het gaat om de vraag: waarom beleef ik mijn geloof zoals ik dat beleef en waarom geef ik er die en die vorm aan.
Ten tweede: zodra je met anderen, zeker met andersdenkenden, een gesprek begint over je traditie betekent dat een bereidheid tot een zekere distantie tot de traditie die jou lief is. Je gaat soms in gesprek met mensen die een andere traditie kennen. Dat kan bedreigend zijn. Je moet bereid zijn enige afstand van jezelf te nemen.
Daar komt bij dat het onderwerp enorm gecompliceerd is. Je kunt wel spreken van een oerwoud van kleine tradities binnen de Traditie met een grote T. En voor ieder hangen die kleine tradities op een heel persoonlijke manier samen met die Traditie met een grote T. Elke uitspraak over de traditie met een kleine t raakt op een of andere manier de Traditie met een grote T. Hoofd-en bijzaken zijn niet simpelweg te scheiden. Wat voor de een bijzaak is, is voor de ander hoofdzaak.
Conclusie van deze overwegingen: dit is een moeilijk onderwerp. Je hebt het over de traditie, maar eigenlijk gaat het over jezelf en andere mensen. Mensen, die soms heel kwetsbaar zijn.
Geloof en traditie
Kerk en geloof zijn om te beginnen ondenkbaar en onbestaanbaar zonder traditie. Traditie is afgeleid van het Latijnse woord tradere. Tradere in de kerk is het overleveren van het geloofsgoed van de ene generatie op de andere. Je hoeft geen groot bijbels theoloog te zijn om te constateren dat dat tradere, dat overleveren een wezenlijk bestanddeel is van het geloof van Israël en de christelijke gemeenten. Van de ene op de andere generatie wordt het geloof in God doorgegeven die hemel en aarde ge schapen heeft, die Abraham geroepen heeft, die met zijn nageslacht Israël een heel bijzondere geschiedenis is gegaan. De grote daden die Hij heeft verricht in de exodus, de woestijnreis en de intocht van het volk in Kanaan, worden levend gehouden door het verhaal dat wordt doorverteld. Als het over de Thora gaat worden de ouders aangemoedigd om de geboden en inzettingen hun kinderen in te prenten (Deut. 6). Als het gaat om de wonderen van God in Israël dan wordt de ene generatie opgeroepen die daden door te vertellen aan de volgende, zoals in Psalm 78 te lezen staat. Het verhaal gaat eerst van mond tot mond, daarna volgt de schriftelijke vastlegging. Uitmondend in de totstandkoming van de TENACH. Het Oude Testament waaruit én Israël én de christelijke gemeente mogen leven als levensbron.
Ook de christelijke gemeente leeft van de grote daden van God aan Israël en de volken, met als centrum en hoogtepunt de zending van de Messias, Zijn Zoon Jezus Christus. Van meet af aan worden binnen de gemeente de daden van God in Jezus doorverteld, Zijn wonderen. Zijn uitspraken, Zijn lijden en sterven en Zijn opstanding uit de dood. Het bestaan van de christelijke gemeente is ontsproten aan het heilswerk van Jezus Christus. Paulus zegt het zo tegen de gemeente van Korinthe: want ik heb u ten eerste overgegeven hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden naar de Schriften en dat Hij is begraven en dat Hij is opgewekt ten derde dage naar de Schriften (1 Kor. 15 : 3 en 4). Paulus geeft door wat hij zelf ontvangen had. Tegen Timotheüs zegt Paulus: bewaar het pand, dat u is toevertrouwd (1 Tim. 6 : 20). Onder het pand (parathèkè) mogen we verstaan de inhoud van het geloof, het geheel van het geloof in Jezus Christus en de geloofsbeleving ervan in de gemeente. Ook hier is na de mondelinge fase die van de schriftelijke gekomen, de Schriften van het Nieuwe Testament. In de Traditie van de christelijke gemeente gaat het dus om de heilsfeiten van de God van Israël en de volken, die hun concentratiepunt vinden in het kruis en de opstanding van Jezus Christus. Deze Traditie is door de apostelen de wereld in gebracht en van generatie op generatie overgeleverd in de meest uiteenlopende culturen. De Traditie schiep gewoonten, gebruiken, liturgische geloofsexpressies enz., passend bij die cultuur. Uit de Bron van de grote Traditie hebben mensen inspiratie gevonden om hun eigen tradities te creëren. Van de mystieke paasliturgie in de Oosters orthodoxe kerken tot het met ziel en lichaam zingen van de liederen in de Zuid-Amerikaanse negerkerken.
Te midden van al die tradities, stromend door de eeuwenoude beddingen kennen ook wij onze eigen traditie, als één stem in het grote koor der volken.
Zo is de kerk de ontvanger en de doorgeefster van de Traditie en in beide is ze naar een woord van H. Jonker hoedster van de Traditie. Door de eeuwen heen sinds Willibrord en Bonifatius wordt ook door mensen in onze lage landen bij de zee achter de zeedijken en in de bossen op de Veluwe het geheimenis van Gods macht en liefde doorgegeven. Zo is de kerk op reis, dragend met zich de schat van het Evangelie, zoals eenmaal Israël de ark in de woestijn meedroeg, pelgrimerend naar het koninkrijk van God. Predikend en zingend in de kerkdienst, mediterend in de huizen, fluisterend over de hoop op het eeuwige leven op de sterfbedden.
Ook wij zijn opgegroeid en opgenomen in die stroom van de parathèkè, het pand van het christelijke geloof. Ik denk dan met name aan de traditie van het gereformeerd protestantisme in de brede zin van het woord. Een spiritualiteit die getoonzet is door de Calvijnse klanken van zonde en genade, van rechtvaardiging en heiliging. Dat zit op een of andere manier diep in ons. Voor mijn gevoel omschrijft prof. v. d. Beek heel goed wat traditie is: 'Een totaliteit van leven, een weg, die je gaat. Er is een verweven patroon van woorden, handelingen, riten, die alle samen je identiteit als christen uitmaken'.
De waardering van de traditie
De vraag dringt zich op: hoe moeten we dat traditum, dat overgeleverde erfgoed en de traditie, de wijze waarop het gestalte kreeg waarderen? Allereerst wil ik zeggen dat ik vind dat deze traditie een kostbaar iets is. De gereformeerde traditie is niet de enige traditie (gelukkig niet) maar het is wel een traditie die juwelen in zich draagt. Mijn verhouding tot de traditie is er een van liefde. Voor mij staat het Evangelie van de gekruisigde en opgestane Heiland centraal en het is dat hart dat ik in onze traditie heb gevonden, heb toegeëigend en waaruit ik leef. Dat Evangelie krijgt voor mij handen en voeten in de boodschap van de rechtvaardiging van de goddeloze. Ingebed in een trinitarisch kader, waarbij lijnen lopen naar God die als Vader Zijn schepping trouw blijft en ons opdraagt het ook te doen. En lijnen naar het werk van de Heilige Geest, waarbij ik nu vooral denk aan de persoonlijke geloofsbeleving, de bevinding. Deze dingen raken me diep, schieten door mijn verstandslaag heen naar mijn gevoelslaag. Vormen kernen in mijn geloofsbeleving, preken en studie; vormen een huis waarin ik woon.
Zulke kernen van de traditie geven vorm aan het leven van enkeling en gemeente. Het is uitermate boeiend om de veelkleurigheid van dit brede spectrum te zien oplichten. Ergens, ik weet niet waar, zit mijn kleur tussen die andere kleuren in. Ik ben opgegroeid in een bevindelijk nest, met een specifieke vormgeving.
's Morgens vroeg knielden vader en moeder met ons als kinderen neer voor het morgengebed. Bij iedere maaltijd las mijn vader en later om beurten wij een hoofdstuk uit de Bijbel: binnen de kortste keren had je hem uit en begon je weer bij Genesis. Zondagsavonds werd er gezongen dat het een lieve lust was en ging naast het psalmboek ook de gezangenbundel van 38 en die van Johannes de Heer open. En eerlijk gezegd vond ik die van Johannes de Heer erg mooi. Er komen stromen van zegen en je stroomde op de golfslag van het lied mee. Dat alles heeft je gevormd. Ik ervaar dat als iets positiefs, al waren de preken in de kerk wel eens heel erg lang en de zondagsviering stevig puriteins. Toch, het geheel had iets warms, iets authentieks, leer en leven waren verbonden. Daarom houd ik ervan en vormt het een basis voor de wijze waarop ik mijn geloof beleef.
En wat is het verrassend om nu ik in allerlei verschillende gemeenten diensten leid te merken dat iedere gemeente haar eigen kleine traditie kent. Verscheidenheid in de liturgie bijvoorbeeld. Ze hebben iets moois: zó zijn onze manieren. O, doen ze het daar zo, nou wij doen het hier zo.
Mooi, de traditie, maar daarmee is niet alles gezegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's