De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Traditie als talenten (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Traditie als talenten (2)

8 minuten leestijd

Tradities en de cultuur

Geloofstradities zijn onontkoombaar aan veranderingen onderhevig. In geen enkele gemeente, in geen enkel persoonlijk leven blijven geloof en geloofsexpressies gelijk. Geloofstradities hebben hun plaats in een bepaalde cultuur en hangen samen met die door de tijd bepaalde cultuur. De dingen veranderen door ontwikkelingen, waaraan niemand ontkomt. Taal is er het voorbeeld van. Vondel zei eens: ik heb een slecht wijf getrouwd. Dat zal geen enkele man meer zeggen als hij beweert dat hij met een eenvoudige vrouw getrouwd is. Onze dagindeling, onze eetgewoonten, onze woonomstandigheden, het is alles onderhevig aan veranderingen. Waar ze vandaan komen, waar ze naar toe gaan, of het oude weer terugkomt, het zijn boeiende vragen (voor sociologen), maar weinig mensen kunnen er iets zinnigs op antwoorden. Meestal veranderen de dingen geleidelijk, soms zo langzaam dat we er geen erg in hebben, b.v. als het om kleding gaat, maar soms vinden veranderingen als met een schok plaats, b.v. als we verhuizen van een dorp naar de stad. In dat proces van veranderen is ook het leven van de kerk en het geloof betrokken. Je kunt dat er niet los van denken. Doe je het wel, dan ga je in twee werelden leven, de wereld van de cultuur en de wereld van het geloof. Dat dubbelleven is in strijd met het christelijk geloof. Dus dat kan niet.

Ik noem enkele punten in de veranderende cultuur die van invloed zijn op onze geloofstradities. A. A. Spijkerboer noemt ze 'grondgolven in onze cultuur'.

Ik denk aan het individualisme van onze tijd. Mensen trekken zich terug in hun eigen kleine kring. Je merkt dat in het leven van de gemeente aan de behoefte aan de kleine kring in de gemeente, de ecclesiola in ecclesia.

Ik denk aan de consumptiementaliteit in onze tijd. Mensen willen leven zoals zij het lekker vinden. Janssen spreekt van een graascultuur. Zoals koeien alleen de lekkere happen pakken en de rest laten voor wat het is, zo is het met veel mensen. Je merkt dat in de kerk als mensen daar ter kerke gaan waar zij het fijn vinden en de eigen gemeente laten voor wat ze is.

Ik denk aan het doorgaande verschijnsel van de secularisatie. Daar zou heel veel over te zeggen zijn. Het betekent in onze tijd niet dat er van geen religie sprake is. Maar het is wel zo dat mensen zich het recht voorbehouden zelf een eigen invulling aan religie te geven en zich dat niet laten voorschrijven door een kerkelijk instituut. In de kerk merk je dat aan de vele los-vaste relaties met de bestaande gemeente. Nu eens doet men mee, dan ook weer niet en soms houdt men het helemaal voor gezien wat de kerk betreft, terwijl men soms verder gaat met een eigen religie.

Zo zouden we nog wel meer grondgolven in de cultuur kunnen noemen. Ze zetten de bestaande traditiepatronen in de kerk onder druk. Ineens merk je dat bepaalde ge-woonten en gebruiken niet meer goed werken. Ze worden dan ervaren als het harnas van Saul waarin David niet kon gaan. Het blijkt dat bestaande gewoonten en gebruiken zelf ook gestempeld werden door een bepaalde cultuur. Ik denk aan de manier waarop de catechese gegeven wordt. Jarenlang had ik zelf de gewoonte als predikant om jongeren een vraag en antwoord uit de Heidelbergse Catechismus uit het hoofd te laten leren. Maar op een gegeven moment merkte ik dat dat contraproductief ging werken. Het bedierf de goede sfeer op de catechisatie. Dan moet je naar andere vormen zoeken voor de geloofsoverdracht.

Het is van groot belang te doordenken welk traditiepatroon in onze tijd dienstbaar kan zijn om als kerk het pand te bewaren. Het gaat er om de tijd waarin we leven te doorzien. Om vooral de geestelijke gevaren in onze cultuur te onderkennen, de gemeente toe te rusten om nu en in de toekomst echt gemeente te zijn.

Het in stand houden van tradities die echt niet meer functioneren kan iets oneigenlijks krijgen. Dan zien we niet waar het front ligt. We verspillen onze energie en tijd aan iets dat het wezenlijke blokkeert. Tegelijk kan het zijn dat je zegt: hier ligt voor ons een grens. De traditie kan de functie hebben van een startmotor, maar ook van een remblok die je bewaart voor ongelukken.

We moeten inzien dat elke traditie iets contextueels kent. Dat is juist het levende van een goede traditie.

Behalve de veranderende cultuur verandert de situatie van veel gemeenten zelf ook. Bepaalde dorpen en leefgemeenschappen waren eeuwenlang gesloten gemeenschappen. Alles ging daar volgens een bepaalde door bijna iedereen aanvaarde gewoonte toe. Dat raakte de manier waarop men verkering kreeg en trouwde, de wijze waarop men de zondag doorbracht en zoveel andere dingen meer. Maar zulke leefgemeenschappen bestaan de facto in ons land niet meer. Dat kan men betreuren, maar het is niet anders. Nieuwbouwwijken verrijzen in de dorpen en er ontstaat een gemêleerde bevolking. Dat heeft z'n invloed op de kerkelijke gemeenschap. Men komt in aanraking met mensen uit andere tradities. Ik denk aan jongeren die op school, via vrienden in aanraking komen met andersdenkenden. Ze brengen die nieuwe ervaringen mee naar de catechese en vragen waarom het hier toegaat zoals het toegaat? Ik denk aan nieuwingekomenen, die uit een andere gemeente komen. Ze kennen een andere liturgie, ze lazen de Bijbel in een andere vertaling en vullen hun ethiek soms anders in dan in de gemeente waarin ze komen wonen. Ik denk aan gezinnen die geraakt worden door bepaalde programma's van de EO, met een enthousiaste directe manier van geloofsexpressie. Die vinden dat het in de bestaande gemeente allemaal zo lauw toegaat. Dat zijn de dingen van onze tijd. Vroeger had men daar niet mee te maken. Maar nu ontloop je als kerk de vraag niet hoe je met de oude tradities om moet gaan. Of je dingen moet veranderen en welke dingen en hoe? Is de vertrouwde vormgeving en invulling van het gemeente-zijn de enige mogelijkheid voor je of ben je bereid om het gesprek aan te gaan met anderen?

Ik ben van mening dat er vandaag altijd iets verandert in je positiebepaling ten opzichte van de tradities in onze tijd. Ook al ben je niet bereid iets te veranderen dan verander je nog. Dus: veranderen is veranderen en niet veranderen is ook veranderen. Het wordt nooit meer zoals het was.

De kerk als hoedster van de traditie

Als predikant en kerkenraad ben je geroepen om op verantwoorde wijze leiding te geven aan het leven van de gemeente. Je komt voor de vraag te staan: hoe ga je met deze problematiek om. Hoe ben je zo gemeente dat je enerzijds hoedster van de traditie bent (Jonker) en anderzijds die vormen vindt die nodig zijn om de kostbare schatten van de traditie door te kunnen geven, zonder dat zij hun relevantie verliezen voor een nieuwe generatie. Bekend is de legende dat in een bepaalde familie van het ene geslacht op het andere een doosje werd doorgegeven, waarvan werd gezegd dat het een grote schat bevatte. Uitdrukkelijk was bepaald dat men het doosje niet mocht openen. Totdat iemand het verbod negeerde en het doosje open deed. Inderdaad, het was leeg. Nu, aan lege doosjes hebben we in de kerk niets.

Naar mijn mening moet je je allereerst laten leiden door roepingsbesef. Je wordt geroepen om de gemeente te leiden. Je door roepingsbesef laten leiden betekent dat je niet uitgaat van wat je zelf gemakkelijk vindt of prettig vindt, of wat anderen graag van je willen, maar door de vraag hoe je samen wegen kunt vinden om de pelgrimstocht als gemeente voort te zetten. Daar roept God je toe.

Dat je als predikant daarbij een gidsfunctie hebt, is duidelijk. In de wijze waarop je met de traditie omgaat ben je voor velen een identificatiefiguur. Men spiegelt zich aan je. Dat geeft je ook een zekere macht en daarom een grote verantwoordelijkheid. De vraag waar het om gaat is: waar is deze gemeente mee gediend? Wat helpt deze gemeente verder op haar pelgrimage?

Ik heb geleerd dat we niet moeten denken dat we door veranderingen aan te brengen in kerkdienst en gemeente de secularisatie kunnen stoppen. Maar ook dat we niet moeten denken dat we de secularisatie wel kunnen stoppen als we de bestaande structuren laten zoals ze zijn. Dat laatste kan de schijn van het gelijk hebben. Gemeenten waarin de traditionele structuren sterk zijn kennen een getalsmatige voorsprong op anderen. Maar hier moeten we wel bij bedenken dat gesloten groepen altijd sterker zijn dan open groepen. De kracht ligt hier vaak in het isolement.

Voor mijn besef is het een worsteling hoe je met tradities om moet gaat. Als voorbeeld wil ik noemen het apostelconvent in Handelingen 15. Toen ging het om de ingrijpende vraag welke vrijheid christenen van niet-joodse afkomst hadden ten aanzien van eeuwenoude instellingen in Israël, zoals de besnijdenis. We kunnen denk ik nauwelijks indenken hoe identiteitsgevoelig dit vraagstuk was. Men stond voor een beslissing omdat er een nieuwe situatie was ontstaan. Toch is men eruit gekomen door een gezamenlijk hoogstaand geestelijk beraad. Men heeft de verplichting om zich te laten besnijden en kinderen te laten besnijden aan niet-joden niet opgelegd. Dat betekende een breuk met het verleden. Maar zo hield men elkaar vast en vormde men met alle spanningen van dien toch een gemeente van Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Traditie als talenten (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's