Torenspitsen-Gemeenteflitsen
SPIJK
Er zijn meer dorpen in ons vaderland die Spijk heten, behalve onze gemeente, die aan de rivier de Linge ligt bij Gorkum.
Ook in onze tijd van computers en routeplanners komt het nog voor dat een dominee die een-doorde-weekse-dienst in Spijk moet vervullen bij Lobith aan de Duitse grens terecht komt. Daar ligt namelijk ook een dorp van die naam. Evenals boven in Groningen.
De oorsprong van de naam Spijk, is niet met zekerheid vast te stellen. Het is mogelijk dat de naam is afgeleid van 'Spiker' wat opslagplaats of zoiets betekent. Spijk zou dan aanvankelijk een stapelplaats geweest zijn. De naam Spijk kan ook afkomstig zijn van 'Spiek' wat weer verwijst naar een oversteekplaats.
Aan de voet van de Zuiderlingedijk ligt het fraaie kerkje van onze hervormde gemeente. Het kerkgebouw is voor een groot deel uit baksteen opgetrokken. Het gesloten koor, dat ouder is dan het schip, dateert uit de 14e eeuw. Er liggen verschillende grafzerken. De oudste zerk draagt het jaartal 1633. Het schip van de kerk bestaat uit drie beuken. Boven de middenbeuk, die door zware zuilen gestut wordt is een houten tongewelf aangebracht. De zijbeuken, met de drie traveeën zijn op de foto goed zichtbaar. Is het louter fantasie van de architect geweest, of wijzen deze drie gewelven inderdaad naar de heilige Drie-eenheid, zoals de volksopvatting wil?
In de toren hangt een luidklok, die in 1618 werd gegoten door Henricus Meurs. Tussen 1965 en 1967 is de kerk grondig gerestaureerd. De scherpte van de torenspits kan wedijveren met vele anderen. Er is een gezegde in omloop: 'De torenspits van Spijk is even scherp als een goede catechismuspreek uit de middagdienst'.
De kerkelijke archieven vermelden helaas niet, wanneer de hervorming in Spijk is aangevangen. Wellicht tussen 1572 en 1580.
Het dijkdorp bestond oorspronkelijk uit twee delen. Het Boveneind en het Benedeneind. In 1613 kwamen beide delen in het bezit van de familie Van Aerssen. Dan krijgt Spijk ook zijn eerste vaste predikant: Hermanus Nachenius. Hij werd in 1614 als kandidaat te Spijk bevestigd en overleed aldaar in 1648. Tot 1915 toe hebben in totaal 24 predikanten de gemeente kortere of langere tijd gediend. Na 1915 blijkt de gemeente niet langer in staat om een predikant te onderhouden. De laatste dominee in volledige dienst was Johan Willem Frederik Roth. Overgekomen uit Michigan (VS) werd hij te Spijk bevestigd op 2 december 1900 en ging hij op 26 december 1915 met emeritaat. De oudste inwoners van de gemeente hebben hem nog gekend.
Friedrich Rachstadt de Weylle
Over de meeste dienaren van het Woord, die Spijk gediend hebben, is weinig bekend. Anders ligt dat met Friedrich Rachstadt de Weylle (zo wordt zijn naam in het kerkelijk archief gespeld). Van deze verbi divini minister, staat nog een foto in de nis van de consistorie. Met daaronder het volgende gedicht:
Dit's Weille, eertijds Jood en Leraer van 't Joodse volk
Nu Christen, en gesteld tot Herder van zijn Schapen
In 't waar Hervormd geloof, o Goddelijke tolk!
Die door Uw lessen ons veel zielentroost doet raapen
Gij preekt met klaar bewijs de kracht van 't Christendom
en den gecruysten; Sta, verloochenaars, dan stom.
L. Wijbrants
Onder het portret staat in Hebreeuwse letters: Komt, laten wij wandelen in het licht des Heeren', Jes. 2 : 5. Uit zijn levensloop het volgende: ls joodse rabbi werkte hij in Kleef, waar hij ongeveer in 1670 tot het geloof gekomen is, dat Jezus Christus, de aan Israël beloofde Messias is. Van zijn hand zijn een tiental boeken verschenen. Een daarvan heet: Noachs prophetic aangaende de salige roepinge ende bekeeringe der Heijdenen'. Daarin beschrijft hij in een voorrede van wel honderd pagina's zijn overgang tot het christelijk geloof. Hij is afkomstig uit een oud joods geslacht. De naam Weille werd al meer dan 25 geslachten lang door zijn voorouders gedragen. Enkelen van hen waren beroemde rabbi's. Hijzelf is geheel volgens de joodse wetten en - religie opgevoed. Het was de bedoeling dat hij een rabbi in Israël zou worden. En een verdediger van de joodse godsdienst. Te Kleef heeft hij dan ook als rabbi gefungeerd. Over zijn overgang tot de christelijke kerk schrijft hij o.a.: Ook ben ik op geheel andere wijze dan Paulus getrokken tot de zaligmakende genade en waarheid van het christelijk geloof. Evenals bij Luther was er een worstelen om het Woord van God recht te mogen verstaan. De juiste verklaring van Genesis 3 : 15 en Daniël 9 : 14 hebben een belangrijke rol gespeeld om tot de overtuiging te komen dat de Heere Jezus Christus de ware Messias was. En toch kon ik toen nog niet de christelijke religie omhelzen'. De moeilijkheid voor hem was vooral de leer van de heilige Drie-eenheid en het vieren van de eerste dag van de week. Het laatste achtte hij aanvankelijk in het licht van het vierde gebod absoluut fout. Voortgaande studie van het Oude Testament bracht verandering in zijn zienswijze. Zo is hij ook na ampele overwegingen ermee akkoord gegaan dat het sabbatsgebod, ook een voorbeeldig gebod was, dat iets ceremonieels had. En dat de christenen die van alle schaduwdienst bevrijd zijn, niet verplicht zijn de sabbat te houden.
Uitvoerig beschrijft Weylle ook hoe hij tot het inzicht gekomen is van Gods verkiezing en verwerping. 'Het heeft mijn dierbare Koning Jezus behaagd mij nog dieper in Zijn binnenkamer te leiden. Zo werd mij duidelijk, hoe de Heere na de zondeval het genadeverbond met Adam heeft opgericht. En hoe dit genadeverbond zijn wortel en begin had in een voortgaand besluit en wil van Gods betamelijke verkiezing. Er is bij God een eeuwige en onveranderlijke wil geweest om sommige mensen de erfenis der zaligheid met en door het geloof in de Messias uit later genade te schenken. En sommigen heeft Hij onder de ongehoorzaamheid besloten en zich over hen niet ontfermd. Deze verkiezing en verwerping gaat ook over Sems nageslacht. Want er is ook een Israël naar het vlees. Zoals er ook een verkiezing en verwerping is binnen het huis van Abraham, nl. Izaak en Ismaël.'
Omstreeks 1669 is Weylle geheel ingewonnen voor het christelijk geloof. Nu zal hij zich voor de joodse gemeenschap als een christen moeten openbaren. Maar daar deinst hij vooralsnog voor terug. Evenals Nicodemus meende hij aanvankelijk dat het voldoende was Christus in het verborgene te dienen. En ondertussen in het openbaar als jood te blijven leven. Dat kon hij niet volhouden. Hij hoorde a.h.w. Zijn dierbare Koning Jezus zeggen: Doe Mij open mijn zoon en geef Mij je hart'. Tenslotte werd voor hem de liefde tot Christus sterker, dan de liefde tot zijn joodse vrienden en deed hij de beslissende stap. De eerste zondag van het jaar 1669 ontvangt hij het sacrament van de heilige doop in de gereformeerde kerk van Kleef met een predicatie van ds. Neuspitzer over Hand. 8 : 35-37. Voortaan draagt hij de doopnaam Fredericus.
Na zijn theologische studie in Groningen en Leiden is hij klaar voor arbeid in Gods koninkrijk. Maar dat gaat niet voorspoedig. Een post als docent Hebreeuws ontgaat hem door tegenwerking vanuit de kerk. Hij vertrekt dan naar Middelburg. Daar bezat hij vrienden en in de classis waren veel vacatures. Ook daar ontmoet hij echter tegenstanders die hem beletten om het begeerde predikantschap te verkrijgen. Onverwachts komt dan toch het beroep uit Ossenisse. Hij heeft er drie jaar gewerkt. Vooral was hij daar actief onder de roomse dorpsgenoten, maar dat leverde geen zichtbaar resultaat op. 'Het behaagde de Heere niet Zich over hen te ontfermen.' Overigens heeft zijn belijdenis van Gods verkiezing hem niet lijdelijk gemaakt. De kerkenraad is vol lof over zijn bijzondere ijver om het Woord van God aan de gemeente voor te dragen.
In 1680 wordt hij in Spijk bevestigd. Hij heeft er 28 jaar met lust en liefde gewerkt. Pas na vijf jaar kreeg hij een pastorie. 'Het heeft God beliefd in die tijd, twee joden tot Jezus te brengen.' Maar de weinigen die God nu trekt is voor hem het klare bewijs, dat de Heere te zijner tijd de gehele massa van het joodse volk tot geloof in Christus zal brengen. Tot zover een flits uit het leven van deze pastor.
De afscheiding van 1834 heeft binnen Spijk weinig voet aan de grond gekregen. Wel lezen we dat Hendrik Blokland e.a. zich afscheiden van het hervormde kerkgenootschap. Maar tot een eigen ge meente is het niet gekomen.
De Doleantie van 1886 leidde wel tot de stichting van een gereformeerde kerk in Spijk. Deze kerk is inmiddels weer opgeheven. De leden zijn aangesloten bij de Gereformeerde Kerk van Gorinchem.
Na 1915 is de hervormde gemeente van Spijk niet meer in staat geweest een eigen predikant te onderhouden. Samenspreking met de gemeente van Heukelum leverde ook niets op. De eredienst werd teruggebracht tot een dienst per zondag.
Vanuit Gorkum werd jarenlang bijstand geboden door ds. Vreugdenhil en later door ds. C. van den Bosch.
Onder consulentschap van ds. H. Nap van Hoogblokland, is Spijk een quasi pastoraal verband aangegaan met deze gemeente dat nog altijd bestaat. De eerwaarde heer D. Oskam heeft hier gewerkt en is op 27 april 1978 ook tot predikant te Spijk bevestigd (ex. ov. bep. 277). In 1984 werd hij opgevolgd door ds. J. van den Born, die na zijn emeritaat, de gemeente tot 1994 als bijstand in het pastoraat heeft gediend. Vanaf oktober 1994 mag ik deze gemeente nog pastoraal verzorgen. In de loop der jaren heeft Spijk steeds meer de functie van streekgemeente gekregen. Met alle haken en ogen van dien.
Nog een paar flitsen
Kort na mijn intrede leidde de onlangs overleden ds. J. C. Weststrate, van de geref. gemeente hier een trouwdienst. Want de kerkenraad van Spijk is best oecumenisch gezind op zijn tijd. Toen ik hem voor de dienst begroette, zei hij in onvervalst Zeeuws dialect: 'Wat un lief karkje ee!!' Hij was niet alleen onder de indruk van het kerkgebouw, maar zag kennelijk ook erg tegen de dienst op. Want bijna hulpeloos vervolgde hij: 'Collega help me maar een beetje bij het preken'. Ik vond het een gouden moment en volstrekt herkenbaar. Wat kun je soms als pastor tegen de Woordbediening opzien!
Een gewone zondagmorgen. Het kleine kerkgebouw is tot in alle hoeken en gaten gevuld. Oudere mensen, maar gelukkig komt er ook nog veel jeugd. Verder zoekers en zwervers. Heilbegerigen en ontevredenen. Fijnproevers en critici. Ja wie en wat zit er al niet? En allen verwachten ze een Woord dat hen raakt. En daar sta je dan als nietig en zondig mensenkind achter dat grote, opengeslagen Boek op de kansel. En dan gebeurt het wel eens dat de mensen wegvallen en de eeuwen wegvallen. En dat de Eeuwigheid, ja de Eeuwige God Zelf op je afkomt in Zijn Woord. 'Want een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras. Het gras verdort de bloem valt af; maar het Woord van onze God bestaat in der eeuwigheid.'
En dat Woord mag ook in Spijk nog altijd verkondigd worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's