Uit de pers
Geloof en depressie
De eventuele relatie tussen een bepaalde geloofsbeleving en het belanden in een depressie is als thema al vanuit verschillende invalshoeken benaderd. Met name de orthodox gekleurde geloofsbeleving kreeg en krijgt soms te horen dat er elementen in zijn die gevoelige naturen gemakkelijk opzadelen met depressieve indrukken of zelfs leiden tot een depressie. Al is het thema dus al menig keer behandeld in allerlei publicaties, het blijft zijn actualiteit behouden. Ik vond in De Wekker onlangs een reeks artikelen van A. Wagenaar onder het thema Maakt geloof ziek? (over geloof en depressie). Uit twee van de in totaal zes artikelen citeer ik dit keer een paar fragmenten omdat ik vermoed sommige lezers ermee een dienst te bewijzen.
Het eerste fragment komt uit het derde artikel waarin Wagenaar wijst op de rol van de prediking. Hij geeft een aantal varianten van prediking die mogelijkerwijs verkeerd kunnen werken, verkeerd in de zin van: leiden tot depressieviteit of deze juist versterken.
Preken kunnen mensen emotioneel overbelasten. Vooral preken waarin zoveel 'moet'. Je moet altijd blij zijn, anders ben je geen echt christen.
Je moet het zó ervaren of ervaren hebben, anders klopt het niet en dan moet je het nog maar eens nakijken. Je moet dat en dat doen, anders ben je maar een naamchristen.
Moeten, moeten en nog eens moeten. Juist gevoelige, ernstige naturen raken door zo'n benadering emotioneel overbelast, aldus Wagenaar, als ik hem goed begrepen heb. Hij noemt dan onder andere deze voorbeelden van eenzijdige prediking.
Oppervlakkig gearriveerde prediking
'Oppervlakkig gearriveerde prediking wordt gekenmerkt door het feit, dat de heilsvraag (hoe krijg ik een genadig God? ) niet of nauwelijks aan de orde komt. De prediking gaat er vanuit, dat iedereen er al is. En daardoor gaan heel andere thema's de prediking beheersen, o.a. milieu, rassenvraagstuk, het leven van alledag, omgaan met elkaar etc. Maar wat moet dan de christen met een toevluchtnemend geloof? Krijgt hij nog de weg gewezen? Mensen kunnen onder deze prediking enorm verarmen en tekort komen. Voor gelovigen met twijfels en diepe aanvechtingen schijnt geen plaats te zijn. Het geloof lijkt een polis in je binnenzak. Een vast contract! En er wordt geen rekening gehouden met het feit, dat je als christen zover van Christus af kunt staan. Vooral als de prediking de indruk wekt, dat twijfel eigenlijk niet mag of hoeft te bestaan. Wordt het voor mensen vol verwarrende gevoelens in hun hart erg moeilijk. Op hun nood wordt niet ingespeeld.'
Prediking met een sterk accent op verlorenheid
'Door een erg eenzijdige boodschap met een zwaar accent op verlorenheid is bij sommige mensen een gevoel van waardeloosheid, dat toch al door bepaalde factoren bestond, alleen maar bevestigd. Dat een mens van nature verloren is en een vijand van God... dat is goed om te benadrukken.
Maar is ook het andere gezegd nl. dat een mens zó kostbaar is voor God, dat Hij Zijn Zoon gaf? En dat een mens een parel in Gods hand mag zijn door Christus? Of klonken deze noties zo weinig door, dat juist zeer gevoelige mensen de indruk kregen: "Voor die heilige God ben ik en blijf ik toch maar een waardeloos product. Wat kan Hij ooit met mij aanvangen? " Gecombineerd met een bepaalde visie op de uitverkiezing, kan er maar één gedachte ontstaan: "Dat is nooit voor mij!".
Iemand legde eens de tekst van Lukas 19:3 (En hij trachtte te zien, wie Jezus was) op de kansel als vingerwijzing naar de predikant: Hier zit ook een Zacheüs in de kerk, die op de verkondiging van Christus zit te wachten".'
Overbelasting door sterke 'veroordelingsprediking'
'Er dient zorgvuldig gewaakt te worden tegen "ik deug nergens voor"-prediking. De predikant bedenke, dat in de kerk mensen kunnen zitten met een behoorlijk negatief zelfbeeld. Dat kan door opvoeding ontstaan zijn. Iemand werd altijd afgewezen en voelt zich minderwaardig. Er kan bij deze en gene ongezonde zelfkleinering zijn. En de sterke "veroordelingsprediking" sluit op een negatieve manier naadloos aan bij deze karakterstructuur Wat er in aanleg al in de mens school (ik ben waardeloos) wordt in de prediking niet afgebroken, maar juist bevestigd. Er komt geen ruimte voor: "Je mag er in Christus zijn".
Wat dit punt betreft, kan de gelijkenis van de verloren zoon verhelderend werken. Hij voelt zich knap waardeloos, als hij thuiskomt. "Ik ben niet waard Gods zoon te heten", zegt hij. Toch wordt hij nog zoon genoemd. Wel ontluisterd en vernederd. Maar hij staat nog onder de koepel van Gods genade. En hij heeft zich ondanks alles aan één ding mogen vastklampen: hij is nog zoon van de vader, geliefd en gezocht. En juist dat doet hem terugkeren. En juist dit (in de ogen van de oudste zoon) waardeloos figuur wil vader aan tafel.
God wil ons aan Zijn tafel. Hij hunkert er naar. Ongelofelijk, maar waar! Hij wil ook de depressieve mens vol met schuldgevoelens bij zich hebben. Soms kan dit "Thomaskarakter" onder de gelovigen zich niet voorstellen waardevol voor God te zijn, object van Zijn zoekende liefde. En toch is het zo! Predikheer, predik dat!
Rembrandt heeft het zo mooi geschilderd; je ziet de verloren zoon omhelsd door de vader Alle licht valt op de handen van de vader De linkerhand is sterk en gespierd. Die drukt de zoon tegen zich aan. De rechterhand is zacht en teer, bijna strelend. Zo wil God de Vader zijn voor depressieve mensen, die maar één gedachte hebben: "Zo'n omhelzing, zo'n bemind zijn... dat kan niet".'
Evenwichtige verkondiging
'Uit bovenstaande mag blijken, hoe belangrijk een evenwichtige verkondiging is. Want laat noties uit de Schrift weg en het Godsbeeld wordt eenzijdig. Het is hetzelfde als met een koor. Haal de baspartij eruit, of de tenorpartij en het klinkt arm en vals. In een koor moeten alle stemmen meedoen. In de verkondiging moeten alle stemmen (over God) meedoen. Dus God is barmhartig, maar ook rechtvaardig. God veroordeelt, maar wil ook behouden. God is liefde, maar ook een verterend vuur. Er zal evenwicht moeten zijn als het gaat om de verkondiging van de verschillende deugden van God.'
Predikanten hebben hier zichzelf te onderzoeken en hun preken tegen het licht te houden. Wagenaar geeft aan dat we ons daarbij een aantal vragen moeten stellen: elk Evangelie verkondig ik eigenlijk? Breng ik een Evangelie van vrijheid of is er in mijn verkondiging sprake van onnodige beperkingen? Verkondig ik een Evangelie waarin Jezus centraal staat of draag ik uiterlijkheden en activiteiten over op mijn hoorders? Wie geroepen is om weke lijks het Evangelie te verkondigen, kent de spanning om het bijbelse evenwicht te bewaren. De gemeente bestaat uit verschillende mensen en groepen, van wie de één vermaning nodig heeft en de ander juist last heeft van diezelfde vermaning. Wagenaar verwijst naar 1 Thess. 5 : 14 waar verschillende doelgroepen in de gemeente genoemd worden. Zorgvuldige overweging van onze woorden bij de voorbereiding van de preek zijn uiterst gewenst!
'Het lijkt wellicht onmogelijk om voor iedereen te preken. We moeten het gevaar onderkennen, dat we te voorzichtig willen zijn om "zwakken" maar niet voor het hoofd te stoten.
Maar het zou een illusie zijn om te denken, dat het evangelie zo gebracht kan worden, dat niemand er aanstoot aan kan nemen. Geen enkele prediking kan ooit de basisproblemen van angst en schuldgevoelens bij sensitieve mensen de wereld uit helpen.
Want we moeten niet vergeten: "Een zwaarmoedig karakter leidt tot een dikwijls deprimerende verwerking van bijbelse noties". Soms merk je, dat preken verkeerd landen. Veroordelende teksten worden erait gehaald en woorden van genade zijn niet gehoord. Preken, waarin terecht ethische normen worden aangescherpt, worden al gauw ervaren als: "Wie kan dat volbrengen? "
Een zwaarmoedig karakter filtert er negatieve dingen uit, en hoort niet de andere tonen. In een preek over het oordeel hoort men de genade niet. En in een sterke heiligingspreek hoort men niet, wat de dominee gezegd heeft over de bron van de heiligmaking Jezus Christus.
Iemand, die depressief was, viel bijvoorbeeld over de tekst: "Velen zijn geroepen, weinig uitverkoren". "Zie je wel, dominee, dat het niet voor mij is? " De predikant zei: "Als er nu stond: velen zijn geroepen en velen zijn uitverkoren? " Tja, zei de persoon in kwestie: "Dan zou ik nog denken: '"Hoor ik wel bij die velen? '" Ja, welke prediking kan voldoen om deze "Thomasfiguur" onder de gelovigen uit het slop te halen?
Alleen de boodschap van Christus en die gekruisigd en dan voluit gebracht, kan te midden van angst en schuldgevoelens innerlijke vrede geven.'
Wagenaar waarschuwt in navolging van dr. J. van der Wal voor de klip van de psychologisering in prediking en pastoraat. 'Pastores zijn soms geneigd de ogen op te slaan naar het gebergte van de psychologie, als zouden zij daar alle hulp van moeten verwachten.' Van der Wal wijst op de manier waarop in de literatuur van de Nadere Reformatie leiding werd gegeven bij allerlei geestelijke problemen. We hoeven ons, zo vindt hij, niet in verlegenheid tot de psychologie te wenden. Er liggen schatten te over in de historie.
'In de weg van de middelen geeft de Heilige Geest de depressieve mens het zicht op God terug. Prachtig is het bijvoorbeeld om te zien, hoe het "schaap" Thomas door de grote Herder, Jezus Christus geleid werd naar de zekerheid van het geloof
"Weet je waarom ik zo blij ben", zei iemand eens tegen mij: "mijn karakter (dat van Thomas) was ook onder de discipelen."
Noem Thomas de wat depressieve persoonlijkheid onder de discipelen. Noem hem de "man van twijfel, die het eerst wilde zien". Hij kreeg het te zien. Als mensen blijven in de weg der middelen. Dan zie je verrassende dingen gebeuren. Door genade rijpt de sensitieve mens, die gauw uit het veld geslagen is en die overal bedreiging ziet. Dat is geen kwestie van een psychologische weekendtraining. Geen plotselinge geestelijke ervaring. Maar langzame groei onder de warme zon van het Woord en de prediking. Je ziet mensen rijpen.
Ook mensen, die beschadigd zijn door de opvoeding. Vanuit die opvoeding klonk het als echo door: "Je bent een niks. Je kunt het toch niet". Maar door vertrouwen in Christus werd men losgekoppeld van dat verleden. Men is meer gaan verwachten van de toekomst. Er kwamen positieve gevoelens van verwachten, uitzien naar God. Genade wint!'
Leerzame en weloverwogen adviezen waar we in de prediking en pastoraat onze winst mee mogen doen in een tijd waarin zoveel gekwetste en beschadigde mensen rondlopen en ons pad in de gemeente kruisen.
Psychisch lijden en geestehjk leven
In het kwartaalblad van de Stichting Schuilplaats (juni 1998) staat een gesprek te lezen met ds. P. de Vries (Elspeet). Enkele jaren geleden moest hij worden opgenomen in het GPZ in Bosch en Duin vanwege een ernstige depressie. In het gesprek komt onder andere aan de orde de relatie tussen een psychische ziekte en iemands geestelijk leven.
'De predikant is ervan overtuigd dat een psychische ziekte invloed op het geestelijke leven heeft. "Als iemand depressief is, wordt hij naar de donkere kanten van de bijbelse boodschap getrokken. Zo iemand zegt: "'De beloften zijn in elk geval niet voor mij, maar wel de vloek'". Mensen die diep in de put zitten, hebben ook vaak allerlei schuldgevoelens. Je moet oppassen daar te snel het werk van de Heilige Geest in te zien.
Iemand kan ook ongezonde schuldgevoelens hebben, terwijl hij niet meer ziet dat hij ook bepaalde talenten heeft."
Overigens wijst ds. De Vries erop dat de psychische gesteldheid niet alleen bij ziekte invloed heeft. "Ook als iemand gezond is, wordt zijn geestelijk leven door karakter en persoonlijkheid gekleurd. Ik geloof zeker dat het een werk van God is dat mensen na weken of maanden van benauwdheid heel erg verruimd worden, maar als je sommige bekeringsgeschiedenissen leest, merk je dat ook psychische factoren een rol hebben gespeeld.
Iemand die ernstig overspannen is, kan bijvoorbeeld gevoelig zijn voor het horen van stemmen. Soms merk je aan bekeringsgeschiedenissen dat mensen psychisch toch wat ontregeld zijn geweest. Het is gevaarlijk die, ik zou haast zeggen paranormale, ervaringen als kenmerk van het werk van de Heilige Geest te zien. Je moet dan toch meer denken aan psychische invloeden, die de Heere heeft willen gebruiken."
Ds. De Vries waarschuwt ervoor op dergelijke ervaringen te bouwen. "Het gaat uiteindelijk om de vraag: Wat heeft iemand wezenlijk geleerd van zonde en genade? Wat is het blijvende? Heeft God er doorheen gewerkt? Veel wezenlijker dan bepaalde ervaringen, die dateerbaar zijn, is de wandel met God, de vrucht des Geestes. Het dagelijkse leven met God is de beste graadmeter."
Karakter
"Het kan zijn dat een buitengewone bekering meer over iemands psychische gesteldheid dan over zijn geestelijk leven zegt. Een bekeringsweg zegt niet alleen iets over het werk van de Heilige Geest in iemands leven, maar ook over zijn karakter." De predikant noemt het een bijbels gegeven dat geloof en karakter met elkaar te maken hebben. "Thomas was een zwaarmoedig mens. Petrus was heel resoluut. Van Luther heeft men wel gezegd dat hij manisch-depressief was. Maar, zo las ik eens, niet alle manisch-depressieven hebben een geloofsleven als dat van Luther. Als je zijn geestelijke strijd helemaal vanuit zijn vermeende manische depressiviteit zou willen verklaren, blijft de vraag over hoe het komt dat niet iedereen die manisch-depressief is, dezelfde gang als Luther maakt.
Wanneer je alles psychologisch probeert te verklaren, zie je dingen over het hoofd. Als je delen van een bekering psychologisch kunt verklaren, wil dat niet zeggen dat het geen werk van God is. We moeten er niet te erg van schrikken dat je sommige ervaringen psychologisch kunt verklaren, zoals we onweer natuurkundig kunnen verklaren, terwijl we er toch Gods hand in zien. Ik denk dat je de fout in gaat als je zegt: '"De psychologische verklaring is de volledige verklaring'", maar de Heere werkt wel door een karakter, door een levensgang heen."
Gezelschap
'De predikant illustreert het met een voorbeeld. "Als iemand heel vrijmoedig is, merk je dat ook als hij tot bekering komt. Zo vrijmoedig als hij was in het café, is hij later op het gezelschap. Je moet ervoor oppassen die vrijmoedigheid puur als geestelijk leven te bestempelen. Een teruggetrokken vrouw gaat, als ze tot bekering komt, niet even vrijmoedig spreken. Dat wil niet zeggen dat ze daarom minder geestelijk leven heeft. Er zijn mensen die in een gezelschap geblokkeerd raken, die alleen onder vier ogen kunnen vertellen wie de Heere voor hen is.
Groen van Prinsterer kwam in Reveilkringen bij mensen die heel gevoelig waren. Hij was dat zelf absoluut niet. Dat had met zijn karakter te maken. Hij heeft er wat mee gezeten dat hij die gevoeligheid niet had. Je moet oppassen dat je karakter en geestelijk leven niet door elkaar haalt. In bevindelijk-gereformeerde kring, en ik sta voor honderd procent achter de kern der zaak, zijn we op die punten vaak niet zo kritisch. Daardoor zou je kunnen denken dat een gevoelige natuur dichter bij het Koninkrijk der hemelen staat. Er zijn mensen die qua karakter wat afstandelijk zijn. Dat kleurt ook hun geloofsleven.'
Terecht onderstreept ds. De Vries het belang van een zorgvuldige pastorale benadering van een psychisch zieke. Geestelijk leven is niet los te koppelen van de concrete mens inclusief zijn levensverhaal en levensloop. Wie zichzelf opgezocht weet door goddelijke en herderlijke liefde, zal in die gestalte ook omgaan met zijn of haar medemens. De éne lamme neemt de andere lamme bij de hand om samen uit te komen bij Hem die de gebogenen opricht en het verbroken hart heelt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's