De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Bijbel en de toekomst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Bijbel en de toekomst

Een blij vooruitzicht voor wie gelooft

7 minuten leestijd

N.a.v. Prof. dr. J. van Genderen, Een blij vooruitzicht voor wie gelooft; de Bijbel en de Toekomst, uitg. J. J. Groen en Zoon, 174 blz., ƒ34, 95.

Het was te verwachten dat tegen het einde van onze 20e eeuw een aantal boeken zou verschijnen over de toekomst. Het boek van prof. dr. J. van Genderen, onder bovenstaande titel, is er één van.

Ik moet zeggen dat ik het met bijzondere belangstelling gelezen heb. Het is een helder geschreven boek, bevattelijk ook voor de eenvoudige lezer, met een keur aan onderwerpen: het leven na dit leven, de eindtijd, de tekenen der tijden, de antichrist, de wederkomst, het duizendjarig rijk, de opname der gelovigen, de opstanding, het laatste oordeel, het eeuwige leven, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, enz. Uit de veelheid van onderwerpen kan ik slechts een greep doen.

Hoe de Bijbel verstaan?

In een inleidend hoofdstuk gaat prof. Van Genderen eerst in op de vraag hoe we, als het gaat over de laatste dingen, de Bijbel hebben te verstaan. Aan de orde komen de opvattingen van R. Bultman dat de bijbelse gegevens mythische voorstellingen zijn, van Labuschange die de Bijbel ziet als een menselijk product van de geloofsinzichten uit de oude tijd, en van Kuitert die de verwachting van het Koninkrijk van God ziet als een droom van de christelijke traditie. Terecht wijst Van Genderen deze opvattingen van de hand, evenals aan de andere kant de biblicistische of fundamentalistische opvatting, die in de profetieën van bijvoorbeeld Ezechiël en Zacharia regelrechte voorspellingen zien voor deze tijd. Hij zegt: De christelijke verwachting wordt gekenmerkt door soberheid. We speculeren niet over de toekomst. We geloven de grote toekomst van de Drie-enige God, waarin Zijn volk naar Zijn genade zal delen.

De dood

Hoort de dood bij de schepping? (Kuitert, K. Barth, Kübler-Ross) Van Genderen zegt: nee, de dood is door de zonde in de wereld gekomen. Voor de gelovige is echter het karakter van de dood veranderd. Het getuigenis daarvan is al beginnend aanwezig in het Oude Testament en overduidelijk in het Nieuwe Testament.

Voor vagevuur en gebed voor de gestorvenen is geen bijbelse grond. Van Genderen verwijst naar Bavinck, die zegt dat de leer van het vagevuur enerzijds de zorgeloosheid voedt en anderzijds de onzekerheid van de gelovigen in de hand werkt.

Evenmin is er bijbels gezien ruimte voor de gedachte aan reïncarnatie, dat volgens Van Genderen niet alleen een benauwend systeem is, maar ook een misleidende leer, onverenigbaar, in welke vorm ook, met het christelijk geloof.

Zieleslaap

Van de zieleslaap zegt Van Genderen: er is de gelovige veel meer in uitzicht gesteld dan dat zij slapend moeten wachten. Ook de opvatting van onder andere Telder dat de gestorvenen er tot Jezus' wederkomst als het ware niet zijn wijst Van Genderen af. Hij wijst op het onderscheid tussen zaligheid en heerlijkheid. De zaligheid vangt voor de gelovigen onmiddellijk na het sterven aan. De eeuwige heerlijkheid volgt bij de wederkomst van Christus.

Boek Openbaring

Hoe moeten we het boek Openbaring lezen? Van Genderen kiest voor de opvatting: niet in chronologische volgorde of als boek met voorspellingen. Profeten zijn geen waarzeggers. Profetie is in de Bijbel veel meer verkondiging dan voorzegging, al ontbreekt het perspectief van de toe­komst niet. Ook de tekenen der tijden zijn niet gegeven om de komst van het Koninkrijk van God te berekenen. Ze zijn waarschuwingssignalen, geen waarschuwingssystemen, die niet alleen in de laatste tijd, maar in elke tijd actuele betekenis hebben.

Wat het getal 666 betreft kiest hij voorzichtig voor de symbolische betekenis van de hoogste menselijke krachtsinspanning, al houdt hij open dat er nog een andere betekenis kan zijn, die verborgen blijft totdat de bedoelde figuur verschijnt.

Israël

Met bijzondere verwachting las ik het hoofdstuk over Israël. Ik moet zeggen dat ik daarbij een aantal vragen over hield. Van Genderen is zeer voorzichtig met het zgn. tegoed van het Oude Testament en ziet bijvoorbeeld geen verband tussen de stichting van de staat Israël en oudtestamentische profetieën. Romeinen 11 : 26 ('Alzo zal geheel Israël zalig worden') betrekt hij op de overgang tot het christendom van individuele joden alle eeuwen door.

Ik blijf daarbij zitten met vele teksten uit het Oude Testament die van een bijzondere verwachting voor Israël spreken, ook al kunnen we daar geen precieze invulling aan geven. En vooral met wat Paulus schrijft dat God Zijn volk niet verstoten heeft ('Dat zij verre'!) en Zijn genadegiften en roeping onberouwelijk zijn (Rom. 11 : 1 en 29). Toch zegt Van Genderen (gelukkig!) ook dat de uiteindelijke vervulling veel meer kan omvatten dan dat steeds weer joden tot het geloof in Christus komen, en dat we verwachtend mogen uitzien naar openheid voor het Evangelie in Israël.

Wederkomst

Boeiend is het hoofdstuk over de berekening van de dag van Jezus' wederkomst. Velen hebben dat gedaan en het kwam steeds verkeerd uit: Montanus (2e eeuw), Joachim van Fiore (13e eeuw), de Wederdopers, die zeiden, dat dag en uur van de wederkomst volgens de Schrift onbekend zijn, maar niet het jaar (16e eeuw), het Adventisme, dat zich bijzonder bezig hield met de profetieën in Daniël (19e eeuw), de Jehova's getuigen, die steeds het jaartal verschoven, en Hal Lindsey, die 1988 als jaar van de wederkomst noemde. Van Genderen zegt: gespannen verwachting mag geen overspanning verwachting worden. En: de gedachte aan Jezus' wederkomst roept om heiliging: dat we onberispelijk zullen zijn in heiligheid voor God, onze Vader, bij de komst van Jezus Christus (1 Thess. 3 : 13).

Duizendjarig rijk

Uitvoerig schrijft Van Genderen over de verwachting van een duizendjarig rijk. Het premillennialisme (dat Jezus Zijn gemeente zal opnemen en dat er dan gedurende duizend jaar grote dingen gaan gebeuren met Israël en de wereld) is niet uit de Bijbel af te lezen, evenals de zgn. leer van de bedelingen, die nog geen twee eeuwen oud is en een radicale vorm van het premillennialisme is.

Van de zgn. opname van de gelovigen zegt hij, dat het roepen van een aartsengel en het geklank van de bazuin Gods (1 Thess. 4:16) juist wijzen op Jezus' wederkomst en tekenen zijn van Zijn verschijnselen in al Zijn glorie.

Ook de leer van de scheiding tussen Israël en de gemeente (Darby en de Vergadering der Gelovigen) vindt geen grond in de Schrift. Naast vele argumenten die Van Genderen aanvoert, zegt hij ook, dat het vreemd zou zijn als het grootste deel van het boek Openbaring, met haar vertroostende en vermanende woorden, pas vooral bedoeld zou zijn voor hen die de grote verdrukking en het aanbreken van het duizendjarig rijk meemaken.

Nadere Reformatie

Van Genderen geeft ook de opvattingen weer van enkele belangrijke vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie, zoals Koelman (Israël zal terugkeren naar zijn land en Jeruzalem zal herbouwd worden), Wilh. a Brakel (De gehele joodse natie zal tot bekering komen), Witsius (Rom. 11 : 26) betekent dat Israël hersteld zal worden en teruggebracht tot de gemeenschap met God in Christus). De nadere reformatoren distantieerden zich echter van de 'duizendjarigen', leerden geen opname der gelovigen en geen lichamelijke en zichtbare wederkomst van Christus vóór het rijk der duizend jaren.

Iedereen zalig?

Er zou nog veel meer te zeggen zijn van dit leerzame boek, zoals van wat Van Genderen zegt over de eeuwige verlorenheid. Uitvoerig gaat hij op de argumenten in, waarbij hij het universalisme (iedereen wordt zalig) op bijbelse gronden afwijst. Of van wat hij zegt over het elkaar herkennen in de hemel: De gelovigen zullen elkaar kennen, maar het is een ander kennen, veel rijker, dieper en zuiverder dan het kennen nu.

Jammer dat het laatste hoofdstuk over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde (de tekst van het afscheidscollege van Van Genderen) niet is bewerkt en aangepast. Er had meer over gezegd kunnen worden. Dat neemt niet weg dat ik het een boeiend boek vind. In 162 blz. tekst wordt bijzonder veel geboden. Wie het boek ter hand neemt en leest zal daar zeker geen spijt van krijgen, maar verrijkt worden. Dat wil niet zeggen dat er geen vragen over blijven.

Wie zou geen vragen hebben als het over de grote Toekomst gaat? De kardinale vraag is (ook daar wijst Van Genderen op), of wij naar de grote Toekomst uitzien, door het geloof in Jezus Christus.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Bijbel en de toekomst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's