De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een stoorzender in de wereld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een stoorzender in de wereld

Het functioneren van de gemeente (1)

9 minuten leestijd

Op zaterdag 6 juni 1.1. hield de kerkenraad van de hervormde wijkgemeente Mattheüskerk te Delft een dagberaad over 'Het functioneren van de gemeente'. Ondergetekende was gevraagd daarover te spreken en dan aandacht te geven aan de vraag of een gemeente 'georganiseerd' moest worden of dat gemeenteopbouw werkt vanuit de verkondiging. 'Moeten we het niet aan de Geest overlaten?' In drie afleveringen plaatsen we een samenvatting van het gehouden referaat.

Inleiding

Wat is eigenlijk een kerk zonder grondvlak? Dat is geen kerk. Er is geen onderscheid tussen hogere regionen in de kerk en de gemeente. Ook wie leiding geeft in de kerk dient daar te zijn, waar de gemeente is en waar de bezinning in gemeentelijk verband plaatsvindt.

Gemeentelijk leven is uitgesloten zonder organisatie. Alles wat men in de gemeente doet wordt ook georganiseerd. Ook de zondagse kerkdiensten worden georganiseerd. Organisatie hoort er helemaal bij. De vraag is echter wat het hoofdaccent krijgt.

Gaat het in de gemeente alleen beleidsmatig toe of ligt het hoofdaccent bij de gemeente in de bijbelse zin van het woord? Hoe trekt men van daaruit lijnen? Beide elementen komen in het hiervolgende aan de orde.

Functioneert de gemeente nog wel?

Op veel plaatsen, ook in ons land, is er nauwelijks nog sprake van een gemeente. Dan denkt men soms aan de KLein-Aziatische gemeenten, die er geweest zijn en er nu niet meer zijn of nauwelijks meer zijn. Ook daar zijn nog 'resten'. Wanneer men daar een bezoek brengt ontdekt men dat. Wat is er echter van de Klein-Aziatische gemeenten overgebleven? Men vraagt zich soms af of het Woord uit Hebreeën 6:10 ook geldt, namelijk dat degenen, die eens verlicht zijn geweest en die de hemelse gaven gesmaakt hebben, de Heilige Geest deelachtig zijn geweest en gesmaakt hebben het goede Woord van God en de krachten van de toekomende eeuw èn afvallig worden, onmogelijk weer tot bekering te brengen zijn. Dat is een heel diep woord. Het is een woord, dat ons ter waarschuwing mag zijn in het persoonlijke leven. Maar geldt dit ook niet voor het gemeentelijke leven?

Luther heeft eens gezegd: Het komt maar één keer en het komt niet weer. Als de regenbui er is, moet men, wil men nat worden, in de regen gaan staan. Het kan ook overgaan. Wij spreken in ons land in bepaalde situaties ook van 'restgemeenten', met name in de grote steden. De middelgrote steden volgen. Waar is het einde?

Waar is de gemeente?

Overigens bestaat de gemeente, de gemeente van Christus in dit land ook niet. Toen Paulus zijn brieven schreef aan de gemeente van Korinthe, was er een heel duidelijk adres. De post wist precies, waar hij zijn moest als hij een brief moest brengen bij de gemeente van Jezus Christus in Korinthe en al die andere gemeenten, waaraan Paulus zijn brieven schreef. Er was één éénduidig adres. We hebben vandaag te maken met de verscheurdheid van het lichaam van Christus. Daarom kunnen we niet over de gemeente in Delft spreken of in Huizen of waar dan ook in ons land. Het is een conglomeraat van gemeenten, die elk zo hun eigen adres hebben. Dat probleem lost men niet op door spreken over zichtbare- en onzichtbare kerk. De nood van de gescheidenheid betekent, dat de gemeente van Christus geen eenduidig adres meer heeft.

En verder: hoe functioneert de gemeente, als ze er nog is? Er is functieverlies, ziekte van de kerk. Er is ziekte in de gemeente. Maar in ieder geval is de gemeente er nog steeds. Hoe geeft men daar dan als ambtsdragers leiding aan?

Toen de Wereldraad van Kerken in de zeventiger jaren in Nairobi vergaderde zei iemand in één van de toespraken: 'De wereld, dat is mijn gemeente'. Daarmee sprak deze spreker niet voor zichzelf, want zo wordt dit nogal eens gepraktiseerd. De wereld is mijn gemeente. Het gaat niet zozeer om de kerk op zich. De hele wereld is gemeente. Daarachter zit niet zelden de gedachte van algemene verzoening; soms ook de gedachte, dat we alleen of vooral sociaal bezig moeten zijn in de wereld en dan de hele wereld met een sociale boodschap moeten bereiken. Ds. Ter Linden zei in de dienst van de inzegening van het huwelijk van Prins Maurits en Marilène van den Broek: 'Je hoeft niet naar de kerk te gaan om toch gelovig mens te zijn'. Daar zit ook die gedachte achter. Het gaat niet zozeer meer om de kerk. Men kan ook buiten de kerk wel geloven. Waar zal dan echter nog de passie zijn om de gemeente, om haar (voort)bestaan, haar opbouw?

Ooit zei John Wesley, de Engelse opwekkingsprediker: 'De wereld? Dat is mijn gemeente'. Met andere woorden: Alles wat men in de wereld aantreft, aan boosheid, aan zonde ook, vindt men in de gemeente terug. Alle verschijnselen in de wereld, alle aanvechtingen ook, die daaruit voortkomen, vindt men in de gemeente terug. Dat is wel een heel andere benadering.

De kerk in de Bijbel

In de Bijbel vinden we eigenlijk geen definitie van de kerk. Als men heel goed zoekt, vindt men wel iets. Bijvoorbeeld het apostelconvent in Handelingen 15. Als in de Schrift over de kerk gesproken wordt, gaat echter het altijd over de gemeente. Al die gemeenten samen vormen de kerk.

Wat zou de kerk ook zijn zonder de gemeenten, die haar dragen? In het Oude Testament waren kerk en volk één, rondom de tempel. Over volkskerk gesproken! Als men de échte volkskerk in het oog wil krijgen, dan is dat in de oudtestamentische bedeling. Als men het Oude Testament ook als uitgangspunt mag nemen voor de benadering van kerk en gemeente, zal men met bijbels recht de volkskerkgedachte mogen aanhangen. Dr. Ph. J. Hoedemaker heeft deze gedachte in de vorige eeuw uitgedragen tegenover Abraham Kuyper. Hoedemaker had niet alleen een Nieuwestamentisch beroep inzake de gemeente en de kerk, maar ook een Oudtestamentisch beroep. Hij beriep zich op de boodschap van aartsvaders, psalmisten en profeten.

Intussen is de gemeente wel ook voluit Nieuwtestamentische gemeente. Het kernwoord in deze vinden we in Mattheüs 16, in de belijdenis van Petrus, 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. Op deze petra, op deze belijdenis, op deze rots zegt Christus, zal Ik Mijn gemeente bouwen. De gemeente is gefundeerd op de belijdenis, dat Christus de Zoon van God is en op wat er dan verder ook over Christus in de Schriften van het Nieuwe Testament wordt gezegd.

Christus is het Hoofd van Zijn gemeente. Dat betekent, dat de gemeente niet de wereld is. Nee, de gemeente is uit de wereld uitgeroepen, apart gezet in deze wereld, hoewel functionerend in de wereld.

Er loopt dan ook een beslissende scheidslijn door de wereld. Zelfs vindt men in het Nieuwe Testament, dat de wereld het volk Gods haat. Jezus wijst er herhaaldelijk op, dat wie Hem volgen aan de wereld 'vreemd' zijn. In Lucas 12 zegt Hij: Vreest niet, gij klein kuddeke'. Dan spreekt Christus niet over de wereld, maar over de gemeente, over het volk Gods in de wereld. 'Vreest niet' behoeft niet te worden gezegd als er geen bedreiging is. Christus zendt Zijn schapen te midden van de wolven (Mattheüs 10 : 16). In Johannes 15 lezen we: Indien de wereld u haat, zo weet, dat ze Mij eerder dan u gehaat heeft. Ik heb u uit de wereld uitverkoren en daarom haat u de wereld'.

In 1 Johannes 3:13 zegt de apostel: Verwondert u niet mijn broeders zo de wereld u haat'. 'Ze hebben Mij gehaat, ze zullen u ook haten', zegt Christus. De wereld haat Christus, omdat Hij, zegt Hij Zelf, van haar getuigt, dat haar werken boos zijn. Van die boodschap wordt de wereld korzelig. Dat is het profetische element in de boodschap van Christus.

Als de gemeente zich laat gelijkschakelen met de wereld, komt datzelfde profetische vermaan tot de gemeente zélf, namelijk dat haar werken boos zijn. Als de christelijke gemeente echt naar het Woord van Christus leeft en naar Zijn Woord handelt, is zij 'een stoorzender' in deze wereld. Dan is ze ergens ook het geweten van de wereld. Is de gemeente dat niet meer, dan mag men zich afvragen of ze beantwoordt aan het beeld, dat Christus Zelf van Zijn gemeente geeft. Er is het 'scandalon', de ergernis van het Kruis. Dat valt niet weg te vlakken. De kerk staat in de wereld en draagt het Woord Gods in de wereld en de culturen binnen maar zal in bepaalde situaties ook haaks op de wereld en op de culturen staan.

Er is dan ook sprake in het christenleven van het dragen van stille smaad. Soms duldt men het, dat christenen er zijn. Maar niet dat ze anders zijn. Dat komt in onze dagen heel nadrukkelijk naar boven. Het geheim van de gemeente is haar uitgeroepen zijn en haar smaad.

Waar het Woord is...

Waar het Woord is, is de kerk. Waar het Woord is, is de gemeente. Scherper nog gezegd: waar het Woord recht gesneden wordt en de sacramenten worden bediend naar de instelling van Christus, daar is de kerk, daar is de gemeente. Dat is het wezenlijke. Er mag veel verscheidenheid zijn in de kerk, maar waar het Woord is en waar het Woord gezag heeft, daar is de kerk. Dan doet het er niet toe of de gemeente een kleine gemeente, een restgemeente of een grote volkskerkgemeente is. Waar twee of drie in de Naam van Christus bijeen zijn, is Hij in het midden. Een dominee in Engeland nam afscheid van zijn gemeente, na heel veel jaren trouwe dienst. Er waren nog dertien mensen in de afscheidsdienst. Toen hij thuis kwam dichtte hij een lied: 'Blijf bij mij Heer'. Intussen heeft dit lied wel de wereld veroverd. Het gaat er niet om hoe groot de schare nog is. Soms is er sprake van een uitgedunde schare. Maar waar het Woord is, is de kerk, klein of groot.

We mogen daarom bemoedigd zijn. De machten zijn overwonnen, lezen we in Kolossensen 2. Vanuit dat perspectief mag de gemeente ook leven, ook in een minderheidspositie, ook vandaag.

Wie verlangt niet naar een opwekking? Aan de andere kant: De gemeente zelf is toch ook altijd weer de grote opwekking door alle tijden heen. Mensen, die vandaag de gemeente van Christus bevolken, waren er honderd jaar geleden niet. Niemand. Ze zijn er nu wel. Dat is het doorgaande werk van de Heilige Geest in het bijeen roepen van Zijn gemeente, in het uitroepen van de gemeente uit de wereld; doorgaand vooral in de lijn der geslachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een stoorzender in de wereld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's