De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen (2)

8 minuten leestijd

Wij hebben in de eerste bijdrage over dit onderwerp geprobeerd een verklaring te geven van de tekst uit Hooglied twee. Hier en daar naderden wij toen al aan de toepassing. Het spreekt geheel vanzelf, dat het er nu op aan komt de toewending naar onze tijd en omstandigheden wat te verdiepen en te verbreden. Men heeft onder de vossen wel in de eerste plaats valse leraren verstaan. Invoerders van ketterijen, verslinders van schapen. Vleiers, die daar roepen: vrede, vrede en geen gevaar, pleisteraars met loze kalk. Met andere woorden, mannen, die een prediking maken, pasklaar voor allen, dat ieder maar in zijn eigen zondige weg gerust kan zijn en zich te slapen leggen, alsof het wel met hem stond.

Wij betwisten het goed recht van deze verklaring in geen enkel opzicht. Fundamenteel is deze uitleg juist. Maar wij zouden nu wel eens de aandacht willen vestigen op het feit, dat die woordvoerders op zichzelf het Woord van God zuiver willen brengen, maar ongemerkt aan eenzijdigheden gaan lijden. De persoonlijke oprechtheid behoeft dan geenszins te worden betwijfeld, maar door onkunde bijvoorbeeld en velerlei andere invloeden kunnen die geestelijke leiders een hang krijgen naar eenzijdigheden. Hoeveel onwetendheid omtrent de brede en diepe gangen van Gods Woord en aangaande de weg der zaligheid en van het geestelijke leven wroet er ook nog wel onder ons voort. Wat kunnen er een schadelijke liggingen zijn, waarin men zich heeft vastgezet. Dat belet vaak middellijkerwijze het opkomen en het bloeien van het leven der gemeenschap met God in Christus. Het zijn niet aldoor en alleen de predikanten, die mogen worden beschuldigd.

Het ligt vaak ook zo raar in de gemeenten. Er bestaat een gemeentetheologie, die taai en dwars als ze is, zich de eeuwen door in een gemeente handhaaft. En - al klinkt nu van de preekstoel het zuivere Woord des Heeren, in de ondergrondse gangen van het gemeentelijk leven wordt men uit andere bronnen gevoed. Dat kan gebeuren door vromen, die groot gezag uitstralen. Door bazige personen die met groot vertoon hun inzicht debiteren. Niet weinig ook door grote groepen van personen die zich verenigen rondom een bepaald belang. Het kan een zangkoor zijn, een coöperatie van liberale inslag, een directeur van een bank. Deze personen oefenen een gezag uit, dat zich menigmaal verzet tegen de officiële prediking van de kansel. En dan beginnen vaak de woelingen.

Zo is het de eeuwen door gegaan, getuige de kerkgeschiedenis en zo gaat het nog. Daarom is het zo'n gewichtige zaak uit die verschijnselen de beginselen te halen. Aan de onderkant te kijken. Welnu, daarin komt ons de dogmatiek te hulp. Dat is de wetenschap, die weergeeft de bezinning op de Heilige Schrift zoals die de eeuwen door in de kerk heeft plaatsgevonden en waarbij het tot welomschreven formuleringen is gekomen. Vooral stelt deze dogmatiek de waarheidsvraag en is dus vanuit de Schrift als norm toetsend bezig. Steeds opnieuw doen zich in de kerk dwaalleer en ketterij en vooral de halve waarheid en de leugen voor. De dogmatiek wijst aan waar ziekte heerst en waar het geloofsleven gezond is.

Er zijn nu een aantal ziekteverschijnselen, die aldoor het gezonde geloofsleven benadelen. Wij noemen er in deze artikelen drie. Er zijn er natuurlijk vele meer. Maar wij zijn van mening, dat deze drie kleine vossen geweldige schade toebrengen aan de gemeente. Als eerste denken wij aan het mysticisme. Wat is dat voor een geestelijke stroming? Er is onderscheid tussen mystiek en mysticisme. Mystiek is openbaring van gezond geestelijk leven. Zij wordt geboren in de gemeenschap met de Heere Jezus Christus en in en door Hem met de Drie-enige God. Zij is het schone levensdeel van Gods kinderen, wier hart er door verblijd, wier geest en door verlicht, wier ziel er door verkwikt wordt temidden van de levensstrijd. Mystiek is de catechismus in zondag één over de enige troost in leven en sterven.

Mysticisme daarentegen is een ziekteverschijnsel in het geestelijke leven van de enkeling, soms een ziekteverschijnsel met een besmettelijk karakter, dat zich in breder kring verspreidt. Het wordt geboren, zodra in het geestelijk leven het evenwicht verbroken ligt, dat voor onze geestelijke gezondheid tussen onze geestesgaven heersen moet. Wij kennen als die gaven gevoel, verstand en wil. Nu komt bij het mysticisme niet aan het verstand de opperheerschappij toe, maar aan het teugelloos gevoel. Zodra het redelijke in de menselijke ziel door het sentiment wordt overmeesterd, verschijnt het mysticistische euvel. Het verstand geeft de evenmaat der verschillende delen niet meer aan, maar het gevoel overheerst en gaat dwepen. Zonder stuur drijft de mysticist op de golven van de stroom van het gevoel.

Nu eens zijn er bij hem hoge toestanden, dan weer lage. De mysticistische mens wordt gewoonlijk omgeven met een waas van donkerheid en nevelen. Hij schijnt zich te vermeien in teugelloze fantasieën. Alle logische orde, alle indeling en benutting van tijd, alle klaarheid en helderheid is hem vreemd. Hij wandelt als in de grilligste beelden, gewrochten van een zieke fantasie, die de wonderlijkste scheppingen voortbrengt. Het mysticisme is een verschijnsel, dat volstrekt niet alleen op het terrein van het godsdienstige leven voorkomt. Het kan op elk levensgebied zich doen gelden. Gewoonlijk echter hoort men alleen in verband met het godsdienstige leven van het mysticisme spreken, hoewel het dus overal elders evengoed wordt aangetroffen.

De door het gevoel gedragen verbeelding leidt er deze mens toe, dat hij zich wijs maakt zonder hulp van het licht van het verstand alle verborgenheden onmiddellijk te kunnen doorzien. Hij heeft voor het verstand weinig eerbied en veracht meestal de wetenschap en de kennis. Het behoort tot een mysticistisch verschijnsel als de mening ingang vindt, dat bijvoorbeeld de wetenschappelijke opleiding van de medicus wel gemist kan worden. Evenzeer deugt het niet, als onder de massa van een kerkgaand publiek de overtuiging opleeft, dat solide ontwikkeling van de dienst des Woords onnodig of zelfs schadelijk wordt geacht. Men oordeelt dat vroomheid alleen genoeg kan zijn.

De mysticist in de slechte zin acht onderzoek en nadenken overbodig. Voor hem is het genoeg, dat hij voelt, dat hij waant te zien met het oog van de geest; dat hij onmiddellijk kennen kan, zonder gebruikmaking van middelen, onderzoek, studie en waarneming. Dat aldus gekende treedt dan voor hem op in het licht van een openbaring Gods, die als zodanig met het hoogste gezag is bekleed. Hetgeen hij meent van God te hebben ontvangen, heeft voor hem bindend gezag. Het is een standaard van waarheid, een regel, waarvan niemand ook maar de geringste afwijking geoorloofd is. Deze mens acht, dat zijn leven op geheel bijzondere wijze staat onder een voortdurende onmiddellijke aanraking Gods, zodat hij het instrument der openbaring binnen in zichzelf vindt.

Het gevolg daarvan moet wel zijn, dat de echte mysticist maar zeer weinig eerbied voor de Heilige Schrift heeft. Wat de mannen Gods door de Heilige Geest gedreven zijnde, geschreven mogen hebben, dat leert God Zelf hen onmiddellijk kennen. En wat dus in eigen ziel gekend werd, staat met veel hoger gezag en veel belijnder waarheid voor hem, dan hetgeen de Heere in Zijn Woord aan de gemeente openbaart. Hier wordt nu een richting geboren, die een schijn van innigheid en teerheid heeft, maar die noodzakelijk moet afleiden van het fundament der vastigheid. Er wordt stelstelmatig een gebrek aan eerbied voor het Woord Gods gekweekt. Wanneer dit eenmaal in de geslachten heeft doorgewerkt, eindigt dat in het bruutste ongeloof.

Vooral het conventikelwezen en het sektarisch uiteenlopen van de gemeenten in onze levensperiode leveren de treffendste voorbeelden van een langzaam zich onttrekken aan de louterende, heiligende adem van het Woord van God en de zeer schadelijke gevolgen, die daaruit voortvloeien. Het is niet zeldzaam, dat de vader is begonnen met uit pure vroomheid van het gevoel het bezoeken van Gods huis te verwaarlozen en de zonen geïndigd zijn met van alle dienst des Heeren te vervreemden. Gedurende hun opvoeding werden de inzettingen des Heeren onder valse vroomheid als gering beschouwd en niet gewaardeerd. Is het dan een wonder, dat zij later de prooi werden van het goeddunken van hun eigen hart en vrede zochten op wegen van verderf en ongeloof? Dikwijls bepaalden zij zich niet alleen tot het vewerpen van de waarheid, maar gleden ook af naar het dienen van het vlees in ongebondenheid. Het mysticisme begint in de geest en eindigt meestal in het vlees.

Het mysticisme openbaart zich nimmer in gevoelsovermaat en legt alle nadruk op emotie. Wij proeven het rondom in wazigheid ten aanzien van alle dogmatische onderscheid in het kerkelijk huwelijk tussen een protestant en een rooms-katholiek. In de voetbalgekte. In de overmaat van aandacht voor het feministisch streven. In gevoelsaandriften om bijvoorbeeld de maat­ schappij utopisch te verbeteren. In omwenteling van zedelijke waarden. Een eenzijdig en onbeteugeld gevoelsleven ontwricht thans het kerkelijk leven door geen enkele norm en regel meer te willen. En wat denkt u van het sociale terrein? Een onbetoomd denken naar de mode der eeuw verstoort het gezinsleven, het gemeenschapsleven, en velerlei andere gebieden. Speculeren, gokken, vakantieovermaat, sektarisme - er zijn er nog altijd velen, die een hemel op aarde beloven. Zij prijzen sociale toekomstbeelden aan, die slechts in de bitterste ontgoochelingen kunnen eindigen.

Er is geen beter bewijs voor de sociale inzinking en cultuurontwrichting, waaraan onze tijd lijdt dan juist het verschijnsel dat het mysticisme thans ook sociaal is en dus een hoogst bedenkelijke omvang en invloed heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Drie kleine vossen (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's