De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gerechtvaardigd door het geloof (9)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gerechtvaardigd door het geloof (9)

9 minuten leestijd

Een vorig keer eindigde ik met de vraag: Wie mogen er aan het heilig avondmaal? Zijn het de leden van de gemeente die weten dat zij gerechtvaardigd zijn in hun geweten?

Zo wordt het wel voorgesteld. Alleen de rechtvaardigmaking in de consciëntie (geweten) geeft een recht om aan de tafel des Heeren aan te zitten.

Het moet ons opvallen dat er zó in de Schrift noch in de belijdenisgeschriften wordt gesproken.

Wie worden er tot de tafel des Heeren genodigd? Alle gelovigen! Anders gezegd: allen die hun gerechtigheid buiten zichzelf in Christus zoeken.

Het geloof in Christus verleent toegang tot het heilig avondmaal. Het zal ons wel duidelijk zijn dat er verschil bestaat tussen geloof en geloof. Als ik dit zo stel, slaat dit vanzelfsprekend niet op de inhoud van het geloof. De inhoud van het geloof is altijd Dezelfde: Jezus Christus.

Echter... het geloof kan zwak zijn, óók kan het sterk zijn. Het kan bestreden worden, maar ook kan het gebeuren dat er geen aanvechtingen zijn. Soms kan er grote vrees zijn, maar ook wel een groot vertrouwen.

Hoe het geloof er uit mag zien, allen worden genodigd tot de tafel des Heeren die Christus niet kunnen missen.

De dienaren des Woords prediken niet de rechtvaardigmaking in de consciëntie, maar het Evangelie d.w.z. het geloof. Ik onderstreep dit met een reeds eerder door mij aangehaalde tekst: Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem' (Johannes 3 : 36).

Toch centraal

Uit het bovenstaande zou kunnen worden opgemaakt, dat de ontdekking van de Re­ formatie toch niet zo belangrijk is. Laat men zich niet vergissen! Ik blijf onderstrepen dat de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof een zeer belangrijke ontdekking is geweest. Zij moet niet alleen altijd gepreekt worden; ook niet moet zij altijd met de mond beleden worden. Zij behoort beleefd te worden! Een zaak van het hart en dan niet minder van de mond! Nog altijd is een aantal uitspraken van het concilie van Trente (1545-1563) niet teruggenomen.

Ik laat een tweetal van die uitspraken u lezen: 'Wie zegt dat de goddeloze of de zondaar alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt, met de bedoeling dat niets anders gevraagd wordt om mee te helpen om de genade van de rechtvaardiging te verkrijgen, en dat het niet nodig is dat iemand door zijn eigen wil daarop voorbereidt, hij zij vervloekt...'.

Ook in een tweede uitspraak op dit concilie gedaan wordt het 'anathema sit' uitgesproken. Er is als volgt tóen gesproken: 'Wie zegt dat het rechtvaardigend geloof niets anders is dan het vertrouwen op de barmhartigheid van God, die de zonden om Christus' wil vergeeft, hij zij vervloekt'.

'Hij zij vervloekt'... grote woorden, zwaargeladen woorden. Woorden die nog altijd zwart op wit staan. Niet het 'sola gratia', maar genade en iets van ons. En wie dat niet leert? Het antwoord van de kant van Rome is duidelijk.

Ondanks deze verschrikkelijke uitspraak doen wij er goed aan de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof om niet vast te houden.

Het zal bekend zijn dat Luther hierop alle nadruk heeft gelegd. Tot aan het eind van zijn leven heeft hij hieraan vastgehouden. Toen hij er achter kwam dat God de goddelozen rechtvaardigt door het geloof om niet, was het alsof de zon opging. De zon ging óók op in zijn leven, maar dan wel: de Zonne der gerechtigheid, Jezus Christus.

De rechtvaardiging van de goddeloze is voor Luther: de 'colunuia stantis et cadentis ecclesiae'. Enigszins vrij vertaald: 'de pilaar waarmee de kerk staat en valt'. Wanneer de kerk dit niet meer leert en als dit in de prediking niet meer gehoord wordt, verliest de kerk zijn bestaansrecht. Zij heeft niets meer te doen met wat haar in de Schrift vele keren wordt voorgehouden: genade, genade alleen!

Wie hiervan meer wil weten, leze vooral de verklaring van de Galatenbrief van de hand van Luther. Daarin wordt ons een heel goed inzicht gegeven van wat Luther heeft geleerd... en bedoeld.

Meer dan bij Luther, treffen wij bij Calvijn aan dat hij in één adem de rechtvaardigmaking én de heiligmaking noemt. Ofschoon zij onderscheiden moeten worden, mogen zij toch niet los van elkaar gezien worden. Zij zijn ook niet los verkrijgbaar. L. Vroegindeweij (1901-1968) noemde de rechtvaardiging en de heiliging een tweeling. Maar dan een tweeling die op dezelfde tijd werden geboren. De rechtvaardiging is er niet zonder de heiliging, maar andersom evenmin. Het zijn twee weldaden die door Christus op het kruis zijn verworven. Echter... onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden.

Van grote betekenis

Hoezeer dat 'onlosmakelijk' voor Calvijn van betekenis is geweest, blijkt ondermeer hieruit als hij schrijft dat Christus in stukken wordt gescheurd (Christum discerpere) als men de onderscheiding loslaat en men de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof losmaakt van de heiliging. Ik meen dat wij er goed aan doen om ter harte te nemen wat Calvijn ons dienaangaande in de 'Institutie' heeft voorgehouden. Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat Calvijn geen apostel is geweest. Maar wat hij ons leert over de rechtvaardiging én heiliging is wel helemaal in de lijn van de apostelen. Daarmee wil ik zeggen: in de leer waarin de apostelen ons zijn voorgegaan.

In de middeleeuwen was dat goud (de bijbelse rechtvaardiging en heiliging) voor een zeer groot deel verdonkerd.

De Heere heeft Calvijn willen gebruiken alsmede ook Luther om de dikke laag stof die op het goud lag weg te nemen. De glans van het goud keerde terug en daarmee ook het 'soli deo gloria' dat is: Gode alleen de eer.

Maar er is nog een andere reden waarom ik zeg: wij doen er goed aan met gespitste oren te luisteren naar wat Calvijn zegt op grond van de Schrift. In onze tijd wordt er soms gedaan alsof de heiliging losstaat van de rechtvaardiging. Een stapje verder: de vruchten van de Geest zijn verkrijgbaar zonder het wederbarend werk van de Heilige Geest.

Deze gedachte is onjuist. De heiliging - de bijbelse heiliging - is er alleen als het lijden en sterven van Christus ons deelachtig is geworden. Met andere woorden: als wij door het geloof gerechtvaardigd zijn. Het een is er niet zonder het ander! Het ander niet zonder het één! Ik kan mij vergissen, maar soms denk ik wel eens dat er onder ons eerder meer kennis van de 'grote geloofsstukken' aanwezig was dan in het heden. Maar ik kan mij zoals gezegd natuurlijk vergissen. Er kan meer zijn dan men hoort en ziet.

Alexander Comrie (1706-1774)

Voorzover mij bekend is heeft Comrie het meest gedetailleerd de leer over de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof uitgewerkt. Hij heeft dit ondermeer gedaan in een preek over Romeinen 5 : 1 alsmede ook in de 'Brief over de rechtvaardigmaking des zondaars'.

Sommigen beweren dat zijn verhandelingen over dit leerstuk filosofisch (wijsgerig) van aard zijn.

Ik kan dit niet helemaal beoordelen. Om die reden doe ik daarover geen uitspraak. Wel ben ik van mening dat men soms enigszins filosofisch geschoold moet zijn om te begrijpen wat hij bedoelt.

Als men het begrijpt, komt men onder de indruk van het geestelijk onderwijs dat hij in zijn tijd heeft willen geven. Hoewel de vraag bij ons opnieuw rees evenals vele jaren geleden: zou men Comrie wel altijd begrepen hebben?

Deze vraag kan trouwens ook in het heden gesteld worden. In bepaalde kringen wordt er met hem gedweept. Wellicht wordt juist daar niet helemaal opgemerkt dat men Comrie in zijn tijd moet zien. Ook zijn er wel kringen waar men met Comrie niet te maken wil hebben. Hij en anderen zouden er de oorzaak van zijn dat de trein van de Reformatie op een andere rails terecht is gekomen. Of wat nog erger is: de trein van de Reformatie is ontspoord.

Zowel het dwepen met Comrie als het minachtend neerzien op hem is ongenuanceerd. Zoals ik hierboven reeds schreef: hij en de zijnen moeten in hun tijd gezien worden. Ik denk inderdaad dat de achtergrond van hun tijd bij een objectieve beoordeling belangrijk is.

Wanneer Comrie en anderen onderscheidenlijk worden gelezen, kan het geestelijk leven daardoor verrijkt worden. Dan blijkt dat het 'overjarig koren' nog goed kan smaken.

Om een voorbeeld te noemen bij wat ik zowel bij Comrie als bij Van der Groe las. Het zal ons bekend zijn dat beiden nogal eens in hun prediking een aantal voorwaarden opsomden alvorens men Christus leerde kennen.

Toch laten zij op een bepaald ogenblik in een preek alle voorwaarden plotseling schieten. Dan zeggen zij: 'Als u helemaal aan deze voorwaarden niet voldoet, neemt dan als een ellendig en arm zondaar de toevlucht tot Jezus Christus'. Zowel Comrie als Van der Groe worden dan rijk in de nodiging en in het aanbod.

De vierschaar

Maar nu Comrie... en zijn leer over de rechtvaardigmaking van de goddeloze. Hij vertelt ons ondermeer dat rechtvaardigmaking een woord is dat ontleend is aan de vierschaar.

Onder de vierschaar werd vroeger verstaan: de rechtbank. In die vierschaar (de rechtbank) zijn er vier hoofdrolspelers nl. de rechter, de aanklager, de advocaat en de gedaagde.

Het eerste komt men als gedaagde in de conceptie (opvatting) van Comrie God als rechter tegen. Men wordt door de Heere tot verantwoording geroepen. Dat gebeurt uitwendig door de prediking van het Woord en inwendig door de werking van Gods Geest. De Heilige Geest stelt door middel van het Woord de ziel schuldig. Leefde de zonde eerder niet, nu wordt zij levend. Existentieel wordt beleefd: 'Ik kende geen zonde dan door de wet'. Door dit levendmakende werk van Woord en Geest wordt men genoodzaakt voor God als Rechter te verschijnen. (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gerechtvaardigd door het geloof (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's