Gids
Over het inleiden van kinderen in betekenissen
In 1995 schreef prof. dr. W. ter Horst een boek onder de titel 'Wijs me de weg!' De ondertitel geeft aan waar het boek over gaat: Mogelijkheden voor een christelijke opvoeding in een post-christelijke samenleving. Een aansprekend geschreven boek dat heel duidelijk aan het denken zet. In het tweede gedeelte van het boek schrijft Ter Horst over het pedagogisch kwintet. Vijf opvoedkundige verantwoordelijkheden komen aan de orde: beschermen, verzorgen, overdragen (van kennis en vaardigheden), inleiden (in betekenissen) en inwijden (in geheimen). Deze verantwoordelijkheden beschrijft de auteur aan de hand van vijf 'beroepen', namelijk: schatbewaarder, tuinier, herder, gids en priester. Het leek ons als werkgroep voor artikelen in 'de Waarheidsvriend' rond opvoeding zinvol aan de hand van deze beelden wat lijnen te trekken naar ouders en andere opvoeders van nu. Deze keer gaat het over het inleiden van kinderen in betekenissen aan de hand van het beeld van de gids.
Wat een gids is, weten we allemaal. Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad. In een onbekende stad of een onbekend dorp vraag je de weg... Iemand legt uit waar je heen moet. Het kan ook voorkomen dat iemand spontaan zegt: 'Ik loop wel even met u mee!' Dan word je geleid door een gids.
Veel sterker en ook spannender is het als je met een gids de bergen in gaat. Dan komt het er helemaal op aan die man of vrouw te volgen. Letterlijk je voetstappen in zijn sporen te zetten. Anders gaat het mis!
Ter Horst zegt het zo: 'Als reizigers zo nu en dan de weg kwijt zijn en bijna de moed opgeven, komen ze ineens de mysterieuze figuur tegen: de gids. Hij leidt hen door het chaotische landschap en leert hen de tekens verstaan die de goede weg aangeven. Zodoende gaat de nieuwe landstreek hen iets zeggen en raken ze er mee vertrouwd. De gids gaat nog een eindweegs mee en dan kunnen ze alleen verder'. Een prachtig beeld als we het hebben over de opvoeding van kinderen; we leiden hen immers in...
Kinderen zijn als reizigers in een vreemd gebied. Opvoeders zijn hun gidsen.
Zelfbewustzijn
De vierde 'schil' van een kind is die van het zelfbewust-zijn, het 'ik'. Het gedrag van een mens, een kind, is meer dan organische reacties en aangeleerde gedragingen. Er is ook de mogelijkheid van zelfbewust, verantwoordelijk, doelgericht handelen.
'Een mens kan zichzelf bewust worden dat hij iemand is', zegt Ter Horst. 'De Ander, de anderen en het andere kunnen iets voor hem betekenen, omdat ze hem wat te zeggen hebben. Hij kan nu antwoorden, vragen stellen, kiezen en daardoor zelf ook iets betekenen.'
Maar... om zover te komen heeft een kind een goede, bemoedigende opvoeding nodig. Laat ik een streep zetten onder het woord 'bemoedigend', om de eenvoudige reden dat er vroeger en nu zoveel kinderen waren en zijn, die meer ontmoedigd, dan bemoedigd worden!
'Jij kan niks...' 'Jij doet altijd alles fout...' 'Dacht ik het niet, het zal Kees weer eens niet zijn...' Buitengewoon ontmoedigend en demotiverend!
Ter Horst wijst er ook op dat er nogal wat mede-opvoeders zijn die er veel belang bij hebben dat mensen zich willoos aan hen overleveren. Als 'voorbeeld noemt hij de reclame-boodschappers. En verder wijst hij er terecht op dat christenen die hun weg moeten gaan in deze postmoderne tijd niet langer een vertrouwd, geëffend pad voor zich hebben, dat voorzien is van duidelijke wegwijzers.
Er zullen dus steeds keuzes moeten worden gemaakt!
Een stamhoofd uit Malakka
Er is een verhaal over een zeer intelligent en belangstellend stamhoofd uit de diepe binnenlanden van Malakka. Hij was nog nooit in aanraking geweest met de moderne westerse cultuur, maar was er wel nieuwsgierig naar.
Een bevriende antropoloog nam hem mee naar Singapore, dat ze samen op allerlei manieren doorkruisten.
Toen hem werd gevraagd wat de meeste indruk had gemaakt, bleek dat een motorbakfiets te zijn, waarop een grote hoeveelheid bananen werd vervoerd. Of dat het enige was? Ja, dat was het enige!
Al het andere was chaotisch, overweldigend en beangstigend geweest, maar nietszeggend en dus onbegrijpelijk. Het was allemaal aan hem voorbijgegaan. Hij had er wel naar gekeken, maar niets gezien.
Het was hem vergaan als blinden die plotseling hun ogen kunnen gebruiken: Ze zien niets!
Het stamhoofd zag tenminste die bakfiets met bananen nog en het verwonderde hem dat één mens er zoveel tegelijk kon vervoeren. Dat sloot aan bij zijn betekeniswereld!
Inleiden
Voor een kind is de werkelijkheid alleen toegankelijk als ze wordt ontsloten door het kind in te leiden in betekenissen, aansluitend bij wat het zich al eigen heeft gemaakt.
Dat geldt namen, ruimte, tijd, muziek, techniek en noem maar op. In de opvoeding moet dus erg veel worden aangereikt.
Mensen kunnen niet alles zelf ontdekken. 'Daarvoor is het leven te kort en de kennis en de techniek te specialistisch geworden', zegt Ter Horst. Maar kinderen moeten met wat wordt aangereikt, wel iets kunnen. Is dat niet het geval, dan maken ze zich de betekenissen niet eigen en loert het verbalisme om de hoek, waar we in het vorige artikel over spraken.
Dat geldt ook voor het Evangelie, aldus Ter Horst.
En hij heeft gelijk. Wie zonder gids met het Evangelie in aanraking komt, loopt grote kans te verdwalen. Dat ligt niet aan de Bijbel, maar aan ons. Daarom is geloofsopvoeding van onschatbare waarde. Daarom zijn ouders en andere opvoeders (leraren, catecheten, jeugdleiders) gidsen om de kinderen in te leiden in de betekenissen van de woorden van de Bijbel.
Diverse hulpmiddelen zijn daarvoor beschikbaar, denk aan kinderbijbels, lesmethoden, audiovisueel materiaal.
Maar... het allerbelangrijkste is dat vader en moeder, de leraar en de catecheet mensen zijn van vlees en bloed, die ook echt gids zijn, want zoals in het gewone leven een gids veel beter de weg kan wijzen dan een boekje of een folder, zo ook in de geloofsopvoeding!
Kinderen hebben mensen nodig!
In de vorige artikelen kwam aan de orde wat kinderen allemaal nodig hebben.
Oerervaringen: kletsnat regenen, lopen op het wad, de zon op zien komen... Planten: een eigen tuintje, een reuzenboom, gegroeid uit een zelf in de grond gestopte kastanje...
Dieren: een huisdier, ontmoetingen met dieren in de vrije natuur... In dit artikel zeggen we tegen elkaar: een kind heeft mensen nodig!
De geschiedenis heeft geleerd dat een mens alleen, echt alleen, aan verwording onderhevig is. Denk maar eens aan de zogenaamde 'wolfskinderen', die werden opgevoed door dieren.
'Daarom', zegt professor Ter Horst, 'zijn de verhalen van Robinson Crusoe pure romantiek. Schipbreukelingen die na jaren op onbewoonde eilanden werden aangetroffen, waren huilende of dwaaslachende figuren geworden, die alle stuur in het leven hadden verloren.
Nee, kinderen hebben mensen nodig, als het kan vriendelijke mensen!' Een les voor ons allen die bezig zijn met opvoeding...
Trouwens, de Bijbel leert ons ook dat geloven in je eentje heel moeilijk, zo niet onmogelijk is. We hebben niet voor niets, de gemeente gekregen, elkaar gekregen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's