Getuigend en dienstbaar
Het functioneren van de gemeente (2)
Uitgeroepen zijn
Wat betekent het uitgeroepen zijn van de gemeente? Een kerntekst hiervoor is 1 Petrus 2 vers 9: 'Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt. Een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk, om te verkondigen de deugden van Hem, die u geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht'.
Zoveel trefwoorden voor de gemeente in één tekst: 'Eertijds geen volk', nu 'Gods volk', 'uitverkoren geslacht', koninklijk priesterdom', 'een heilig volk'; met als doel het verkondigen de deugden van Hem, Die ons heeft geroepen.
Over zo'n tekst alleen al kan men een boek schrijven, als het gaat om de functie van de gemeente in deze wereld. De gemeente is apart gezet. Wel is nodig, dat we van die gemeente een levend lidmaat zijn. Dan zullen we het ook eeuwig blijven, zegt de Heidelberger (H.C. zondag 21). Volk Gods te zijn is niet een zaak van natuurlijke geboorte. Het is het bijeengeroepen volk door Woord en Geest.
Waartoe is de gemeente geroepen?
De gemeente is in de eerste plaats geroepen tot heiligheid (1 Petrus 2 : 9). De heiligheid, lezen we in de Schrift, is het sieraad van het huis van God. Hoedanig behoort gij te zijn in heilige wandel en godzaligheid. 'Wees heilig, want IK de Heere Uw God ben heilig.' Hier gaat het om de eenheid van leer en leven. Het gaat om de eenheid van het geestelijke leven met de praktijk ook van elke dag.
Geestelijk leven is als het goed is kenmerkend voor de gemeente. Een gemeente bestaat niet bij het hebben van een belijdenis, die men keurig uit het hoofd kent desnoods. We geloven niet een belijdenis, maar belijden ons geloof. Een gemeente bestaat alleen bij écht geestelijk leven, waar de dingen, die worden beleden, ook echt met het hart worden doorleefd. Wie geestelijk leven kent, moet er ook van durven spreken, er voor durven uitkomen. Een christelijk leven is een getuigend leven.
De heiligheid van de gemeente betekent enerzijds, dat de gemeente is afgezonderd. Aan de andere kant is het zo, dat de gemeente in haar uitstraling naar buiten ook iets van die heiligheid vertoont. Echt geestelijk leven kan niet zonder het getuigenis naar buiten. Als we over het getuigenis van de kerk spreken, bedoelen we vaak het getuigenis in de hogere kerkelijke regionen. Hoe staat de kerk in de wereld; met welke boodschappen treedt ze naar buiten; laat ze zien, dat ze kerk is? Maar hoe is het dan dichterbij gesteld? Hoe is de gemeente van Christus een getuigende gemeente? En nog dichterbij: Hoe is het afzonderlijke gemeentelid een getuigend christen? Dat alles valt niet te organiseren. Men kan ten aanzien van het getuigenis van de kerk best heel veel organiseren. De kerk gaat uit in de wereld in zending en evangelisatie. Het échte getuigenis van de kerk is echter niet te organiseren. Dat is het werk van de Heilige Geest in het leven van de afzonderlijke gelovigen. Dat zal ook tot uitdrukking komen binnen een kerkenraad en zal zo ook, als het goed is, worden doorvertaald in het hele beleid in een gemeente.
Geestelijk
Functioneert in een kerkenraad het geestelijk gesprek met elkaar? En met voorgangers, na de preek of gewoon tijdens de kerkenraadsvergadering? Is een kerkenraad een geestelijk gezelschap, waar men met elkaar ook over de geestelijke dingen spreekt, waar men op z'n tijd elkaar ook in het hart mag kijken? Er gaat veel tijd van kerkenraden heen met het voeren van beleid en het spreken over beleidsnota's en over veel praktische zaken, die allemaal geregeld moeten worden. Men moet elkaar echter de vraag stellen of de kerkenraad een getuigende gemeenschap is. Als men elkaar dan niet in een grote vergadering in het hart kan kijken, kan het misschien gebeuren met z'n tweeën, in een gesprek van hart tot hart, of in een wat kleiner gezelschap uit een kerkenraad.
Alle organisatorisch bezig zijn zal toch steriel zijn, wanneer niet wordt gekend het geestelijk leven; wanneer niet wordt gekend wat de belijdenis zegt: 'Wij geloven met het hart en we belijden met de mond'. Wanneer niet met elkaar geestelijk leven mag worden gedeeld, in een geestelijke gemeenschap, is een kerkenraad beneden haar geestelijke maat.
Men hoort nogal eens van zwijgende kerkenraden: Zwijgend na de kerkdienst, zwijgend als het gaat over de dingen van het geestelijke leven. Dan schort er toch iets!?
De gemeente is vanuit het persoonlijke geestelijke leven ook geroepen tot getuigenis. Nu gaat het om de gemeente als gehéél en de kerk als geheel. Er zal van de Naam getuigd worden in deze wereld. Deze Naam zal doorgegeven worden aan deze wereld. Dat vraagt, als gezegd, zeker ook om organisatie. Maar organisatie graag vanuit dat hart, vanuit het hart van het geestelijke leven. De pionier van de inwendige zending Graf Ludwig von Zinzendorff heeft ooit gezegd: 'Ik ken maar één hartstocht, dat is Hij, slechts Hij'. Christus, alleen Christus! Wanneer Christus onze 'passie' geworden is, wanneer men Christus heeft leren kennen, als men Hem in een levend geloof mag kennen, dan vraagt dat ook om getuigenis.
Missionair
Missionair Met spreekt tegenwoordig van missionaire gemeente. Als dat dan maar niet direct collectief wordt ingevuld. Als die missionaire gemeente maar functioneert vanuit levende individuen, vanuit levende leden van de gemeente. Dan valt er verder best heel wat te organiseren in een gemeente: de inwendige zending, de zending, de evangelisatie. Dat vraagt concreet om commissies, die dit werk ter hand nemen. Een aantal jaren geleden werd geponeerd: Zending in zes continenten. Dat houdt in het besef, dat wij zelf ook als kerk en gemeente in een zendingssituatie terecht zijn gekomen. We zijn minderheid in onze samenleving geworden. Onze samenleving 'verheidenst'. We moeten ons daarbij goed realiseren, dat een post-christelijke samenleving veel meer moeite geeft om er met het Evangelie (nog) binnen te komen dan bij een voor-christelijke samenleving het geval is. In een na-christelijke samenleving leven tal van ressentimenten. Men komt niet meer binnen, omdat mensen toch ergens hun herinnering hebben aan de kerk en aan de gemeente. De hardheid van het hart blijkt dan veel duidelijker. Wat niet wegneemt, dat altijd die hardheid van het hart overwonnen moet worden.
Missionaire gemeente zijn betekent, dat 'veraf' en 'dichtbij' helemaal samen zijn gaan vallen. Men kan heel gemakkelijk missionaire gemeente zijn door een collecte te organiseren voor wat er ergens in Afrika of in Azië aan zendingswerk gebeurt. Dat is allemaal nodig. Daar heeft men een zendingscommissie voor. Tegelijkertijd moet men zich realiseren, dat hetzelfde arbeidsveld heel dichtbij is. Hoe ben je dan als gemeente ook heel dichtbij missionaire gemeente? Hoe bedrijf je apostolaat in een geseculariseerde samenleving vanuit het belijden?
Geroepen tot gemeenschap
We zijn verder in de gemeente allemaal mensen, die bij elkaar behoren, die aan elkaar zijn gegeven. De kerk, de gemeente is het lichaam van Christus. Niet elke afzonderlijke gelovige is het lichaam van Christus, maar de gemeente is het lichaam van Christus. Vandaar de schuld, die er is aan de verdeeldheid. Dat betekent immers verscheurdheid van het lichaam van Christus. Dat kunnen we elkaar niet genoeg voorhouden. De kerk, de gemeente is Zijn lichaam. Dat zijn we dan dus samen. De hand kan niet zeggen tegen de voet: Ik heb u niet nodig'. We zijn allemaal (Efeze 5 : 30) been van Zijn been en vlees van Zijn vlees.
Wordt de gemeenschap in de gemeente wel altijd écht beleefd? Als het goed is heeft die gemeenschap zijn centrum in de eredienst, onder de verkondiging en bij de viering van de sacramenten. Om dan te beleven, dat niemand in de gemeente een streepje voor heeft of een stukje achter staat. De gemeente bestaat om zo te zeggen uit 'vogels van diverse pluimage'. Ieder is met zijn eigen ik in die gemeente aanwezig. En men ziet ieder uit zijn of haar eigen levenssituatie aanschuiven aan de avondmaalstafel. Dan zijn er geen rangen en geen standen, geen titels en geen pretenties. Allen been van Zijn been, vlees van Zijn vlees. Er is geen onderscheid in de gemeente. Het is op zich best een hoge opgave om dat ook te praktiseren, juist in een volkskerk! Geloof of ongeloof is de beslissende vraag in de gemeente van Christus. Maar sociaal gezien mag er geen onderscheid zijn. Er mag geen sprake zijn van een zogenaamde elitaire gemeente. Dat ziet men toch nogal eens gebeuren. Sommige gemeenten hebben een bepaald elitair karakter. Denk bijvoorbeeld aan de gemeente in de Westerkerk te Amsterdam. Men komt daar vanuit het hele land samen. Is dat de volle gemeente van Christus. Is dat de gemeente ook van 'Jan rap en z'nmaat'?
Kringen
De gemeenschap wordt beleefd in de eredienst, onder de verkondiging en in de viering van de sacramenten. Maar ook in het kringwerk. Dat is de winst van onze tijd. Het kringwerk moet echter niet ten koste gaan van de eredienst. Men ziet ook wel eens gebeuren, dat mensen zich in het kringwerk storten, maar dat het ten koste gaat van de eredienst. Men moet dat bewaken. Kringen zijn aanvullend op wat er in de eredienst gebeurt, met name op wat in de leerdiensten gebeurt. Dat mag verder uitgewerkt worden in kringen: in bijbelkringen, in gesprekskringen, in studiekringen. Daar komt, als het goed is, ook het gemeenschappelijke, de gemeenschap, tot uitdrukking. Men ziet het ook nogal eens gebeuren, dat kringen - daar is een paar jaar geleden ook een studie van gemaakt - plekken worden, waar onbehagen op de kerk en op de gemeente wordt afgereageerd. Men praat dan met elkaar over wat er niet goed is in de gemeente. Het kringwerk moet echter een positieve intentie hebben. Het moet dan ook dicht bij de kerkenraad blijven. Kerkenraad en gemeente moeten hun gemeenschap met elkaar ook in zulk kringwerk kunnen beleven. Het is dus goed als er ook kerkenraadsleden bij het kringwerk betrokken zijn. Daar behoeven zij niet per se leiding aan te geven. Dat kan ook door anderen gebeuren. Als er maar wederkerig gemeenschap wordt geoefend.
Lijden
Als het om gemeenschap gaat, moet nog een andere factor worden genoemd. Het gaat in de gemeente namelijk ook over het gemeenschap hebben aan elkaars lijden. Er is ook de gemeenschap aan het lijden van Christus, zegt het Nieuwe Testament. Als mensen oud worden, als mensen ernstig ziek zijn, als mensen in hopeloze situaties gekomen zijn, als mensen gevallen zijn, gestruikeld zijn - en wie zijn wij, dat dat ons niet kan gebeuren! - houden we elkaar dan vast? Of laten we elkaar los, zodra het lijden toeslaat in bepaalde levensomstandigheden? Dat element van gemeenschap moet ook meekomen in het leven van de gemeente. 'Zo hebt dan acht op u zelf en op de hele kudde.' Hier moet men dan zeker ook denken aan de kerkenraad. De Schrift zegt van de ouderlingen 'waarover de Heilige Geest u als opzieners heeft gesteld, om de gemeente van God te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn heilig bloed' (Handelingen 20 : 28). Wie weten wil hoe een kerkenraad de gemeente Gods niet moet leiden, leze het hele lange hoofdstuk van Ezechiël 34; over de slechte herders, die de kudde niet weiden.
Geroepen tot dienst
De gemeente is ook geroepen tot dienstbetoon. Ik denk hier aan de prachtige zinsnede in het avondmaalsformulier, waar we lezen: 'zoals uit vele graankorrels één meel gemalen en één brood gebakken wordt en uit vele bezien samengeperst zijnde één wijn en drank vliet en zich onder één vermengt, zullen wij allen, die door het waarachtige geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde om Christus onze lieve Zaligmakers wil. Die ons van te voren zo uitnemend heeft liefgehad, allen tezamen één lichaam zijn, maar ook met de daad jegens elkander bewijzen'. Dit alles wordt in één adem gezegd. Er staat niet eens een punt tussen en dan een hoofdletter. In één adem wordt alles gezegd: Hij heeft ons uitnemend liefgehad en dat betuigen we niet alleen met woorden, in de verkondiging, in het getuigenis, maar ook met de daad jegens elkaar. Deze dienst vindt plaats in de navolging van Christus, als de Diakonos, de grote Dienaar. Hij is, om uwentwil arm geworden, daar Hij rijk was, zegt 2 Korinthe 8 vers 9. In datzelfde hoofdstuk vindt men het onderlinge dienstbetoon. Het gaat daar over de gemeente van Macedonië, die inzameling gaat doen voor de gemeente in Jeruzalem.
* * *
Eerst is nodig het dienstbetoon binnen de gemeente zelf, binnen alle geledingen. Men zegt nogal eens, dat we vooral de jongeren in het oog moeten houden. We moeten kerk en gemeente voor de jongeren zijn. Wie zal dat ontkennen? We moeten echter ook kerk en gemeente voor de ouderen zijn. Als ouderen een roeping hebben ten opzichte van de jongeren, dan hebben jongeren ook een roeping ten opzichte van de ouderen. Zetten jongeren zich in voor de ouderen in de gemeente; in de problemen, waarin ze komen, in de zorg, die ze behoeven? Er zal in de gemeente wederkerigheid zijn als het gaat om dienstbetoon. Binnen de ruimte van een volkskerk brengt dat best ook weer eigen vragen met zich mee. Maar de verschillende categorieën in de gemeente zullen zorg hebben voor elkaar. Dat uit zich dan ook in onderling dienstbetoon
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's