Uit de pers
Opvoeden
Ik weet nog dat mijn moeder vroeger nooit zo blij was als de schoolvakanties begonnen. Als ze voorbij waren, werd altijd gezegd: de vlag kan weer uit. Niet omdat we nou zo apart vervelend en lastig waren, voorzover ik me kan herinneren. Maar je zat als ouders en kinderen elkaar een aantal weken kort op de huid. Je kwam elkaar veel meer tegen. De vakantietijd is ook dit jaar weer aangebroken. Dat kan soms voor ouders een tijd van bezinning zijn, ook als het over opvoeden gaat. Tijd en gelegenheid voor gesprekken met je kinderen en opgroeiende tieners. Hoe ga je met elkaar om in deze vaak ingewikkelde tijd voor ouders en jongeren? Op 18 april werd een jaarlijkse toerustingsdag gehouden voor kinderwerkers en ouders van kinderen van 2-12 jaar onder auspiciën van de Evangelische Alliantie. In het gemeenteopbouwblad van de EA Idea (juni 1998) verschenen teksten van verschillende voordrachten en workshops die dag gehouden. Uit één ervan kies ik een aantal citaten en wel uit de bijdrage van mevr. Trudy van Oel-Muller over het thema Kinderen opvoeden: je staat ervoor! Ze is orthopedagoge en docente morele opvoeding en ontwikkelingspsychologie aan PABO 'De Driestar' in Gouda. Ze constateert dat nogal wat ouders in onze tijd aarzelend hun weg zoeken in de opvoeding. De tijd dat van kinderen blinde gehoorzaamheid werd geëist lijkt voorbij. Maar ook het tegenovergestelde, de anti-autoritaire opvoeding, heeft gefaald. Ze zet een aantal opvoedingsmodellen op een rij.
De autoritaire methode
'Bij deze methode stelt de opvoeder duidelijk grenzen en handhaaft de regels. Overtreding wordt bestraft. Er wordt niet veel gesproken over de motieven achter de regels; jij denkt voor je kind en je eist gehoorzaamheid. Wanneer deze opvoedingsmethode niet alleen incidenteel, maar voortdurend wordt gebruikt, leidt dit zeker niet tot een hoge morele ontwikkeling bij het kind, maar eerder tot wrok en agressiviteit of tot apathie.'
De toegeeflijke methode
'Deze methode is tegengesteld aan de vorige. De opvoeder stelt weinig eisen, maar verwent het kind. Er is wel liefde, maar er is geen sprake van wilsopvoeding. Als je zo met je kinderen omgaat, als zij nooit rekening hoeven te houden met jouw wensen, zal je je daar op den duur niet prettig bij voelen. Er kan zelfs wrok tegen de kinderen ontstaan; een wrok die zich zal ontladen in onredelijke, heftige boosheid naar aanleiding van allerlei kleinigheden. Vervolgens voel je je daar weer verschrikkelijk schuldig over'
De overlegmethode
'Bij deze methode worden meningsverschillen opgelost door overleg. Opvoeder en kind luisteren naar elkaar in liefde en respect en komen dan tot een oplossing die voor beiden acceptabel is.
Een mooi voorbeeld daarvan hoorde ik van een kleuterleidster. Haar klas dronk 's ochtends melk uit kartonnen bekertjes, en die kinderen vonden het prachtig om door het rietje te blazen, zodat de melk borrelde. Maar de juf had daar al gauw genoeg van. "Jongens", zei ze tegen de groep, "ik vind dat geborrel en gepruttel niet zo prettig. Maar ik weet dat jullie het juist erg leuk vinden. Hoe zouden we dat op kunnen lossen? " En al pratend kwamen deze kinderen van vier tot zes jaar oud met de leerkracht tot een prachtig compromis: op verjaardagen werd er geborreld. Zo eenvoudig kan het zijn.'
De gezaghebbend-interactieve methode
'Ook in dit model spelen liefde en respect voor elkaar een grote rol. Maar terwijl de overlegmethode volstrekt democratisch is (de een heeft evenveel te zeggen als de ander) is er bij deze methode sprake van gezag. De overlegmethode hanteert een rooskleurig mensbeeld: men gaat ervan uit dat het overleg altijd tot een goede oplossing leidt. De gezaghebbend-interactieve methode is realistischer over de menselijke natuur: kinderen moeten ook wel eens teruggefloten worden. Kenmerkend voor deze methode is, dat je gezag uitoefent waar dat nodig is, maar dat je altijd bereid bent rekenschap af te leggen van je beslissingen. En juist omdat ouders en kinderen geen van beide volmaakt zijn, is ook het gebed in dit model erg belangrijk.'
'Als model voor de hele opvoeding geef ik de voorkeur aan de laatste methode. Dit model past het best bij het bijbels mensbeeld. Maar afhankelijk van de situatie moet je ook wel eens een van de andere methoden gebruiken.'
De volgende vraag is: over welke middelen beschikken ouders om hun kinderen in positieve zin te beïnvloeden? Macht lijkt voor de hand te liggen. Toch is dat een betrekkelijk middel, vindt mevr. Oei. En ze zet dan een aantal opvoedingsmiddelen op een rij.
'Gewoontevorming: het kind leert al snel jong hoe het hoort van ouders die zeker weten dat het goed is zoals zij het doen.
• Voorbeeld: kinderen doen na wat ze hun ouders zien doen. Dat betekent dat ouders voor een goed voorbeeld moeten zorgen. Als je zelf door rood rijdt, zullen je kinderen zich ook niet aan de verkeersregels houden. Als je als vader je kind de telefoon laat aannemen met de opdracht: "Zeg maar dat papa niet thuis is", zal het niet leren om eerlijk te zijn.
Kinderen leren ook van de emoties die ze bij hun ouders zien: boosheid, verdriet, vreugde of afschuw.
• Regels en grenzen: Kinderen hebben regels nodig, want die geven hen veiligheid en zekerheid. Een kind moet van zijn ouders leren dat Gods geboden een staf zijn om mee te gaan en niet een stok om mee te slaan.
• Belonen en bemoedigen: bevestig een kind als het iets goed doet. Soms zijn kinderen echt hulpvaardig en vriendelijk.
• Gesprek en overleg: zeker als het kind zich niet aan de regels houdt, is gesprek nodig. Dat kan soms ook betekenen dat de regel moet veranderen. Toen mijn dochters klein waren moesten ze van mij in een rok naar de kerk. Maar toen ze ouder werden en gingen protesteren, begon ik bij mezelf te denken: wat een onzin eigenlijk. Als ze maar in de kerk komen; en hoe ze er dan uit zien, zal me een zorg zijn. Toen heb ik de regel laten vallen.
Het belangrijkste is dat kinderen gaan inzien, dat Gods wet je de richting wijst naar een goed en waardevol leven. Als ze dat ontdekken zullen ze met plezier zijn geboden houden.
• Straffen: ook dat zal soms moeten gebeuren. Over dit onderwerp is veel geschreven. Het beste vind ik nog altijd wat Ter Horst erover zegt: Maak er geen drama van als een kind een kleine fout maakt, maar zeg wel dat het niet goed is dat hij het zo gedaan heeft. Gaat het om iets ernstigs, vertoont het kind echt waardeloos gedrag (en tenslotte doen we dat zelf ook wel eens), dan moet je het kind eerder bemoedigen dan ontmoedigen. Dan zeg je: "Dat was een lelijke vergissing; jammer" en dan volgt het gesprek. Op die manier ga je naast het kind staan en je laat merken dat je begrijpt dat ook hij wel eens in de fout kan gaan in de omgang met een ander Natuurlijk is het juist als datgene wat de ander werd aangedaan wordt goedgemaakt door een extra taak. Maar pas op voor de impuls om een kind te pakken uit behoefte om wraak te nemen. Veel pedagogen vinden dat straffen veel nadelen heeft. Dat is juist, want allereerst geef je door te straffen aandacht aan ongewenst gedrag, en ten tweede wordt de relatie er soms zeer negatief door beïnvloed. Straf kan echter ook een middel zijn om de geblokkeerde verhouding tussen opvoeder en kind te herstellen; want soms is er bij een kind, net als bij een volwassene, sprake van liefdeloosheid, zonde en schuld. Maar straf moet altijd worden gevolgd door vergeving voordat de nacht invalt.
Gebed: de grootste zegen van een christelijk gezin of een christelijke groep is de mogelijkheid om met elkaar te bidden. Als er dingen fout zijn gegaan, kun je samen voor God je schuld belijden, Hem om vergeving vragen en een nieuw begin maken met elkaar.'
Tenslotte komt ook de vraag op tafel wat we met onze opvoeding willen bereiken. Welk doel streven we na?
'Wat willen we onze kinderen meegeven? Natuurlijk willen we graag dat ze een goed zelfbeeld opbouwen; dat ze van zichzelf weten: ik kan iets, ik ben de moeite waard, de ander heeft vertrouwen in mij. Verder zouden we graag willen dat ze doorzettingsvermogen, zelfbeheersing, standvastigheid en moed ontwikkelen; kortom, dat ze een sterk karakter krijgen. Maar dat is niet voldoende. Ook een dief zou een sterk karakter kunnen hebben. Voor onze kinderen wensen we een karakter dat niet alleen sterk is, maar goed. Medeleven en zorgzaamheid, eerlijkheid en trouw, naastenliefde en barmhartigheid, vergevensgezindheid en dienstbaarheid zijn eigenschappen die daarbij horen.
Als christen heb je een aantal bijzondere wensen voor de toekomst van je kinderen. Je hoopt dat ze leren God lief te hebben, maar ook hun naaste en zichzelf; dat ze zorgzaam zullen zijn voor andere mensen, voor de dieren, de planten en de dingen; dat ze eerst Gods koninkrijk zullen zoeken, en daarvan soms al een glimp zullen zien, dat ze tot God zullen roepen als het moeilijk is en dat ze Hem zullen roemen voor al het goede dat Hij schenkt.
Om aan dit alles te werken heb je het als opvoeder hard nodig om ook zelf af en toe bij te tanken. Zorg daarom goed voor jezelf. Neem rust, houd stille tijd, lees een boek en zit in de zon. Voel je daar niet schuldig over. Geef God de gelegenheid voor jou te zorgen. Want alleen zo sta je stevig om je kinderen te geven wat zij nodig hebben.'
Met dit laatste zijn we toe aan het positieve van de vakantietijd voor ouders en kinderen. Samen bijtanken, dichter bij elkaar komen. Daar hebben de meesten van ons een aantal weken de tijd voor.
Vaders aan het moederen
Zo ongeveer luidde de titel voor het omslagverhaal van het magazine HP-De Tijd dat vlak voor vaderdag verscheen. Het geeft iets aan van de rolverschuiving in onze moderne cultuur. De verzorgende rol ligt tegenwoordig lang niet altijd meer alleen bij de moeder. Het blijkt dat nogal wat vaders moeite hebben met de hier achterliggende veranderingen. De 'mannendagen' trekken sterk aan en dat zal onder andere wel te maken hebben met de onzekerheid die mannen en vaders bij zichzelf herkennen in het zich wijzigende cultuurpatroon.
Het Nederlands Dagblad had onlangs (20 juni 1998) een gesprek met Gerard van der Schee naar aanleiding van het verschijnen van een boekje van zijn hand onder de titel: 'Alleen voor vaders' (uitg. Novapress, 64 blz., prijs ƒ 16, 90). Hij zegt: 'Kinderen zijn een zegen, want ze helpen je om echt te zijn'.
'Wanneer vinden jullie mij een goede vader? , had hij eens nieuwsgierig aan zijn drie jongens gevraagd. "Nou, gewoon als u grapjes maakt en spelletjes doet", was het simpele antwoord. Meer konden en hoefden ze niet bedenken. Van der Schee (44) kan er nog verbluft over zijn: vaders scoren thuis als ze zorgen voor gezelligheid en plezier waar kinderen van houden. "Kinderen vinden sfeer erg belangrijk", zegt hij over dit rapportcijfer voor vaderschap. "Het kan de basis zijn voor wat inhouderlijker gesprekken op andere momenten."
De opvoedingsstijl van veel vaders is "een reageren op", meent Van der Schee, op grond van zijn betrokkenheid bij "Koers voor ouders" (ontmoetingsrondes over opvoeding) en vader& zoons-weekends van de stichting Navigators. Hij pleit voor een pro-actieve houding: "Vooraf afvragen wat je van opvoeding kunt maken, zou meer bij vaders moeten opkomen. Een vader die tijdens de bassisschooljaren van zijn kind zich niet inspant een vertrouwensband te smeden, heeft de eerste stap gemist. Als hij zich pas na het twaalfde jaar over de opvoeding gaat drukmaken, omdat zoon of dochter huiswerk moet maken of er een verkering '"dreigt"' aan te komen, moet hij er heel hard aan trekken.'"
Opvoeden vraagt om een hart, aldus Van der Schee, een hart dat achter de opvoeding zit. Vaders moesten zichzelf eens minder belangrijk en hun taak als opvoeder eens méér belangrijk vinden.
'Verder wijst hij op andere aspecten van vaderschap. "Ieder kind is uniek", zegt Van der Schee, "en heeft dus recht op respect. Je pakt hem niet op zijn zwakke punten en vergelijkt hem niet met broer of zus die altijd veel gehoorzamer zijn en nooit zo doen doen. '"Altijd"' en '"nooit"' zijn wat mij betreft verboden woorden in de opvoeding."
In de Bijbel draait het immers steeds weer om genade en vernieuwing, verduidelijkt Van der Schee. "Acceptatie is een belangrijk begrip in de Schrift. Inderdaad, ook verandering, maar God de Vader is minder haastig dan wij. Hij is veel geduldiger dan ouders, wanneer een kind verantwoordelijkheid moet leren nemen." Een vader die consequent gedrag eist, moet regels stellen die hij zelf ook houdt, meent Van der Schee. Eigen fouten toegeven hoort ook bij goed vaderschap: "Als je beloofd hebt dat achterlichtje van die fiets te repareren, moet je het doen ook". Vaders moeten verder letten op de hoeveelheid tijd die ze besteden aan hun kinderen. Van der Schee: "Afmeten in minuten of uren heeft niet veel zin. Het gaat erom hoeveel plaats je kinderen in je agenda hebben".
Wat stelt vaderschap nog voor als kinderen volwassen zijn geworden ? Komt er iets voor in de plaats?
'Vaderschap houdt nooit op. In de ontwikkelingspsychologie onderscheidt men de fase van verzorging, die bij schoolkinderen overgaat in sturing en vervolgens bij tieners naar begeleiding. Bij adolescenten (jong-volwassenen) ten slotte wordt het advisering. Het adviessucces hangt vooral af van de kwaliteit van communicatie en advies. Ouders zouden een sfeer moeten scheppen waardoor hun kinderen blijven komen. Ik kan daar naar uitzien: met m'n zoons een goed gesprek voeren bij een glas wijn en samen kunnen bidden. Dat lijkt me gaaf!'
Hoe krijg je die band met jongeren?
'Van jongs af eraan werken en samen ervaringen delen. Meegaan als ze moeten voetballen, tijd voor ze maken en open durven zijn. Een kind mag best merken waar zijn vader het moeilijk mee heeft. Je bent voor hem een voorbeeld, maar welk voorbeeld kun je zelf kiezen. Volgens de zogeheten domeintheorie delen tieners hun leven in in twee terreinen: als het om levenswaarden gaat (relaties, trouw e.d.) volgen zij vaak hun ouders, als het om kleding, muziek of uitgaan draait, volgen zij de groep. Pas dus op voor conflicten over het tweede terrein, want dat is uiteindelijk niet van wezenlijk belang. Wel het eerste: let er bijvoorbeeld op hoe je als man praat over vrouwen of andere mensen om je heen.'
Maar in de afgelopen vijftig jaar zijn de morele opvattingen behoorlijk veranderd. Wat betekent die verschuiving voor het vaderschap?
'Vroeger stond gehoorzaamheid voorop. Een vader ontleende zijn gezag vooral aan kennis en aan positie, want hij was immers de kostwinner. In de jaren zeventig kwam onzekerheid opzetten, ouders wisten het niet zo zeker meer en de opvoeding werd veel vrijer. Omdat die vrijheid doorgeschoten is, zie je nu de slinger teruggaan naar wat meer duidelijkheid. Het lijkt mij een goede fase om te ontdekken wat bijbels vaderschap inhoudt: gezag hebben op grond van leven en wijsheid, met betrokkenheid op een kind en het goede met hem voor hebben.
Mijn kritiek op de huidige opvoeding is dat er te veel nadruk ligt op onafhankelijkheid. Een mens is inter-afhankelijk: je draagt verantwoordelijkheid voor elkaar, je mag hulp zoeken en afhankelijk durven zijn. Ik merk telkens dat jongeren het trouw zijn aan elkaar heel hoog waarderen. Maar de geest van deze tijd is dat het vooral van de ander moet komen.'
Huiswerk voor vaders als de kinderen even geen huiswerk hebben. Opvoeden is immers 'huis-werk'. Wie het grotendeels achter de rug heeft, zou het in sommige opzichten nog weleens over willen doen. Maar dan inclusief de ervaring die hij intussen heeft opgedaan. Dat is (gelukkig maar!) een onmogelijkheid, want je maakte toch weer andere vergissingen. Het is mij weleens een wonder geweest dat zoveel kinderen toch nog redelijk goed terecht komen, ook al was de opvoeding gebrekkig en vol fouten. Onze kinderen zijn niet van ons, maar van God. Dat zet aan tot gebed en liefde. En dat leert ons hen over te geven in de handen van hun God en Vader.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's